Hoogeveen, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
1. Spoedprocedure voor crisissituaties (Advies niet overgenomen)
- Vraag 1.1: Wat is de maximale doorlooptijd (in werkdagen) van een reguliere SMIaanvraag van binnenkomst tot besluit?
Antwoord: Col2 We hebben het advies n op aanvragen dient te b 4:13 Awb). Dat behoeft Vraag 1.2: Binnen hoe crisisplaatsing bij een ac ontbreekt? Antwoord: iet overgenomen omdat het college binnen maximaal acht weken eslissen. Dit volgt uit de Algemene wet bestuursrecht (artikel dus geen apart artikel in de verordening. veel uur/dagen garandeert het college een besluit of ute crisis, nu een formele spoedprocedure in de verordening Dit is nadrukkelijk in de een crisissituatie waard nemen kinderopvang m deze gronden te maken een acuut en daarmee o er morgen hulp nodig is (familie, kennissen, vrie gaan wij direct over tot Vraag 1.3: Welke obje of een aanvraag 'priorit verordening opgenomen in artikel 3. Wanneer er sprake is van oor de ouder tijdelijk niet in staat is de verzorging op zich te ogelijk is op grond van deze verordening. Wanneer we binnen hebben met een crisis, dan praten we over een situatie waarin er n-planbaar moment ontstaat, waarin er geconstateerd wordt dat in de vorm van een SMI. Als is vastgesteld dat er geen netwerk nden, buren) zijn die in de tijdelijkheid een rol kunnen vervullen, het afgeven van de beschikking. ctieve, schriftelijke criteria hanteren consulenten om te bepalen eit' krijgt? Antwoord: In de jeugdhulp wordt d van veiligheid, ontwikke De richtlijnen van het N voorrang heeft. Deze re jeugdhulp. Onze werkwi Aanvragen Jeugd en Bur wordt er bekeken of iets team inclusief de gedra vraag krijgen (zie antwo 2. Leeftijdsafbakening t Vraag 2.1: Tot welke m uitvoeringspraktijk feitel Antwoord: Voor kinderen tot en me e prioriteit van een zaak bepaald aan de hand van een combinatie lingsbedreiging, urgentie en wettelijke kaders. ederlands Jeugdinstituut benadrukken dat acute veiligheid altijd gels worden gehanteerd ondanks dat hier geen sprake is van jze is als volgt: alle aanvragen komen binnen bij het team eaudienst (AJB). Wekelijks worden alle aanvragen besproken en prioriteit behoeft. Dit is een gezamenlijke bespreken van het gswetenschapper. Op het moment dat wij telefonisch een acute ord vraag 1.2) dan zal er direct gehandeld worden. ot einde basisschoolleeftijd (Advies niet overgenomen) aximale leeftijd (in jaren) wordt een kind in de huidige ijk geïndiceerd voor een SMI-bijdrage? t de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs gaan.
van oudere kinderen (bijv. 11 of 12 jaar) zonder formele bovengrens in de verordening?
Antwoord: Na het beëindigen van de basisschool stopt de mogelijkheid om gebruik te maken van kinderopvang in Nederland. Het college onderzoekt in die gevallen dus of het kind nog naar het basisonderwijs gaat. Dat is bepalend.
- Vraag 2.3: Welke juridische of uitvoeringstechnische bezwaren heeft het college tegen het expliciet opnemen van deze grens ter bevordering van de helderheid vooraf?
Antwoord: We hebben het advies niet overgenomen want het gaat bij SMI-kinderopvang om dagopvang of buitenschoolse opvang. In de Wet kinderopvang is gedefinieerd welke
kinderen daarvoor in aanmerking komen. Dit hoeft dan niet in de verordening te worden opgenomen.
3. Geen eigen bijdrage tot 120% WML (Advies niet overgenomen)
- Vraag 3.1: Wat is de gemiddelde hoogte van de eigen bijdrage voor een gezin op respectievelijk 100% en 120% WML onder de nieuwe verordening?
Antwoord: Het college gaat in de verordening uit van het maximumuurtarief dat jaarlijks door de belastingdienst wordt vastgesteld. De tegemoetkoming bedraagt dan maximaal 96% van het maximumuurtarief. Het restant van de kosten van kinderopvang komt dan voor rekening van het gezin. [1]
De hoogte van de eigen bijdrage hangt af van het soort opvang en het aantal kinderen in de SMI-kinderopvang. Is sprake van buitenschoolse opvang, dan zijn minder uren nodig voor kinderopvang dan bij dagopvang. Als gezinnen meer kinderen in de SMIkinderopvang hebben, is de eigen bijdrage ook hoger.
- Vraag 3.2: Hoeveel procent van de gezinnen met een SMI-indicatie heeft de afgelopen twee jaar succesvol bijzondere bijstand aangevraagd voor deze eigen bijdrage?
Allereerst komt niet ieder gezin voor bijzondere bijstand in aanmerking, voor de kosten van de eigen bijdrage van de SMI-kinderopvang. Dit is afhankelijk van het inkomen en het vermogen van het gezin. Deze aantallen kunnen niet uit het systeem gehaald worden omdat die niet apart worden geregistreerd.
Wel is bekend hoeveel gezinnen een tegemoetkoming voor SMI-kinderopvang ontvingen: 2024: 49 gezinnen hadden een SMI kinderopvang verstrekking.
2025: 48 gezinnen hadden een SMI kinderopvang verstrekking.
- Vraag 3.3: Erkent het college dat het dwingen tot twee aparte aanvragen (SMI én bijzondere bijstand) zorgt voor extra bureaucreatie en een hogere drempel voor kwetsbare gezinnen
Antwoord: Ook wanneer ervoor wordt gekozen om in de verordening vast te leggen dat gezinnen geen eigen bijdrage verschuldigd zijn, als zij een inkomen hebben niet hoger dan 120% van het sociaal minimum, zal nog steeds een onderzoek moeten plaatsvinden of ze aan het inkomenscriterium voldoen. Daarom wijkt het college ook af van het advies van de adviesraad: het college kijkt niet alleen naar het 120% van het sociaal minimum, maar ook naar de overige eisen die worden gesteld aan de verstrekking van bijzondere bijstand.
Om de bureaucratie voor ons inwoners te verminderen is onze huidige werkwijze als volgt. Is het gezin bij ons bekend en ontvangt het een bijstandsuitkering, dan neemt de consulent Kinderopvang contact op met de consulent Inkomen om de bijzondere bijstand ambtshalve toe te kennen. Is het gezin niet bij ons bekend, maar verwacht de consulent Kinderopvang dat er een kans is dat ouder in aanmerking komt voor bijzondere bijstand dan neemt de consulent Kinderopvang contact op met een consulent Inkomen in het kader van de Participatiewet. De consulent Inkomen benadert het gezin dan om ze te wijzen op de mogelijkheid van bijzondere bijstand voor de kosten van kinderopvang.
1 Deze 96% geldt in 2026 voor een grotere groep. Ook werkende ouders met een gezamenlijk inkomen tot circa € 56.000 in 2026 hebben recht op het maximale vergoedingspercentage van 96%. Zie [https://www.rijksoverheid.nl/themas/belastingen-uitkeringen-en-toeslagen/kinderopvangtoeslag/bedragen-](https://www.rijksoverheid.nl/themas/belastingen-uitkeringen-en-toeslagen/kinderopvangtoeslag/bedragen-kinderopvangtoeslag-2026) [kinderopvangtoeslag-2026](https://www.rijksoverheid.nl/themas/belastingen-uitkeringen-en-toeslagen/kinderopvangtoeslag/bedragen-kinderopvangtoeslag-2026)
Gezinnen worden dus actief benaderd om ze te wijzen op de mogelijkheid van bijzondere bijstand. Daarmee wil het college de drempel om bijzondere bijstand aan te vragen zo laag mogelijk houden.