Schouwen-Duiveland, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
MOTIE
Onderwerp: Grip op de asielinstroom
De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, in vergadering bijeen op 30 september 2026,
constaterende dat:
- Over de eerste 36 weken de instroom van asielzoekers in 2026 weer 8,8% hoger lag dan de eerste 36 weken van 2025. (bron rijksoverheid.nl 27.100 vs 29.330);
- Als gevolg van de Spreidingswet gemeenten verplicht gaan worden om ook deze hogere aantallen te huisvesten;
- Het Rijk verantwoordelijk is voor het nationale asiel- en migratiebeleid, waaronder de toelatingsprocedure, grensbewaking, terugkeerbeleid, nareisbeleid en de inrichting en capaciteit van de asielketen;
- De huidige systematiek ertoe kan leiden dat gemeenten lokaal steeds opnieuw extra opvangcapaciteit moeten organiseren, terwijl zij geen invloed hebben op de omvang van de instroom;
- De omvang van de benodigde opvangcapaciteit rechtstreeks samenhangt met de omvang van de asielinstroom;
- Gemeenten hierbij niet alleen geconfronteerd worden met de eis opvangcapaciteit te realiseren, maar ook steeds langer geconfronteerd worden met de maatschappelijke, ruimtelijke, financiële en ambtelijke gevolgen van de hoge instroom;
overwegende dat:
- Het niet bestuurlijk houdbaar is wanneer de verantwoordelijkheid voor de consequenties van nationale keuzes over asiel en migratie in toenemende mate bij gemeenten terechtkomt;
- In verschillende gemeenten raadsleden, burgemeesters, wethouders, hulpverleners en ambtenaren al in bedreigende situaties terecht zijn gekomen als gevolg van het realiseren van huisvesting voor deze toegenomen stroom van asielzoekers;
- Gemeenten uitvoering geven aan de wettelijke verplichting, maar dat deze verantwoordelijkheid begrensd wordt door beschikbare ruimte, woningvoorraad, ambtelijke capaciteit, zorg, onderwijs, veiligheid en het maatschappelijk draagvlak;
- Elke vraag naar opvangcapaciteit voor asielzoekers ook strijdt voor voorrang met de opvang van bijvoorbeeld Oekrainers, MOBW-ers, spoedzoekers, statushouders en ook met reguliere woningzoekenden;
- Iedere extra opvangopgave beslag legt op schaarse gemeentelijke capaciteit die ook noodzakelijk is voor andere publieke opgaven, zoals woningbouw, jeugdzorg, onderwijs, veiligheid en bestaanszekerheid;
- het Rijk daarom niet uitsluitend moet sturen op het verdelen van opvangcapaciteit, maar primair moet sturen op het beheersbaar maken van de instroom;
- Een effectieve aanpak van de asielketen alleen mogelijk is wanneer Rijk, haar eigen verantwoordelijkheid daadwerkelijk neemt;
Stichtse
Vecht
draagt het VNG-bestuur op om:
1. Het Rijk met klem op te roepen om op korte termijn aantoonbaar en structureel werk te maken van het beperken van de asielinstroom;
2. Op basis daarvan te werken aan een lager en meerjarig maximum voor de gevraagde opvangcapaciteit bij gemeenten;
3. Nadrukkelijk te bepleiten dat de gemeentelijke opvangverplichting vanuit de Spreidingswet niet los kan worden gezien van de vele opvangvraagstukken waar gemeenten ook invulling aan moeten geven en de haalbaarheid van het geheel in ogenschouw te nemen;
4. Hierover op korte termijn concrete bestuurlijke afspraken te maken met het kabinet;
5. De leden van de VNG over de voortgang van deze afspraken actief te informeren.
en gaat over tot de orde van de dag.
ens he ge van de gemeente Stichtse Vecht,
drs. .H.T.H. Reinders . van Liempdt burgemeester wethouder
Samenvatting en preadvies motie:
Motie: Grip op de asielinstroom
Indienende gemeente(n) : Stichtse Vecht
Ondersteunende gemeenten: Status motie: Definitief en ondertekend
Strekking van de motie:
De motie draagt de VNG op om het rijk op te roepen om in te zetten op het beperken van de asielinstroom en op basis daarvan te werken aan een lager en meerjarig maximum voor de gevraagde opvangcapaciteit bij gemeenten. Daarbij wordt benadrukt dat de gemeentelijke taak onder de Spreidingswet niet los kan worden gezien van de vele opvangvraagstukken waar gemeenten ook invulling aan moeten geven. De VNG wordt opgedragen om hierover op korte termijn afspraken te maken met het kabinet en de leden van de VNG actief te informeren over de voortgang hierop.
Preadvies VNG-bestuur: ontraden
Toelichting bij het preadvies
De motie richt zich sterk op het beperken van de asielinstroom. Tot op heden heeft de VNG altijd bewust de keuze gemaakt om zich niet expliciet uit te laten over de hoogte van de asielinstroom. Gemeenten en de VNG beschikken niet over instrumenten om hierop te sturen. Bovendien verschillen gemeenten van opvatting over de gewenste omvang van de instroom en mogelijke maatregelen. Grip op de asielinstroom is primair een verantwoordelijkheid van het rijk. Het VNGbestuur vindt het daarom niet passend hierover namens alle gemeenten een zelfstandig standpunt in te nemen.
Het VNG-bestuur herkent het onderliggende signaal dat het beroep op gemeenten voor opvang veel vergt. Dat is de aanleiding voor de resolutie ‘Rust in de keten, ruimte voor uitvoering’ (agendapunt 8 op de ALV). Een goed functionerende asielketen is de basis voor een uitvoerbare gemeentelijke opgave. Daarbij moeten niet alleen de asielinstroom maar ook de doorlooptijden bij de IND en rechtspraak, uitstroom naar huisvesting en terugkeer in samenhang worden aangepakt. De VNG onderschrijft daarnaast de bredere lijn van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, die adviseert te sturen op gematigde bevolkingsgroei en verschillende vormen van migratie daarbij niet los van elkaar maar juist in samenhang te bezien.
Kortom, het VNG-bestuur ontraadt de motie. De scope ligt op slechts het beperken van de asielinstroom, terwijl de samenhang met andere migratiestromen en de andere factoren die van invloed zijn op de hoogte van de opvangbehoefte noodzakelijk zijn om daadwerkelijk tot verbeteringen voor de uitvoering te komen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
[070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl](mailto:info@vng.nl)
1/1
Motie van de gemeente Zeist
Titel motie: Stop marktwerking in de publieke gezondheidszorg asielzoekers
Datum indiening: 30 september 2026 Algemene Ledenvergadering VNG
De algemene ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in vergadering bijeen op 30 september 2026,
Aanleiding: Het COA heeft de uitvoering van de publieke gezondheidszorg voor asielzoekers (Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers, PGA), waaronder de jeugdgezondheidszorg, aanbesteed. Op grond van deze aanbesteding zou een externe marktpartij deze taken per 1 juni 2027 van de GGD'en overnemen, terwijl het contract met de GGD GHOR op 1 oktober 2026 afloopt waarmee een gat zou ontstaan in de gezondheidszorgverlening aan asielzoekers. Landelijk is hierover discussie ontstaan tussen de GGD'en en de minister. Op verzoek heeft een onafhankelijke partij hiernaar gekeken; het advies luidt om de tijd te nemen voor een zorgvuldige overgang. De minister heeft dit advies overgenomen. Inmiddels is er overeenstemming tussen GGD GHOR, het COA en VWS. De GGD krijgt 3 jaar overgangstermijn om de taak nog uit te voeren en zorgvuldig over te dragen aan Arts en Zorg. Het COA is nu in overleg met Arts en Zorg om afspraken te maken over uitstel van de overdracht van de taak. De uitkomst van dit overleg is nog niet bekend. Deze ontwikkeling laat zien hoe kwetsbaar de continuïteit van publieke gezondheidszorg wordt zodra deze wordt overgelaten aan periodieke aanbestedingen en marktwerking. Het college van B&W van de gemeente Zeist is van mening dat publieke gezondheidszorg voor asielzoekers een overheidstaak is die niet aanbesteed moet worden, maar juist in verbinding moet staan met onze publieke diensten, zoals de GGD'en en lokale (jeugd)teams. Daarom dient zij deze motie in.
Overwegende dat:
- Publieke gezondheidszorg voor asielzoekers, waaronder jeugdgezondheidszorg, preventie en infectieziektebestrijding, een kerntaak van de overheid is die een sterke publieke regie vereist;
- Deze taken het beste tot hun recht komen in nauwe verbinding met bestaande publieke structuren zoals de GGD'en en lokale (jeugd)teams, en niet via periodieke aanbesteding aan private, commerciële partijen;
- Marktwerking en aanbesteding zich niet verhouden tot de aard van publieke gezondheidszorg, die gebaat is bij continuïteit van zorg, langjarige opbouw van expertise en vertrouwen tussen professionals, kinderen en gezinnen, in plaats van concurrentie tussen aanbieders;
- Aanbesteding van deze taken kan leiden tot discontinuïteit van zorg, verlies van expertise en personeel, versnippering van de zorgketen en extra bestuurlijke en administratieve lasten, zoals de huidige situatie rond de aanbesteding van de publieke gezondheidszorg asielzoekers (PGA) laat zien;
- Kwetsbare kinderen, waaronder asielzoekerskinderen, in het bijzonder gebaat zijn bij vaste zorgverleners, ononderbroken zorg en een warme overdracht bij wisseling van uitvoerder;
- Deze problematiek ook op landelijk niveau wordt erkend, blijkend uit het advies van de onafhankelijke partij, het standpunt van de GGD'en en de Kamervragen die hierover zijn gesteld, hetgeen de urgentie van een structurele oplossing onderstreept;
Constaterende dat:
- Europese aanbestedingsregels, zelfs wanneer deze voorzien in een zogenaamd ‘verlicht regime’ voor sociale diensten, de mogelijkheid van directe gunning aan publieke organisaties sterk beperken door eisen op te leggen die vaak niet tussen overheidsorganen van verschillende niveaus of met verschillende rechtsvormingen kunnen worden nageleefd;
- Dit leidt ertoe dat waardevolle publieke diensten, waaronder jeugdgezondheidszorg asielzoekers, periodiek op de markt moeten worden gezet, zelfs wanneer alle betrokken partijen ervan overtuigd zijn dat continuïteit in publieke uitvoering essentieel is;
- De huidige situatie rond de aanbesteding van de jeugdgezondheidszorg voor asielzoekers een sprekend voorbeeld is van hoe Europese aanbestedingsregels, gegeven hun opzet, structureel publieke dienstverlening en continuïteit van zorg ondermijnen;
- Het dus niet volstaat om in Nederland aan lokale wensen tegemoet te komen - het regelkader moet op Europees niveau worden aangepast om marktwerking in publieke gezondheidszorg asielzoekers tegen te gaan en als de ruimte wordt geboden in Europa dan moet de Nederlandse wetgever deze ook benutten en niet kiezen voor strengere regels.
Verzoekt het bestuur van de VNG om: _op Europees niveau_
- zich in te zetten voor wijziging van de Europese aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EU, opdat publieke gezondheidzorg asielzoekers als inherent publieke taak kan worden uitgezonderd van de aanbestedingsplicht en publieke diensten rechtstreeks kunnen worden gegund, onafhankelijk van rechtsvorm of bestuurlijk niveau;
_op nationaal niveau_
- het kabinet en de Tweede Kamer op te roepen om, waar nodig in EU-verband, te lobbyen voor dergelijke wijzigingen van het Europese aanbestedingsrecht.
- in de mate waarin Europa hiervoor ruimte biedt, als Nederlandse wetgever niet te kiezen voor het strenger hanteren van deze Europese regelgeving dan strikt noodzakelijk is.
En gaat over tot de orde van de dag.
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris, de burgemeester,
dr. H.S. Grotens drs. J. Langenacker
Mede ingediend door:
Namens het college van B&W van de gemeente Vijfheerenlanden Mevrouw W.J. de Jonge (gemeentesecretaris)
Samenvatting en preadvies motie:
Motie: Stop marktwerking in de publieke gezondheidszorg asielzoekers
De motie roept de VNG op zich op Europees niveau in te zetten voor wijziging van de Aanbestedingsrichtlijnen en op nationaal niveau de Tweede Kamer op te roepen hiervoor ook te lobbyen. Aanleiding voor deze oproep is dat het COA de JGZ taak voor asielzoekerskinderen openbaar heeft moeten aanbesteden op grond van de Europese aanbestedingsrichtlijn en de Aanbestedingswet. De motie roept op dat de VNG zich ervoor inzet dat publieke gezondheidzorg asielzoekers, als inherent publieke taak, kan worden uitgezonderd van de aanbestedingsplicht en dat publieke diensten rechtstreeks kunnen worden gegund, onafhankelijk van rechtsvorm of bestuurlijk niveau; Het VNG bestuur adviseert om de motie over te nemen, omdat deze aansluit bij de huidige VNG lobby op sociaal domein in de wijziging van de Europese aanbestedingsrichtlijnen en de positie van sociaal domein hierin
Indienende gemeente(n) : Zeist, Vijfheerenlanden
Ondersteunende gemeenten:
Status motie: definitief en ondertekend
Strekking van de motie:
Indien door lobby kan worden bereikt dat de Europese Aanbestedingsrichtlijn wordt aangepast zou het voor de opdrachtgever niet meer verplicht zijn de publieke taak JGZ voor asielzoekerskinderen aan te besteden. De opdrachtgever kan zelf een keuze maken door welke organisatie de JGZ voor asielzoekerskinderen het beste kan worden uitgevoerd.
Preadvies VNG-bestuur: over te nemen
Toelichting bij het preadvies: De motie ondersteunt de bestaande VNG-koers, dat taken in het sociaal domein bij voorkeur niet zouden worden aanbesteed. Deze taken kenmerken zich vaak door een sterke relatie met de lokale context, wens voor maatwerk en het belang van continuïteit van dienstverlening voor kwetsbare groepen. Wijziging van Europese richtlijnen is niet eenvoudig. Maar een wijziging van de huidige Europese aanbestedingsrichtlijnen is momenteel in de maak, voor het eerst in tien jaar. De komende jaren zal hierover onderhandeld worden in Brussel. De VNG is reeds vorig jaar gestart met een lobby op de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen, via o.a. gesprekken met rijk (VWS, EZ) en in Brussel. Daarbij is het gelukt aandacht te vragen voor de bijzondere positie van het sociale domein in Nederland. Deze motie sluit aan bij deze inzet.
Daarom adviseert het bestuur de motie over te nemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
[070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl](mailto:info@vng.nl)
1/1
Motie van de gemeente Harlingen
Titel: Betere zorg voor mensen met zware multiproblematiek
Datum: 17 september 2026
aanleiding
De geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland kampt met grote knelpunten, zoals lange wachtlijsten en een stijgende vraag naar zorg, met name bij jongeren en mensen met complexe problematiek.
Als burgemeesters hebben wij dagelijks te maken met de gevolgen hiervan. Mensen met (zware) multiproblematiek veroorzaken overlast in de wijk en krijgen geen of te weinig zorg. Meerdere malen heeft dit tot ernstige incidenten geleid.
Als gemeenten willen we onze verantwoordelijkheid nemen. We organiseren dicht bij huis zorg op diverse gebieden om mensen te ondersteunen bijvoorbeeld via bemoeizorg/wijk GGD-ers. Gemeenten zien geen passende oplossing voor de mensen met zware multiproblematiek die behandeling weigeren. Het gaat dan om de combinatie van verslaving, psychische problemen en onvoorspelbare agressie. Zij worden nu bij extreme overlast behandeld met een kortstondige crisisinterventie en staan daarna weer op straat. In het justitieel kader worden zij pas gedwongen behandeld wanneer zij een zeer ernstig strafbaar feit hebben gepleegd. Dit leidt ieder jaar tot dodelijke slachtoffers.
Hier moet een oplossing voor komen in de financiering en in beschikbare voorzieningen. Maar vooral moet het juridisch mogelijk worden om deze mensen, die zorg het hardst nodig hebben, tegen hun wil langdurig en adequaat te behandelen. En zo de gevaarzetting voor de samenleving en henzelf te verminderen.
Oproep aan het VNG bestuur:
Start een lobby bij kabinet en parlement, zo mogelijk in samenspraak met andere betrokken partijen als politie en GGZ, om op dit punt juridische en financiële oplossingen te realiseren.
Namens de gemeente Harlingen
Ina Sjerps
Burgemeester
Samenvatting en preadvies motie “Betere zorg voor mensen met zware multiproblematiek”
Indienende gemeente(n): Gemeente Harlingen
Ondersteunende gemeenten:
Status motie: definitief en ondertekend
Strekking van de motie: Mensen met (zware) multiproblematiek kunnen overlast en incidenten veroorzaken, ook omdat zij geen of te weinig zorg krijgen. Het (gemeentelijk) instrumentarium en de juridische mogelijkheden om in te grijpen zijn beperkt. Daarom wordt het VNG-bestuur opgeroepen om een lobby te starten om juridische en financiële oplossingen te realiseren
Preadvies VNG-bestuur: overnemen
Toelichting bij het preadvies
Vanuit de landelijke stuurgroep Zorg en Veiligheid wordt onder voorzitterschap van VNG met onder meer de politie en GGZ een gezamenlijke lobby gevoerd richting het kabinet en gezamenlijk acties ondernomen t.a.v. de aanpak van personen met verward en onbegrepen gedrag. Ook coördineert BZK de kabinetsbrede aanpak voor mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag. Hierin werkt BZK samen met JenV, VWS, VRO en SZW, inclusief wonen en bestaanszekerheid. De brede aanpak bestaat uit vier prioritaire opgaven die de komende twee jaar politieke richting en landelijke slagkracht vergen. Dit zijn: i) meer (doorstroming van) plekken, ii) gegevensdeling, iii) landelijke regie met uitwerking in een lokale aanpak iv) betrouwbare en structurele financiering. In dit kader wordt ook onderzocht wat additioneel nodig is voor gedwongen hulpverlening bij zorgmijders; de problematiek die ook geschetst wordt in de motie. De motie gaat ook in op ‘jongeren’, maar tot de leeftijd van 18 zijn er meer mogelijkheden dan bij volwassenen.
Bovendien werkt VWS aan een wijziging van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorgen dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. Bij de behandeling van deze wetswijzigingen zal de VNG wijzen op het belang van passende juridische oplossingen voor mensen met zware multiproblematiek die behandeling weigeren. De motie sluit aan de lopende inzet van de VNG.
Daarom adviseert het bestuur om de motie over te nemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
[070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl](mailto:info@vng.nl)
1/1
Motie: Uitzonderlijk kostbare casuïstiek jeugdzorg
Niet alleen een lokale of regionale verantwoordelijkheid, maar nadrukkelijk ook een landelijke
verantwoordelijkheid
Constaterende dat:
- Gemeenten op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk zijn voor het bieden van passende
jeugdhulp aan jeugdigen en gezinnen die daarop zijn aangewezen;
- Zich in gemeenten incidenteel zeer complexe en uitzonderlijk kostbare casuïstiek kan
voordoen, waarbij de kosten voor één casus uitzonderlijk hoog kunnen zijn.
- Dat de sturingsmogelijkheden op dergelijke casuïstiek voor gemeenten zeer beperkt zijn;
- Dergelijke casussen een zeer grote druk kunnen leggen op de gemeentelijke begroting,
aangezien een enkele casus een substantieel beslag kan leggen op het begrote
jeugdzorgbudget.
- De financiële gevolgen van deze individuele casussen niet in verhouding staan tot de
financiële draagkracht van gemeenten;
- De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd onder voorzitterschap van Tamara van
Ark heeft geconcludeerd dat de financiële risicoverdeling tussen Rijk en gemeenten herijkt
moet worden en dat de financiële druk op gemeenten een risico vormt voor een houdbaar
jeugdstelsel.
Overwegende dat:
- Gemeenten zich onverminderd verantwoordelijk voelen voor jeugdigen en gezinnen die
intensieve en kostbare ondersteuning nodig hebben;
- Gemeenten tegelijkertijd verantwoordelijk zijn voor de beschikbaarheid van voorzieningen en
dienstverlening voor al hun inwoners;
- Het onaanvaardbaar is dat één of enkele uitzonderlijke casussen leidt tot een zodanige
aanslag op de gemeentebegroting dat andere voorzieningen, preventieve activiteiten of
ondersteuning voor inwoners onder druk komen te staan;
- Binnen veel jeugdzorgregio's reeds sprake is van aanzienlijke financiële druk op de
gemeentelijke begrotingen en jeugdzorgbudgetten;
- Solidariteit tussen gemeenten binnen een jeugdzorgregio een belangrijk uitgangspunt is,
maar geen structurele oplossing biedt wanneer alle deelnemende gemeenten tegelijkertijd
worden geconfronteerd met oplopende kosten en financiële tekorten;
- Het verschuiven van de lasten van uitzonderlijk dure individuele casuïstiek tussen gemeenten
de onderliggende problematiek niet oplost, maar slechts herverdeelt; -Het daarom niet redelijk is om de financiële gevolgen van zeer kostbare individuele
jeugdzorgdossiers uitsluitend neer te leggen bij gemeenten of jeugdzorgregio's;
- Deze problematiek vraagt om landelijke risicodeling, passend bij de uitzonderlijke aard en omvang van dergelijke zorgtrajecten.
-De huidige risicoverdeling tussen gemeenten en het Rijk onvoldoende rekening houdt met de
financiële impact van extreem kostbare individuele jeugdzorgtrajecten, zoals de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (commissie Van Ark) ook heeft
geconstateerd in haar advies “Groeipijn” (2025).
En verzoekt het bestuur van de VNG om:
-_Zich ervoor in te zetten dat het risico van financiële ontwrichting door individuele casuïstiek
niet langer bij afzonderlijke gemeenten of jeugdzorgregio’s wordt neergelegd;
- Uit te dragen dat regionale solidariteit tussen gemeenten waardevol is, maar ontoereikend
wanneer de financiële positie van gemeenten breed onder druk staat; -_Namens alle gemeenten krachtig te pleiten voor een landelijk financieel vangnet voor
uitzonderlijk dure jeugdzorgcasuïstiek;
En gaat over tot de orde van de dag.
Ondertekening
âïmens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem,
Ethouder M. van Sandick
Samenvatting en preadvies motie: Uitzonderlijk kostbare casuïstiek jeugdzorg
Indienende gemeente(n): gemeente Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn, Katwijk, gemeente Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude, Hillegom, Krimpen aan den IJssel, Son en Breugel
Ondersteunende gemeenten: -
Status motie: Definitief en ondertekend
Strekking van de motie: De gemeente Kaag en Braassem pleit in haar motie om voor uitzonderlijke dure jeugdzorgcasuïstiek een landelijk financieel vangnet te organiseren.
Preadvies VNG-bestuur: Overnemen
Toelichting bij het preadvies
De motie is in lijn met de afspraken die zijn gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd. Daarin is afgesproken dat gemeenten onderzoek zullen doen naar het toepassen van verevening bij cliënten met uitzonderlijk hoge kosten (paragraaf 2.6.5). Ook het advies ‘Groeipijn’ van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (hierna: commissie) vraagt specifiek aandacht voor de financiële gevolgen van intensieve, complexe en langdurige vormen van hulpverlening aan jongeren en gezinnen en hier onderzoek naar te doen. Op basis van dit onderzoek adviseert de commissie om een keuze te maken welke vorm van financiële solidariteit georganiseerd kan worden. Deze motie geeft de importantie en prioritering weer van het maken van keuze rondom solidariteit en verevening (lees ook landelijke vangnet) en is in lijn met de acties die op dit moment al lopen rondom dit vraagstuk. In aanvulling op bovenstaande, is de inzet van de VNG dat de totale uitgaven van gemeenten aan de jeugdzorg (dus inclusief de kosten van dure casussen) door het Rijk aan gemeenten worden vergoed.
Het bestuur adviseert daarom de motie over te nemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
[070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl](mailto:info@vng.nl)
1/1
Motie: Kleine scholen vragen om meer dan een liniaal
De ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, in vergadering bijeen op 30 september 2026,
Constaterende dat
- de Kleine Scholen Toeslag ook bedoeld is om kwalitatief goed en bereikbaar basisonderwijs in dunbevolkte en landelijke gebieden mogelijk te houden;
- het kabinet voornemens is de uitzonderingsgrond _gemiddelde schoolgrootte_ af te schaffen en te vervangen door een afstandscriterium van 3 kilometer;
- dit afstandscriterium wordt bepaald op basis van de hemelsbrede afstand tussen scholen;
- een hemelsbrede afstand onvoldoende zegt over de feitelijke bereikbaarheid van een school, omdat wegenstructuur, barrières, verkeersveiligheid en daadwerkelijke reistijd daarin niet worden meegewogen;
- het vervallen van de uitzonderingsgrond ertoe kan leiden dat kleine scholen moeten sluiten, ook wanneer deze scholen een belangrijke functie vervullen voor een dorp, buurtschap of het landelijk gebied;
- de gevolgen daarvan niet alleen bij leerlingen, ouders en kleine kernen terechtkomen, maar ook bij gemeenten, onder andere door noodzakelijke uitbreiding van andere scholen, tijdelijke huisvesting, leegstand en verlies van eerder gedane investeringen;
Overwegende dat
- het kabinet heeft uitgesproken te willen investeren in de leefbaarheid van het landelijk gebied;
- de financiële baten van deze maatregel vooral bij het Rijk terechtkomen, terwijl de investerings- en
transactiekosten bij gemeenten landen omdat deze verantwoordelijk zijn voor uitbreiding, tijdelijke huisvesting
en nieuwbouw.
- voor compensatie van de daaruit voortvloeiende extra te maken kosten;
- de voorgestelde wijziging daarmee haar eigen doel voorbij dreigt te schieten: een maatregel die voorzieningen in landelijke gebieden moet beschermen, kan er in de praktijk juist toe leiden dat scholen in deze gebieden verdwijnen;
- nabijheid niet hetzelfde is als bereikbaarheid en drie kilometer hemelsbreed in een landelijk gebied iets wezenlijk anders kan betekenen dan drie kilometer in stedelijk gebied;
- een basisschool in een kleine kern méér is dan een onderwijsgebouw. De school is vaak een ontmoetingsplek, onderdeel van de sociale infrastructuur en een belangrijke voorwaarde voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van een dorp of buurtschap;
- de betekenis van een school voor haar omgeving, de regionale verbondenheid en de feitelijke reisafstand en reistijd van leerlingen daarom niet kunnen worden teruggebracht tot één generieke afstandsnorm, temeer daar met het vervallen van het criterium gemiddelde schoolgrootte ook de mogelijkheid verdwijnt voor gemeenten en schoolbesturen om vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en solidariteit bewust kleine scholen in stand te houden;
- juist in gebieden met bevolkingsdaling het verdwijnen van een school een zichzelf versterkend effect kan hebben: minder voorzieningen maken een kern minder aantrekkelijk voor jonge gezinnen, waardoor de basis voor andere voorzieningen verder onder druk komt te staan;
- het onwenselijk is dat een besparing of doelmatigheidswinst bij het Rijk leidt tot maatschappelijke én financiële kosten voor gemeenten en lokale gemeenschappen;
- gemeenten bovendien geconfronteerd kunnen worden met aanzienlijke huisvestings- en transitiekosten, terwijl daarvoor geen aanvullende Rijksmiddelen beschikbaar worden gesteld;
Spreekt uit dat
- een wijziging van de Kleine Scholen Toeslag niet mag leiden tot een verslechtering van de daadwerkelijke bereikbaarheid van kwalitatief goed basisonderwijs in landelijke gebieden;
- een generieke hemelsbrede afstandsnorm onvoldoende recht doet aan de werkelijkheid van het landelijk gebied en daarom niet doorslaggevend mag zijn voor het voortbestaan van een school;
- bij de beoordeling van kleine scholen rekening moet worden gehouden met de functie van de school voor de leefbaarheid van een dorp of buurtschap, de beschikbaarheid van reële alternatieven, de daadwerkelijke reisafstand en reistijd en geografische en infrastructurele omstandigheden.
- de afschaffing van de uitzonderingsgrond gemiddelde schoolgrootte niet aan de orde kan zijn zolang niet onafhankelijk is aangetoond dat :
`o` het onderwijsaanbod in landelijke gebieden behouden blijft;
`o` gemeenten niet worden geconfronteerd met extra financiële lasten;
`o` en de bereikbaarheid van onderwijs daadwerkelijk wordt verbeterd of ten minste gelijk blijft;
- gemeenten gecompenseerd worden gemaakt voor huisvestings- en transitiekosten die rechtstreeks voortvloeien uit een wijziging van de Rijksbekostiging van het onderwijs;
Verzoekt het VNG-bestuur
- bij het kabinet en de Tweede Kamer aan te dringen op een gebalanceerd wetsvoorstel, zodat niet een generieke hemelsbrede afstandsnorm maar de feitelijke bereikbaarheid en context leidend zijn bij de bescherming van kleine scholen;
- daarbij te bepleiten dat de gevolgen voor de leefbaarheid van dorpen en buurtschappen expliciet worden meegewogen;
- en te verlangen dat eventuele huisvestings- en transitiekosten voor gemeenten die rechtstreeks uit deze wetswijziging voortvloeien, door het Rijk worden gecompenseerd zodat kwalitatief goed en bereikbaar basisonderwijs in dunbevolkte en landelijke gebieden behouden blijft;
en gaat over tot de orde van de dag.
Winterswijk, 15 september 2026
mede namens de colleges van de Achterhoekse gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Doesburg, Oost Gelre en Oude IJsselstreek
Samenvatting en preadvies motie Compensatie Onderwijshuisvesting
Indienende gemeente(n): Winterswijk
Ondersteunende gemeenten: Aalten, Brockhorst, Doesburg, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek
Status motie: Definitief en ondertekend
Strekking van de motie:
_Draagt de VNG op:_
- bij het kabinet en de Tweede Kamer aan te dringen op een gebalanceerd wetsvoorstel, zodat niet een generieke hemelsbrede afstandsnorm maar de feitelijke bereikbaarheid en context leidend zijn bij de bescherming van kleine scholen;
- daarbij te bepleiten dat de gevolgen voor de leefbaarheid van dorpen en buurtschappen expliciet worden meegewogen;
- en te verlangen dat eventuele huisvestings- en transitiekosten voor gemeenten die rechtstreeks uit deze wetswijziging voortvloeien, door het Rijk worden gecompenseerd zodat kwalitatief goed en bereikbaar basisonderwijs in dunbevolkte en landelijke gebieden behouden blijft;
Preadvies VNG-bestuur: overnemen
Toelichting bij het preadvies:
Het ministerie van OCW werkt (in oriënterende fase) aan een wijziging van de zogenaamde “kleine scholen toeslag”. Deze wijziging zou, volgens de aankondiging van het kabinet twee dingen moeten bevorderen: Aan de ene de leefbaarheid: De leefbaarheid in landelijke gebieden verbeteren. En aan de andere kant het lerarentekort in dichtbevolkte gebieden verminderen. De gemeenten die deze motie indienen maken zich zorgen over de gevolgen van een landelijke regeling die, met name in dunbevolkte gebieden, sluiting van scholen tot gevolg kan hebben die een belangrijke rol spelen in de leefbaarheid van dorpen en buurtschappen.
De VNG is, na een eerder signaal vanuit deze regio, betrokken bij de ontwikkelgroepen die min OCW samen met het veld heeft ingesteld om dit wetsvoorstel te ontwikkelen. Wij delen daarbij de zorgen over de toepassing van een landelijke (kilometer)norm over het gehele land en brengen die zorgen daar in. In de huidige ontwikkelfase van de wetsteksten beperkt die rol zich tot agenderen en adviseren. Ook in de eventuele vervolgstappen (internetconsultatie, uitvoerbaarheidstoets, kamerbehandeling) zullen wij dit geluid namens de gemeenten blijven laten horen.
De eerste twee punten van de motie zijn daarmee voor het VNG-bureau een ondersteuning van wat we nu al doen. Punt drie zien wij als een opdracht voor de toekomst. Transitiekosten komen ter sprake als er een min of meer uitgewerkt wetsvoorstel ligt. Wij zullen deze oproep in die fase meenemen in onze inzet bij de ontwikkeling van dit wetsvoorstel.
Het bestuur ziet deze motie daarmee als een ondersteuning van onze huidige inzet en adviseert de ALV om deze motie over te nemen.
_IJsselstein, 17 september 2026_
Motie ‘Van convenant naar commitment’
_Structureel partnerschap voor digitale veiligheid_
De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, in vergadering bijeen op 30 september 2026,
Constaterende dat:
- Online criminaliteit tot de top 5 van internationale veiligheidsvraagstukken behoort, omdat het grote maatschappelijke schade veroorzaakt en het vertrouwen van burgers en ondernemers in digitale systemen en instituties ondermijnt;
- Gemeenten zelf voortdurend worden geconfronteerd met digitale dreigingen, en de kans op digitale ontwrichting groter is dan ooit door cyberaanvallen, softwarefouten of uitval van kritieke (vitale) infrastructuur, met directe impact op de continuïteit van de publieke dienstverlening;
- De op 15 augustus 2026 in werking getreden Cyberbeveiligingswet de kwaliteit van de digitale weerbaarheid van gemeenten naar een nieuwe fase dwingt;
- Burgemeesters verantwoordelijk zijn voor openbare orde en veiligheid én de colleges van burgemeester en wethouders integraal verantwoordelijk zijn voor een gedegen lokaal veiligheidsbeleid, inclusief informatieveiligheid;
- Gemeenten door een tekort aan expertise, capaciteit en structurele middelen voor een buitengewoon complexe opgave staan om de escalerende digitale dreigingen alleen het hoofd te bieden.
Overwegende dat:
- In 2022 tussen Rijk en gemeenten het ‘Bestuurlijk Convenant Digitale Veiligheid Gemeenten’ is gesloten, waarin commitment is uitgesproken om nadere afspraken te maken over: 1. de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het lokaal bestuur op digitale veiligheid; 2. een betere informatiepositie, zodat gemeenten over een beter beeld van dreigingen, kwetsbaarheden en incidenten kunnen beschikken; 3. structurele financiering om tot uitvoering van de ‘Nederlandse Cyber Security Strategie’ (NLCS) te kunnen komen, om daarmee de digitale veiligheid op lokaal niveau te verbeteren;
- Het in 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden onderzoeksrapport ‘Cyberweerbaarheid binnen gemeentegrenzen’ breed gedragen bevindingen bevat over de versterking van de gemeentelijke cyberweerbaarheid, waarvan de uitkomsten ook zijn verwerkt in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS);
- Alleen met gezamenlijke regie en structurele financiering gemeenten hun verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de implementatie en uitvoering van de NLCLS en de daarmee samenhangende ambities uit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS).
Roept het bestuur van de VNG op om:
1. De ingezette koers op digitale veiligheid met kracht voortvarend door te zetten, digitale veiligheid blijvend te verankeren in beleid als randvoorwaarde voor gemeentelijke weerbaarheid en autonomie, en daarbij aandacht te blijven vragen voor de maatschappelijke en veiligheidsrisico’s van digitalisering; 2. In dialoog met het ministerie van BZK (als ‘moederdepartement’), alsook met EZK, Defensie, JenV en andere relevante ministeries, overeenstemming te bereiken over een evenwichtige samenwerking, waarbij gemeenten;
- als medeoverheid meebepalen en besluiten over inhoud en proces van uitvoering van het bestuurlijk convenant;
- structureel aan bestuurlijke en ambtelijke beleidstafels in gesprek blijven met de ministeries over digitale veiligheid (beleidstafels digitale veiligheid, sturingsgremia NLCS en NDS en de nieuwe interbestuurlijke tafel weerbaarheid);
- concrete monitoringsafspraken maken in hoeverre bovenstaande daadwerkelijk gebeurt;
- de uitkomsten en bevindingen hiervan periodiek bespreken in de commissies Bestuur en Veiligheid en Informatiesamenleving van de VNG;
- via het bestuur van de VNG de uitkomsten van die monitoring bespreken met de verantwoordelijke bewindspersoon. Daarvoor wordt in ieder geval het Strategisch Beraad Veiligheid (SBV) gebruikt;
- structurele, toereikende en voorspelbare middelen ontvangen vanuit het Rijk voor digitale veiligheid om hun wettelijke taken uit te voeren en inwoners de veiligheid te bieden die men als basis mag verwachten van de totale overheid, waarbij gemeenten de ruimte houden om deze middelen risicogericht en passend bij de eigen lokale en regionale context in te zetten. Concreet gaat het minimaal om:
`o` capaciteit en ondersteuning voor gemeenten voor de versterking van
cyberweerbaarheid van de eigen organisatie en de implementatie van de Cyberbeveiligingswet en aanverwante wet- en regelgeving;
`o` ondersteuning het vergroten van de weerbaarheid van inwoners en ondernemers
(versterken van regie op preventie online criminaliteit), zodat samen met politie en OM integrale samenwerking mogelijk is via regionale samenwerkingsafspraken;
`o` financiële dekking in relatie tot de wettelijke CSIRT-taken.
En gaat over tot de orde van de dag.
Namens burgemeester en wethouders van IJsselstein,
Mede-indieners
Burgemeester Robert van Rijn Gemeente Laren
Gemeentesecretaris Petra Zwanikken Gemeente Laren
Burgemeester Marvin Polak Gemeente Oostzaan
Burgemeester Ellen Nauta Gemeente Hof van Twente
Gemeentesecretaris Lode Goossens Gemeente Oostzaan
Gemeentesecretaris Harke Dijksterhuis Gemeente Hof van Twente
Burgemeester Hans Slagboom Gemeente Dongen
Burgemeester Pieter Heiliegers Gemeente Uithoorn
Gemeentesecretaris Wilfred Goedmakers Gemeente Dongen
Gemeentesecretaris Karin Wegewijs Gemeente Uithoorn
Burgemeester Renske Helmer Gemeente Wijchen
Burgemeester Yvonne van Mastrigt Gemeente Middelburg
Gemeentesecretaris Janne Hendrix Gemeente Wijchen
Burgemeester Lieke Schuitmaker Gemeente Alphen-Chaam
Burgemeester Marcel Fränzel Gemeente Renkum
Gemeentesecretaris Els van der Molen Gemeente Alphen-Chaam
Gemeentesecretaris Marcel Wagener Gemeente Renkum
Burgemeester Fred Veenstra Gemeentesecretaris Siebren van der Berg Gemeente Smallingerland Gemeente Smallingerland
Burgemeester Anno Wietze Hiemstra Gemeentesecretararis Ruthger Schoonderbeek Gemeente Aa en Hunze Gemeente Aa en Hunze
Steunbetuigingen
- gemeente Duiven
- gemeente Doesburg
- gemeente Best
- gemeente Harderwijk
- gemeente Noordoostpolder
- gemeente Zeewolde
- gemeente West Betuwe
- gemeente Schagen
- gemeente Castricum
- gemeente Meerssen
- gemeente Bergen
- gemeente Uitgeest
- gemeente Zaanstad
- gemeente Stein
- gemeente Gulpen-Wittem
- gemeente Waddinxveen
- gemeente Beverwijk
Samenvatting en preadvies motie ‘Van convenant naar commitment’
- Structureel partnerschap voor digitale veiligheid Indienende gemeente(n): IJsselstein, Laren, Oostzaan, Hollands Kroon, Hof van Twente, Maasdriel, Dantumadiel, Nijkerk, Dongen, Uithoorn, Voorschoten, Beek, MiddenGroningen, Wijchen, Tholen, Middelburg, Alphen-Chaam, Ridderkerk
Status motie: definitief en ondertekend
Strekking van de motie:
De motie zet in op structureel partnerschap voor digitale veiligheid, om hiermee de stap te maken van convenantafspraken naar het structureel inregelen van de benodigde rol en positie van lokaal bestuur in een evenwichtige samenwerking.
Er is een convenant met het rijk afgesloten, waarin commitment is uitgesproken om nadere afspraken te maken over de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het lokaal bestuur op digitale veiligheid, een betere informatiepositie en structurele financiering om tot uitvoering van de Nederlandse Cybersecurity Strategie (NLCS) te kunnen komen, om daarmee de digitale veiligheid op lokaal niveau te verbeteren.
De motie roept op om de afspraken te concretiseren door bij het rijk te pleiten om meer gezamenlijke regie te gaan voeren op digitale veiligheid en dit actief te borgen via monitoring en om structurele financiering voor gemeenten om hun verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de implementatie en uitvoering van de NLCS en de daarmee samenhangende ambities uit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Ook de roept de motie het rijk op om financiële dekking voor de informatiebeveiligingsdienst (IBD) in relatie tot de uitvoering van de wettelijke CSIRT-taken.
Preadvies VNG-bestuur: overnemen
Toelichting bij het preadvies:
Wij delen de zorgen van de indieners en zijn blij met de steun voor voortzetting van de ingezette koers.
Het VNG-bestuur kan de voorgestelde acties uit de motie op zich nemen.
De VNG blijft zich inzetten voor structurele en toereikende middelen voor de uitvoering van de wettelijke taken op cyberveiligheid en de ambities van de NLCS en NDS.
De VNG zal via de Agenda Digitale Veiligheid en de informatiebeveiligingsdienst en team ENSIA de gemeenten blijven ondersteunen bij de uitvoering van de wettelijke taken en het vergroten van de weerbaarheid van inwoners en ondernemers.
Op dit moment heeft VNG een rol in de interdepartementale afstemming en besluitvorming in de uitvoering van de NLCS en de NDS. Ook zijn bestuurlijke overleggen ingericht op veiligheid, digitalisering en weerbaarheid, waarlangs de rol en positie van gemeenten verder bestendigd kan worden in interbestuurlijke samenwerking. In het directeurenoverleg over het convenant kunnen de monitoringsafspraken en rapportage over de voortgang worden belegd, die naar genoemde bestuurlijke overleggen kan rapporteren.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
[070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl](mailto:info@vng.nl)
1/2
Voor de aanwijzing van de IBD als sectorale CSIRT bij wet onder de cyberbeveiligingswet lopen de besprekingen met de stelselverantwoordelijk minister (Minister van BZK). Voorlopig levert het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) de sectorale CSIRT-taken voor gemeenten. De gemeenten kunnen bij de IBD terecht voor advies.
Het bestuur beschouwt deze motie als een oproep om de huidige lijn zoveel mogelijk vast te houden. Daarom adviseert het bestuur de motie over te nemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/2
Motie VNG ALV 2026
Motie: Geef warmtenetten een volwaardige plaats in een integraal energiesysteem
Indiener: Gemeente Sittard-Geleen
De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, bijeen op 30 september 2026,
Constateert dat _:_
_1._ _netcongestie in toenemende mate een belemmering vormt voor woningbouw,_ _verduurzaming van de gebouwde omgeving en economische ontwikkeling in gemeenten;_ _2._ _het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Elektriciteitsinfrastructuur concludeert_ _dat naast uitbreiding van het elektriciteitsnet ook maatregelen zoals energiebesparing,_ _flexibiliteit, locatiekeuzes en stimulering van warmtenetten noodzakelijk zijn om de_ _investeringsopgave en maatschappelijke kosten van het energiesysteem te beperken;_ _3._ _onderzoek van CE Delft laat zien dat het uitblijven van de beoogde groei van_ _warmtenetten leidt tot extra belasting van het elektriciteitsnet, aanvullende_ _netverzwaringen en hogere maatschappelijke kosten;_ _4._ _de Warmte Alliantie, Netbeheer Nederland, Energie Nederland en Aedes gezamenlijk_ _hebben aangegeven dat versnelling van warmtenetten een essentieel onderdeel vormt_ _van de aanpak van netcongestie, maar dat projecten momenteel achterblijven door_ _onvoldoende passende financiële en organisatorische randvoorwaarden;_ _5._ _gemeenten voor de uitvoering van hun warmteprogramma's afhankelijk zijn van een_ _samenhangend nationaal beleids- en investeringskader;_
overwegende dat:
- _investeringen in elektriciteitsinfrastructuur en warmte-infrastructuur onderdeel zijn van_ _één integraal energiesysteem;_
- _maatschappelijke kosten en baten van systeemkeuzes leidend zouden moeten zijn bij de_ _aanpak van netcongestie;_
- _voorkomen van netverzwaring in veel gevallen doelmatiger is dan het achteraf oplossen_ _van congestieproblemen;_
verzoekt het bestuur van de VNG:
_1._ _bij kabinet en Tweede Kamer te bepleiten dat de aanpak van netcongestie wordt_ _vormgegeven vanuit een integraal energiesysteemperspectief, waarin investeringen in_ _warmtenetten, energiebesparing en flexibiliteit volwaardig worden afgewogen naast_ _investeringen in elektriciteitsinfrastructuur;_
1
_2._ _het kabinet te verzoeken om vóór de vaststelling van het Nationaal Programma_ _Energiesysteem een gelijkwaardiger bekostigings- en afwegingskader voor warmte- en_ _elektriciteitsinfrastructuur uit te werken, waarbij maatschappelijke systeembaten zoals_ _beperking van netcongestie, lagere netinvesteringen, leveringszekerheid en strategische_ _energie-autonomie expliciet worden meegewogen;_ _3._ _het kabinet te verzoeken binnen bestaande instrumenten voor verduurzaming van de_ _industrie, waaronder het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie en aanverwante_ _subsidie- en ondersteuningsregelingen, meer ruimte te creëren voor financiële en_ _regulatoire prikkels die industriële bedrijven stimuleren om maatschappelijk rendabele_ _restwarmte beschikbaar te stellen voor regionale en lokale warmtenetten, zodat de_ _maatschappelijke meerwaarde van deze restwarmte zich vertaalt in een betaalbaar_ _warmteaanbod._
En gaat over tot de orde van de dag.
Namens burgemeester en wethouders van gemeente Sittard-Geleen,
Burgemeester Hans Verheijen Gemeentesecretaris Leon Busschops
Burgemeester en wethouders van gemeente Heerlen
Burgemeester Roel Wever
2
Burgemeester en wethouders van gemeente Maastricht
Burgemeester Wim Hillenaar
Burgemeester en wethouders van gemeente Beek
Burgemeester Christine van Basten-Boddin
Burgemeester en wethouders van gemeente Groningen
Burgemeester Roelien Kamminga
Burgemeesters en wethouders van gemeente Weert
Raymond Vlecken
3
Gesteund door:
- Gemeente Stein
4
Samenvatting en preadvies motie: Geef warmtenetten een volwaardige plaats in de aanpak van netcongestie
Indienende gemeente(n): Sittard-Geleen, Heerlen, Maastricht, Beek, Groningen, Weert
Ondersteunende gemeenten: Stein
Status motie: Definitief en ondertekend
Strekking van de motie:
Indieners stellen dat warmtenetten de druk op het elektriciteitsnet kunnen verminderen, omdat er minder warmtepompen komen en mogelijkheid is voor collectieve warmteopslag. Daardoor is minder netverzwaring nodig, of kan het worden uitgesteld. Hierdoor worden maatschappelijke kosten vermeden. Indieners vragen de randvoorwaarden voor warmtenetten op orde te brengen en te bepleiten voor een volwaardige rol van warmte in een integrale aanpak tegen netcongestie bij kabinet en Tweede Kamer.
Preadvies VNG-bestuur: overnemen
Toelichting bij het preadvies:
De motie ondersteunt de bestaande VNG-koers.
De VNG pleit in diverse dossiers voor een integrale benadering van het meer integrale en meer decentrale energiesysteem, en de gelijkwaardige afweging tussen energiebronnen en dragers. Met name in het Nationaal Programma Energiesysteem (NPE), het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH). De VNG neemt dit onderwerp ook mee in gesprekken met de rijksoverheid in het Landelijk actieprogramma Netcongestie (LAN) en in de lobby op het dossier Collectieve warmte. De gevraagde acties sluiten aan bij de bredere inzet van VNG.
Daarom adviseert het bestuur de motie over te nemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
[070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl](mailto:info@vng.nl)
1/1
Motie VNG ALV 2026
Motie: Strategisch-economische belangen beter verankeren in de aanpak van netcongestie.
Indiener: Gemeente Sittard-Geleen
De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, bijeen op 30 september 2026,
Constateert dat:
- _netcongestie in toenemende mate een beperkende factor vormt voor economische_ _ontwikkeling, verduurzaming en investeringen in Nederland;_
- _het huidige maatschappelijke prioriteringskader voor netcapaciteit te veel gericht is op_ _congestieverzachting, veiligheid en maatschappelijke basisvoorzieningen; het mkb valt_ _bijvoorbeeld niet onder het prioriteringskader_
- _Nederland voor zijn toekomstige verdienvermogen en strategische autonomie afhankelijk_ _is van een aantal economisch en maatschappelijk cruciale sectoren en bedrijven, zoals_ _onder meer beschreven in het rapport Wennink;_
- _de energietransitie, digitalisering en industriële ontwikkeling vragen om tijdige_ _beschikbaarheid van elektriciteitsinfrastructuur;_
- _keuzes over de verdeling van schaarse netcapaciteit steeds vaker een afweging vergen_ _tussen verschillende zwaarwegende publieke belangen._
Overwegende dat:
- _economische weerbaarheid, strategische autonomie en innovatievermogen van_ _Nederland eveneens zwaarwegende publieke belangen zijn;_
- _het wenselijk is dat deze belangen expliciet worden betrokken bij toekomstige_ _afwegingen rondom netcapaciteit;_
- _gemeenten dagelijks geconfronteerd worden met de gevolgen van uitgestelde_ _investeringen en vastlopende economische ontwikkelingen. Zoals vertraging bij de_ _aanleg of uitbreiding van bedrijventerreinen._
Verzoekt het VNG-bestuur:
_1._ _bij het kabinet aandacht te vragen voor een expliciete weging van strategisch-_ _economische belangen binnen het nationale beleid rond netcongestie, denk aan_ _industriële clusters van nationaal belang, Brainport of de Rotterdamse haven;_ _2._ _samen met gemeenten, provincies en relevante departementen te verkennen hoe_ _dergelijke belangen zorgvuldig kunnen worden meegewogen zonder afbreuk te doen aan_ _veiligheid en maatschappelijke basisvoorzieningen;_ _3._ _hierover het gesprek aan te gaan met het kabinet en de Tweede Kamer en de uitkomsten_ _met gemeenten te delen._
En gaat over tot de orde van de dag.
1
Namens burgemeester en wethouders van gemeente Sittard-Geleen,
Burgemeester en wethouders van gemeente Heerlen
Burgemeester Roel Wever
Burgemeester en wethouders van gemeente Maastricht
Burgemeester Wim Hillenaar
Burgemeester en wethouders van gemeente Beek
Burgemeester Christine van Basten-Boddin
2
Burgemeesters en wethouders van gemeente Weert
Burgemeester Raymond Vlecken
Gesteund door:
- Gemeente Stein
3
Samenvatting en preadvies motie: Strategisch-economische belangen beter verankeren in de aanpak van netcongestie
Indienende gemeente(n): Sittard-Geleen, Heerlen, Maastricht, Beek, Weert
Ondersteunende gemeenten: Stein
Status motie: Definitief en ondertekend
Strekking van de motie:
De motie roept de VNG op om bij het kabinet aandacht te vragen voor de strategischeconomische belangen rond netcongestie, zoals bij de industriële clusters van nationaal belang. Ook roept de motie op om samen met gemeenten, provincies en relevante departementen te verkennen hoe deze belangen kunnen worden meegewogen.
Preadvies VNG-bestuur: overnemen
Toelichting bij het preadvies:
De VNG maakt zich hard voor de aanpak van netcongestie. Dit doen we door bestuurlijke gesprekken met het kabinet, de netbeheerders en andere ketenpartners te voeren. Het bestuur ziet in deze motie een oproep om in deze gesprekken de gevolgen van netcongestie voor de economische en regionale ontwikkelingen expliciet mee te nemen. Het VNG-bestuur ziet dit als een waardevolle toevoeging op de huidige inzet.
Daarom adviseert het bestuur de motie over te nemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
[070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl](mailto:info@vng.nl)
1/1
Motie Omgevingsrechtelijk sturen vanuit het energiesysteem
De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, bijeen op 30 september 2026 van de ALV, te Lichtenvoorde
Inleiding De beschikbaarheid van energie en netcapaciteit bepaalt mede waar woningen, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen kunnen worden ontwikkeld. Energie is daarmee een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke afwegingen waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn. Verder heeft de energietransitie steeds meer invloed op de inrichting van onze leefomgeving.
Gemeenten staan dicht bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en zijn verantwoordelijk voor het in samenhang afwegen van belangen in de fysieke leefomgeving. Zij moeten daarom voldoende in staat zijn om lokaal en integraal keuzes te maken, waarbij energie wordt verbonden met wonen, economie, mobiliteit en andere maatschappelijke opgaven.
Het wetgevingstraject Omgevingsrechtelijk sturen op het energiesysteem (ORSE) bepaalt mede welke ruimte gemeenten daarvoor krijgen en hoe rollen en verantwoordelijkheden tussen rijk, provincies en gemeenten worden verdeeld. De VNG moet zich daarom inzetten voor een sterke gemeentelijke rol passend bij het subsidiariteitsbeginsel van de Omgevingswet. Uitgangspunt daarbij moet zijn: lokaal, tenzij het een nationaal/provinciaal belang is én dit belang niet doelmatig en doeltreffend door gemeenten kan worden behartigd.
Constaterende dat:
- gemeenten als eerste overheid verantwoordelijk zijn voor de fysieke leefomgeving en voor grote maatschappelijke opgaven zoals wonen, economie, mobiliteit en de energie- en warmtetransitie ;
- onder de Omgevingswet bevoegdheden voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk bij gemeenten zijn belegd en daarbij een samenhangende verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten, provincies en het rijk wordt gehanteerd;
- de beschikbaarheid van energie steeds bepalender wordt voor waar woningen, bedrijven, infrastructuur (mobiliteit) en maatschappelijke voorzieningen kunnen worden ontwikkeld;
- gemeenten daarom energie integraal moeten kunnen meewegen in hun ruimtelijke keuzes en daarbij voldoende lokale zeggenschap en handelingsruimte nodig hebben;
- het wetgevingstraject Omgevingsrechtelijk sturen op het energiesysteem (ORSE) rechtstreeks raakt aan de gemeentelijke ruimte om deze verantwoordelijkheid waar te maken;
- gemeenten alleen verantwoordelijkheid kunnen dragen als zij daarvoor ook daadwerkelijk de bevoegdheden, beleidsruimte, informatie en middelen krijgen ;
- fundamentele vragen over de systematiek, de interbestuurlijke rolverdeling en de praktische en financiële uitvoerbaarheid van de voorgestelde wetgeving nog onvoldoende zijn uitgewerkt;
- in de RES-regio's gemeenten gezamenlijk optrekken bij integrale programmering van het regionale energiesysteem en daarmee laten zien dat regionale samenwerking ook zonder doorslaggevende sturing van hogere overheden effectief is ;
Vermeld altijd het zaaknummer als u contact opneemt met de gemeente.
Bezoekadres E-mailadres
Burgemeester van der Dussenplein 1
gemeente@hengelo.nl
Telefoonnummer
14-074
- deze opgebouwde regionale samenwerking een belangrijke basis vormt voor democratisch gelegitimeerde keuzes die recht doen aan zowel gemeentelijke belangen als regionale opgaven;
- Overheden en netbeheerders in de Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Energiesysteem hebben vastgelegd, dat ook gemeentelijke en regionale regie onomstotelijk leidend is voor de koppeling tussen energie en ruimte en daarin keuzes te maken zijn op basis van één gezamenlijk energiebeeld;
Overwegende dat:
- een toekomstbestendig decentraal energiesysteem vraagt om een goede verbinding tussen landelijke kaders en lokale en regionale kennis, uitvoeringskracht en democratische legitimiteit ;
- de verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving vraagt om gemeentelijke regie en ruimte voor lokaal maatwerk ;
- een verschuiving van zeggenschap van gemeenten naar provincies, zoals nu wordt overwogen door het ministerie, alleen gerechtvaardigd is wanneer de aard en schaal van de opgave dit aantoonbaar noodzakelijk maken;
- gemeenten voldoende bevoegdheden, beleidsruimte, gegevens, kennis en financiële middelen nodig hebben om hun verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving en vanuit de lokale context (MS/LS netvlak, warmte, opwek en opslag) te kunnen sturen op het energiesysteem daadwerkelijk waar te maken;
- de verdere uitwerking van ORSE moet bijdragen aan een meer integraal en decentraal energiesysteem, waarin onder meer energie-infrastructuur, vraag, aanbod, opslag en flexibiliteit met ruimtelijke ontwikkeling kunnen worden verbonden;
- Een succesvolle energietransitie randvoorwaardelijk afhankelijk is van het principe van ‘één overheid’, waarbij de naleving van de gemaakte proces- en samenwerkingsafspraken — conform de door de ALV aangenomen VNG-resolutie Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Energiesysteem — als leidende bestuurlijke sturingsfilosofie moet worden gehanteerd;
- VNG op 24 juli een brief heeft gestuurd aan de ministers Van Veldhoven en BoekholtO’Sullivan om haar zorgen te benoemen rondom het traject ORSE.
Verzoekt het VNG-bestuur om:
1. Vast te stellen dat bij de uitwerking van het wetsvoorstel een aantal principes in stand dienen te blijven waaronder het subsidiariteitsbeginsel conform Omgevingswet en dit actief bij de minister onder de aandacht te brengen; 2. De minister te verzoeken te komen met duidelijke kaders (voor de invulling van de gebiedsgerichte coördinerende taak bij provincies) waarmee de positie van de gemeente in de ruimtelijke ordening is geborgd .
3. Met de minister in gesprek te gaan over de mogelijke maatschappelijke gevolgen van dit wetgevingstraject. En daarbij op te roepen tot het starten van een gezamenlijk onafhankelijk onderzoek naar de maatschappelijke en juridische gevolgen en gevolgen voor de uitvoering van het aankomende conceptwetsvoorstel. 4. De ALV te informeren wanneer uit het onderzoek blijkt dat de r ol en verantwoordelijkheid, in de ruimtelijke ordening, van gemeenten in het geding komt.
En gaat over tot de orde van de dag.
Vermeld altijd het zaaknummer als u contact opneemt met de gemeente.
Bezoekadres E-mailadres
Burgemeester van der Dussenplein 1
gemeente@hengelo.nl
Telefoonnummer
14-074
Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Hengelo,
gemeentesecretaris, burgemeester, D. Lacroix S.W.J.G. Schelberg
Mede-indieners Ondersteunen
Gemeente Arnhem Gemeente Assen Gemeente Enschede Gemeente Heerlen
Vermeld altijd het zaaknummer als u contact opneemt met de gemeente.
Bezoekadres E-mailadres
Burgemeester van der Dussenplein 1
gemeente@hengelo.nl
Telefoonnummer
14-074
Samenvatting en preadvies motie ‘Omgevingsrechtelijk sturen vanuit het energiesysteem’:
Indienende gemeente(n):
- Gemeente Hengelo
- Gemeente Arnhem
Ondersteunende gemeenten:
- Assen
- Enschede
- Heerlen
Status motie: definitief en ondertekend
Strekking van de motie:
Het wetgevingstraject Omgevingsrechtelijk sturen op het energiesysteem (ORSE) bepaalt mede welke ruimte gemeenten krijgen om lokaal en integraal keuzes te maken, waarbij energie wordt verbonden met wonen, economie, mobiliteit en andere maatschappelijke opgaven. Het traject bepaalt hoe rollen en verantwoordelijkheden tussen rijk, provincies en gemeenten worden verdeeld. De VNG moet zich inzetten voor een sterke gemeentelijke rol passend bij het subsidiariteitsbeginsel van de Omgevingswet. Uitgangspunt daarbij moet zijn: lokaal, tenzij het een nationaal/provinciaal belang is én dit belang niet doelmatig en doeltreffend door gemeenten kan worden behartigd.
Preadvies VNG-bestuur: overnemen
Toelichting bij het preadvies
De motie ondersteunt de bestaande VNG-koers en is in lijn met de brief op 24 juli aan de ministers Van Veldhoven en Boekholt-O’Sullivan is gestuurd. We hebben hierin onze zorgen rondom het ORSE-wetgevingstraject onder de aandacht gebracht.
Onze zorgen richten zich op:
- In de concepttekst die voorligt komen de bevoegdheden voor regionale energieinfrastructuur standaard bij de provincies te liggen. Dat is anders dan de ‘normale’ lijn in het omgevingsrecht, waarbij het uitgangspunt ‘lokaal, tenzij’ geldt (het subsidiariteitsbeginsel). Dat is de kern van de gemeentelijke taak onder de Omgevingswet: bepalen welke functies waar worden toegelaten, en daarbij wonen, werken, mobiliteit, warmte en leefbaarheid in samenhang af te wegen. Energie is daarin één belang, niet het enige, maar het energiebelang wordt hiermee volledig ingekaderd.
- Problemen ontstaan hierbij onder andere in de warmtetransitie, waar de gemeente een leidende rol heeft, maar die nu ingeperkt kan worden door keuzes van de provincie. Dit kan, ook onbedoeld, leiden tot belemmeringen in de warmtetransitie.
- Ook zeggenschap in keuzes voor middenspanning kunnen hiermee buiten de gemeenten worden geplaatst.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag
[070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl](mailto:info@vng.nl)
1/2
- Voor laagspanning (onder 400kVA) sluit het voorstel omgevingsrechtelijke sturing volledig uit. Dus daar kan geen enkele overheid meer sturen. Dit is juist het niveau waar waar de gemeentelijke opgave grotendeels ligt: woningen die van het gas af gaan met een warmtepomp, laadpalen in de openbare ruimte en bij woningen, zonnepanelen op daken met teruglevering in de middagpiek, kantoren, scholen, zorginstellingen en sportaccommodaties die elektrificeren, en mkb-bedrijven die een deel van hun bedrijfsproces omzetten. Stuk voor stuk kleine aansluitingen. De impact op het net ontstaat niet door één investeringsbesluit maar door de optelsom, en juist die optelsom is bij uitstek een gebiedsgerichte, ruimtelijke vraag.
De gevraagde actie is daarmee haalbaar en wenselijk. Het punt van een gezamenlijk onafhankelijk onderzoek naar de maatschappelijke en juridische gevolgen en gevolgen voor de uitvoering hangt ook af van de houding en betrokkenheid van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Daarom adviseert het bestuur de motie over te nemen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/2