Maassluis, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Beantwoording technische vragen CDA over de Winkeltijdenverordening
1. Welke winkels/ondernemers hebben op dit moment een vrijstelling als avondwinkel? Antwoord: Op dit moment zijn er in Maassluis geen winkels of ondernemers met een geldende ontheffing voor een avondwinkel. Daarbij is juridisch gezien sprake van een ontheffing en niet van een vrijstelling. De Winkeltijdenverordening biedt het college de mogelijkheid om voor maximaal drie avondwinkels een individuele ontheffing te verlenen. Op dit moment is van deze mogelijkheid geen gebruikgemaakt. De voorgestelde Winkeltijdenverordening 2026 handhaaft de mogelijkheid om maximaal drie avondwinkelontheffingen te verlenen. Wanneer hiervoor belangstelling bestaat, vindt de verdeling plaats volgens de in de nieuwe verordening opgenomen procedure voor schaarse ontheffingen.
2. Er zijn in Maassluis ook ondernemers die naast horeca ook als avondwinkel en als pakketpunt fungeren. Onder welk regime vallen deze zaken? Antwoord: Bij ondernemingen die meerdere activiteiten combineren, is niet één regime automatisch op de gehele onderneming van toepassing. Per activiteit moet worden beoordeeld welke regelgeving geldt.
Voor de horeca-activiteiten gelden de regels die op horecabedrijven van toepassing zijn, waaronder de betreffende bepalingen uit de APV. Voor de verkoop van goederen vanuit een winkel gelden de Winkeltijdenwet en de Winkeltijdenverordening. Dat een onderneming zichzelf als avondwinkel presenteert of in de praktijk 's avonds geopend is, betekent niet dat deze juridisch over een avondwinkelontheffing beschikt. Op dit moment zijn in Maassluis geen dergelijke ontheffingen verleend.
Ook bij een pakketpunt is de feitelijke activiteit bepalend. Het is daarom niet juist om in algemene zin te stellen dat een pakketpunt altijd buiten de Winkeltijdenwet valt. Er moet worden gekeken naar de werkzaamheden die op de betreffende locatie plaatsvinden. Wanneer naast het afhalen of afgeven van pakketten ook sprake is van reguliere verkoop van goederen aan consumenten, kan voor die verkoopactiviteit de Winkeltijdenwet en de gemeentelijke Winkeltijdenverordening van toepassing zijn.
Ook de APV maakt onderscheid tussen horeca- en winkelactiviteiten en bevat specifieke bepalingen voor situaties waarin horeca bijvoorbeeld als nevenactiviteit bij een andere hoofdactiviteit wordt uitgeoefend.
Een combinatie van horeca, detailhandel en pakketdiensten geeft een ondernemer dus niet automatisch het recht om alle activiteiten uit te oefenen gedurende de ruimste openingstijden die voor één van die activiteiten gelden. Per activiteit moet worden voldaan aan het daarvoor geldende juridische regime.
Bij navraag bij de afdeling vergunning zijn er in Maassluis geen ondernemingen bekend die deze functies combineren.
Beantwoording technische vragen PRO Maassluis over de Winkeltijdenverordening
1. Welk effect heeft het schrappen van de ‘oude vrijstellingen’ in artikel 9 t/m 16? Klopt het dat hiermee onder meer ondernemers worden geblokkeerd die tijdens de Ramadan producten willen verkopen?
Antwoord: De bijzondere vrijstellingen uit de artikelen 9 tot en met 16 van de huidige Winkeltijdenverordening zijn historisch grotendeels afkomstig uit het landelijke Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Bij een wijziging van de landelijke regelgeving zijn deze specifieke vrijstellingen per 1 februari 2014 echter vervallen. Gemeenten konden dergelijke vrijstellingen vervolgens op grond van artikel 3 van de Winkeltijdenwet in hun eigen verordening regelen. De betreffende bepalingen zijn daarom in de huidige Maassluise verordening opgenomen.
De voorgestelde algemene vrijstelling van 07.00 tot 22.00 uur op zon- en feestdagen maakt een deel van deze bijzondere vrijstellingen voor de reguliere openstelling van winkels minder relevant. Een aantal bepalingen heeft echter ook betrekking op het bedrijfsmatig te koop aanbieden en verkopen van goederen buiten een winkel. Dit wordt niet zonder meer door de voorgestelde algemene vrijstelling voor winkels ondervangen. Dat speelt onder meer bij straatverkoop, culturele evenementen, sportcomplexen, de Ramadan en kermissen. De huidige Maassluise verordening bevat daarvoor afzonderlijke vrijstellingen.
Voor de Ramadan bevat artikel 15 van de huidige verordening een specifieke vrijstelling voor de verkoop van brood en gebak dat in het bijzonder bestemd is voor mensen die tijdens de Ramadan vasten. Deze vrijstelling geldt gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang en ziet zowel op winkels als op verkoop buiten een winkel. De voormalige landelijke Ramadan-vrijstelling is sinds 1 februari 2014 vervallen.
Het zonder meer schrappen van artikel 15 kan daarom bestaande mogelijkheden beperken, met name voor zover het gaat om verkoop buiten een winkel. Het is niet de bedoeling om ondernemers die gebruik kunnen maken van de bestaande bijzondere vrijstellingen door de nieuwe verordening onbedoeld in hun mogelijkheden te beperken.
Naar aanleiding van deze technische vraag zijn de artikelen 9 tot en met 16 daarom opnieuw juridisch beoordeeld. De conclusie is dat het niet juist is deze artikelen uitsluitend te schrappen met als motivering dat de betreffende vrijstellingen al in hogere regelgeving zijn geregeld. De verordening wordt op dit onderdeel aangepast, zodat bestaande mogelijkheden niet onbedoeld komen te vervallen.
2. Waarom bijna volledige vrijstelling tot 22.00 uur, maar Goede Vrijdag en 24 december na 19.00 uur gesloten? Waarom worden deze twee christelijke niet-feestdagen bijzonder behandeld?
Antwoord : De afzonderlijke behandeling van Goede Vrijdag en 24 december vindt haar oorsprong in de landelijke Winkeltijdenwet. Artikel 2, eerste lid, onder b, van de Winkeltijdenwet noemt Goede Vrijdag, 24 december en 4 mei afzonderlijk en kent voor deze drie dagen als wettelijk uitgangspunt dat winkels na 19.00 uur niet voor het publiek geopend mogen zijn.
Dat betekent overigens niet dat de gemeente wettelijk verplicht is om de eindtijd van 19.00 uur te handhaven. Artikel 3 van de Winkeltijdenwet geeft de gemeenteraad de bevoegdheid om bij verordening vrijstelling te verlenen van de verboden uit artikel 2. Juridisch kan de gemeenteraad dus ook voor Goede Vrijdag, 24 december en 4 mei een ruimere openstelling toestaan.
In het voorliggende voorstel is ervoor gekozen om voor deze drie in de Winkeltijdenwet afzonderlijk aangewezen dagen geen aanvullende gemeentelijke vrijstelling te verlenen en daarmee aan te sluiten bij het wettelijke uitgangspunt van 19.00 uur. Voor zon- en feestdagen wordt wel gebruikgemaakt van de gemeentelijke bevoegdheid om een algemene vrijstelling te verlenen, waardoor winkels op die dagen tussen 07.00 en 22.00 uur geopend mogen zijn.
De eindtijd van 19.00 uur voor Goede Vrijdag, 24 december en 4 mei is daarmee geen dwingende landelijke maximumtijd, maar een keuze in de voorliggende gemeentelijke verordening om voor deze specifiek in de Winkeltijdenwet genoemde dagen geen ruimere vrijstelling te verlenen.
Beantwoording technische vragen VSP over de Winkeltijdenverordening
1. Zijn naast de initiatiefnemers ook Aldi, Hoogvliet en de Lidl-vestigingen geraadpleegd?
Nee. Aldi, Hoogvliet en Lidl zijn in het kader van dit voorstel niet afzonderlijk geraadpleegd. Er heeft voor deze wijziging geen afzonderlijke consultatieronde onder alle supermarkten plaatsgevonden. De aanleiding voor het voorstel is de afspraak in het coalitieakkoord om winkeliers meer mogelijkheden te geven hun openingstijden uit te breiden. Daarnaast is vanuit inwoners en ondernemers een concreet signaal gekomen in de vorm van de petitie voor eerdere zondagopenstelling, die door ruim 800 mensen is ondersteund. Het voorstel verplicht supermarkten en andere winkels niet om van de ruimere tijden gebruik te maken. Iedere ondernemer kan binnen het toegestane tijdvenster zelf bepalen wanneer de winkel geopend is.
2. Zijn de winkeliersverenigingen van Koningshoek, Stadshart, Palet en Steendijkpolder geraadpleegd?
Nee. De winkeliersverenigingen van Koningshoek, Stadshart, Palet en Steendijkpolder zijn niet afzonderlijk in een formele consultatieronde over dit voorstel geraadpleegd. Er zijn daarom ook geen afzonderlijke reacties per winkelgebied beschikbaar. Het voorstel ziet op een gemeentebrede verruiming van de toegestane openingstijden. Het gaat daarbij om een mogelijkheid en niet om een verplichting om op zondag vanaf 07.00 uur of tot 22.00 uur geopend te zijn.
3. Is onderzocht welke gevolgen de verruiming kan hebben voor omwonenden door bevoorrading, verkeer, geluid en leefbaarheid?
Er is geen afzonderlijk onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de verruimde winkelopeningstijden voor bevoorrading, verkeersbewegingen, geluid of de leefbaarheid van omwonenden. De Winkeltijdenverordening regelt primair de tijden waarop winkels voor publiek geopend mogen zijn. De verruiming verandert de bestaande verkeers-, geluid- en overige omgevingsregels niet. Het college onderkent wel dat eerdere winkelopening in de praktijk indirect effect kan hebben, bijvoorbeeld wanneer ondernemers hun bevoorradingsmomenten aanpassen. Een winkel die vanaf 07.00 uur geopend mag zijn, krijgt daarmee echter niet automatisch het recht om vanaf 07.00 uur op iedere locatie onbeperkt te laden en lossen. De gemeente heeft in de nieuwe avondwinkelregeling leefbaarheid, mogelijke geluidsoverlast en verkeersveiligheid overigens expliciet als relevante beoordelingsaspecten opgenomen. Ook in de openbare toelichting op het voorstel worden deze aspecten genoemd.
4. Is onderzocht of huurders via huurovereenkomsten of andere afspraken druk kunnen ervaren om ruimere openingstijden te volgen?
Nee. Er is geen afzonderlijk onderzoek gedaan naar de inhoud van huurovereenkomsten, huishoudelijke reglementen of andere privaatrechtelijke afspraken tussen winkeliers en eigenaren of beheerders van de verschillende winkelcentra. De Winkeltijdenverordening zelf verplicht een ondernemer niet om gedurende de volledige toegestane tijden geopend te zijn. De verordening bepaalt uitsluitend wanneer een winkel publiekrechtelijk geopend mag zijn. Dat sluit echter niet uit dat tussen een verhuurder, beheerder, winkeliersvereniging en een individuele ondernemer privaatrechtelijke afspraken over openingstijden kunnen bestaan. Of daarvan sprake is en welke verplichtingen daaruit voortvloeien, hangt af van de concrete overeenkomst of regeling. Dat is niet in het kader van dit voorstel onderzocht.
Beantwoording technische vragen ChristenUnie over de Winkeltijdenverordening
1. Hoeveel klachten zijn er binnengekomen over de huidige Winkeltijdenverordening Maassluis?
Antwoord: Uit de geraadpleegde gemeentelijke registratie zijn sinds de inwerkingtreding van de huidige Winkeltijdenverordening in 2024 geen geregistreerde klachten aangetroffen die betrekking hebben op de in de verordening opgenomen winkeltijden.
2. Hoeveel aanvragen zijn er binnengekomen om de huidige winkeltijden in Maassluis te verruimen en wat voor type winkels betreft dit?
Antwoord: Uit de geraadpleegde gemeentelijke registratie blijkt dat in 2026 twee concrete verzoeken om verruiming of ontheffing van de geldende winkeltijden zijn geregistreerd. Beide verzoeken zijn afkomstig van Albert Heijn.
Op 28 januari 2026 is een verzoek van Albert Heijn geregistreerd om ontheffing van de winkeltijden rond de feestdagen in het voorjaar van 2026. Op dezelfde datum is voor Albert Heijn Koningshoek een afzonderlijk verzoek geregistreerd om verruiming van de openingstijden op zondagochtend. Het betreft daarmee in beide gevallen een supermarkt.
Los daarvan is in 2026 de petitie voor eerdere openstelling op zondagochtend gestart door Jumbo Djordy Dijkman, Albert Heijn Koningshoek en Albert Heijn Palet. De petitie is een verzoek om de algemene mogelijkheden voor zondagopenstelling te verruimen en wordt niet aangemerkt als een formele aanvraag om ontheffing.
3. Hoe wordt uitvoering gegeven aan de Participatieverordening, waarin in artikel 3, derde lid, staat: “Participatie wordt toegepast wanneer het redelijkerwijze is te verwachten dat er belanghebbenden zijn bij het betreffende beleid of besluit”?
Antwoord: Bij de voorbereiding van de Winkeltijdenverordening 2026 is bewust de afweging gemaakt dat een afzonderlijk gemeentelijk participatietraject niet noodzakelijk was.
De Participatieverordening Maassluis 2024 bepaalt in artikel 3, eerste lid, dat het bevoegde bestuursorgaan per besluit afweegt of participatie wordt toegepast. De voorliggende wijziging betreft geen nieuw beleidskader, maar een wijziging van een bestaande verordening waarbij de gemeenteraad een algemeen verbindend voorschrift vaststelt. Daarbij worden geen locatiegebonden of individuele belangen afgewogen, maar wordt de algemene regeling voor winkelopeningstijden aangepast.
Bij de voorbereiding zijn de maatschappelijke signalen die aanleiding gaven tot de wijziging wel betrokken. Zo is kennisgenomen van de petitie voor eerdere zondagopenstelling en de daarin geuite wens van inwoners en ondernemers. De formele belangenafweging vindt vervolgens plaats in het openbare besluitvormingsproces van de gemeenteraad, waarin inwoners en organisaties gebruik kunnen maken van de reguliere democratische inspraak- en besluitvormingsmogelijkheden.
4. Kunt u meer informatie geven over de petitie? Hoeveel respondenten waren er in totaal, hoeveel daarvan kwamen uit Maassluis en zijn alle ondertekenaars positief over het voorstel of zijn er ook andere statements gegeven?
Antwoord: De petitie “Laat supermarkten ook zondagochtend open in Maassluis” heeft 833 bevestigde ondertekeningen. De petitie is geïnitieerd door Jumbo Djordy Dijkman, Albert Heijn Koningshoek en Albert Heijn Palet. De oproep is gericht op eerdere winkelopening op zondagochtend.
Uit de openbaar beschikbare gegevens van Petities.nl kan niet worden vastgesteld hoeveel van de 833 ondertekenaars daadwerkelijk woonachtig zijn in Maassluis. De petitie omschrijft de doelgroep als inwoners, klanten en ondernemers uit Maassluis, maar geeft geen openbare uitsplitsing naar woonplaats.
Daarnaast moet een petitie worden onderscheiden van een enquête. Ondertekenaars bevestigen hun steun aan de geformuleerde oproep. Er is binnen deze petitie geen vergelijkbare registratie van personen die tegen het verzoek zijn of een andere opvatting hebben. De 833 ondertekeningen zijn daarom een signaal van steun voor de petitie, maar vormen geen representatieve meting van de opvattingen van alle inwoners of ondernemers in Maassluis.
De petitie vraagt bovendien specifiek om de zondagochtend vrij te stellen, zodat winkels zelf kunnen bepalen of zij eerder open willen gaan. De petitie vraagt niet specifiek om alle onderdelen van het nu voorliggende voorstel, waaronder de algemene openstelling op zon- en feestdagen van 07.00 tot 22.00 uur.
5. Voor welke situaties is een incidentele ontheffing bedoeld?
Antwoord: De incidentele ontheffing is bedoeld voor bijzondere, incidentele situaties waarin een winkel buiten de algemeen toegestane winkeltijden geopend wil zijn.
Het kan bijvoorbeeld gaan om een bijzondere activiteit, evenement, jubileum of andere eenmalige of incidentele gelegenheid waarvoor de algemene vrijstelling niet toereikend is.
De incidentele ontheffing is niet bedoeld om structureel ruimere openingstijden mogelijk te maken. Voor structurele openstelling gelden de algemene vrijstelling en, voor zover van toepassing, de afzonderlijke regeling voor avondwinkels. Een aanvraag voor een incidentele ontheffing wordt individueel beoordeeld aan de hand van de verordening.
6. Kunt u toelichten/verwijzen hoe en waar de bijzondere vrijstellingen uit de oude artikelen 9 tot en met 16 in hogere regelgeving zijn geregeld?
Antwoord: Naar aanleiding van deze vraag is dit onderdeel opnieuw juridisch beoordeeld. Daarbij is vastgesteld dat het niet juist is om ervan uit te gaan dat alle bijzondere vrijstellingen uit de huidige artikelen 9 tot en met 16 nog rechtstreeks in hogere regelgeving zijn geregeld.
Deze bijzondere vrijstellingen zijn historisch grotendeels afkomstig uit het landelijke Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. De betreffende landelijke vrijstellingen zijn echter per 1 februari 2014 vervallen. In het huidige Vrijstellingenbesluit zijn bijvoorbeeld de voormalige artikelen over straatverkoop, culturele evenementen, sportcomplexen, bejaardenoorden, de Ramadan en kermissen als vervallen aangemerkt.
Gemeenten konden dergelijke vrijstellingen vervolgens op grond van artikel 3 van de Winkeltijdenwet in hun eigen verordening regelen. In Maassluis zijn dergelijke bijzondere vrijstellingen opgenomen in de huidige artikelen 9 tot en met 16.
De voorgestelde algemene vrijstelling van 07.00 tot 22.00 uur op zon- en feestdagen maakt een deel van deze bepalingen voor reguliere winkelopenstelling minder relevant. Een aantal bijzondere vrijstellingen ziet echter ook op het bedrijfsmatig te koop aanbieden en verkopen van goederen buiten een winkel. Dat wordt niet zonder meer door de voorgestelde algemene vrijstelling voor winkels ondervangen.
Dit geldt onder meer voor de huidige bepalingen over straatverkoop, culturele en sportevenementen, de Ramadan en kermissen. Het zonder meer schrappen van deze artikelen kan daarom bestaande mogelijkheden beperken.
De conclusie is dat het niet juist is deze artikelen uitsluitend te schrappen met als motivering dat de betreffende vrijstellingen al in hogere regelgeving zijn geregeld. De verordening wordt op dit onderdeel aangepast, zodat bestaande mogelijkheden niet onbedoeld komen te vervallen.
7. Bent u op het stadhuis bekend met het onderzoek van Protestants Nederland waarin veel respondenten aangeven behoefte te hebben aan een collectief moment van rust?
Antwoord: Het genoemde onderzoek is niet betrokken bij de voorbereiding van het voorstel. Naar aanleiding van deze technische vraag is van het onderzoek kennisgenomen.
Het onderzoek is op 11 juni 2026 gepubliceerd door Protestants Nederland en de Vereniging Zondagsrust. Uit de gepubliceerde resultaten blijkt onder meer dat 41% van de respondenten aangeeft dat de samenleving veel heeft verloren met het verdwijnen van de zondag als gezamenlijke rustdag. Daarnaast wordt in het onderzoek breder ingegaan op de behoefte aan een collectief rustmoment.
Het onderzoek is relevant als maatschappelijke context bij het onderwerp zondagsrust. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat het onderzoek op de behoefte aan een gezamenlijke rustdag in algemene zin. Het betreft geen onderzoek specifiek onder inwoners van Maassluis en evenmin een onderzoek specifiek naar de voorgestelde winkelopeningstijden van 07.00 tot 22.00 uur.
De uitkomsten kunnen daarom worden betrokken bij de maatschappelijke en politieke afweging over zondagsrust, maar geven geen specifiek beeld van het draagvlak voor de voorgestelde winkeltijden in Maassluis.