Bodegraven-Reeuwijk, 8 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Technische vragen
Onderwerp: Beleidsplan Basisvaardigheden 2027-2031 (agendapunt 5) Commissie: Samenleving Vergadering: 8 september 2026 Ingediend door: Denim van der Linden, VVD-fractie Bodegraven-Reeuwijk Datum indiening: 3 september 2026
Ter voorbereiding op agendapunt 5 (Beleidsplan Basisvaardigheden 2027-2031) in de Commissie Samenleving van 8 september 2026 stel ik namens de VVD-fractie graag de onderstaande technische vragen.
1. Het beleidsplan bevat al een raming van bedragen tot en met 2030 (o.a. voor de aanpak basisvaardigheden en het Digi-Taalhuis). Wordt de nog op te stellen uitvoeringsagenda uitgevoerd binnen deze reeds begrote bedragen, of verwacht het college dat er in de begroting 2027 nog aanvullende middelen nodig zijn specifiek voor de uitvoeringsagenda? Zo ja, welk bedrag schat het college hiervoor in?
Antwoord: Op het moment dat het beleidsplan inclusief de financiële raming wordt vastgesteld, dan zijn er geen aanvullende middelen nodig voor de uitvoeringsagenda. Deze uitvoeringsagenda wordt binnen de beschikbaar gestelde budgetten en de huidige (regionale) budgetten voor het aanbod gerealiseerd.
2. SAM Welzijn heeft in de gesprekken met de ASD aangegeven dat late of onzekere subsidietoekenning ertoe kan leiden dat activiteiten worden afgebouwd bij gebrek aan budgetzekerheid. Is het college bereid om, zoals bij vergelijkbare gemeentelijke subsidies gebruikelijk is, met SAM Welzijn en de bibliotheek een meerjarige subsidieafspraak (bijvoorbeeld 3 jaar) te maken, onder het gebruikelijke voorbehoud van jaarlijkse vaststelling van de begroting door de raad? Zo nee, wat is daarvoor de belemmering?
Antwoord: Onze algemene subsidieverordening geeft op dit moment geen ruimte om meerjarige subsidieafspraken te maken met organisaties. Dus ook voor SAM Welzijn en de bibliotheek kunnen we op dit moment geen meerjarige subsidieafspraken maken. Deze verordening wordt op dit moment echter vernieuwd, zodat de gemeente in de toekomst mogelijk op deze behoefte in kan spelen.
3. In de reactie op het ASD-advies stelt het college dat het “voor nu geen zekerheid” kan bieden over structurele financiering, terwijl het beleidsplan zelf een raming voor 2027 t/m 2030 bevat. Kan het college toelichten wat het verschil is tussen deze gemeentelijke meerjarenraming en een (voorwaardelijke) meerjarige toezegging aan uitvoerende organisaties, en welke concrete belemmering een dergelijke toezegging in de weg staat?
Antwoord: Het verschil tussen de raming in het beleidsplan en een meerjarige toezegging aan de uitvoerende organisaties is dat de raming in het beleidsplan alleen bedoeld is voor de functie van het digi-Taalhuis en de organisatie van incidenteel aanbod (bijvoorbeeld de organisatie van een pilot of het vergroten van het bereik). De meerjarige toezegging aan aanbieders valt onder de subsidieafspraken, die de gemeente (eventueel regionaal) maakt met
de partijen. Deze subsidieafspraken kunnen we op dit moment niet meerjarig afspreken, want dit laat onze subsidieverordening niet toe. Zie ook antwoord op vraag 2.
4. Het beleidsplan noemt in hoofdstuk 11 als eerste stappen onder meer het uitwerken van de opdracht voor het Digi-Taalhuis en het verlenen van opdrachten aan de bibliotheek en welzijnsorganisaties. Landen de concrete taakverdeling tussen bibliotheek/Digi-Taalhuis en SAM Welzijn (o.a. NT1/NT2) en de verdere onafhankelijkheidsstappen van het Digi-Taalhuis in deze uitvoeringsagenda? En omdat de raad die uitvoeringsagenda straks alleen via een raadsinformatiebrief ontvangt: is er voorafgaand nog een moment waarop de raad hier kaders op kan meegeven, of ligt de invulling hiervan volledig bij het college?
Antwoord: De afspraken tussen het digi-Taalhuis, de bibliotheek en de gemeenten (ook Waddinxveen en Zuidplas) landen in de opdracht voor het digi-Taalhuis. In deze opdracht geven we een nadere invulling van de drie taken van het digi-Taalhuis en de belangrijkste randvoorwaarden. De afspraken over het aanbod landen in de subsidieafspraken/ opdrachten aan de verschillende organisaties. De opdrachten/ subsidieafspraken vormen geen onderdeel van de uitvoeringsagenda, behalve dat de uitvoeringsagenda aangeeft dat we de afspraken maken met de partners.
De uitvoeringsagenda is een verantwoordelijkheid van het college van B & W. Deze uitvoeringsagenda hanteert de kaders, die de raad vaststelt via het beleidsplan basisvaardigheden.
5. De ASD constateert dat ouderen (AOW+) niet als aandachtsgroep worden genoemd, terwijl juist voor hen aandacht voor digitale vaardigheden belangrijk is. Het college antwoordt hierop dat het beleidsplan “in principe voor alle inwoners” geldt en dat met andere doelgroepen “ook rekening wordt gehouden”, zonder dit verder te concretiseren. Op welke manier worden ouderen concreet meer vertegenwoordigd in de uitvoeringsagenda?
Antwoord: Het beleidsplan is gericht op alle inwoners van de gemeente BodegravenReeuwijk, maar er is gekozen voor een aantal specifieke doelgroepen. De doelgroep ouderen valt hier niet onder, omdat er voor deze doelgroep al veel wordt georganiseerd door onder andere bibliotheek en SAM welzijn. Daarnaast kunnen ook ouderen bij het digi-Taalhuis terecht bij vragen en/ of behoefte aan cursussen/ opleidingen. Bij het opstellen van de uitvoeringsagenda houden we ook rekening met de doelgroep, net als de benoemde doelgroepen/ inwoners van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk.
6. In het hoofdstuk Financiën staat dat de regionale WEB-bedragen voor 2027 en 2028 nog niet definitief zijn omdat de regio nog geen duidelijkheid heeft van het Rijk. Wat betekent een eventueel lagere definitieve rijksbijdrage voor de continuïteit van het aanbod van Sagènn en Prago in onze gemeente, en heeft het college hiervoor een terugvalscenario?
Antwoord: Een eventuele lagere bijdrage vanuit de Rijksoverheid betekent dat de regionale begroting voor basisvaardigheden aangepast moet worden. In deze begroting zijn de middelen
van Sagènn en Prago opgenomen, maar deze bevat ook een subsidieregeling en een aantal andere potjes. Daarom betekenen minder Rijksmiddelen niet direct dat het aanbod van Sagènn en Prago wordt verminderd. Op het moment dat blijkt dat we een lagere Rijksbijdrage krijgen, dan zal er een regionaal besluit worden genomen over de inzet van de middelen in 2029 e.v.
Met vriendelijke groet,
Denim van der Linden
VVD-fractie Bodegraven-Reeuwijk