Waddinxveen, 23 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Collegevoorstel
Zaakkenmerk: 554950 Documentkenmerk: 554953 Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen artikel 34 RvO van raadslid van Zanten over de verkoop van huurwoningen van Woonpartners Midden-Holland Datum college: 23 juni 2026 Openbaarheid: Openbaar Portefeuillehouder: Albert Kerssies Directeur: Merijn Nijhuis
Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen artikel 34 RvO van raadslid van Zanten over de verkoop huurwoningen Woonpartners Midden-Holland.
Voorgesteld besluit Het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen besluit: 1. De schriftelijke vragen in het kader van artikel 34 Reglement van Orde (RvO) die zijn gesteld door van raadslid mw. A.van Zanten over de verkoop van huurwoningen van Woonpartners Midden-Holland met de brief die is opgenomen in dit voorstel te beantwoorden.
Publiekssamenvatting Op 24 mei 2026 stelde raadslid mw. A van Zanten schriftelijke vragen volgens artikel 34 van het Regelement van Orde over de verkoop van huurwoningen van Woonpartners Midden-Holland. De vragen worden in dit collegevoorstel/-besluit beantwoord.
Inleiding Geachte mevrouw van Zanten,
In uw brief van 24 mei 2026 stelt u op grond van artikel 34 van het Regelement van Orde schriftelijke vragen naar aanleiding van het artikel _‘Verkoopprocedure Woonpartners roept vragen op’_ in het Algemeen Dagblad van 23 mei 2026. Het artikel schetst een beeld van de verkoopprocedure van een voormalige huurwoning van Woonpartners Midden-Holland. Naar aanleiding van de gestelde vragen, heeft Woonpartners de feitelijke gang van zaken nader toegelicht.
Feitelijke gang van zaken In het artikel wordt de indruk gewekt dat de betreffende woning drie keer in de markt is gezet. Uit de door Woonpartners verstrekte informatie blijkt echter dat de woning tweemaal openbaar te koop is aangeboden. In beide verkooprondes is gekozen voor de hoogste bieder.
De woning is in augustus 2025 voor de eerste keer openbaar te koop aangeboden, waarbij geïnteresseerden tot september 2025 de gelegenheid hadden om een bod uit te brengen. Tijdens deze verkoopronde zijn twee biedingen ontvangen. Woonpartners heeft vervolgens gekozen voor het hoogste bod en de woning uit de verkoop gehaald om de verkoop af te ronden.
De verkoop is uiteindelijk niet doorgegaan omdat de koper zich heeft teruggetrokken. Nadat duidelijk werd dat de verkoop niet tot stand zou komen, is contact opgenomen met de tweede bieder. Deze heeft daarop zijn bod verhoogd. Woonpartners heeft vervolgens besloten de woning opnieuw openbaar in de markt te zetten, zodat alle geïnteresseerden opnieuw de gelegenheid kregen een bod uit te brengen. Daarbij speelde mee dat de eerste verkoopronde plaatsvond in de vakantieperiode.
Vanaf medio oktober 2025 is de woning opnieuw openbaar aangeboden. Tijdens deze tweede verkoopronde zijn drie biedingen ontvangen. Ook in deze verkoopronde heeft Woonpartners gekozen voor het hoogste bod, waarna de verkoop succesvol is afgerond.
Hieronder geven wij u antwoorden op de vragen met betrekking tot de verkoop van huurwoningen van Woonpartners Midden-Holland.
Vraag 1: Woonpartners is een toegelaten instelling met een volkshuisvestelijke taak. Hoe beoordeelt het college het feit dat Woonpartners een voormalig huurhuis 3x opnieuw te koop zet om de opbrengst te ‘optimaliseren’, terwijl een starter met 365.500 euro - 5.500 boven de vraagprijs - alsnog wordt afgewezen?
Antwoord vraag 1: Uit de door Woonpartners verstrekte informatie blijkt dat de woning tweemaal openbaar te koop is aangeboden. Het college begrijpt dat een woningcorporatie streeft naar een optimale opbrengst, zodat dit kan bijdragen aan haar volkshuisvestelijke opgave.
Vraag 2: Is de wethouder het met hoogleraar Boelhouwer eens dat dit gedrag ‘merkwaardig’ is? Zo ja, gaat u hierover in gesprek met Woonpartners? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 2: Het college laat zich niet uit over deze kwalificatie.
Vraag 3: Was het college op de hoogte van het feit dat woningen soms meerdere keren opnieuw in verkoop werden gebracht, ook nadat biedingen boven de vraagprijs waren gedaan?
Antwoord vraag 3: Het college heeft geen rol en positie bij dergelijke individuele verkoopprocedures en was daarom niet op de hoogte van de specifieke gang van zaken. In de jaarlijkse prestatieafspraken worden alleen afspraken gemaakt over hoeveel woningen er verkocht mogen worden en waar.
Vraag 4: Hoeveel voormalige sociale huurwoningen zijn de afgelopen 10 jaren verkocht door Woonpartners en gekocht door starters uit de gemeente Waddinxveen?
Antwoord vraag 4: In de afgelopen 10 jaar zijn gemiddeld 8 woningen per jaar verkocht. Woonpartners mag op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) niet registreren of kopers starters zijn en/of afkomstig zijn uit de gemeente Waddinxveen. Het college beschikt daarom niet over deze gegevens.
Vraag 5: Wat gaat het college concreet doen zodat inwoners van Waddinxveen niet structureel worden weggeprijsd uit hun eigen gemeente?
Antwoord vraag 5 Het college voert het toewijzingsbeleid uit zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening. Op grond hiervan wordt een deel van de huurwoningen met voorrang aan inwoners van Waddinxveen aangeboden. Daarnaast hanteert Woonpartners het beleid dat zittende huurders als eerste in de gelegenheid worden gesteld om hun woning te kopen wanneer deze voor verkoop in aanmerking komt. Daarnaast loopt momenteel de pilot ‘Beter Wonen’. De pilot is bedoeld om Waddinxveense huurders van 65 jaar en ouder (met een huishouden van maximaal 2 personen) te stimuleren om van grotere, ongelijkvloerse woningen naar kleinere, gelijkvloerse woningen te laten verhuizen. Tot slot wordt bij specifieke projecten van Woonpartners soms een lotingsprocedure toegepast, waarbij een deel van de woningen met voorrang beschikbaar wordt gesteld aan jongeren met binding aan Waddinxveen.
Vraag 6: Hoe verhoudt het streven naar een “optimale opbrengst” zich volgens het college tot de maatschappelijke taak van een woningcorporatie?
Antwoord vraag 6: Woningcorporaties hebben een maatschappelijke taak om te voorzien in betaalbare huisvesting. Tegelijkertijd zijn corporaties verantwoordelijk voor een financieel gezonde bedrijfsvoering. Opbrengsten uit de verkoop van woningen kunnen worden ingezet voor investeringen in nieuwbouw, verduurzaming, renovatie en betaalbaarheid. Het college vindt het van belang dat financiële afwegingen in balans blijven met de volkshuisvestelijke opgave.
Vraag 7 Bij een zo hoog mogelijke opbrengst van een woning, lees verkoopprijs, komt dan de toegankelijkheid voor het verkrijgen van een starterslening bij de gemeente niet in het geding?
Antwoord vraag 7: Nee. De starterslening is beschikbaar voor woningen tot de maximale verwervingskosten zoals vastgelegd in de gemeentelijke verordening. Of een koper in aanmerking komt voor een starterslening is afhankelijk van meerdere factoren. Het college ziet geen directe relatie tussen deze individuele verkoopprocedure en de toegankelijkheid van de starterslening in algemene zin.
Vraag 8: Is het college bereid de verkoopstrategie met Woonpartners te bespreken wanneer woningen herhaaldelijk uit de markt worden gehaald vanwege tegenvallende biedingen?
Antwoord vraag 8: Wanneer dit vaker voorkomt, wordt het onderwerp op de agenda van de periodieke overleggen gezet.
Vraag 9: In de prestatieafspraken met Woonpartners staat verkoop van huurwoningen waarschijnlijk gekoppeld aan het vrijmaken van middelen voor nieuwbouw/verduurzaming. Maar hoeveel van deze ‘geoptimaliseerde opbrengst’ komt daadwerkelijk terecht bij betaalbare nieuwbouw voor starters in Waddinxveen? Kunt u cijfers overleggen?
Antwoord vraag 9: Het is niet mogelijk om de opbrengst van individuele woningverkopen rechtstreeks te koppelen aan specifieke nieuwbouwprojecten. De opbrengsten maken onderdeel uit van de totale financiële middelen van Woonpartners en worden ingezet voor de brede volkshuisvestelijke opgave.
Vraag 10: Vindt het college dat corporaties met sociale huurwoningen mogen speculeren op de koopmarkt? Zou de gemeente bij verkoop van ex-huurwoningen voorwaarden moeten stellen, zoals voorrang voor starters of een maximale doorverkoopprijs?
Antwoord vraag 10: Het college herkent zich niet in de suggestie dat sprake is van speculatie. Woningcorporaties mogen binnen de wettelijke kaders woningen verkopen als dit past binnen hun portefeuille- en volkshuivestingsstrategie. Het college heeft geen bevoegdheid om aanvullende voorwaarden te stellen aan de verkoop van voormalige huurwoningen. Het college kan hierover uitsluitend het gesprek voeren met de woningcorporatie om, indien daar gezamenlijk overeenstemming over bestaat, tot afspraken te komen.
Vraag 11:
Is de wethouder bereid om met Woonpartners af te spreken dat voormalige sociale huurwoningen bij verkoop eerst exclusief aan lokale starters en niet alleen aan (zittende) huurders van de corporatie worden aangeboden, eventueel via een loting of met voorrang?
Antwoord vraag 11: Woonpartners hanteert momenteel het beleid dat zittende huurders altijd voorrang krijgen om een woning te kopen wanneer deze voor verkoop in aanmerking komt. Het college heeft geen bevoegdheid om de verkoopvoorwaarden van individuele corporatiewoningen vast te stellen.
Vraag 12: Als corporaties huizen niet verkopen omdat het bod ‘te laag’ is en ze vervolgens weer na langere tijd (huizen staan leeg) gaan verhuren, hoe rijmt u deze verkoopstrategie met de wachtlijsten voor sociale huur in Waddinxveen?
Antwoord vraag 12: De vraag gaat uit van een situatie die zich in dit geval niet heeft voorgedaan. Uit de door Woonpartners verstrekte informatie blijkt dat er geen sprake is geweest van het langdurig leeg laten staan van de woning om deze vervolgens opnieuw te verhuren.
Vraag 13: Vindt u het uitlegbaar dat een publieke instelling als Woonpartners marktpartij speelt over de rug van Waddinxveense starters?
Antwoord vraag 13: Het college herkent zich niet in de suggestie dat Woonpartners marktpartij speelt over de rug van Waddinxveense starters. We begrijpen als college dat de woningmarkt zeer uitdagend is en kan zijn voor starters. Tegelijkertijd hebben we als college geen invloed op de verkoopvoorwaarden van individuele corporatiewoningen. Dat betekent niet dat we ons als gemeente niet inzetten voor de starters op de woningmarkt. Zo hebben we als gemeente bijvoorbeeld een starterslening (die recent verruimd is), en hebben we afspraken met de woningcorporatie over het toewijzen van 50% van de vrijkomende huurwoningen aan Waddinxveners. Onder de regeling vallen alle Waddinxveense inwoners, dus ook starters.
Beoogd resultaat/doel Het beantwoorden van de artikel 34 vragen over de verkoop van huurwoningen van Woonpartners MiddenHolland.
Uitvoering/vervolg De antwoorden op artikel 34 vragen worden via de griffie naar de indiener van de vragen en de gehele raad gestuurd.
Bijlage
1. Schriftelijke vragen van mevrouw van Zanten over huurwoningen van Woonpartners MiddenHolland.