Barendrecht, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Aan de gemeenteraad
L.P. van der Linden MSc _Wethouder_
Uw brief van: 4 september 2026 Ons kenmerk: 2026-050986 Uw kenmerk: Contactpersoon: Mevrouw S. Kooiman Bijlage(n): Cluster: Leefomgeving Onderwerp: Beantwoording technische vragen Doorkiesnummer: 140180 Datum: 10 september
Geachte raadsleden,
Hieronder beantwoorden wij de technische vragen van raadslid Carlebur (Barendrechts Belang) over de kaderstellende startnotitie Centrumgebied Middenbaan, ter voorbereiding op de commissievergadering van 15 september.
1. Verschil begroting 2026 In de presentatie stond voor 2026 een bedrag van €197.500. In het raadsvoorstel is dit €207.500. Waar komt het verschil van €10.000 vandaan?
Antwoord: Het verschil van €10.000 komt door wijzigingen binnen spoor 1, economische vitaliteit. De combinatie van onderzoek naar marktruimte, DNA van het centrumgebied, doelgroepen, branchering, functiemix en zonering wordt door Sweco voor €35.000 uitgevoerd in plaats van de eerder geraamde €50.000. Tegelijkertijd is €25.000 opgenomen voor de ruimtelijke inpassing van de weekmarkt. Per saldo leidt dit tot €10.000 extra in 2026.
2. Status van de ruimtelijke verkenning In het raadsvoorstel staat dat met dit besluit nog geen inhoudelijke ruimtelijke keuzes worden ge- maakt. Tegelijkertijd bevat hoofdstuk 5 van de startnotitie al concrete, zij het voorlopige, kaders voor onder andere bouwhoogte, parkeren, detailhandel en wonen. Hoe moeten deze worden gezien in het vervolg?
Antwoord: Hoofdstuk 5 van de kaderstellende startnotitie loopt in feite vooruit op het proces. Met de concept-kaders is een denkrichting vertaald naar beeld en woord. U, als raad, heeft van de bijbehorende beelden kennisgenomen tijdens de oriënterende raad van 30 juni jl. De concept-kaders zijn op basis van eerdere ideeën en initiatieven en op basis van beleid samengesteld. In de periode tot aan Q1 2027 worden de concept-kaders getoetst. Komt de ruimte die we bieden in de concept-kaders bijvoorbeeld overeen met de
pagina 1 van 5
marktvraag (onderzoek marktruimte berekening), met de ruimte die nodig is voor parkeren en is er voldoende ruimte voor de verkeersafwikkeling (onderzoek parkeer en verkeer). Tevens wordt onderzocht hoe het centrumgebied Middenbaan voldoende kan vitaliseren (onderzoek branchering). Dit laatste kan ook van invloed zijn op de ruimtelijke kaders doordat bijvoorbeeld ruimte geboden dient te worden voor clustering. De kaderstellende startnotitie vormt daarmee het vertrekpunt voor de verdere uitwerking; de definitieve kaders worden daarna vertaald in het ontwikkelkader en het omgevingsprogramma.
3. Kunnen deze kaders volledig veranderen of verdwijnen, of vormen ze de basis voor het ontwikkel- kader?
Antwoord: De conceptkaders vormen het vertrekpunt voor het uiteindelijke ontwikkelkader. Op basis van nieuwe informatie en keuzes kunnen ze in het ontwikkelkader worden aangescherpt. Ze liggen dus nog niet definitief vast, De kaders zijn niet formeel vastgesteld, maar vormen wel de basis voor verdere uitwerking.
4. Waarom is nieuw onderzoek nodig? Waarom is nieuw onderzoek nodig als er al het koopstromenonderzoek 2025, het verkeersonderzoek 2025 en het onderzoek van Strabo liggen? Welke informatie ontbreekt nog?
Antwoord: Zie ook antwoord op vraag 2. Het ontbreekt aan de specifieke kennis van het centrumgebied Middenbaan i.r.t. de nieuwe uitbreidingsmogelijkheden die de concept-kaders mogelijk maken. Aanvullend onderzoek is nodig omdat voor een goed ontwikkelkader nog informatie ontbreekt om onderbouwde keuzes te kunnen maken en de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het centrumgebied te kunnen beoordelen.
5. Reserve grondbedrijf a. Waarom worden de kosten voor de planvorming ten laste gebracht van de reserve grondbedrijf?
Antwoord: De aanpak van de Middenbaan is een gebiedsontwikkeling waarin de gemeente mogelijk een actieve rol wil spelen. Het coalitieakkoord 2026-2030 benoemt dat de ruimte in de algemene reserve en het grondbedrijf benut kan worden voor investeringen in gebiedsontwikkelingen, waaronder de aanpak van de Middenbaan.
b. Zijn de gevraagde bedragen volledig incidenteel en betekent dit dat voor structurele maatregelen en de daadwerkelijke gebiedsontwikkeling na 2027 opnieuw een besluit nodig is?
Antwoord: Ja. De nu gevraagde middelen zijn bedoeld voor de programma- en onderzoeksfase in 2026 en 2027. Voor concrete investeringen en maatregelen die daarna nodig zijn, zal afzonderlijke financiële besluitvorming plaatsvinden. De omvang en vorm daarvan kunnen nu nog niet worden bepaald.
c. Welke concrete producten en resultaten worden voor de €460.000 in 2026 en 2027 geleverd?
Antwoord: De middelen worden allereerst ingezet voor het opstellen van een integraal ontwikkelkader voor het centrumgebied Middenbaan. Dit kader wordt inhoudelijk onderbouwd met de benodigde onderzoeken en
pagina 2 van 5
analyses, onder meer op het gebied van marktruimte, doelgroepen, branchering, functiemix, wonen, openbare ruimte en mobiliteit en parkeren. Daarnaast worden concrete maatregelen en producten voorbereid of gerealiseerd, waaronder een passantentelsysteem, parkeerbewegwijzering, interne bewegwijzering en het onderzoek naar ruimtelijke inpassing van de weekmarkt. Ook worden de communicatie, participatie en samenwerking met betrokken partijen georganiseerd.
6. Projectorganisatie, samenwerking en proces a. Er is een relatief groot bedrag opgenomen voor ‘projectorganisatie, samenwerking en proces’: €60.000 in 2026 en €100.000 in 2027. Waar is deze capaciteit voor nodig?
Antwoord: Deze middelen zijn nodig om het programma daadwerkelijk te organiseren en uit te voeren. Het gaat onder meer om programmasturing, projectleiding, ondersteuning, afstemming tussen disciplines, samenwerking met vastgoedeigenaren en ondernemers en het begeleiden van het proces rond de gebiedsontwikkeling.
b. Welk deel betreft interne capaciteit en welk deel externe inzet?
Antwoord: De programmasturing en inhoudelijke advisering worden vanuit de gemeentelijke organisatie geleverd. De projectleiding wordt grotendeels extern ingevuld. Daarnaast wordt waar nodig externe expertise ingezet voor specifieke werkzaamheden en onderzoeken.
7. Participatie a. Hoe wordt participatie vormgegeven? Welke groepen worden naast ondernemers en vastgoedeige- naren betrokken, zoals bewoners en ontwikkelaars?
Antwoord: Welke groepen op welk moment worden betrokken, wordt verder uitgewerkt in het communicatie- en participatieplan. Daarbij wordt gekeken naar de verschillende belangen en betrokkenheid bij de ontwikkeling van het centrumgebied. Per onderdeel van het programma, zoals een project of onderzoek, wordt bepaald welke communicatie nodig is en of en op welke wijze participatie wordt ingezet.
b. Kunnen belanghebbenden daadwerkelijk invloed uitoefenen op de ontwikkelrichting?
Antwoord: Ja, want draagvlak is essentieel. De eerste ruimtelijke verkenning is bijvoorbeeld al tot stand gekomen met veel input van vertegenwoordigers van vastgoedeigenaren en de BIZ. Deze input wordt meegenomen bij het verder ontwikkelen van de ruimtelijke richting. Ook in het vervolg kunnen belanghebbenden via participatie input leveren op de ontwikkeling van het centrumgebied. Daarbij wordt altijd een integrale afweging gemaakt tussen de verschillende belangen. De gemeenteraad is uiteindelijk aan zet bij de besluitvorming over de ontwikkelrichting.
c. Hoe en wanneer gebeurt dit?
pagina 3 van 5
Antwoord: De verdere aanpak wordt uitgewerkt in het communicatie- en participatieplan. Dit vindt plaats gedurende de verdere ontwikkeling van het ontwikkelkader en het omgevingsprogramma.
8. Marktpartijen en initiatieven a. Waarom wordt het risico dat marktpartijen onvoldoende bereid zijn om te investeren of samen te werken als beperkt ingeschat?
Antwoord: We zien op dit moment juist enthousiasme vanuit de markt. Er zijn inmiddels marktinitiatieven voor het centrumgebied. Dat laat zien dat er bereidheid en belangstelling is om in het gebied te investeren. Tegelijkertijd blijft de daadwerkelijke haalbaarheid van initiatieven afhankelijk van onder meer ruimtelijke, financiële en programmatische voorwaarden.
b. De startnotitie noemt dat mogelijk al een eerste intentieovereenkomst met een marktinitiatief kan worden gesloten voordat het ontwikkelkader is vastgesteld. Wat betekent dit voor de positie van de gemeenteraad als een initiatief vooruitloopt op het ontwikkelkader?
Antwoord: de ruimtelijke kaders zijn nog steeds leidend voor een marktinitiatief. Pas na het vaststellen van het ontwikkelkader wordt een marktinitiatief met een anterieure overeenkomst vastgesteld. In de beoogde intentieovereenkomst worden daarom geen afspraken gemaakt over ruimtelijke kaders.
9. Mobiliteit en parkeren a. Hoe verhoudt het nieuwe parkeeronderzoek zich tot het verkeersonderzoek uit 2025? Is dit een nieuw onderzoek of een actualisatie/verdieping?
Antwoord: Eind september wordt een nieuw parkeeronderzoek uitgevoerd om over actuele gegevens over het parkeren te beschikken. Daarnaast bouwen we voort op het meest recente verkeersonderzoek uit 2025. Daarin wordt onder andere ingegaan op bereikbaarheid, maar ook mogelijke parkeerregulatie. De onderzoeken samen geven inzicht in de parkeerbehoefte en in mogelijke maatregelen en leveren daarmee input voor het ontwikkelkader.
b. In de ruimtelijke verkenning wordt ‘gebouwd parkeren’ genoemd. Is dit alleen één van de onder- zochte mogelijkheden of is dit al een uitgangspunt/kader?
Antwoord: Dit moet nog nader worden geduid.
c. Kan betaald parkeren een mogelijke uitkomst zijn van het parkeeronderzoek?
Antwoord: Nee, niet in het parkeeronderzoek. In het verkeersonderzoek (zie antwoord 9a) zou dat geadviseerd kunnen worden, maar betaald parkeren is bestuurlijk niet wenselijk.
10. Monitoring bezoekersstromen
pagina 4 van 5
In de stukken wordt gesproken over een ‘privacy proof’ camerasysteem voor het monitoren van be- zoekersstromen. Hoe wordt dit privacy-proof gemaakt? Welke technische en organisatorische maat- regelen worden getroffen, welke gegevens worden precies verzameld en hoe worden deze gegevens gebruikt om de effecten van activiteiten en investeringen te meten?
Antwoord: Op dit moment is het camerasysteem nog niet technisch uitgewerkt. Het uitgangspunt is dat bezoekersstromen worden gemeten zonder dat individuele personen herkenbaar worden geregistreerd. De precieze technische oplossing, gegevensverwerking en wijze van monitoring moeten nog worden uitgewerkt.
Hoogachtend,
L.P. van der Linden MSc
pagina 5 van 5