Baarn, 16 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
_Memo_
Aan : Gemeenteraad Baarn Onderwerp : Beantwoording technische vragen D66 over de kosten energietransitie
voor gemeentebegroting Portefeuillehouder : Hugo Prakke Datum : 14-09-2026
Geachte raadsleden en steunfractieleden,
De fractie van D66 heeft technische vragen gesteld over de kosten van de energietransitie. Hieronder de vragen en de antwoorden.
Vraag 1: Naar aanleiding van de sessie dinsdag en de vergadering gisteren nog een aanvullende technische vraag over het wijkwarmteplan. We hebben het steeds over de hoge kosten van de energietransitie. Maar waar hebben we het dan over? Kosten liggen ook bij derden als netbeheerders, inwoners en woningcorporaties. Kan er worden aangegeven hoeveel van de kosten ten laste van de gemeentebegroting komen?
Antwoord: De kosten van de energietransitie liggen inderdaad bij verschillende partijen. Hierbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen kosten voor de elektriciteits- en de warmtetransitie.
Elektriciteitstransitie De kosten voor de elektriciteitstransitie zijn grotendeels gesocialiseerd. Dat betekent dat iedereen meebetaald aan de extra investeringen in het elektriciteitsnet. Inwoners zien dit terug in de rekening die zij van de netbeheerder krijgen. In dit gebied is dat Stedin. Wanneer er wordt besloten om te investeren in bijvoorbeeld zonnepanelen of windturbines, dan liggen die kosten bij degene die die investering doet. Dat kan iedereen zijn; inwoners, private bedrijven, energiecoöperaties of overheden. De hoogte van de investering hangt natuurlijk af van de grootte: voor ongeveer €4.000,- heb je 10 zonnepanelen en een grote windturbine kost al snel meer dan €5 miljoen.
Kosten individuele warmteoplossingen Voor de warmtetransitie liggen de kosten ingewikkelder. Daarin is namelijk onderscheid te maken tussen individuele en collectieve aardgasvrije warmteoplossingen. Bij individuele warmteoplossingen komen in de basis meer kosten bij inwoners te liggen. Zij investeren in isolerende maatregelen en een warmtepomp. Wat de kosten van de isolerende maatregelen zijn, hangt heel erg af van hoe goed de woning al geïsoleerd, maar een gemiddeld cijfer dat kan worden aangehouden per huishouden is zo'n €12.000. Een all-electric warmtesysteem voor een huishouden van 4 personen kost al snel hetzelfde.
Maar de overheid betaalt mee. Via de rijksoverheid kunnen huishoudens subsidie krijgen en ook als gemeente doen we een financiële bijdrage. Wanneer geïnvesteerd is in isolerende maatregelen en/of een warmtepomp, kunnen huishoudens via de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) tot wel 30% terug krijgen. Als gemeente hebben wij isolatievouchers van €1.500,- (slecht geïsoleerde woning
1
met een woningwaarde onder gemiddelde WOZ-waarde) tot €4.000,- (energiearmoede) voor bewoners van een koopwoning. Ook voor appartementen in een VVE hebben we nu isolatievouchers. De gemeente betaalt de isolatievouchers vanuit een specifieke rijkssubsidie.
Verborgen kosten individuele warmteoplossingen Bij individuele warmteoplossingen zijn de investeringen in het elektriciteitsnet verborgen. Warmtepompen gebruiken veel elektriciteit en het elektriciteitsnet wordt daarop aangepast. Deze kosten zijn gesocialiseerd (verspreid over iedereen) en daar betaalt dus iedereen aan mee. Dit is ook een groot verschil met collectieve warmteoplossingen. De investeringen in het warmtenet worden alleen verdeeld over degenen die op het warmtenet zijn aangesloten.
Kosten collectieve warmteoplossingen De kosten van collectieve warmteoplossingen (warmtenetten) zijn sterk afhankelijk van de warmtebron die wordt gebruikt en de temperatuur van het water dat aan huizen wordt geleverd. Wanneer de temperatuur van het water heel laag is (12 graden Celsius, dat heet een 'zeer lage temperatuur warmtenet (ZLT-warmtenet)') geldt over het algemeen dat de kosten voor het huishouden hoger zijn en de kosten voor het warmtenet zelf lager. Inwoners moeten investeren in goede isolatie en er moet ook een soort warmtepomp in huis worden geplaatst. En de buizen van het warmtenet hebben weinig isolatie nodig. Wanneer naar een hoge temperatuur warmtenet wordt gekeken (70 graden Celsius of meer (HT-warmtenet)), dan is het precies andersom: in de woningen hoeft (bijna) niks te gebeuren, maar de buizen van het warmtenet zijn heel duur doordat ze goed geïsoleerd moeten zijn.
De kosten van het warmtenet worden gesocialiseerd over alle huishoudens die op het warmtenet aangesloten zijn. Dit zijn kosten die de aangesloten huishoudens als een vast bedrag op een energierekening terugvinden.
Wij kijken vooral naar midden temperatuur warmtenetten (55 tot 70 graden Celsius (MT-warmtenet)). Met deze warmtenetten zal in sommige woningen iets geïsoleerd moeten worden, maar hoeft er in de woning niet nog een warmtepomp geplaatst te worden. Dat brengt de kosten voor inwoners omlaag en voor de isolerende maatregelen zijn subsidies beschikbaar. De kosten voor de buizen van het warmtenet zijn wel weer wat hoger. Ook die hebben een goede isolerende laag nodig (maar minder goed dan bij een hoge temperatuur warmtenet).
Vanwege de verschillen van de kosten en waar die liggen, is het dus moeilijk om voor warmtenetten één bedrag te noemen. Indien gewenst kunnen we aan de hand van de onderzoeken die we in Eemdal-Noord en Eemdal-Zuid hebben gedaan dieper op een indicatie van de kosten en kostenverdeling ingaan.
Kosten warmtebronnen Een laatste element dat ontzettend belangrijk is in de kosten van een warmtenet, is de warmtebron. De goedkoopste vorm is restwarmte. Dat is warmte die door een ander proces wordt geproduceerd en die kan worden gebruikt om water te verwarmen. De warmte is dan een bijproduct dat anders 'weggegooid' zou worden. Hiervoor hebben wij gekeken naar de asfaltcentrale, maar dat blijkt door onregelmatige productiemomenten geen mogelijkheid. Veel duurder zijn bijvoorbeeld diepe geothermie (ongeveer 2 km diepte) en waterstof. De boring naar diepe geothermie kost zo'n €30
2
miljoen en door de schaarste van waterstof zou dat in Eemdal-Noord zo'n €110.000,- per huishouden kosten.
Kosten gemeente De kosten voor de gemeente zijn sterk afhankelijk van de rol die wordt genomen. Als regievoerder van de warmtetransitie, betaalt de gemeente voor ambtelijke capaciteit. Wij hebben één projectmanager energietransitie in dienst die zich volledig aan de warmtetransitie wijdt.
Wanneer de gemeente zelf een warmtebedrijf zou oprichten en daarmee een warmtenet zou ontwikkelen, liggen alle kosten en risico's bij de gemeente. Uit een eerdere verkenning is al gebleken dat deze optie niet realistisch is voor de omvang en capaciteit van onze gemeente.
In het geval de samenwerking wordt gezocht met een bestaand warmtebedrijf, dan liggen de kosten voor de aanleg en het onderhouden van het warmtenet bij het warmtebedrijf. In de praktijk zal van de gemeente gevraagd worden om een garantie af te geven voor bepaalde risico's, bijvoorbeeld voor leningen of als er niet genoeg huishoudens aan het warmtenet willen worden aangesloten.
Daarnaast zou de gemeente ook extra geld kunnen investeren om het financiële plaatje van een warmtenet beter te maken; 'het afdekken van de onrendabele top'. Vanuit het Rijk zijn al subsidies beschikbaar, maar het kan zijn dat die niet voldoende zijn.
Nu is nog niet duidelijk wat in de gemeente Baarn nodig is. De verkenningen die zijn gedaan, moeten nog een stuk concreter worden gemaakt. Dat doen wij in een wijkuitvoeringsplan. Het eerste wijkuitvoeringsplan waarin wij dit zullen doen, is die voor Eemdal-Noord.
Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Hugo Prakke Wethouder
3