Pagina wordt geladen
Deventer, 30 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Bespreekvoorstel
Raadstafel
Col1 Col2 Col3 Col4 Col5 Col6 Datum 30 september 2026 Spreekrecht `☐` ja `☒` nee (insprekers) `☐` Op uitnodiging (gasten) Vorm `☐` Inspraak (max 5 min) `☐` Gesprek Doel van het agendapunt Doel van het agendapunt Doel van het agendapunt Doel van het agendapunt Doel van het agendapunt Doel van het agendapunt Oordeelsvormend Oordeelsvormend Oordeelsvormend Oordeelsvormend Oordeelsvormend Oordeelsvormend Toelichting agendapunt Toelichting agendapunt Toelichting agendapunt Toelichting agendapunt Toelichting agendapunt Toelichting agendapunt Op 15 juni 2026 heeft het raadslid Evers (CDA) een initiatiefvoorstel ingediend, met als onderwerp ‘Geef makers de ruimte’. Het college heeft op 25 augustus 2026 een reactie gegeven op dit initiatiefvoorstel. Op 23 september 2026 was er gelegenheid om het initiatiefvoorstel beeld – en oordeelsvormend te bespreken. De beeldvorming is afgerond. De portefeuillehouder heeft toegezegd dat het maakruimte – en broedplaatsenfonds in Q2 2027 van start kan gaan. De indiener heeft naar aanleiding van deze toezegging de in het voorstel genoemde termijn aangepast van ‘het eerste kwartaal van 2027’ naar ‘het tweede kwartaal van 2027’. Voor het aangepaste voorstel en het aangepaste ontwerp – raadsbesluit zielink Wat ging hieraan vooraf? De raad heeft op 18 december 2024 de motie Cultuurvisie - Ruimte voor makers aangenomen. Met deze motie draagt de raad het college onder meer op om de makers te ondersteunen bij het in kaart brengen van de vraag en opgave voor atelier – en maakruimte. De Taskforce Ruimte voor Makers heeft een Visie document ‘De Ruimte, Visie op maakruimte in Deventer 2028’ opgeleverd. Een extern adviseur heeft een advies met een aantal maatregelen opgesteld. Dit tezamen vormt het ‘Plan van aanpak Ruimte voor makers’. Dit plan is de raad met Raadsmededeling 2025-1139 ‘Makers en atelierbeleid’ van 3 februari 2026 ter informatie aangeboden aan de raad. In het Plan van aanpak Ruimte voor makers worden de volgende beleidsopties uitgewerkt: A. Kennis -en ondersteuningsregeling; B. Maakruimte – en broedplaatsenfonds; C. Meer sturend optreden van de gemeente. In aansluiting op de in het Plan van aanpak uitgewerkte beleidsopties, stelt het voorliggende aangepaste initiatiefvoorstel – kort samengevat – het volgende voor: • Om meer structureel beschikbare maakruimte en broedplaatsen voor creatieve makers in de gemeente Deventer te realiseren én op korte termijn voor meer permanent beschikbare ruimte te zorgen. • In te stemmen met het voorstel om in 2026 (of uiterlijk bij de begroting voor 2027) vanuit de gemeentebegroting geld beschikbaar te stellen voor opties A en B. • Het college de opdracht te geven om in het tweede kwartaal van 2027 met een uitwerking van optie C te komen, waarin een meer sturende rol van de gemeente wordt uitgewerkt inclusief aanvullende beleidsopgaven.
| Op 15 juni 2026 heeft het raadslid Evers (CDA) een initiatiefvoorstel ingediend, met als onderwerp ‘Geef makers de ruimte’. Het college heeft op 25 augustus 2026 een reactie gegeven op dit initiatiefvoorstel. Op 23 september 2026 was er gelegenheid om het initiatiefvoorstel beeld – en oordeelsvormend te bespreken. De beeldvorming is afgerond. De portefeuillehouder heeft toegezegd dat het maakruimte – en broedplaatsenfonds in Q2 2027 van start kan gaan. De indiener heeft naar aanleiding van deze toezegging de in het voorstel genoemde termijn aangepast van ‘het eerste kwartaal van 2027’ naar ‘het tweede kwartaal van 2027’. Voor het aangepaste voorstel en het aangepaste ontwerp – raadsbesluit zielink Wat ging hieraan vooraf? De raad heeft op 18 december 2024 de motie Cultuurvisie - Ruimte voor makers aangenomen. Met deze motie draagt de raad het college onder meer op om de makers te ondersteunen bij het in kaart brengen van de vraag en opgave voor atelier – en maakruimte. De Taskforce Ruimte voor Makers heeft een Visie document ‘De Ruimte, Visie op maakruimte in Deventer 2028’ opgeleverd. Een extern adviseur heeft een advies met een aantal maatregelen opgesteld. Dit tezamen vormt het ‘Plan van aanpak Ruimte voor makers’. Dit plan is de raad met Raadsmededeling 2025-1139 ‘Makers en atelierbeleid’ van 3 februari 2026 ter informatie aangeboden aan de raad. In het Plan van aanpak Ruimte voor makers worden de volgende beleidsopties uitgewerkt: A. Kennis -en ondersteuningsregeling; B. Maakruimte – en broedplaatsenfonds; C. Meer sturend optreden van de gemeente. In aansluiting op de in het Plan van aanpak uitgewerkte beleidsopties, stelt het voorliggende aangepaste initiatiefvoorstel – kort samengevat – het volgende voor: • Om meer structureel beschikbare maakruimte en broedplaatsen voor creatieve makers in de gemeente Deventer te realiseren én op korte termijn voor meer permanent beschikbare ruimte te zorgen. • In te stemmen met het voorstel om in 2026 (of uiterlijk bij de begroting voor 2027) vanuit de gemeentebegroting geld beschikbaar te stellen voor opties A en B. • Het college de opdracht te geven om in het tweede kwartaal van 2027 met een uitwerking van optie C te komen, waarin een meer sturende rol van de gemeente wordt uitgewerkt inclusief aanvullende beleidsopgaven. |
| Op 15 juni 2026 heeft het raadslid Evers (CDA) een initiatiefvoorstel ingediend, met als onderwerp ‘Geef makers de ruimte’. Het college heeft op 25 augustus 2026 een reactie gegeven op dit initiatiefvoorstel. Op 23 september 2026 was er gelegenheid om het initiatiefvoorstel beeld – en oordeelsvormend te bespreken. De beeldvorming is afgerond. De portefeuillehouder heeft toegezegd dat het maakruimte – en broedplaatsenfonds in Q2 2027 van start kan gaan. De indiener heeft naar aanleiding van deze toezegging de in het voorstel genoemde termijn aangepast van ‘het eerste kwartaal van 2027’ naar ‘het tweede kwartaal van 2027’. Voor het aangepaste voorstel en het aangepaste ontwerp – raadsbesluit zielink Wat ging hieraan vooraf? De raad heeft op 18 december 2024 de motie Cultuurvisie - Ruimte voor makers aangenomen. Met deze motie draagt de raad het college onder meer op om de makers te ondersteunen bij het in kaart brengen van de vraag en opgave voor atelier – en maakruimte. De Taskforce Ruimte voor Makers heeft een Visie document ‘De Ruimte, Visie op maakruimte in Deventer 2028’ opgeleverd. Een extern adviseur heeft een advies met een aantal maatregelen opgesteld. Dit tezamen vormt het ‘Plan van aanpak Ruimte voor makers’. Dit plan is de raad met Raadsmededeling 2025-1139 ‘Makers en atelierbeleid’ van 3 februari 2026 ter informatie aangeboden aan de raad. In het Plan van aanpak Ruimte voor makers worden de volgende beleidsopties uitgewerkt: A. Kennis -en ondersteuningsregeling; B. Maakruimte – en broedplaatsenfonds; C. Meer sturend optreden van de gemeente. In aansluiting op de in het Plan van aanpak uitgewerkte beleidsopties, stelt het voorliggende aangepaste initiatiefvoorstel – kort samengevat – het volgende voor: • Om meer structureel beschikbare maakruimte en broedplaatsen voor creatieve makers in de gemeente Deventer te realiseren én op korte termijn voor meer permanent beschikbare ruimte te zorgen. • In te stemmen met het voorstel om in 2026 (of uiterlijk bij de begroting voor 2027) vanuit de gemeentebegroting geld beschikbaar te stellen voor opties A en B. • Het college de opdracht te geven om in het tweede kwartaal van 2027 met een uitwerking van optie C te komen, waarin een meer sturende rol van de gemeente wordt uitgewerkt inclusief aanvullende beleidsopgaven. |
| Op 15 juni 2026 heeft het raadslid Evers (CDA) een initiatiefvoorstel ingediend, met als onderwerp ‘Geef makers de ruimte’. Het college heeft op 25 augustus 2026 een reactie gegeven op dit initiatiefvoorstel. Op 23 september 2026 was er gelegenheid om het initiatiefvoorstel beeld – en oordeelsvormend te bespreken. De beeldvorming is afgerond. De portefeuillehouder heeft toegezegd dat het maakruimte – en broedplaatsenfonds in Q2 2027 van start kan gaan. De indiener heeft naar aanleiding van deze toezegging de in het voorstel genoemde termijn aangepast van ‘het eerste kwartaal van 2027’ naar ‘het tweede kwartaal van 2027’. Voor het aangepaste voorstel en het aangepaste ontwerp – raadsbesluit zielink Wat ging hieraan vooraf? De raad heeft op 18 december 2024 de motie Cultuurvisie - Ruimte voor makers aangenomen. Met deze motie draagt de raad het college onder meer op om de makers te ondersteunen bij het in kaart brengen van de vraag en opgave voor atelier – en maakruimte. De Taskforce Ruimte voor Makers heeft een Visie document ‘De Ruimte, Visie op maakruimte in Deventer 2028’ opgeleverd. Een extern adviseur heeft een advies met een aantal maatregelen opgesteld. Dit tezamen vormt het ‘Plan van aanpak Ruimte voor makers’. Dit plan is de raad met Raadsmededeling 2025-1139 ‘Makers en atelierbeleid’ van 3 februari 2026 ter informatie aangeboden aan de raad. In het Plan van aanpak Ruimte voor makers worden de volgende beleidsopties uitgewerkt: A. Kennis -en ondersteuningsregeling; B. Maakruimte – en broedplaatsenfonds; C. Meer sturend optreden van de gemeente. In aansluiting op de in het Plan van aanpak uitgewerkte beleidsopties, stelt het voorliggende aangepaste initiatiefvoorstel – kort samengevat – het volgende voor: • Om meer structureel beschikbare maakruimte en broedplaatsen voor creatieve makers in de gemeente Deventer te realiseren én op korte termijn voor meer permanent beschikbare ruimte te zorgen. • In te stemmen met het voorstel om in 2026 (of uiterlijk bij de begroting voor 2027) vanuit de gemeentebegroting geld beschikbaar te stellen voor opties A en B. • Het college de opdracht te geven om in het tweede kwartaal van 2027 met een uitwerking van optie C te komen, waarin een meer sturende rol van de gemeente wordt uitgewerkt inclusief aanvullende beleidsopgaven. |
| Op 15 juni 2026 heeft het raadslid Evers (CDA) een initiatiefvoorstel ingediend, met als onderwerp ‘Geef makers de ruimte’. Het college heeft op 25 augustus 2026 een reactie gegeven op dit initiatiefvoorstel. Op 23 september 2026 was er gelegenheid om het initiatiefvoorstel beeld – en oordeelsvormend te bespreken. De beeldvorming is afgerond. De portefeuillehouder heeft toegezegd dat het maakruimte – en broedplaatsenfonds in Q2 2027 van start kan gaan. De indiener heeft naar aanleiding van deze toezegging de in het voorstel genoemde termijn aangepast van ‘het eerste kwartaal van 2027’ naar ‘het tweede kwartaal van 2027’. Voor het aangepaste voorstel en het aangepaste ontwerp – raadsbesluit zielink Wat ging hieraan vooraf? De raad heeft op 18 december 2024 de motie Cultuurvisie - Ruimte voor makers aangenomen. Met deze motie draagt de raad het college onder meer op om de makers te ondersteunen bij het in kaart brengen van de vraag en opgave voor atelier – en maakruimte. De Taskforce Ruimte voor Makers heeft een Visie document ‘De Ruimte, Visie op maakruimte in Deventer 2028’ opgeleverd. Een extern adviseur heeft een advies met een aantal maatregelen opgesteld. Dit tezamen vormt het ‘Plan van aanpak Ruimte voor makers’. Dit plan is de raad met Raadsmededeling 2025-1139 ‘Makers en atelierbeleid’ van 3 februari 2026 ter informatie aangeboden aan de raad. In het Plan van aanpak Ruimte voor makers worden de volgende beleidsopties uitgewerkt: A. Kennis -en ondersteuningsregeling; B. Maakruimte – en broedplaatsenfonds; C. Meer sturend optreden van de gemeente. In aansluiting op de in het Plan van aanpak uitgewerkte beleidsopties, stelt het voorliggende aangepaste initiatiefvoorstel – kort samengevat – het volgende voor: • Om meer structureel beschikbare maakruimte en broedplaatsen voor creatieve makers in de gemeente Deventer te realiseren én op korte termijn voor meer permanent beschikbare ruimte te zorgen. • In te stemmen met het voorstel om in 2026 (of uiterlijk bij de begroting voor 2027) vanuit de gemeentebegroting geld beschikbaar te stellen voor opties A en B. • Het college de opdracht te geven om in het tweede kwartaal van 2027 met een uitwerking van optie C te komen, waarin een meer sturende rol van de gemeente wordt uitgewerkt inclusief aanvullende beleidsopgaven. |
| Op 15 juni 2026 heeft het raadslid Evers (CDA) een initiatiefvoorstel ingediend, met als onderwerp ‘Geef makers de ruimte’. Het college heeft op 25 augustus 2026 een reactie gegeven op dit initiatiefvoorstel. Op 23 september 2026 was er gelegenheid om het initiatiefvoorstel beeld – en oordeelsvormend te bespreken. De beeldvorming is afgerond. De portefeuillehouder heeft toegezegd dat het maakruimte – en broedplaatsenfonds in Q2 2027 van start kan gaan. De indiener heeft naar aanleiding van deze toezegging de in het voorstel genoemde termijn aangepast van ‘het eerste kwartaal van 2027’ naar ‘het tweede kwartaal van 2027’. Voor het aangepaste voorstel en het aangepaste ontwerp – raadsbesluit zielink Wat ging hieraan vooraf? De raad heeft op 18 december 2024 de motie Cultuurvisie - Ruimte voor makers aangenomen. Met deze motie draagt de raad het college onder meer op om de makers te ondersteunen bij het in kaart brengen van de vraag en opgave voor atelier – en maakruimte. De Taskforce Ruimte voor Makers heeft een Visie document ‘De Ruimte, Visie op maakruimte in Deventer 2028’ opgeleverd. Een extern adviseur heeft een advies met een aantal maatregelen opgesteld. Dit tezamen vormt het ‘Plan van aanpak Ruimte voor makers’. Dit plan is de raad met Raadsmededeling 2025-1139 ‘Makers en atelierbeleid’ van 3 februari 2026 ter informatie aangeboden aan de raad. In het Plan van aanpak Ruimte voor makers worden de volgende beleidsopties uitgewerkt: A. Kennis -en ondersteuningsregeling; B. Maakruimte – en broedplaatsenfonds; C. Meer sturend optreden van de gemeente. In aansluiting op de in het Plan van aanpak uitgewerkte beleidsopties, stelt het voorliggende aangepaste initiatiefvoorstel – kort samengevat – het volgende voor: • Om meer structureel beschikbare maakruimte en broedplaatsen voor creatieve makers in de gemeente Deventer te realiseren én op korte termijn voor meer permanent beschikbare ruimte te zorgen. • In te stemmen met het voorstel om in 2026 (of uiterlijk bij de begroting voor 2027) vanuit de gemeentebegroting geld beschikbaar te stellen voor opties A en B. • Het college de opdracht te geven om in het tweede kwartaal van 2027 met een uitwerking van optie C te komen, waarin een meer sturende rol van de gemeente wordt uitgewerkt inclusief aanvullende beleidsopgaven. |
| Behandelwijze | Behandelwijze | Behandelwijze | Behandelwijze | Behandelwijze | Behandelwijze |
| De voorzitter: • Opent de vergadering, heet de aanwezigen welkom en geeft aan wie aan tafel zitten • Beschrijft het onderwerp en doel van de behandeling • Beschrijft de door hem/haar te hanteren orde • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om aan te geven of zij in eerste oordeel voor of tegen het voorstel zijn (eventueel daarna een korte argumentatie van maximaal een halve minuut) en of zij debatpunten hebben (maximaal 3) (zonder toelichting). De toelichting volgt in het debat. • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om hierop te reageren en met elkaar in gesprek te gaan. • Nodigt de indiener uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Nodigt de portefeuillehouder uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Vraagt of de fractiewoordvoerders nog iets willen aanvullen op het gevoerde debat. • Formuleert de door de portefeuillehouder gedane toezeggingen, met een afdoeningstermijn. • Concludeert of dat het voorstel voldoende is besproken en als hamerstuk of debatstuk (inclusief debatonderwerpen en eventuele aangekondigde moties/ amendementen) door kan naar de raadsvergadering. | De voorzitter: • Opent de vergadering, heet de aanwezigen welkom en geeft aan wie aan tafel zitten • Beschrijft het onderwerp en doel van de behandeling • Beschrijft de door hem/haar te hanteren orde • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om aan te geven of zij in eerste oordeel voor of tegen het voorstel zijn (eventueel daarna een korte argumentatie van maximaal een halve minuut) en of zij debatpunten hebben (maximaal 3) (zonder toelichting). De toelichting volgt in het debat. • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om hierop te reageren en met elkaar in gesprek te gaan. • Nodigt de indiener uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Nodigt de portefeuillehouder uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Vraagt of de fractiewoordvoerders nog iets willen aanvullen op het gevoerde debat. • Formuleert de door de portefeuillehouder gedane toezeggingen, met een afdoeningstermijn. • Concludeert of dat het voorstel voldoende is besproken en als hamerstuk of debatstuk (inclusief debatonderwerpen en eventuele aangekondigde moties/ amendementen) door kan naar de raadsvergadering. | De voorzitter: • Opent de vergadering, heet de aanwezigen welkom en geeft aan wie aan tafel zitten • Beschrijft het onderwerp en doel van de behandeling • Beschrijft de door hem/haar te hanteren orde • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om aan te geven of zij in eerste oordeel voor of tegen het voorstel zijn (eventueel daarna een korte argumentatie van maximaal een halve minuut) en of zij debatpunten hebben (maximaal 3) (zonder toelichting). De toelichting volgt in het debat. • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om hierop te reageren en met elkaar in gesprek te gaan. • Nodigt de indiener uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Nodigt de portefeuillehouder uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Vraagt of de fractiewoordvoerders nog iets willen aanvullen op het gevoerde debat. • Formuleert de door de portefeuillehouder gedane toezeggingen, met een afdoeningstermijn. • Concludeert of dat het voorstel voldoende is besproken en als hamerstuk of debatstuk (inclusief debatonderwerpen en eventuele aangekondigde moties/ amendementen) door kan naar de raadsvergadering. | De voorzitter: • Opent de vergadering, heet de aanwezigen welkom en geeft aan wie aan tafel zitten • Beschrijft het onderwerp en doel van de behandeling • Beschrijft de door hem/haar te hanteren orde • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om aan te geven of zij in eerste oordeel voor of tegen het voorstel zijn (eventueel daarna een korte argumentatie van maximaal een halve minuut) en of zij debatpunten hebben (maximaal 3) (zonder toelichting). De toelichting volgt in het debat. • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om hierop te reageren en met elkaar in gesprek te gaan. • Nodigt de indiener uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Nodigt de portefeuillehouder uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Vraagt of de fractiewoordvoerders nog iets willen aanvullen op het gevoerde debat. • Formuleert de door de portefeuillehouder gedane toezeggingen, met een afdoeningstermijn. • Concludeert of dat het voorstel voldoende is besproken en als hamerstuk of debatstuk (inclusief debatonderwerpen en eventuele aangekondigde moties/ amendementen) door kan naar de raadsvergadering. | De voorzitter: • Opent de vergadering, heet de aanwezigen welkom en geeft aan wie aan tafel zitten • Beschrijft het onderwerp en doel van de behandeling • Beschrijft de door hem/haar te hanteren orde • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om aan te geven of zij in eerste oordeel voor of tegen het voorstel zijn (eventueel daarna een korte argumentatie van maximaal een halve minuut) en of zij debatpunten hebben (maximaal 3) (zonder toelichting). De toelichting volgt in het debat. • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om hierop te reageren en met elkaar in gesprek te gaan. • Nodigt de indiener uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Nodigt de portefeuillehouder uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Vraagt of de fractiewoordvoerders nog iets willen aanvullen op het gevoerde debat. • Formuleert de door de portefeuillehouder gedane toezeggingen, met een afdoeningstermijn. • Concludeert of dat het voorstel voldoende is besproken en als hamerstuk of debatstuk (inclusief debatonderwerpen en eventuele aangekondigde moties/ amendementen) door kan naar de raadsvergadering. | De voorzitter: • Opent de vergadering, heet de aanwezigen welkom en geeft aan wie aan tafel zitten • Beschrijft het onderwerp en doel van de behandeling • Beschrijft de door hem/haar te hanteren orde • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om aan te geven of zij in eerste oordeel voor of tegen het voorstel zijn (eventueel daarna een korte argumentatie van maximaal een halve minuut) en of zij debatpunten hebben (maximaal 3) (zonder toelichting). De toelichting volgt in het debat. • Geeft de fractiewoordvoerders de gelegenheid om hierop te reageren en met elkaar in gesprek te gaan. • Nodigt de indiener uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Nodigt de portefeuillehouder uit om te reageren op wat naar voren is gebracht. • Vraagt of de fractiewoordvoerders nog iets willen aanvullen op het gevoerde debat. • Formuleert de door de portefeuillehouder gedane toezeggingen, met een afdoeningstermijn. • Concludeert of dat het voorstel voldoende is besproken en als hamerstuk of debatstuk (inclusief debatonderwerpen en eventuele aangekondigde moties/ amendementen) door kan naar de raadsvergadering. |
Technische vragen dienen vooraf te worden gesteld
Technische vragen dienen vooraf te worden gesteld