Vlaardingen, 7 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
SAMENVATTING REACTIE OP ZIENSWIJZE
Let op deze samenvatting vervangt niet de officiële nota van beantwoording
Reactie op zienswijze 1 . De eerste zienswijze luidt: _“Zienswijze 1: de VvE HR is van mening dat het proces tot bestemming tot_ _openbare ruimte niet is verlopen zoals behoort en bij de beschrijvingen in de omgevingsvergunning en_ _de verkeersnotitie een ander verhaal staat dan in het raadsbesluit.”_
Reactie: Er wordt niet onderbouwd dat in de omgevingsvergunning en de verkeersnotitie een ander verhaal staat dan in het raadsbesluit en het proces is op een juiste wijze doorlopen.
Het proces tot bestemming van de openbare weg is op een juiste wijze doorlopen en het conceptraadsbesluit bevat juiste informatie. Uit de aanvraag, de vergunningen, de beantwoording van het Woo-verzoek, de totstandkomingsgeschiedenis van de vergunningen en de feitelijke situatie, de akten en bijlagen bij deze beantwoording blijkt duidelijk dat het verzoek ziet op een stuk openbare weg. Tussen 2016 en 2018 is bij de ontwikkeling van Holy Residence de inrichting van de buitenruimte, waaronder ook nadrukkelijk de parkeersituatie, meerdere malen aan de orde geweest in contacten tussen ontwikkelaar, gemeente en de (voorloper van de huidige) VvE. Deze parkeerplaatsen werden steeds meegenomen bij het bepalen van de parkeerbehoefte en de locatie van de parkeerplaatsen. Er heeft met de ontwikkelaar afstemming plaatsgevonden over de vakken en in goed overleg is besloten tot de aanleg van de openbare vakken om zo een houdbare omgevingsvergunning af te kunnen geven waarbij voldoende aandacht was voor het bezoekersparkeren.
Kopers, de leden van de VvE, hebben in de akte van levering getekend dat zij bekend zijn dat een deel van het terrein de bestemming parkeren heeft en dat deze ten alle tijde, in de ten tijde van de oplevering geldende maatvoering, in stand moet worden gehouden. Dit geldt dus zowel voor de aan specifieke bewoners toegewezen vakken als de vakken die niet aan specifieke gebruikers zijn toegewezen. De kopers hebben dus actief aanvaard dat de situatie zoals deze zou zijn op het moment van oplevering vervolgens in stand moet worden gehouden. Oftewel zij hebben ingestemd met dat de openbare vakken openbaar zouden blijven.
Voorts heeft De VvE heeft in haar aanvraag om onttrekking expliciet aangegeven te erkennen dat het om openbare parkeerplaatsen gaat.
_Korte reactie per subargument._ 1. De VvE heeft geen kans gehad bezwaar te maken tegen de verlening van ‘deze vergunning’ omdat de VvE als vertegenwoordiger van de eigenaren pas 2 maanden na de verlening van de vergunning zou zijn opgericht.
Reactie: De huidige VvE bestond inderdaad niet op het moment van de vergunning. De voorgaande VvE met daarin een deel van de leden van de huidige VvE en de projectontwikkelaar hebben deze mogelijkheid wel degelijk gehad. De projectontwikkelaar stond echter achter het besluit waar hij zelf om had verzocht en ook de voorgaande VvE en de losse leden hiervan (de aspirant-kopers) hebben geen aanleiding gezien om de bestemming als openbare weg aan te vechten. Eenieder die later pas belanghebbende is geworden had deze mogelijkheid niet, maar wist, of behoorde te weten, welke rechtspositie hij verwierf op het moment van de koop. Daarbij heeft de voorgaande VvE actieve bemoeienis met het plan gehad.
2. De verkoopmakelaar heeft richting de aanstaande eigenaren geen melding gemaakt van dat de betreffende parkeerplaatsen als openbare ruimte zouden worden aangemerkt.
Reactie: Het is niet aan de raad of het college om in de relatie tussen verkoper en koper te treden.
3. De toevoeging van deze parkeerplaatsen aan de openbare ruimte resulteert in een significante waardevermindering voor de eigenaren.
Reactie: Noch de raad, noch het college heeft de parkeerplaatsen ‘toegevoegd’ aan de openbare ruimte. Ten einde het bezoeksparkeren niet af te schuiven op omwonenden is er bij de
vergunningverlening gevergd dat er wisselparkeerplaatsen, oftewel openbare parkeerplaatsen, zouden worden aangelegd op grond van de VvE. Daarbij moet het voor de gemiddelde koper helder kunnen zijn geweest dat er sprake was van openbare vakken. Voor de gemiddelde koper zal er dus geen waardeverandering optreden als de raad het verzoek tot onttrekking afwijst. Een onttrekking aan de openbaarheid daarentegen sorteert mogelijk wel een negatief effect op de waarde van woningen van omwonenden en de bewoners van de VvE die uiteindelijk geen gebruik meer kunnen maken van de wisselparkeerplaatsen. Een hogere parkeerdruk en een gebrek aan mogelijkheden voor bezoekers om te kunnen parkeren resulteert doorgaans in een lagere verkoopprijs.
4. De verleende omgevingsvergunning ovxid-5170 en de notitie verkeer Holy Residence van 14 maart 2017 maken geen rechtstreeks vermelding dat de bedoelde parkeerplaatsen tot de openbare ruimte behoren.
Reactie: Tijdens het indienen van de aanvraag en tijdens de toelichting op het sprekersplein voor de raadsvergadering meende de VvE nog dat de vergunningen voldoende duidelijk waren en dat hieruit bleek dat sprake was van een stuk openbare weg. Pas na het afwijzende ontwerpbesluit stelt de VvE dat deze niet “rechtstreeks” melding maken dat de parkeerplaatsen tot de openbare ruimte behoren. Uit de beantwoording van het Woo-verzoek, bijlage bij de aanvraag van de VvE blijkt voldoende duidelijk dat uit de vergunningen blijkt dat er sprake is van openbare parkeerplaatsen. In de eerste vergunning is aangegeven dat de parkeergelegenheid wordt aangewezen als verblijfsgebied en dat er bij de omgevingsvergunning voor bouwen nog een inrichtingsschets gemaakt zou worden. Discussie over of er 10 of meer plaatsen openbaar moeten zijn is mogelijk. Uiteindelijk is gezien de eerder in deze beantwoording aangehaalde stukken ervoor gekozen om de VvE wel beugels te laten plaatsen aan de vakken gelegen aan de zijde van het complex, maar de overige plaatsen te bestemmen als wisselparkeerplaatsen, oftewel openbare weg.
5. De vergunningen melden niet dat de parkeerkoffer op eigen terrein van de VvE zijn aangelegd.
Reactie, dat is ook niet noodzakelijk omdat dit dus geen gevolg heeft voor de openbaarheid van de vakken. Voor kopers was het specifiek opgenomen in de (concept) akten.
Reactie op zienswijze 2 . De tweede zienswijze luidt: _“De VvE HR in geval de onttrekking toegekend wordt zij als goede buren_ _het gebruik van deze parkeerplaatsen wil meenemen in ons regelmatig overleg met de direct_ _betrokkenen Parc Drieenhusen en Samenwerking.”_
Reactie: Het gebruik van de parkeerplaatsen ‘meenemen in overleg’ met twee partijen uit de buurt, maakt nog niet dat de VvE het gebruik van de parkeerplaatsen door medewerkers, bezoekers en bewoners van de Zonnegroep en andere omwonenden niet kan of zal frustreren. Daarbij geldt dat een dergelijke toezegging niet afdwingbaar is voor de raad of het college De VvE wenst nog steeds de plekken aan het openbaar gebruik te onttrekken met oog op eigen financieel belang. Als de VvE het betreffende wegvak niet voor eigen gebruik wenst te gebruiken zou zij de aanvraag hebben ingetrokken.
Reactie op zienswijze 3. De derde zienswijze luidt: _“Dit soort toewijzingen (van een gereserveerde gehandicaptenparkeer-_ _plaats) hebben ook tot gevolg dat er geen dubbelgebruik van dit soortplaatsen gemaakt kan worden_ _hetgeen de stelling in punt 9 van de gemeente ontkracht waarbij onze eigen eigenaar senioren_ _blijkbaar op de 2de plaats komen.”_
Reactie: De VvE heeft in de aanvraag en in het verleden meermaals aangegeven deze plaatsen van beugels te willen voorzien en daarna te verhuren of te verkopen. Op deze wijze blijven deze plekken dus alleen over voor de meest kapitaalkrachtige VvE leden. Hun bezoekers en de leden die geen plek hebben kunnen bemachtigen moeten van de VvE maar uitwijken naar andere openbare parkeerplaatsen. Net als andere bezoekers van het gebied. De gemeente heeft wel oog voor de senioren die in de VvE Holy Residence wonen. Soms moet een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats worden aangelegd op de vakken voor dubbelgebruik. Het standpunt van de VvE lijkt te suggereren dat als deze vakken onttrokken worden aan de openbaarheid, en daarmee hun dubbelgebruik gefrustreerd wordt, dat er dan geen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen meer hoeven te worden aangewezen. Dat is natuurlijk een illusie. Het college wijst deze aan als een bestuurder met een gehandicaptenparkeerkaart deze aanvraagt en de parkeerdruk ter plaatse hoog is en de bestuurder niet beschikt over adequate parkeergelegenheid op eigen terrein.
Reactie op zienswijze 4. De vierde zienswijze luidt: _“Door het omkeren van de in- en uitrit van onze parkeergarage is de_ _veiligheid aan de zuidzijde sterk verbeterd en als bijkomend voordeel de verkeersdruk op de Willem_ _de Zwijgerlaan significant verminderd met beide een sterke vermindering van het aantal_ _verkeersconflicten dat het eventueel verhogen van de parkeerdruk meer dan compenseert. Ook_ _worden naar onze mening uit bovenstaand voorstel geen openbare parkeerplaatsen onttrokken.”_
Reactie: Het standpunt dat de verkeersdruk op de Willem de Zwijgerlaan en het aantal verkeersconflicten significant zijn verminderd onderbouwt zij niet. Ze stelt dat zij vorig jaar, dus in 2024 de rijrichting heeft gewijzigd van haar parkeergarage. Het deskundige bureau heeft in december 2024 het advies uitgebracht om de parkeerplaatsen met oog op de veiligheid niet te onttrekken aan de openbaarheid. De zienswijze doet dan ook niets aan dit advies af. Daarbij is het onwenselijk om de gestelde winst in de veiligheid voor scholieren weer te niet te doen door de onttrekking toe te wijzen. Een verhoging van de parkeerdruk leidt tot meer zoekend verkeer met name ook op de naast gelegen Willem de Zwijgerlaan. En zoekend verkeer heeft een negatief effect op de verkeersveiligheid. Wij hebben de zienswijze voorgelegd aan de deskundige en het bureau blijft bij het advies om de aanvraag af te wijzen met oog op de verkeersveiligheid. Wat de VvE beoogt te stellen met de laatste zin is ons niet duidelijk, aangezien de VvE een verzoek tot onttrekking bij de raad heeft ingediend.
Reactie op zienswijze 5. De vijfde zienswijze luidt: _“Volgens onze stelling gaat er geen precedentwerking uit als gevolg van het_ _ontrekken aan de openbaarheid van parkeerplaatsen omdat in de ons bekende gevallen de eigenaren_ _ofwel (semi) publieke instanties of wel commerciele instanties die beide een totaal ander belang_ _hebben bij het openbaar gebruik van de parkeerplaatsen dan de VvE eigenaren als prive_ _rechtspersonen.”_
Reactie: De VvE kent geen andere vergelijkbare situaties en meent dat er daarom geen risico op precedentwerking is. Het gebrek aan kennis van dergelijke situaties bij de VvE maakt niet dat deze niet bestaan of kunnen ontstaan in de toekomst. Wij zullen volstaan met drie voorbeelden. Wij wijzen daarvoor op de Frank van Borselenstraat, de Anthonie Heiniusstraat en de Coornhertstraat. Dit met de opmerking dat er nog meer voorbeelden te geven zijn.