Delft, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Delft, 28-09-2026
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van Delft
Betreft: Formele aandachtspunten, informatieverzoeken en belangeninbreng inzake de voorgenomen realisatie van een AZC en flexwoningen op Sportpark Brasserskade
Geacht college,
Met deze brief vragen de ondergetekende verenigingen en Squash Delft aandacht voor de verdere planvorming rond de voorgenomen realisatie van een AZC en flexwoningen op Sportpark Brasserskade. Deze brief bouwt voort op onze gezamenlijke brief van 13 februari 2026 en uw beantwoording van 14 april 2026. Daarnaast baseren wij ons op de informatie die sindsdien beschikbaar is gekomen tijdens de door de gemeente georganiseerde informatiebijeenkomsten en op de meest recente bewonersbrief van 4 september 2026. Deze aanvullende informatie biedt verdere inzichten in de voorgenomen ontwikkelingen, de gevolgen voor het sportpark en de directe omgeving, en vormt daarmee een belangrijke basis voor de aandachtspunten en vragen die wij in deze brief naar voren brengen.
Wij constateren dat een aantal van de eerder door ons naar voren gebrachte punten inmiddels door u is beantwoord. Tegelijkertijd blijven op diverse onderdelen wezenlijke vragen bestaan. Deze brief richt zich daarom primair op onderwerpen die voor ons nog onvoldoende zijn uitgewerkt, onderbouwd of inzichtelijk gemaakt.
Voor een zorgvuldige belangenafweging achten wij het essentieel dat niet alleen de voordelen van de voorgenomen ontwikkeling worden belicht, maar ook de beperkingen, risico’s en nadelige gevolgen ervan. Wij verzoeken het college daarom inzichtelijk te maken welke locatiespecifieke risico’s en aandachtspunten aan deze ontwikkeling verbonden zijn, waaronder verkeer, parkeren, geluid, externe veiligheid, stikstof, natuurwaarden, bodemkwaliteit, energievoorziening, netcongestie en de gevolgen voor de huidige en toekomstige sportfunctie van het gebied. Juist omdat sprake is van een ontwikkeling met een beoogde looptijd van circa vijftien jaar, vinden wij dat deze belangen integraal en transparant moeten worden onderzocht en afgewogen.
Toekomstige sportbehoefte en capaciteit
Wij nemen kennis van uw standpunt dat veld 3 beperkt wordt gebruikt en dat veld 2A behouden blijft. Tegelijkertijd constateren wij dat nog geen integrale analyse openbaar is gemaakt van de toekomstige sportbehoefte gedurende de gehele looptijd van het project. Wij verzoeken daarom inzichtelijk te maken op welke concrete prognoses, onderzoeken en beleidsanalyses de conclusie is gebaseerd dat behoud van de huidige (en eventuele uitbreiding van de) sportcapaciteit op Sportpark Brasserskade niet nodig zal zijn.
Daarbij vinden wij het van belang dat niet alleen wordt gekeken naar het huidige gebruik van de velden, maar ook naar de ontwikkeling van bestaande verenigingen, mogelijke nieuwe sportactiviteiten en de toekomstige behoefte gedurende de gehele periode waarin de flexwoningen en het AZC aanwezig zijn.
De voorgenomen bebouwing heeft bovendien gevolgen voor de flexibiliteit en ontwikkelmogelijkheden van het sportpark. Door de komst van bebouwing op het terrein van
Pagina 1 van 4
Sporting, inclusief ter plaatse van veld 3, wordt het moeilijker om de beschikbare velden gezamenlijk en flexibel te benutten. Voor DHC betekent dit bovendien dat de vereniging als enige voetbalclub aan de westzijde van de geplande bebouwing achterblijft. Een eventuele toekomstige groei van DHC en een daarmee samenhangende behoefte aan extra veldcapaciteit kan dan niet zonder meer worden opgelost door efficiënter gebruik van velden aan de andere zijde van de bebouwing.
Ook de mogelijkheden om nieuwe sportactiviteiten op het sportpark te ontwikkelen worden hierdoor beperkt. Zo wordt de beoogde start van padel bij Squash Delft door de voorgenomen ontwikkeling onmogelijk.
Wij verzoeken het college deze gevolgen nadrukkelijk mee te nemen bij de beoordeling van de toekomstige sportcapaciteit.
Daarnaast blijft voor ons van belang welke waarborgen bestaan dat de sportbestemming en sportfunctie van de betrokken gronden na afloop van de tijdelijke periode daadwerkelijk kunnen terugkeren.
Regionale sportfunctie
In uw brief van 14 april 2026 stelt u dat op basis van demografische ontwikkelingen voor Delft en trends in sportdeelname een noodzakelijke capaciteitsuitbreiding niet wordt verwacht. Daarbij wordt onder meer verwezen naar de beperkte inwonerstoename in Delft en het feit dat een groot deel van de nieuwbouw in het zuidelijke deel van de stad plaatsvindt.
Voor Sportpark Brasserskade zijn echter ook ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen van Delft relevant. De ontwikkelingen in onder meer de Harnaschpolder, Rijswijk-Buiten, Ypenburg en Pijnacker-Nootdorp zijn voor de sportverenigingen op dit sportpark eveneens van belang.
Daarnaast constateert het college zelf dat Sportpark Brasserskade voorziet in een sportbehoefte vanuit onder meer Den Haag en Pijnacker-Nootdorp. De regionale functie van het sportpark is daarmee een gegeven dat naar onze mening ook moet worden meegenomen bij de beoordeling van de toekomstige sportbehoefte.
Gemeentegrenzen zijn voor inwoners die een sportvereniging zoeken immers niet bepalend. De gunstige ligging en bereikbaarheid van het sportpark, gecombineerd met de diversiteit en kwaliteit van het aanwezige sportaanbod, maken dat de verenigingen een regionale functie vervullen en ook leden uit omliggende gemeenten aantrekken.
Wij verzoeken het college daarom om bij de beoordeling van de toekomstige sportcapaciteit niet alleen de ontwikkelingen binnen Delft, maar ook de relevante regionale ontwikkelingen en de feitelijke regionale functie van Sportpark Brasserskade mee te nemen.
Indien de gemeente Delft van mening is dat de sportdeelname vanuit omliggende gemeenten financiële of capaciteitsmatige grenzen kent, zoals impliciet wordt verondersteld op pagina 4 van uw brief van 14 april 2026, verzoeken wij u tevens aan te geven op welke wijze hierover afstemming plaatsvindt met omliggende gemeenten en binnen regionale samenwerkingsverbanden.
Pagina 2 van 4
Omgekeerde werking en gevolgen voor sportactiviteiten
Wij vragen daarnaast nadrukkelijk aandacht voor de zogenoemde omgekeerde werking van milieuzonering. De toevoeging van geluidsgevoelige functies in de directe nabijheid van bestaande sportvoorzieningen kan op termijn gevolgen hebben voor gebruiksuren, verlichting, evenementen, uitbreidingsmogelijkheden en andere sportgerelateerde activiteiten.
Op dit punt hebben wij in uw beantwoording nog geen inhoudelijke beoordeling aangetroffen. Wij verzoeken het college daarom inzichtelijk te maken op welke wijze dit aspect in de verdere planvorming wordt onderzocht en welke waarborgen worden getroffen om te voorkomen dat bestaande sportactiviteiten hierdoor worden beperkt.
Verkeer, parkeren en openbaarmaking van onderzoeken
Ten aanzien van verkeer, parkeren en bereikbaarheid constateren wij dat het college onze zorgen erkent en aangeeft dat deze onderwerpen in de ontwerpfase nader worden uitgewerkt. Wij verzoeken daarom dat verkeerstellingen, parkeeronderzoeken en verkeersveiligheidsanalyses integraal onderdeel uitmaken van het verdere proces en actief openbaar worden gemaakt.
Voorts verzoeken wij het college om actieve openbaarmaking van alle relevante onderzoeken en rapportages. In het bijzonder verzoeken wij om inzage in de businesscase en haalbaarheidsbeoordeling van het COA, de resultaten van eventuele haalbaarheidsonderzoeken van de gemeente, de MER-beoordeling en eventuele vervolgstappen, alsmede de onderliggende onderzoeken op het gebied van geluid, verkeer, parkeren, veiligheid, stikstof, natuur, bodem, energievoorziening en netcongestie.
Wij verzoeken deze informatie tijdig beschikbaar te stellen, zodat belanghebbenden kennis kunnen nemen van dezelfde informatie die aan het bestuur en de initiatiefnemers ter beschikking staat.
MER en mer-beoordeling
Gelet op de omvang van het project, het aantal beoogde bewoners, de voorgenomen gebruiksduur van circa vijftien jaar en de mogelijke ruimtelijke, milieukundige en maatschappelijke effecten, verzoeken wij het college expliciet inzichtelijk te maken of voor de realisatie van het AZC en de flexwoningen sprake is van een MER-plicht dan wel een merbeoordelingsplicht.
Daarbij verzoeken wij tevens te beoordelen of de aanwijzing van Sportpark Brasserskade als locatie voor deze ontwikkeling en de daarop volgende planologische besluitvorming moeten worden beschouwd als een kaderstellend besluit voor toekomstige mer-(beoordelings)plichtige activiteiten.
Wij verzoeken het college tevens inzichtelijk te maken op grond van welke wettelijke bepalingen, beoordelingscriteria en drempelwaarden is geconcludeerd dat voor deze ontwikkeling al dan niet een MER of mer-beoordeling noodzakelijk is en deze conclusie met de onderliggende motivering actief openbaar te maken.
Indien een MER of mer-beoordeling aan de orde is, verzoeken wij aan te geven wie als initiatiefnemer optreedt, welk bestuursorgaan als bevoegd gezag fungeert, op welk moment deze beoordeling onderdeel wordt van de besluitvorming en hoe daarbij cumulatieve effecten,
Pagina 3 van 4
waaronder verkeer, parkeren, sportfuncties, natuur, geluid en externe veiligheid, worden betrokken.
Naar onze mening dient een eventuele MER of mer-beoordeling te worden uitgevoerd voordat definitieve locatiekeuzes, planologische medewerking of andere onomkeerbare bestuurlijke besluiten worden genomen. Alleen dan kunnen belanghebbenden hun belangen, zienswijzen en eventuele alternatieven baseren op een volledig, objectief en toetsbaar feitencomplex.
Tot slot verzoeken wij deze brief integraal onderdeel te laten uitmaken van het projectdossier en de hierin opgenomen aandachtspunten te betrekken bij de verdere planvorming, participatie en besluitvorming.
Met vriendelijke groet,
Namens de gezamenlijk ondersteunende verenigingen,
DHC
MIDI-Petanque
DSV Concordia
DHL
DKIJV
Squash Delft
DVC
AV40
Pagina 4 van 4