Nunspeet, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Amendement - aanvullend krediet nieuwbouw De Bron
De gemeenteraad van Nunspeet, in vergadering bijeen op donderdag 24 september 2026;
Besprekende het raadsvoorstel onder agendapunt 14: Projectplan Nieuwbouw De Bron ;
Besluit: Het beslispunt van het raadsvoorstel ‘Het Projectplan Nieuwbouw De Bron vast te stellen’ te wijzigen in: 1. Het Projectplan Nieuwbouw De Bron vaststellen, met dien verstande dat met deze vaststelling het aanvullende investeringskrediet van € 3.005.000 voor het onderwijsdeel nog niet beschikbaar wordt gesteld. 2. Definitieve besluitvorming over het aanvullende investeringskrediet vindt pas plaats nadat het college uiterlijk bij de vaststelling van het definitief ontwerp de gemeenteraad een afzonderlijk voorstel met bijbehorende begrotingswijziging heeft voorgelegd waarbij in elk geval de volgende zaken betrokken worden: a. de uitkomst van het windvangonderzoek en de gevolgen daarvan voor de indeling van
de kavel, waaronder de situering en opbouw van het gebouw, de plaats en omvang van het parkeren en de vraag of er geheel of gedeeltelijk in twee bouwlagen kan worden gebouwd; b. een geactualiseerde raming, waarin bij ieder bedrag het gehanteerde prijspeil en de
gehanteerde onzekerheidsmarge worden vermeld; c. de op dat moment geldende leerlingenprognose voor De Bron; d. een dekkingsvoorstel voor de structurele kapitaallasten van dit project, met vermelding
van het jaar waarin die lasten aanvangen en van de dekking in de jaren daarna.
Toelichting/motivering
- De gemeenteraad is budgethouder. Bij een investering van deze omvang hoort de raad te bepalen welk bedrag beschikbaar komt en op welk moment. Het projectplan beschrijft in hoofdstuk 6 zelf dat het definitief ontwerp door de opdrachtgever én de gemeenteraad wordt vastgesteld en dat daarna het benodigde bouwkrediet ter beschikking wordt gesteld aan de bouwheer.
- Dit amendement raakt níét: de noodzaak van een nieuw gebouw voor De Bron, de locatie in 't Hul Noord, de regels van de molenbiotoop, de kinderopvang en het uitgangspunt van
één integraal kindcentrum. Het raakt evenmin het voorbereidingskrediet. De definitie- en ontwerpfase kunnen worden uitgevoerd met de middelen die binnen het Koersplan al beschikbaar zijn en hoeven hierdoor niet te vertragen.
- Het college schrijft dat het financiële kader logischerwijs naar beneden wordt bijgesteld wanneer uit het windvangonderzoek blijkt dat geheel of gedeeltelijk met twee bouwlagen kan worden gebouwd. Daarmee is dat onderzoek geen ontwerpdetail maar een gegeven dat het hele kader raakt. In het vlekkenschema van het projectplan ligt het parkeren aan de zuidzijde van de kavel, waar de molenbiotoop de meeste bouwhoogte toestaat. Hoeveel ruimte het parkeren vraagt en waar het komt, hoort daarom bij dezelfde ontwerpvraag. De volgorde van het onderzoek zelf hoeft daarvoor niet te veranderen; het kredietbesluit hoort er wel op te volgen in plaats van eraan vooraf te gaan.
- In de stukken staan bedragen op prijspeil 2023, 2026 en 2029 naast elkaar. Dat is bij een project dat tot 2029 loopt onvermijdelijk, maar het maakt het prijspeil wel bepalend voor de betekenis van elk bedrag: een vergelijking tussen twee varianten zegt alleen iets wanneer beide op hetzelfde jaar zijn gebaseerd. Zo vraagt dit amendement bij iedere geactualiseerde raming het prijspeil en de onzekerheidsmarge.
- Over de leerlingenprognose zijn in de commissie door meerdere fracties vragen gesteld. Onderdeel c geeft daarop antwoord: de prognose die op dat moment geldt, is onderdeel van de stukken waarop de raad het krediet beoordeelt.
- Ten slotte de kapitaallasten. De hogere jaarlijkse lasten van circa € 87.000 worden opgevangen uit ruimte die is ontstaan doordat andere projecten vertraging opliepen, o.a. het Junior College en IKC Nunspeet Oost. Die vrijvallende kapitaallasten zouden anders in de reserve Onderwijshuisvesting worden gestort. Het college heeft gemeld dat de nieuwe provinciale ontheffing voor IKC Oost op 10 september is binnengekomen en dat op korte termijn kan worden gebouwd. Zodra dat gebouw in gebruik wordt genomen, gaan de kapitaallasten ervan lopen en eindigt de ruimte die uit die vertraging voortkwam, terwijl de lasten van De Bron rond de beoogde oplevering in 2029 beginnen. Het raadsvoorstel erkent dan ook dat op langere termijn tekorten worden voorzien die om een oplossing vragen. Dit raakt niet alleen dit project maar ook de ruimte voor de projecten die later in het Koersplan aan de beurt zijn. Onderdeel d vraagt daarom niet alleen om dekking, maar ook om het jaar waarin de lasten aanvangen en om de dekking in de jaren daarna. Zorgvuldig begroten op De Bron is in het belang van alle projecten in het Koersplan.
d.d. 24 september 2026
Lux21 SGP VVD
S.W. de Rooij G. Bronkhorst A.C. Klugt