Vlissingen, 2 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Artikel 34 vragen ex artikel 34 Reglement van Orde
Onderwerp: Turnschool Zeeland: tijd voor duidelijkheid
Oost-Souburg 2 oktober 2026
Geacht college,
Op 14 december 2022 heeft de fractie van de POV schriftelijke vragen gesteld op grond van ex artikel 34 van het Reglement van Orde over de beëindiging van de huisvesting aan de Dreesstraat en de verantwoordelijkheid voor alternatieve huisvesting. Het college gaf toen aan dat voor gebruikers die binnen het vastgestelde accommodatiekader vallen passende huisvesting wordt gezocht.
Op 16 april 2026 stelde PvdA/GL opnieuw vragen op grond van ex artikel 34 van het Reglement van Orde over sportaccommodatie aan de Dreesstraat van de Turnschool Zeeland en DIOS. Het college gaf toen aan dat gesprekken liepen, dat nog geen definitieve vervangende huisvesting beschikbaar was en dat onder andere Weijevliet was onderzocht.
Op 28 september 2026 meldde het college via een “RIB Voortgang tijdelijke huisvesting gebruikers Dreesstraat 2” met als kenmerk 2931657 / 2966074, dat herstel van Dreesstraat 2 voor de huidige gebruikers niet haalbaar wordt geacht en dat de Onze Lieve Vrouwekerk als mogelijke tijdelijke locatie in beeld is voor de Turnschool Zeeland en DIOS. Het onderzoek naar de Onze Lieve Vrouwekerk was toen nog niet afgerond.
Het college heeft aangegeven volop bezig te zijn met het vinden van een oplossing. De fractie van Partij Souburg-Ritthem PSR heeft er vertrouwen in dat het college en de ambtelijke organisatie zich hiervoor inzetten. Tegelijkertijd is snelheid van belang. Tijdens de commissievergadering van 10 september 2026 heeft de heer Veraart namens Turnschool Zeeland en DIOS aangegeven dat de huidige noodoplossing leidt tot circa 30% minder trainingsuren en verspreiding van trainingen over onder meer Souburg, Middelburg, Roosendaal en Den Bosch. Hij gaf daarbij aan dat deze situatie niet als structurele oplossing kan worden gezien en dat de toekomst van de turnsport hierdoor onder druk staat. Een tijdelijke oplossing moet daarom voldoende perspectief bieden totdat een structurele accommodatie beschikbaar is.
De fractie van Partij Souburg-Ritthem heeft daarom de volgende vragen: 1. Welke concrete stappen zijn sinds de artikel 34-vragen van 15 mei 2026 gezet voor tijdelijke én structurele huisvesting van Turnschool Zeeland, en welke besluiten, afspraken en vervolgstappen zijn daarbij vastgelegd? 2. Welke locaties zijn sinds 2022 daadwerkelijk onderzocht of serieus overwogen, wanneer, voor welke gebruiksduur en met welke uitkomst? Welke locaties zijn afgevallen en op basis van welke concrete criteria? 3. Welke afspraken en toezeggingen zijn sinds 2022 met Turnschool Zeeland en DIOS gemaakt over huisvesting, kosten, gebruik en verantwoordelijkheden, hoe zijn deze vastgelegd en welke afspraken staan nog open? 4. Welke rol hebben Team Accommodaties, de betrokken beleidsafdelingen en het college hierin gehad en hoe is de verantwoordelijkheidsverdeling vastgelegd? 5. Hoe is bij de zoektocht uitvoering gegeven aan het gemeentelijke Accommodatiebeleid, waaronder het uitgangspunt dat bestaande niet-commerciële gebruikers bij wijzigingen in het accommodatiebestand een passende plaats kunnen behouden?
6. Welke bestaande gemeentelijke accommodaties en beschikbare capaciteit zijn momenteel beoordeeld op mogelijkheden voor tijdelijk of structureel gebruik, inclusief medegebruik en het vrijmaken van capaciteit door planning of herschikking? 7. Wat is de actuele stand van zaken van de Onze Lieve Vrouwekerk: welke onderzoeken zijn afgerond, welke nog niet en wanneer is hierover een definitief oordeel te verwachten? 8. Welke technische en structurele voorzieningen van de Onze Lieve Vrouwekerk voldoen wel en niet aan de eisen voor Turnschool Zeeland en DIOS, in het bijzonder verwarming, elektrische installatie/nutsaansluiting, krachtstroom, ventilatie, verlichting, veiligheid, sanitair, kleedruimten, opslag en turnvloer? 9. Welke aanpassingen zijn nodig om de Onze Lieve Vrouwekerk veilig en bruikbaar te maken, wat kosten deze en wie is verantwoordelijk voor uitvoering en financiering? Maak daarbij onderscheid tussen investeringen voor tijdelijk, langdurig en structureel gebruik. 10. Welke gebruiksduur is voor de Onze Lieve Vrouwekerk realistisch en kan deze, indien een structurele oplossing langer op zich laat wachten, worden verlengd dan de aangegeven 1,5 jaar? Welke voorwaarden gelden daarvoor? 11. Welke mogelijkheden ziet het college om de Onze Lieve Vrouwekerk voor langere of structurele huisvesting te benutten en welke aanvullende investeringen en exploitatielasten zouden daarvoor nodig zijn? 12. Welke sportinventaris en sportvoorzieningen, waaronder de turnvloer of turn mat en andere noodzakelijke toestellen, zijn de afgelopen jaren niet of onvoldoende vervangen of vernieuwd, en welke financiële gevolgen heeft dit voor Turnschool Zeeland en DIOS? 13. Welke investeringen in sportinventaris zijn volgens het college op korte termijn noodzakelijk om de continuïteit en veiligheid van de turnsport te waarborgen, en welk bedrag is hiervoor naar verwachting nodig? 14. In hoeverre beschikken Turnschool Zeeland en DIOS op dit moment over voldoende financiële middelen om noodzakelijke sportinventaris zelf te vervangen, en welke gevolgen heeft het beschikbaar stellen van deze investeringen voor de hoogte van de contributie? 15. Welke mogelijkheden ziet het college om, gelet op de langdurige onzekerheid over de huisvesting, een renteloze lening of andere passende financieringsvorm beschikbaar te stellen voor noodzakelijke duurzame sportinventaris, zoals een turnvloer of turn mat en andere toestellen, zodat noodzakelijke vervanging niet ineens volledig op de verenigingen of hun leden drukt? 16. Welke voorwaarden zouden daarbij kunnen gelden voor omvang, looptijd, aflossing en start van de aflossing, en kan daarbij rekening worden gehouden met het moment waarop de nieuwe accommodatie daadwerkelijk in gebruik wordt genomen? 17. Welke mogelijkheden ziet het college om bij een nieuwe tijdelijke of structurele accommodatie de gebruikersbijdrage of huur zodanig vorm te geven dat de continuïteit van de verenigingen en betaalbaarheid voor leden worden meegewogen, en welke uitgangspunten uit het accommodatiebeleid zijn daarbij van toepassing? 18. Welke mogelijkheden bestaan er bij een nieuwe accommodatie voor medegebruik of onderverhuur aan andere sportverenigingen of maatschappelijke organisaties, en hoe kunnen eventuele opbrengsten worden betrokken bij de exploitatie en daarmee bij de gebruikersbijdrage van Turnschool Zeeland en DIOS? 19. Op basis van onze raming en inkoop-/aanbestedingsprocedure is de eerder genoemde termijn van 12 tot 16 weken gebaseerd, is deze realistisch en vanaf welk moment zou die termijn volgens het college lopen? Indien niet zou het college dan een realistischere planning kunnen geven met mogelijk verschillende opties zoals bijvoorbeeld een geïsoleerde tent? 20. Welke termijn is nodig wanneer voor de tijdelijke accommodatie een meervoudig onderhandse, nationale of Europese procedure noodzakelijk is, en welke onderdelen kunnen parallel worden voorbereid om vertraging te beperken?
21. Kan het college een integrale planning geven vanaf oktober 2026 tot en met ingebruikname van tijdelijke huisvesting én tot de structurele oplossing, met daarin beslismomenten voor Onze Lieve Vrouwekerk, alternatieven, financiering, aanbesteding, uitvoering en raadsinformatie? 22. Op welk moment ontvangt de gemeenteraad één integraal overzicht met de onderzochte locaties, de technische en financiële beoordeling van de Onze Lieve Vrouwekerk, de alternatieven, de rol en planning van Baskenburg en andere structurele sportaccommodaties, de beschikbare en benodigde budgetten, de risico's voor de continuïteit van de turnsport en de route naar structurele huisvesting? 23. Welke risico's ziet het college voor de continuïteit van Turnschool Zeeland en DIOS wanneer op korte termijn geen passende accommodatie beschikbaar komt, en welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de huidige tijdelijke situatie leidt tot het wegvallen van trainingsmogelijkheden, leden of de continuïteit van de verenigingen?
Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.
Fractie Partij Souburg-Ritthem