Breda, 3 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Beantwoording technische vragen nav iB-sessie Stikstof d.d. 03-09-2026
Wat mag er wel/niet binnen de zoneringsafstand van 500 m?
De kabinetsbrief d.d. 26-06-2026 ('Weer ruimte voor boer, natuur en bouw) geeft aan dat er binnen de zone van 500 m ruimte blijft voor landbouw. De landbouw moet binnen de genoemde zone extensiever en natuurvriendelijker worden ingericht, waardoor er:
- extra reductie van stikstofdepositie wordt bewerkstelligd;
- herstel van water- en bodemsystemen plaatsvindt;
- andere drukfactoren op de natuur worden aangepakt.
Verder geeft de kabinetsbrief aan dat er ondersteuning voor boeren bij omschakeling, verplaatsing, innovatie of vrijwillige beëindiging wordt gegeven.
De kabinetsbrief werkt dit nog niet volledig juridisch uit, maar de bedoeling is dat ontwikkelingen die leiden tot extra stikstofbelasting op de aangrenzende Natura 2000-natuur veel moeilijker worden. Provincies moeten hiervoor vanaf 2027 zoneringsregels uitwerken. Hierbij moet worden gedacht aan:
- uitbreiding van veehouderijen zonder voldoende emissiereductie;
- bedrijfsvoering die niet past binnen de beoogde extensivering;
- activiteiten die leiden tot extra stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw, infrastructuur, bedrijven) geldt geen generiek bouwverbod binnen 500 meter. Het doel van de zonering is juist natuurherstel mogelijk maken zodat vergunningverlening weer op gang komt. Wel kunnen gebiedsspecifieke regels en voorwaarden gaan gelden, maar ook deze zijn in de kabinetsbrief niet verder uitgewerkt.
Betekent de mogelijke aanpassing van de rekenkundige ondergrens van 0,005 mol/ha/jaar naar 0,5 mol/ha/jaar dat de stikstofgevolgen ook met een factor 100 toeof afnemen?
Nee. De verhoging van een rekenkundige ondergrens van 0,005 mol N/ha/jaar naar 0,5 mol N/ha/jaar betekent niet dat de werkelijke stikstofgevolgen met een factor 100 veranderen. Het gaat om een juridische beoordelingsgrens, niet om een fysieke verandering in depositie. De rekenkundige ondergrens bepaalt namelijk vanaf welke berekende bijdrage aan stikstofdepositie een plan/project moet worden meegenomen in de vergunningverlening en passende beoordeling.
Voorbeeld: Project A veroorzaakt een berekende depositie van 0,3 mol/ha/jaar. Onder de rekenkundige ondergrens van 0,005 mol/ha/jaar moet die bijdrage worden meegewogen, maar onder de rekenkundige ondergrens van 0,5 mol/ha/jaar zou die
bijdrage buiten de beoordeling vallen. De depositie blijft echter 0,3 mol/ha/jaar. Oftewel alleen de juridische behandeling verandert met het ophogen van de rekenkundige ondergrens. Dit betekent dat meer plannen/projecten door kunnen gaan zonder dat (zeer) kleine stikstofbijdragen afzonderlijk hoeven te worden beoordeeld en dat de administratieve en juridische last afneemt. De feitelijke stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden verandert daardoor niet.
De totale cumulatieve depositie van veel kleine projecten samen kan uiteraard wel een ecologisch effect hebben. Dit is precies een van de punten waarover juridisch en wetenschappelijk discussie bestaat, aangezien de kans groter is dat zonder extra maatregelen de doelen voor de Natura 2000-gebieden pas later (dan 2025) gehaald zullen worden.
Kort samengevat: de rekenkundige ondergrens wordt 100 keer hoger, maar de daadwerkelijke stikstofdepositie van een project wordt daardoor niet 100 keer groter of kleiner. Alleen de juridische relevantie van kleine bijdragen verandert.
Bevindt het bestemmingsplan Woonakker zich, gezien de recente RvS-uitspraken, nog in de ‘gevarenzone’?
Het bestemmingsplan Woonakker is vastgesteld op 14 november 2024, ruim een maand voor de Rendac-uitspraak van 18 december 2024. Op dat moment was het gebruikelijk om - indien nodig - interne saldering toe te passen in een voortoets bij een plan. Na de Redac-uitspraak, die betrekking heeft op projecten (vergunningen), is de werkwijze ook voor plannen aangepast door in een voortoets niet meer intern te salderen, maar bij een stikstofeffect boven de rekenkundige ondergrens een ecologische beoordeling te laten maken.
Uit een dergelijke beoordeling moet blijken of een stikstofeffect boven de rekenkundige ondergrens ook daadwerkelijk leidt tot significante effecten op Natura2000. In dat geval moet er een passende beoordeling worden gemaakt, waarin alsnog interne saldering kan worden betrokken. Daarmee is geanticipeerd op de Pasgeld-West-uitspraak van begin 2026 waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) inderdaad heeft bevestigd dat intern salderen ook bij plannen niet meer in de voortoets mag plaatvinden.
Wat betekent dit voor Woonakker? Omdat intern salderen niet meer mag worden betrokken in de voortoets, zou het vaststellingsbesluit waarschijnlijk worden vernietigd omdat voor het plan een passende beoordeling had moeten worden gemaakt. In lijn met de genoemde werkwijze sinds de Rendac-uitspraak is er allereerst een ecologische beoordeling gemaakt. Hieruit is gebleken dat er ondanks een stikstofeffect boven de rekenkundige ondergrens geen sprake is van significante effecten op Natura2000 als gevolg van dit plan. De inschatting is dat daarmee de rechtsgevolgen van het besluit overeind blijven: Er hoefde geen passende beoordeling te worden gemaakt. Deze ecologische beoordeling is als aanvullende
motivering ingediend bij de Afdeling in het kader van het verweer in de beroepzaak. Uiteraard zal de Afdeling zich hierover moeten uitspreken.