De Bilt, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
De bron levert dit stuk ook in een andere versie: versie 1. Die tellen niet apart mee.
AMENDEMENT Artikel 59 Verordening Raadswerk
De raad van de gemeente De Bilt in vergadering bijeen d.d. 01-10-2026
Onderwerp: Uitgangspunten noodopvang gemeente De Bilt 2026
Ondergetekende(n) stellen voor het ontwerpbesluit als volgt te wijzigen: de besluitpunten 1 en 2 van het voorgestelde raadsbesluit in hun geheel te vervangen door: 1. Uitgangspunten noodopvang De uitgangspunten voor noodopvang gemeente De Bilt vast te stellen met als doel binnen de gemeentegrenzen zo snel als redelijkerwijs mogelijk menswaardige en voldoende noodopvang te realiseren. Daarbij gelden de volgende kaders: a. Locatieonderzoek Het college onderzoekt op korte termijn mogelijke locaties in de gemeente voor noodopvang. Dit locatieonderzoek richt zich op alle locaties waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat deze snel een bijdrage kunnen leveren aan de opvangopgave. Een locatie wordt uitsluitend op voorhand uitgesloten wanneer voldoende aannemelijk is dat noodopvang op die locatie feitelijk (bijvoorbeeld: geen medewerking eigenaar) of juridisch niet realiseerbaar is.
Daarbij worden zowel combinaties van meerdere kleinere locaties als oplossingen met één grotere locatie onderzocht. Een oplossing op één locatie wordt niet op voorhand uitgesloten indien uit de integrale afweging blijkt dat deze, gelet op de vastgestelde criteria, de meest passende oplossing biedt. Het aantal locaties en de omvang daarvan worden niet vooraf als harde randvoorwaarde vastgelegd. De criteria snelheid, kwaliteit, kosten, beschikbaarheidsduur en impact op de omgeving worden niet uitsluitend per afzonderlijke locatie beoordeeld, maar ook in onderlinge samenhang binnen een opvangscenario. Daarbij wordt rekening gehouden met het moment waarop locaties beschikbaar komen en eindigen en de mogelijkheid dat locaties elkaar in de tijd opvolgen. b. Beoordelingscriteria Iedere redelijkerwijs realiseerbare locatie wordt onderzocht en beoordeeld op: 1. Snelheid van realisatie: hoeveel opvangplaatsen kunnen vanaf welke datum daadwerkelijk beschikbaar zijn en welke procedures en/of werkzaamheden zijn daarvoor noodzakelijk; 2. Kwaliteit van de opvang: de kwaliteit van huisvesting, voorzieningen, beheer, begeleiding en dagopvang, toezicht en veiligheid; 3. Kosten van de opvang: de eenmalige en structurele kosten, de kosten per opvangplaats en de verdeling van kosten en financiële risico's tussen gemeente, COA en Rijk; 4. Beschikbaarheidsduur: vanaf wanneer en voor welke periode de locatie daadwerkelijk voor noodopvang beschikbaar kan zijn; 5. Impact op de omgeving: de verhouding tussen de omvang van de opvang en de kern of buurt. Een beperkte beschikbaarheidsduur vormt op zichzelf geen reden om een locatie uit te sluiten wanneer deze locatie op korte termijn een bijdrage aan de noodopvang kan leveren. c. Integrale beoordeling De beoordelingscriteria worden niet voorzien van vooraf vastgestelde wegingspercentages die automatisch tot één rangorde van locaties leiden. Het college beoordeelt de locaties in onderlinge samenhang en maakt op basis van de hiervoor genoemde criteria een gemotiveerde integrale afweging. 2. Vervolgproces a. Het college rondt de inventarisatie en beoordeling van mogelijke noodopvanglocaties af aan de hand van de onder besluitpunt 1 vastgestelde uitgangspunten. b. Het college onderzoekt daarbij naast afzonderlijke locaties ook nadrukkelijk combinaties van locaties voor gespreide opvang en, indien relevant, de opeenvolgende inzet van locaties in de tijd. c. Het college maakt daarna een integrale afweging en werkt op basis daarvan één of meerdere realistische en uitvoerbare opties voor noodopvang uit. Een optie kan bestaan uit één locatie, meerdere locaties of uit opeenvolgende inzet van locaties in de tijd. d. Bij de uitwerking wordt in ieder geval een gespreide variant onderzocht, indien daarvoor geschikte locaties beschikbaar zijn. Een variant op één locatie kan eveneens worden uitgewerkt wanneer deze op basis van de vastgestelde criteria passend is. e. Het college legt de uitgewerkte opties met motivatie, voorzien van een onderlinge vergelijking, ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.
Indien de voorkeursoptie niet uitgaat van gespreide opvang, motiveert het college specifiek waarom opvang op één locatie, gelet op snelheid, kwaliteit, kosten, beschikbaarheidsduur en impact op de omgeving, de voorkeur verdient.
Bij het raadsvoorstel wordt een afvallersanalyse, waarin wordt aangegeven welke onderzochte locaties niet in de voorgestelde opties zijn opgenomen en waarom, als bijlage toegevoegd. Deze bijlage wordt geheim verklaard en is voor besluitvorming inzichtelijk voor de gemeenteraad. Direct na besluitvorming kan deze analyse door de raad openbaar gemaakt worden.
Besluitpunt 3 blijft ongewijzigd.
Toelichting: Constaterende dat: • de gemeente De Bilt op grond van de Spreidingswet een opgave heeft om opvangplaatsen voor asielzoekers te realiseren; • gemeente de Bilt zo snel mogelijk aan de opgave uit de spreiding wet wil voldoen • het voorliggende voorstel uitgaat van het invullen van deze opgave met zo min mogelijk locaties; • het voorstel locaties eerst toetst aan vier harde randvoorwaarden en vervolgens beoordeelt aan de hand van zeven gewogen criteria; • noodopvang kan vragen om locaties die snel beschikbaar zijn, ook wanneer deze slechts voor een beperkte periode beschikbaar zijn; Overwegende dat: • voor noodopvang vooral van belang is hoe snel, tegen welke kwaliteit en kosten, voor welke periode en met welke impact op de omgeving opvang kan worden gerealiseerd; • tijdelijke noodopvanglocaties een belangrijke bijdrage zouden kunnen leveren in afwachting van andere noodopvanglocaties en daarom niet uitsluitend vanwege een beperkte beschikbaarheidsduur moeten afvallen; • niet alleen afzonderlijke locaties, maar ook combinaties van locaties en opeenvolgende inzet van locaties in de tijd moeten kunnen worden onderzocht; • gespreide opvang over meerdere locaties de voorkeur heeft, omdat daarmee de omvang van opvanglocaties beter in verhouding kan worden gebracht tot de verschillende kernen en hun omgeving, • een oplossing op één locatie ook niet op voorhand moet worden uitgesloten wanneer deze uit een integrale afweging als meest passende oplossing naar voren komt; • het aan het college is om binnen de door de raad gestelde kaders locaties te onderzoeken en tot uitvoerbare opties te komen, waarna de raad over deze opties kan besluiten;
Indieners
Ralph Jacobs (VVD)
Sjoerd Hardeman (PRO)
Donja Hoevers (D66)
Deborah Versluis (CDA)
Mischa van der Heijden (SP)