Katwijk, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Nota van beantwoording Ontvangen zienswijzen en beantwoording van de zienswijzen op de
_Concept_ _Geactualiseerde Huisvestingsverordening_ _gemeente Katwijk_
Katwijk, 29 september 2026
‘Geactualiseerde Huisvestingsverordening gemeente Katwijk’
Op 19 mei 2026 heeft het college de concept ‘Geactualiseerde Huisvestingsverordening gemeente Katwijk’ vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak. Van 19 juni 2026 tot en met 30 juli 2026 heeft deze ter inzage gelegen. In reactie op de concept ’Geactualiseerde Huisvestingsverordening gemeente Katwijk’ zijn vier zienswijzen binnengekomen. In deze nota zijn de zienswijzen samengevat.
De ontvangen zienswijzen worden per indiener puntsgewijs behandeld. In de linker kolom staat de zienswijze per indiener (samengevat) en in de kolom daarnaast een puntsgewijze beantwoording. In de rechterkolom wordt aangegeven in hoeverre hetgeen in de zienswijze naar voren is gebracht, aanleiding heeft gegeven de concept ‘Geactualiseerde Huisvestingsverordening gemeente Katwijk’ aan te passen.
Overzicht ingediende zienswijzen
1. Dunavie
2. Inwoner gemeente Katwijk
3. DB Holland Rijnland
4. Gedeputeerde Staten van Provincie Zuid-Holland
Col1 Samenvatting ingediende zienswijze Beantwoording reacties per punt: Aanpassing van de verordening? Reactie 1 – woningcorporatie Dunavie Reactie 1 – woningcorporatie Dunavie Reactie 1 – woningcorporatie Dunavie Reactie 1 – woningcorporatie Dunavie 1. Indiener onderschrijft het voorstel om maximaal 50% van de betaalbare koopwoningen met voorrang toe te wijzen aan huishoudens met een lokale binding aan Katwijk. Wij vragen de gemeente daarbij nadrukkelijk om binnen deze groep extra aandacht te geven aan huishoudens die een sociale huurwoning in Katwijk achterlaten. Naar onze overtuiging is het beter benutten van de bestaande woningvoorraad, naast het toevoegen van nieuwe woningen, één van de belangrijkste volkshuisvestelijke opgaven in Katwijk. Doorstroming biedt hierbij een unieke kans. Het stimuleren van sociale huurders die kunnen en willen doorstromen naar een betaalbare koopwoning levert daarom een dubbel maatschappelijk rendement op. Indiener verzoekt daarom te onderzoeken hoe binnen de voorrangsregeling voor betaalbare koopwoningen ruimte kan worden geboden aan huishoudens die een sociale huurwoning in Katwijk achterlaten.
| Het college begrijpt de wens om doorstroming vanuit de sociale huursector naar betaalbare koopwoningen te stimuleren en onderschrijft in die zin ook het maatschappelijk rendement dat dit kan hebben. De voorgestelde maatregel met een doorstromingscriterium voor een specifieke doelgroep binnen de, in de Wet gedefinieerde, doelgroep met maatschappelijke binding is echter een doorstromingscriterium. Dit heeft geen wettelijke grondslag in de Huisvestingswet 2014 en is daarom op die manier niet te implementeren. Wel kunnen we ons voorstellen dat het wenselijk kan zijn om doorstroming voor specifieke doelgroepen te stimuleren. In dat kader willen we verder onderzoeken of een specifieke voorrangsregel ten behoeve van doorstroming op een andere wijze vorm zou kunnen krijgen, bijvoorbeeld via privaatrechtelijke afspraken of andere volkshuisvestelijke instrumenten. |
| Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het voorstel. Wel wordt onderzocht of een dergelijke voorrangsregel op een andere wijze mogelijk is en in de toekomst wenselijk is. |
| Col1 | Samenvatting ingediende zienswijze | Beantwoording reacties per punt: | Aanpassing van de verordening? |
|---|---|---|---|
| Reactie 2 – inwoner gemeente Katwijk | Reactie 2 – inwoner gemeente Katwijk | Reactie 2 – inwoner gemeente Katwijk | Reactie 2 – inwoner gemeente Katwijk |
| 2. | Indiener ondersteunt het voorstel van de gemeente om voorrang te gaan geven voor nieuwbouw betaalbare koopwoningen in Katwijk voor mensen die in Katwijk wonen. | De zienswijze geeft geen aanleiding de ontwerp-huisvestingsverordening aan te passen. | |
| Reactie 3– DB van Holland Rijnland | Reactie 3– DB van Holland Rijnland | Reactie 3– DB van Holland Rijnland | Reactie 3– DB van Holland Rijnland |
| 3. | Indiener geeft aan dat de gemeente Katwijk op grond van de Huisvestingswet bevoegd is om voor betaalbare koopwoningen een regeling voor maatschappelijke binding op te nemen en de zienswijze zich hier niet op richt. De zienswijze richt zich op het belang van en zorgvuldige regionale afstemming en de effecten op de regionale woningmarkt. a. Afstemming Indiener geeft aan dat de belangrijkste zorg is het ontbreken van een gezamenlijke afweging voorafgaand aan het voorstel. Indiener vindt het van belang dat maatregelen die de werking van deze regionale woningmarkt kunnen beïnvloeden vooraf gezamenlijk worden besproken. | 3a. De Huisvestingswet 2014 vereist dat voorafgaand aan de besluitvorming bij het wijzigen van een huisvestingsverordening door de gemeenteraad afgestemd dient te worden met de regio. Het college meent dat dat proces is gevolgd en naar het oordeel van het college is voldaan aan de wettelijke verplichting tot regionale afstemming. De ontwerp-huisvestingsverordening is voorafgaand aan de besluitvorming door de gemeenteraad toegezonden aan de regiogemeenten en aan gedeputeerde staten. Daarnaast is het voorstel in regionaal verband toegelicht. Wij kunnen ons wel voorstellen dat het vanuit het perspectief van de indiener wenselijker zou zijn geweest reeds in het voortraject te worden geïnformeerd. Wij zullen daarom bij het herzien van de huisvestingsverordening, welke medio 2027 zal plaatsvinden, de ontwerpverordening reeds voor de inspraakperiode aan betrokkenen ter afstemming voorleggen. 3b. Ten aanzien van de opmerkingen over het percentage, de regionale verdring en effecten willen wij het volgende opmerken. Er wordt door de wetgever niet gestuurd op een bepaald percentage. Immers, in de wet is geen percentage opgenomen en | De zienswijze geeft geen aanleiding de ontwerp-huisvestingsverordening aan te passen. De voorgestelde voorrangsregeling wordt gehandhaafd. |
| Col1 | Samenvatting ingediende zienswijze | Beantwoording reacties per punt: | Aanpassing van de verordening? |
|---|---|---|---|
| b. Verdringingseffecten Daarnaast vindt indiener de uitkomsten van het onderzoek van Rigo en de verdringingseffecten relevant. Gelet hierop en gezien het feit dat het huidige aandeel lokale kopers al boven de 50% ligt, is het indiener niet duidelijk welk aanvullend effect de voorgestelde regeling zal hebben op de kansen van de Katwijkse woningzoekenden. Indiener ontvangt graag een nadere toelichting van de noodzaak en de verwachte effectiviteit van de regeling. c. Regionale afweging Indiener had verwacht dat niet alleen de lokale effecten maar ook de regionale consequenties in de afweging zouden zijn betrokken. | de wet schrijft in die zin geen minimale of maximale slaagkans voor die eerst moet worden bereikt voordat een dergelijke maatregel kan worden toegepast. Het is aan de gemeenteraad om te beoordelen of het huidige percentage aanleiding geeft tot het stellen van een extra maatregel. De gemeenteraad wil met de voorgestelde maatregel de optimale voorwaarden creëren voor woningzoekenden met maatschappelijke binding waarvoor de afgelopen jaren te weinig aanbod is geweest aan nieuwbouw betaalbare koopwoningen. Er is geen uitgebreid onderzoek gedaan naar de regionale effecten, maar op basis van beschikbare data is de aanname dat de voorrangsregel zal leiden tot meer kopers met een maatschappelijke binding en dat dit daarmee in enige mate ten koste zal gaan van woningzoekenden in de regio én buiten de regio. De verhuisbewegingen laten zien dat er van buiten de regio evenveel instromers zijn als vanuit Holland Rijnland zelf. Wij zien als belangrijk verschil met animo vanuit de regio en daarbuiten dat veel ingezetenen uit Katwijk bij het zoeken van een woning met name hechten aan een woning in Katwijk zelf, als plaats waar zij zijn opgegroeid en hun sociale leven leiden, en waar die woonwens bij woningzoekenden buiten Katwijk veel minder specifiek op Katwijk is gericht. Holland Rijnland heeft voor wat betreft het instellen van Lokaal Maatwerk een dergelijk onderzoek ook niet laten uitvoeren. |
| Col1 | Samenvatting ingediende zienswijze | Beantwoording reacties per punt: | Aanpassing van de verordening? |
|---|---|---|---|
| 3c. Ten aanzien van uw punt over de gezamenlijke afweging willen wij opmerken dat binnen de regio verschillende opvattingen bestaan over de voorgestelde voorrangsregeling. Uit regionale overleggen is gebleken dat niet alle gemeenten hetzelfde oordeel geven aan deze maatregel en daarom kan niet worden gesproken van één eenduidig regionaal standpunt. Tevens geldt dat het algemeen bestuur van de regio Holland Rijnland in 2023 heeft besloten dat de voorrangsregeling voor betaalbare koopwoningen niet n de regionale, maar in de lokale huisvestingsverordening opgenomen moest worden. De mogelijke effecten die dit met zich mee kan brengen waren toen al bekend. | |||
| Reactie 4– Gedeputeerde Staten van Provincie Zuid-Holland | Reactie 4– Gedeputeerde Staten van Provincie Zuid-Holland | Reactie 4– Gedeputeerde Staten van Provincie Zuid-Holland | Reactie 4– Gedeputeerde Staten van Provincie Zuid-Holland |
| 4. | Indiener merkt op dat het positief is dat uit de lokale huisvestingsverordening blijkt dat de gemeente Katwijk haar best doet om de betaalbare woningvoorraad in stand te houden. 4a. Noodzaak Indiener constateert dat woningzoekenden uit Katwijk over het algemeen een goede slaagkans hebben om in de gemeente een koopwoning te bemachtigen. Indiener is daarom niet geheel overtuigd van de directe noodzaak tot het instellen van lokale bindingseisen voor betaalbare koopwoningen. | 4a.Door indiener wordt een opmerking geplaatst bij de noodzaak van de voorgestelde lokale bindingseis voor betaalbare koopwoningen, omdat woningzoekenden uit Katwijk volgens het advies reeds een relatief goede slaagkans hebben op de lokale koopwoningmarkt. De Huisvestingswet 2014 biedt gemeenten de mogelijkheid om, indien dit noodzakelijk en geschikt wordt geacht ter behartiging van de in de wet genoemde belangen, voorwaarden te stellen aan de verdeling van schaarse woonruimte. De wet schrijft daarbij geen minimale of maximale slaagkans voor die eerst moet worden bereikt voordat een dergelijke maatregel kan worden toegepast. De constatering dat woningzoekenden uit Katwijk reeds een redelijke positie hebben op de woningmarkt doet naar het oordeel van het college niet af aan de uitdrukkelijke wens van de gemeente om deze positie verder te versterken binnen de wettelijke kaders. | De zienswijze geeft geen aanleiding de ontwerp-huisvestingsverordening inhoudelijk aan te passen maar leidt wel tot afspraken over monitoring. De gemeente zal jaarlijks de toepassing en effecten van de voorrangsregel voor nieuwbouw betaalbare koop monitoren en de uitkomsten hiervan delen met GS en de regiogemeenten. |
| Col1 | Samenvatting ingediende zienswijze | Beantwoording reacties per punt: | Aanpassing van de verordening? |
|---|---|---|---|
| 4 b. Afstemming Indiener verzoekt om zo snel mogelijk met de gemeenten binnen de regio Holland Rijnland nog afstemming te zoeken over uw voornemen en met hen vooraf tot afspraken te komen over monitoring van toewijzingsresultaten van betaalbare koopwoningen in de gemeente op grond van uw Huisvestingsverordening in relatie tot de monitoring van de woonruimteverdeling via de regionale Huisvestingsverordening. 4c. Monitoring Indiener verzoekt periodiek een monitoringsverslag over de toepassing van de bindingseisen (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) binnen de gemeente te ontvangen. 4d. Woningbouwprogramma Indiener merkt op dat het woningbouwprogramma van de gemeente Katwijk tot 2035 uit 4.800 woningen bestaat en daarmee bijdraagt aan zo’n 11% van het regionale woningbouwprogramma. Ongeveer 60% van de geprogrammeerde woningen valt op dit moment in de categorie betaalbaar. Dit betekent dat woningzoekenden uit uw gemeente bij zo’n 1.400 betaalbare | 4b.Voor wat betreft de opmerking inzake de afstemming menen wij ons aan de wet te hebben gehouden. Wij proeven uit uw opmerkingen dat dit eerder met de regiogemeenten besproken zou worden. Deze opmerking nemen we mee voor de volgende verordening (medio 2027). 4c. Indiener verzoekt afspraken te maken over monitoring van de toewijzingsresultaten. Het college onderschrijft het belang van monitoring van de effecten van de verordening. Het advies van indiener wordt op dit punt overgenomen. De gemeente zal jaarlijks de toepassing en effecten van de voorrangsregel voor nieuwbouw betaalbare koop monitoren en de uitkomsten hiervan delen met GS en de regiogemeenten. In die rapportage zal aangegeven worden hoeveel woningen met voorrang zijn toegewezen aan woningzoekenden met een maatschappelijke binding, maar ook hoeveel woningen vervolgens verkocht zijn aan woningzoekenden uit de regio Holland Rijnland en buiten de regio Holland Rijnland. 4d.Ten aanzien van de opmerking willen we allereerst aangeven dat voorliggende geactualiseerde Huisvestingsverordening gemeente Katwijk wordt vastgesteld voor een korte periode. Een analyse met een doorkijk tot 2035 is in die zin niet een juiste vergelijking van de cijfers. Ook heeft Katwijk weliswaar een woningbouwopgave die groter is dan de lokale behoefte, maar gezien het feit dat binnenstedelijk fors minder woningen zijn gerealiseerd (mede door aanpassing van het Rijksbeleid door verhoogde beleidsambities t.a.v. betaalbaarheid) zal een aandeel op Valkenhorst ook nodig zijn om het tekort op de autonome groei in te lopen. Door de toegenomen |
| Col1 | Samenvatting ingediende zienswijze | Beantwoording reacties per punt: | Aanpassing van de verordening? |
|---|---|---|---|
| nieuwbouwwoningen voorrang zullen/kunnen krijgen ten opzichte van regionaal en overige woningzoekenden. Indiener merkt hierbij op dat een aantal woningbouwplannen een regionale functie vervullen, zoals Valkenhorst en Zijlhoek de Woerd. | schaarste en achtergebleven bouwproductie is het risico bij Katwijkse woningzoekenden voelbaar dat hun slagingskansen op een woning binnen de gemeente zijn afgenomen. Deze ontwikkelingen vinden wij aanleiding om het instrument uit de Huisvestingswet 2014 in te zetten ten einde de positie van de woningzoekenden met maatschappelijke binding te versterken. Aanvullend willen we nog benadrukken dat, met het loslaten van de maximale plancapaciteit door de provincie andere gemeenten ook meer mogelijkheden hebben gekregen om betaalbare woningen toe te voegen en dat zien we terug in de toegenomen aantallen van het huidige regionale woningbouwprogramma. Het woningbouwprogramma van Katwijk is 11% van het regionale woningbouwprogramma en die verhouding zien we terug in het aandeel woningen en inwoners. Dat is ook ongeveer 11% ten opzichte van de regio. De regiogemeenten pakken in die zin ook de ruimte om te zorgen voor groei van hun gemeenten en autonome woningbehoefte. Daarmee is de afhankelijkheid van de regio van de bouw op Valkenhorst kleiner geworden. |