Baarn, 23 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
_Memo_
Aan : Gemeenteraad Baarn Onderwerp : Beantwoording technische vragen VVD over Herziening verordening Star terslening 2018 Portefeuillehouder : Simon Bremmer Datum : 14-09-2026
Geachte raadsleden en steunfractieleden,
De fractie van VVD heeft technische vragen gesteld over Starterslening. Hieronder de vragen en de antwoorden.
Vraag 1: Waarop is de stelling gebaseerd dat de herziening niet leidt tot aanvullende uitvoerings- en administratiekosten?
Antwoord: De uitvoering van de regeling ligt in belangrijke mate bij SVn. De rol van de gemeente beperkt zich tot het toetsen van aanvragen aan de gemeentelijke voorwaarden en het nemen van een toewijzingsbesluit. Na deze toewijzing verzorgt SVn de verdere afhandeling, waaronder de financiële beoordeling van de aanvrager. Vervolgens verstrekken zij de lening en regelen het beheer gedurende de looptijd.
Vraag 2: Welke criteria worden bij een aanvraag getoetst, en welke daarvan toetst de gemeente zelf en welke toetst SVn? Antwoord: De gemeente toetst de beleidsmatige en lokale voorwaarden, terwijl SVn de financiële haalbaarheid en de uiteindelijke lening verstrekking beoordeelt. De gemeente toetst of een aanvraag voldoet aan de voorwaarden uit de verordening. Daarbij beoordeelt het college of de aanvrager tot de doelgroep behoort, of de woning binnen het toepassingsbereik van de regeling valt en of er voldoende budget beschikbaar is. Op basis daarvan neemt het college een toewijzings- of afwijzingsbesluit. Na een positieve toewijzing beoordeelt SVn de aanvraag financieel aan de hand van de geldende NHGnormen. SVn stelt vervolgens vast of de aanvrager in aanmerking komt voor een lening en bepaalt de definitieve hoogte daarvan. Bij een positieve uitkomst brengt SVn een offerte uit en verzorgt zij de verdere verstrekking en het beheer van de lening
Vraag 3: Welke bewijsstukken moet een aanvrager van een starterslening zelf bij zijn aanvraag aanleveren? Antwoord: Het gaat om de volgende stukken: Persoonsgegevens en een identiteitsbewijs; Gegevens waaruit blijkt dat sprake is van een eerste koopwoning; Gegevens over de aan te kopen woning, zoals een koopovereenkomst of koop-/aanneemsom; Gegevens waaruit blijkt dat de woning in Baarn ligt; Gegevens waarmee de gemeente kan controleren of wordt voldaan aan de vereiste woonduur in Baarn (minimaal drie jaar ingeschreven in de BRP).
1
Vraag 4: Hoe wordt de eis van drie jaar onafgebroken ingezetenschap getoetst, en hoe wordt omgegaan met een onderbreking in die periode? Antwoord: Op basis van de gegevens uit het BRP, drie jaar onafgebroken in Baarn wonen is een harde eis.
Vraag 5: Op welke wijze wordt getoetst of iemand daadwerkelijk starter is en niet eerder een koopwoning heeft gehad in het verleden, is dit een onderzoeksmethode die sluitende zekerheid biedt en zal deze toetsing ook worden uitgevoerd door de gemeente of SVn? Antwoord: De aanvrager dient een ondertekende verklaring te overleggen waaruit blijkt dat hij of zij niet eerder eigenaar is geweest van een woning. Daarnaast worden de huidige woonsituatie en de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) gecontroleerd. De controle vindt plaats op basis van beschikbare gegevens en verklaringen van de aanvrager. Een volledig sluitende garantie dat iemand nooit eerder eigenaar van een woning is geweest kan niet worden gegeven, maar door de gehanteerde controles wordt het risico op onterechte toekenning zoveel mogelijk beperkt.
Vraag 6: Bij toewijzing op volgorde van binnenkomst: geldt de datum van de indiening van de aanvraag bij de gemeente of die bij SVn? Antwoord: Dit gaat over indiening bij de gemeente. Artikel 5. lid 5 bepaalt dat het college aanvragen "in volgorde van binnenkomst" afhandelt. Pas nadat het college een toewijzingsbesluit heeft genomen, kan de aanvrager een aanvraag indienen bij SVn. De beslistermijn begint pas te lopen nadat de aanvraag compleet is.
Vraag 7: Artikel 2 van de (concept) "Verordening Starterslening gemeente Baarn 2018 met wijzigingen" schrijft niet dwingend voor dat iemand een 'Aanvrager' moet zijn zoals gedefinieerd onder artikel 1 van de Verordening. Daardoor lijkt de regeling die door artikel 2 wordt afgebakend feitelijk open te staan voor iedere aanvrager, ook indien deze niet aan de definitie 'Aanvrager' voldoet. Ook artikel 2 lid 2 van de Verordening lijkt dit niet uit te sluiten. Deelt u deze analyse? En kunt u aangeven met welke formulering het toepassingsbereik onder artikel 2 van de Verordening wel op de beoogde wijze wordt afgebakend?
Antwoord Nee, die analyse delen wij niet. Artikel 2 moet worden gelezen in samenhang met de begripsbepalingen in artikel 1 van de verordening. In artikel 1 is expliciet gedefinieerd wie als ‘Aanvrager’ wordt aangemerkt. Deze definitie werkt door in de gehele verordening, tenzij uit een specifieke bepaling uitdrukkelijk anders blijkt. Daarvan is in artikel 2 geen sprake.
Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
2
Met vriendelijke groet,
Simon Bremmer Wethouder
3