Delft, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Motie: Slaagkans Delftenaren
De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 september 2026, bij de behandeling van de Woonmonitor 2026.
Constaterende dat:
- In 2025 bij 507 van de 1.041 sociale verhuringen de woningzoekende uit Delft kwam;
- De kans op een sociale huurwoning in Delft is gedaald van 3,5 procent in 2021 naar 2,2 procent in 2025;
- Voor Haaglanden een jaarlijkse huisvestingsopgave van 3.465 mensen uit urgente en bijzondere doelgroepen wordt genoemd;
- Er een eerste schatting met verschillende scenario’s ligt, maar nog geen eenduidige Delftse opgave is vastgesteld;
- Het college verwacht dat de behoefte door de uitbreiding van de wettelijke urgentiegroepen ruim boven het genoemde maximum van 30% van de vrijkomende sociale huurwoningen zal uitkomen;
- Niet is berekend wat dit betekent voor de slaagkans en wachttijd van reguliere Delftse woningzoekenden.
Overwegende dat:
- Sociale huurwoningen in Delft schaars zijn;
- De raad moet weten wat extra urgentie betekent voor de slaagkans en wachttijd van Delftse starters, gezinnen en andere reguliere woningzoekenden;
- De raad de gevolgen voor Delftse woningzoekenden moet kennen voordat afspraken over de regionale huisvestingsopgave worden vastgesteld.
Verzoekt het college:
- Uiterlijk bij het aanbieden van de Regionale Woonzorgvisie aan de raad aan te geven welk deel van de regionale huisvestingsopgave naar verwachting in Delft terechtkomt, hoeveel sociale huurwoningen daarvoor nodig zijn en hoe dit zich verhoudt tot het maximum van 30%;
- Daarbij aan de hand van verschillende scenario’s inzichtelijk te maken wat dit betekent voor de slaagkans en wachttijd van Delftse starters, gezinnen en andere reguliere woningzoekenden;
- Deze cijfers voortaan ieder jaar op te nemen in de Woonmonitor.
En gaat over tot de orde van de dag.
PVV Delft, Sylvia Grobben
_Bronnen:_ _Woonmonitor Delft 2026, pagina 29, en de beantwoording van de technische vragen van de_ _PVV Delft over de Woonmonitor 2026, antwoorden op de vragen 1 en 3._