Brummen, 17 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Aan de Gemeenteraad
Brummen : 16 juni 2026 Ons kenmerk : Z126473/D484445 Uw kenmerk : D482482 Onderwerp : antwoord raadsvragen aangaande raadsinformatiebrief D476590
(gebiedsverkenning toekomstbestendig watersysteem Loenen-Eerbeek)
Geachte raadsleden,
Bij deze delen wij de antwoorden op de vragen van raadsleden Reinoud Keesmaat (PVDA) en Gertie Sloetjes (GroenLinks) met u. De vragen en antwoorden hebben betrekking op de raadsinformatiebrief D476590 uit februari 2026 over de gebiedsverkenning toekomstbestendig watersysteem Loenen-Eerbeek. De aanleiding voor de vragen waren de genoemde acties in de raadsinformatiebrief.
Vragen en antwoorden:
1. Wanneer verwacht u de publieksvriendelijke versie van het rapport van Arcadis?
Er is inmiddels een publieksversie. Die hebben wij als bijlage bijgevoegd (D484597). Deze zal binnenkort ook gedeeld worden met de inwoners.
2. Welk standpunt neemt het college in ten aanzien van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5 van het rapport?
De conclusies en aanbevelingen onderschrijft het college.
3. In uw raadsinformatiebrief maakt u geen melding van nadere acties door gemeente, waterschap en provincie.
a) Mogen wij aannemen dat er wordt gewerkt aan een duidelijke oplossingsrichting voor de
verbetering van het grondwatersysteem in en om Eerbeek? Immers, de problemen voor inwoners zijn niet duurzaam opgelost.
Op basis van de gebiedsverkenning is er niet één duidelijke oplossingsrichting voor de verbetering van het grondwatersysteem. In de gebiedsverkenning worden meerdere handelingsperspectieven aangedragen. Deze dragen volgens de gebiedsverkenning bij aan het verkleinen van de kwetsbaarheid voor wateroverlast in het gebied. Daarbij is samenwerking tussen de gemeente, provincie, waterschap, bedrijven en inwoners cruciaal. Het college heeft gevraagd (maart 2026) of er een globaal beeld voor elk van de handelingsperspectieven (uit hoofdstuk 4 van de gebiedsverkenning) gemaakt kan worden. Dit is een eerste stap (fase 1) van het vervolg op de gebiedsverkenning. Uit het globale beeld moet blijken wat, per handelingsperspectief voor de gemeente Brummen de gevolgen zijn qua kosten en tijd (ambtelijke inzet). Met dit globale beeld kan het gemeentebestuur de haalbaarheid en doelmatigheid van elk van de handelingsperspectieven bepalen en een besluit nemen over het
Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen
Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl
Z126473/D484445 Blz. 2 van3
vervolg (eigen rol en kosten). Het college verwacht dit globale beeld begin augustus te ontvangen.
b) Neemt de gemeente, de provincie of het waterschap de rol op zich als trekker van het
gezamenlijk actieprogramma?
De gemeente heeft deze rol voor nu (fase 1) op zich genomen
c) Het rapport adviseert de gemeente de regierol te nemen. Acht het college de gemeente
Brummen in staat om de regie te nemen in deze complexe problematiek, ook gezien de krappe bezetting van het ambtelijk apparaat?
Voor deze eerste fase wel. Op basis van de uitkomst van deze fase zal dit opnieuw bepaald moeten worden.
d) Hoe kijkt het college aan tegen de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente, zoals in het
rapport beschreven in paragraaf 3.1.2?
Het college onderkent de genoemde verantwoordelijkheden. Op basis van de resultaten van fase 1 wordt bepaald welke handelingsperspectieven (kunnen) worden ingezet om aan deze verantwoordelijkheid gevolg te geven.
e) In de behandeling in Provinciale Staten werd aangegeven dat de gemeente het aanspreekpunt
voor gedupeerden is. Kunt u aangeven hoe dit ingericht is?
Inwoners van de gemeente kunnen via de bestaande kanalen (KCC, post, Fixi) terecht bij de gemeente als zij overlast ervaren. Er zijn op ambtelijk niveau afspraken gemaakt tussen de provincie, het Waterschap en de gemeente. Niet alle vragen kunnen door de gemeente beantwoord worden of vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. In die gevallen zijn er korte lijntjes met de provincie en het Waterschap.
4. U geeft aan dat u met inwoners communiceert via de pers. Er zijn de afgelopen jaren verschillende bijeenkomsten voor inwoners geweest. Op welke wijze krijgt dit een vervolg en worden inwoners betrokken en geïnformeerd over de stand van zaken en de mogelijkheden en onmogelijkheden van wijzigingen in het grondwatersysteem in Eerbeek?
- Korte termijn: Op dit moment worden er drie waterspreekuren voorbereid in juli. Het doel van de waterspreekuren is de inwoners de gelegenheid te geven om vragen te stellen n.a.v. de gebiedsverkenning en de vervolgstappen. Hiervoor zullen ambtenaren van de gemeente beschikbaar zijn, ondersteunt door collega’s van provincie en Waterschap..
Binnenkort zal er een persbericht uitgaan met de publieksversie van de gebiedsverkenning en een aankondiging van de waterspreekuren. Inwoners kunnen zich vervolgens opgeven voor een persoonlijk gesprek (van ±15 min). Mochten er vragen zijn die meer tijd nodig hebben, dan nemen we die mee en beantwoorden die later.
- Lange termijn: Pas als meer bekend is over de (on-)mogelijkheden van wijzigingen in het grondwatersysteem kunnen we hierover in gesprek met de inwoners. Een nieuwe bijeenkomst over grondwater behoort tot de mogelijkheden nadat fase 1 door het gemeentebestuur is besproken.
5. De gemeenteraad heeft, voor een toelichting op het rapport van Arcadis, zich moeten wenden tot de informatie, zoals deze verstrekt is door medewerkers van de provincie in een beeldvormende sessie. Waarom kiest het college van B&W voor een raadsinformatiebrief over een dergelijk best wel ingewikkeld onderwerp?
Het college zag de raadsinformatiebrief als het juiste middel omdat de oplevering van de gebiedsverkenning een eerste stap is. Na fase 1 kan zij zich goed voorstellen dat er een informatiesessie komt voor de raad. Dan kan ook een betere inschatting worden gemaakt van de concrete stappen die op basis van de gebiedsverkenning worden uitgewerkt. De situatie bij de provincie was anders, daar waren reeds voor de gebiedsverkenning al vragen gesteld aan de gedeputeerde door de Provinciale Staten.
Z126473/D484445 Blz. 3 van3
Met vriendelijke groet,
Delen van Loenen en Eerbeek hebben last van grondwaterproblemen. Het gebied ligt in een zogenoemde grondwaterfluctuatiezone, oftewel een zone die erg gevoelig is voor grondwateroverlast. Die gevoeligheid was met name in de natte winter van 2023-2024 goed te merken. In dit gebied spelen zowel natuurlijke als menselijke factoren een rol bij de locatie en mate waarin grondwateroverlast optreedt.
Hierdoor is grondwateroverlast in dit gebied niet uit te sluiten. Wel kunnen we stappen nemen om waar mogelijk grondwateroverlast te verminderen. Daarom is onderzoek gedaan om de oorzaak, verantwoordelijkheden en mogelijke aanbevelingen voor de grondwatersituatie goed op een rijtje te zetten. De resultaten delen we graag met je.
De gebiedsverkenning,
Wie is er verantwoordelijk?
En het advies vanuit het onderzoek.
contact op met:
✓ Provincie: post@gelderland.nl
✓ Waterschap Vallei en Veluwe : hydrodesk@vallei-veluwe.nl
✓ Gemeente Brummen : k.bakker@brummen.nl
Grondwateroverlast wordt zowel veroorzaakt door natuurlijke als menselijke omstandigheden. Hieronder zijn de redenen kort opgesomd:
✓ Grondwaterstroom vanuit de Veluwe – Vanuit de Veluwe komt een grote
stroom grondwater met grote en trage fluctuaties in de grondwaterstand. Perioden van hoge grondwaterstanden kunnen daardoor (jaren)lang wegblijven en lang aanhouden.
✓ Laag gelegen – Delen van Eerbeek en Loenen liggen lager waardoor
water naar die gebieden stroomt. Door de nattigheid werd in het verleden op deze plekken geen huizen gebouwd.
✓ Extremere neerslag – Extremere regenbuien komen steeds vaker voor .
De grondwaterstroming, lage ligging in combinatie met hevige regenbuien zetten druk op het systeem en zorgen voor een hoge grondwaterstand die lang kan aanhouden.
✓ Stoppen en verdiepen van grondwateronttrekkingen – Door de
onttrekkingen in het gebied (voor drinkwater, landbouw en industrie) werd het gebied droger en door het veranderende klimaat in sommige periodes te droog. Dit was aanleiding om zuiniger om te gaan met het grondwater. Hierdoor ontstaat er weer een meer natuurlijke situatie.
Al deze oorzaken samen zorgen ervoor dat de kans op (grond)wateroverlast niet is uit te sluiten, zeker bij flinke regenbuien. Mede door de onzekerheid over het toekomstige klimaat, blijft er altijd kans op enige vorm van overlast waarvan men zich bewust moet zijn.
De taken, rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot het (grond)wateroverlast en -beheer zijn verdeeld over “ons allen”; de provincie, waterschap, gemeenten, de eigenaren van gebouwen en percelen, de gebruikers van gebouwen en percelen en de gebruikers van het (grond)watersysteem. Rechts zie je beknopt wie wanneer handelt bij wateroverlast.
Uit het rapport zijn vier adviezen gekomen hoe om te gaan met (grond)wateroverlast. Er is nog niet gekozen welke opties het meest geschikt of haalbaar zijn.
Grondwateronttrekking aanpassen
Meer grondwater (ondiep) onttrekken kan de grondwaterstand verlagen. Ook flexibel onttrekken kan helpen door bijvoorbeeld juist in natte periode wel grondwater te onttrekken en minder in droge periodes.
Watersysteem aanpassen
Er kan ook gedacht worden aan het aanpassen van het watersysteem. Denk bijvoorbeeld aan het aanleggen van waterberging in hogere gebieden, toevoegen van extra watergangen (sloot, beek etc.) en bestaande watergangen goed onderhouden, zodat het overtollige grondwater afgevoerd kan worden in natte periodes.
Wie handelt bij wateroverlast?
Waterschap
Gemeente
Brandweer
Zelf regelen
Gebouwen / bouwtechnieken aanpassen
Een andere optie is het aanpassen van gebouwen in natte gebieden. Denk bijvoorbeeld aan het ophogen van woningen of nieuwe woningen waterdicht te bouwen.
Gedrag en beleid aanpassen
En als laatste het veranderen van ons eigen gedrag. Dat begint bij het begrijpen van de oorzaak, de risico’s en te weten wat je zelf kan doen. Bijvoorbeeld het waterdicht maken van kelders en afvoeren van water rondom het huis/gebouw. In beleid kunnen regels opgenomen over waar bijvoorbeeld huizen te bouwen.
Ook is het goed om bewust te zijn dat hoog grondwater er ook af en toe bij hoort in een gebied dat van nature nat is. De bovenstaande opties kunnen dat niet volledig voorkomen.