Epe, 1 oktober 2026
T e c h n i s c h e v r a a g
het. Dan heb ik vier moties. Col2 A g e n d a p u n t 6 . U i t g a n g s p u n t e n r e n o v a t i e S i n t B e r n a r d u s s c h o o l F r a c t i e V V D D a t u m 2 9 - 9 - 2 0 2 6 Vraag 1. Wat kost het concreet in tijd en geld om dit besluit gelijktijdig te nemen met het besluit over het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan onderwijs?
2. De nota stelt dat door deze hogere kosten minder financiële ruimte is voor andere geplande projecten, en dat er op termijn extra budget nodig is. Om welke projecten en om welk bedrag gaat het?
Antwoord
1. Het antwoord vraagt om een financiële doorrekening van de indexeringsposten. Dit is per post verschillend, de kosten die landen in het voortraject, worden anders geïndexeerd dan de kosten die aan het einde landen. Ook vraagt de doorrekening om extra opdracht aan het projectbureau en per post een doorrekening van de al betrokken partijen (zoals architect en installatie adviseur). Het lukt niet om dit voor de behandeling in de commissie- of raadsvergadering te doen.
Ter indicatie is er voor de indexering van maart tot augustus 2026 indexering opgenomen van in ieder geval € 99.000 voor de installatiekosten, € 41.000 voor de verschuiving van de planning en € 59.000 voor de geo-politieke ontwikkelingen.
2. De meerjarenbegroting werkt met onder andere een tijdige vulling van de reserve onderwijshuisvesting en maatschappelijke accommodaties. De oplopende kosten hebben invloed op die bestedingsruimte. Er is geen sprake van een concrete verschuiving van een gepland project. Wel vraagt het aanvullende investering omdat er op termijn extra budget nodig is.