Amsterdam, 30 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Versie 18 mei 2026
Nota van Beantwoording ontwerp- Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Voorwoord
Versie 18 mei 2026
In het Coalitieakkoord, Amsterdams akkoord 2026-2030, wordt onverminderd ingezet op onder andere zonne- en windenergie en het stimuleren van lokaal eigenaarschap duurzame energieopwek. In de Energiewet is een grondslag gelegd voor een Verordening lokaal eigendom bij duurzame elektriciteitsopwek. De gemeente Amsterdam heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt zodat er een wettelijke grondslag is voor het bevorderen van lokaal eigenaarschap bij projecten waarbij op grote schaal elektriciteit wordt opgewekt. Voorafgaand aan de periode van tervisie legging van de ontwerp-‘Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek’ (hierna: de ontwerp-Verordening) is er vanaf september 2025 t/m januari 2026 - conform het participatieplan een participatietraject uitgevoerd. In de zomer van 2025 hebben medewerkers van de gemeente samen met adviesbureau EMMA een participatieplan opgesteld. Voor dit plan hebben alle stadsdelen input kunnen leveren, zowel bestuurlijk (via het PHO Duurzaamheid) als ambtelijk (via participatieadviseurs en duurzaamheidsadviseurs). Waar mogelijk en nodig is deze input verwerkt. Het participatieplan is namens het college vastgesteld door de wethouder Duurzaamheid en Energietransitie. De informatie die tijdens het participatietraject is opgehaald is meegenomen bij het opstellen van de ontwerp-Verordening. Het participatieverslag kan worden gevonden in de bijlagen.
Vervolgens heeft de ontwerp-Verordening voor eenieder 6 weken ter inzage gelegen in de periode van 25 februari 2026 t/m 7 april 2026 online en fysiek bij alle stadsdelen. Het indienen van een zienswijze kon zowel per e-mail als per post. Tijdens deze periode van 6 weken zijn er in totaal 2 zienswijzen ingediend. In deze Nota van Beantwoording (NvB) vindt u een samenvatting van de zienswijzen. Het gaat dus niet om een letterlijke weergave van de zienswijzen. Tevens vindt u een reactie van het college op de ingediende zienswijzen, en hoe deze zijn betrokken bij het besluit tot vaststelling van de Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek.
Het college heeft daarnaast bij de stadsdelen en stadsgebied Weesp advies ingewonnen. In deze Nota van Beantwoording treft u ook deze adviezen, hetgeen hierover is overwogen door het college en hoe deze verwerkt zijn in de vast te stellen Verordening. De adviezen zijn integraal bij de besluitvorming betrokken.
Het college wil een woord van dank uitspreken aan alle indieners voor de tijd en moeite die is genomen om mee te denken, om zorgen te uiten en suggesties te doen over de ontwerpVerordening. De reacties zijn waardevol voor het vaststellen van een Verordening lokaal eigendom die in de praktijk goed werkbaar is en bijdraagt aan een breder draagvlak voor de energietransitie.
_Gebruikte afkortingen:_ (ontwerp-)Verordening: de (ontwerp-)Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
APEC – de coöperatie APEC U.A., de koepel van Amsterdamse energiegemeenschappen PoA – Havenbedrijf Amsterdam N.V. (Port of Amsterdam)
_Colofon_ Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur & Energie Programma Energiegemeenschappen energiegemeenschappen@amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
1 Hoofdstuk 1 Zienswijzen ...........................................................................................5 1.1 Zienswijzen APEC .....................................................................................................................5 1.2 Zienswijzen Port of Amsterdam................................................................................................5 1.3 Beantwoording college.............................................................................................................6
Hoofdstuk 2 Adviezen stadsdelen en stadsgebied Weesp...............................................9 2.1 Advies Stadsdeel Noord........................................................................................................9 2.2 Advies Stadsdeel Centrum...............................................................................................10 2.3 Advies Stadsdeel Oost ............................................................................................................12 2.4 Advies Stadsdeel West.....................................................................................................13 2.5 Advies Stadsdeel Zuid......................................................................................................13 2.6 Advies Stadsdeel Nieuw-West .........................................................................................14 2.7 Advies Stadsdeel Zuid-Oost....................................................................................................16 2.8 Advies Stadsgebied Weesp ..............................................................................................17 2.9 Overwegingen college naar aanleiding van de adviezen...................................................18
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
Samenvatting
- De verordening regelt niets voor energiegemeenschappen die zich met andere energievoorzieningen bezighouden zoals warmte en/of energiebesparing, nu de Energiewet daar geen grondslag voor biedt. Voor een volwaardige en volwassen positie van energiegemeenschappen zijn meer maatregelen nodig.
- De straal van 10x tiphoogte rond een windturbine is te beperkt, omdat het de bedoeling is dat zoveel mogelijk bewoners mee kunnen profiteren en omdat investeringskosten hoog zijn. Windenergie is juist belangrijk voor energiegemeenschappen omdat nu geen coöperatief bezit is voor windinstallaties. Gepleit wordt voor deelname van alle bewoners van Amsterdam en buurgemeenten, met eventueel bijzondere voordelen of een voorkeursregeling voor bewoners binnen de 10x tiphoogte. Er zijn volgens APEC geen windprojecten van energiegemeenschappen in Amsterdam. Projecten kunnen rendabeler worden door een combinatie van wind en zon.
- APEC meent dat het realiseren van wind in het havengebied relatief het meest gunstig en eenvoudig is. Om die reden zou deelname van bewoners rond het havengebied boven mogelijke deelname van bedrijven/organisaties gesteld moeten worden.
- APEC schrijft dat de definitie van ‘nabije omgeving’ bij zonprojecten aan de hand van de postcoderoos een logische lijkt nu deze ook in subsidieregelingen wordt gehanteerd. Zij wijst er in haar zienswijze op dat binnen energiegemeenschappen de zeggenschap berust bij alle leden. Het overdragen van zeggenschap over een bepaald project aan slechts een deel van de leden is daarmee niet in overeenstemming. Het in artikel 6.1 genoemde percentage van 50% is daarom onvoldoende. Ook zijn er wel twijfels over de werking van het postcodegebied in onbewoonde gebieden.
- APEC signaleert aan de hand van een praktijkvoorbeeld van een zonproject dat in de interne besluitvorming van een energiegemeenschap een zwaardere weging gegeven kan worden aan het advies van omwonenden in de nabije omgeving.
- Tijdens het participatieproces zijn zowel APEC als individuele energiegemeenschappen benaderd. Dit heeft geleid tot verschillende inbrengen en dat vindt APEC ongewenst.
Samenvatting
- PoA wijst erop dat het beheersgebied van het Havenbedrijf Amsterdam zich onderscheidt van andere aangewezen gebieden voor windturbines, nu er alleen bedrijven gevestigd zijn en geen inwoners. Inpassing van zon- en windprojecten in het gebied kent vele
5
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
uitdagingen vanwege bestaande en nieuwe buisleidingen en overige infrastructuur. Mogelijke turbineposities zijn nu veelal voorzien op gronden die aan bedrijven verhuurd zijn. Medewerking van bedrijven is daarom noodzakelijk en lokaal eigendom van die bedrijven kan de slagingskansen vergroten.
- PoA is overwegend positief over de verordening. Er komt weliswaar extra regeldruk in een reeds complexe opgave maar er is ook genoeg ruimte voor een pragmatische uitvoering van de verordening.
1.3.1 Wettelijk kader
In de Energiewet (in werking getreden op 1 januari 2026) is het wettelijk kader voor een energiegemeenschap verankerd. Omdat de Energiewet de Gas,- en de Elektriciteitswet vervangt, en de Wet collectieve warmte het publieke warmtebedrijf en de warmtegemeenschap regelt, gaat het in dit verband de facto om een energiegemeenschap die elektriciteit opwekt.
Volgens de definitie in artikel 1.1 Energiewet is een _‘energiegemeenschap: juridische entiteit die ten_ _behoeve van haar leden, vennoten of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht en als_ _hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden,_ _vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is, en niet is gericht op_ _het maken van winst.‘_
In artikel 2.4 van de Energiewet is vervolgens bepaald:
‘ _1. Een energiegemeenschap neemt in haar statuten, of, in geval van een personenvennootschap, in_ _een overeenkomst, ten minste op dat:_
_a._ _de participatie in de energiegemeenschap open en vrijwillig is;_ _b._ _de leden, vennoten, of aandeelhouders het recht hebben de energiegemeenschap te verlaten; en_ _c._ _de feitelijke zeggenschap over de energiegemeenschap is gelegen bij leden, vennoten of_ _aandeelhouders die natuurlijk personen, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen,_ _gemeenten, waterschappen, provincies of gemeenschappelijke regelingen zijn._
_2. Een energiegemeenschap die hernieuwbare energieprojecten ontwikkelt, kan:_
_a._ _in aanvulling op het eerste lid, in de statuten of de overeenkomst opnemen dat de leden,_ _vennoten of aandeelhouders van de energiegemeenschap enkel natuurlijk personen, gemeenten,_ _waterschappen, provincies, gemeenschappelijke regelingen of micro-ondernemingen, kleine_ _ondernemingen of middelgrote ondernemingen zijn;_
6
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
_b._ _in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, de feitelijke zeggenschap over de_ _energiegemeenschap bij die leden, vennoten of aandeelhouders van de rechtspersoon leggen, die in_ _de nabije omgeving van de hernieuwbare-energieprojecten zijn gevestigd; en_ _c._ _in haar statuten bepalen dat de deelnemende leden, vennoten of aandeelhouders een gelijk_ _stemrecht hebben.’_
In artikel 6.12 van de Energiewet is een verbod opgelegd voor provinciale staten en de gemeenteraad om het produceren, transporteren, opslaan of leveren van elektriciteit of gas in het belang van de energievoorziening aan regels te binden. In het derde lid van datzelfde artikel is daar een uitzondering op gemaakt voor wat betreft het vaststellen van een verordening:
_‘Provinciale staten en de gemeenteraad kunnen bij verordening bepalen dat een producent bij de_ _aanleg of uitbreiding van een installatie voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen_ _vanaf een bij die verordening te bepalen capaciteit, op een bij die verordening te bepalen wijze_ _motiveert:_
_a._ _welke inspanningen hij heeft verricht om mede-eigendom ten aanzien van de voorgenomen_ _installatie en de exploitatie daarvan door een bij die verordening te bepalen kring van partijen,_ _gevestigd in de nabije omgeving van de installatie, te bevorderen;_ _b._ _welk percentage mede-eigendom is overeengekomen; en_ _c._ _voor zover minder dan 50 procent mede-eigendom is overeengekomen, wat de redenen daarvan_ _zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn overeengekomen.’_ _[1]_
In de ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek zijn de in deze tekst onderstreepte onderdelen van artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet uitgewerkt. Duidelijk is de inspanningen van de producent gericht moeten zijn op partijen in de nabije omgeving van de installatie.
Artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet is per amendement (amendement Rooderkerk [Informatie over Kamerstuk 36378, nr. 23 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen) ingevoegd.](https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36378-23) In de toelichting bij het amendement is onder andere gerefereerd aan het Klimaatakkoord. _‘In het Klimaatakkoord is een algemeen streven opgenomen voor 50% lokaal eigendom van burgers_ _en bedrijven bij de productie van hernieuwbare elektriciteit op land in 2030. Indiener hecht veel_ _waarde aan deze afspraak. Lokaal eigendom zorgt ervoor dat omwonenden van energieprojecten mee_ _kunnen profiteren van het project in hun omgeving en bevordert de betrokkenheid bij de_ _energietransitie. Lokaal eigendom kan verschillende vormen aannemen. Zo kunnen burgers en_ _bedrijven mede-eigenaar worden van een productie-installatie via een energiecoöperatie, via_ _individueel eigenaarschap, of deelnemen (via aandelen) in de onderneming die de installatie_ _exploiteert. In de energiecrisis zagen we dat mede-eigenaren van energieprojecten toegang behielden_ _tot betaalbare eigen opgewekte energie. Lokaal eigendom is tevens een vorm van democratisering en_ _moderne inrichting van de vrije energiemarkt waar indiener naar streeft.’_
1 Onderstreping toegevoegd door redactie
7
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
1.3.2 Beantwoording zienswijzen APEC
Het college overweegt het volgende:
Versie 18 mei 2026
- Zoals indiener aangeeft, biedt de Energiewet inderdaad geen grondslag voor lokaal eigendom voor warmtegemeenschappen of voorrang voor energiegemeenschappen. Het is dan ook niet mogelijk hiervoor regels in voorliggende verordening op te nemen. Wel is bij de definitie van de ‘kring van partijen’ aangesloten bij mogelijke leden van een energiegemeenschap zoals in de Energiewet bepaald. Ook kunnen energiegemeenschappen waardevol zijn in de communicatie tussen de producent en omwonenden/lokale bedrijven/energiegemeenschappen rond de installatie. De gemeente ondersteunt APEC en er zijn zowel gemeentelijke als landelijke subsidieregelingen ten behoeve van energiebesparing.
- De verordening staat niet in de weg aan mogelijke initiatieven voor wind en/of zon door een energiegemeenschap. Een producent/initiatiefnemer kan namelijk ook een energiegemeenschap zijn. Windpark Noorder IJ-plas is daar een voorbeeld van.
- Het vergroten van het gebied van 10x tiphoogte naar de hele gemeente Amsterdam en de buurgemeenten zou geen recht doen aan het achterliggende doel van de Verordening om lusten en lasten van de energietransitie beter te verdelen, nu buiten de 10x tiphoogte geen nadelige effecten van een turbine optreden. Hetzelfde geldt voor het vergroten van het postcoderoosgebied, ook ingeval een zonproject zich in een onbewoond gebied bevindt. De insteek van het Amendement van Kamerlid Rooderkerk, welke ten grondslag ligt aan deze verordening, is het creëren van draagvlak in de lokale omgeving voor een grootschalig duurzaam elektriciteitsproject (art. 6.12, derde lid, Energiewet) en het Klimaatakkoord. Van ‘de nabije omgeving van de installatie’ (zie art. 6.12, derde lid, onder a van de Energiewet) kan bij een grote(re) afstand tot de productielocatie niet meer gesproken worden. Bovendien zou een omvangrijk gebied een onevenredig grote inspanning van een producent verlangen. Dit zou kunnen resulteren in onuitvoerbaarheid van de verordening. Het college heeft evenwel een nieuwe bepaling ingevoegd in de verordening om aan deze zienswijze tegemoet te komen, mede gelet op de ook stadsdeeladviezen en de bestaande ambitie van het college voor energiegemeenschappen. Het uitgangspunt in de Verordening blijft het streven naar financiële participatie in de nabijheid van de installatie, maar als dat niet of maar beperkt lukt dan is in de verordening een extra inspanning gevraagd aan de producent om energiegemeenschap(pen) binnen Amsterdam te benaderen omtrent deelname. De APEC kan mogelijk in dit proces een rol spelen, nu er reeds 53 energiegemeenschappen zijn in Amsterdam en de inspanningen voor de producent uitvoerbaar moeten blijven.
- De Verordening belet niet dat ook buiten de nabije omgeving bewoners deelnemen, danwel dat een energiegemeenschap producent is voor een zon- of windproject. De Verordening regelt alleen op welk gebied en voor welke projecten de inspanningen van de producent gericht moeten zijn. Betrokkenheid vanuit de nabije omgeving staat in de Verordening voorop, ook als dat betekent dat dat vooral bedrijven zijn of een relatief klein deel van de bewoners van Amsterdam. Voor het havengebied betekent het uitgangspunt ‘nabij de installatie’ dat het lokale eigendom voornamelijk door lokale bedrijven ingevuld kan worden.
8
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
- De Verordening legt een inspanningsverplichting op aan een producent. De besluitvorming binnen een energiegemeenschap valt niet binnen het kader van de Verordening. De suggestie is voor kennisgeving aangenomen.
- Het participatieproces in het voortraject is inderdaad breed opgezet en bestond uit vier verschillende participatievormen: Interviews, straatgesprekken, stadsbrede enquête en tot slot een werkatelier (verwijzing naar participatieverslag). APEC heeft deelgenomen aan de interviews gedurende het participatieproces. Oranje Energie en APEC zijn voor het werkatelier uitgenodigd en gevraagd om energiegemeenschappen aan te dragen. APEC heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om deel te nemen aan het werkatelier, noch van het aandragen van (voldoende) energiegemeenschappen. Bij het uitblijven van voldoende aangedragen energiegemeenschappen heeft de gemeente Amsterdam uiteindelijk individuele energiegemeenschappen uitgenodigd om deel te nemen. De door APEC ingediende zienswijzen zijn wel betrokken bij de besluitvorming.
De zienswijzen leiden wel tot een wijziging In de Verordening is een nieuw derde lid toegevoegd in artikel 4, en een nieuw onderdeel c. in artikel 5, derde lid. Indien het de producent niet gelukt is om 50% lokaal mede-eigendom te behalen en ook andere vormen van financiële participatie niet gelukt zijn, treedt hij in overleg met energiegemeenschappen in Amsterdam over mogelijke deelname aan het project. De aanpak en uitkomsten van dat overleg dient gemotiveerd te worden door de producent. Voor het overige leiden de zienswijzen niet tot wijzigingen.
1.3.4 Beantwoording zienswijzen PoA
Het college onderschrijft dat ook in het havengebied de opgave voor het ontwikkelen van windenergie niet eenvoudig is. Het college neemt de zienswijzen voor het overige voor kennisgeving aan. De zienswijzen leiden niet tot wijzigingen.
Hieronder volgt het finaal advies van het Dagelijks Bestuur van de stadsdelen en het formeel advies vanuit de Bestuurscommissie van Weesp.
Stadsdeel Noord vindt het belangrijk dat bewoners en ondernemers meer worden betrokken bij de lokale opwek van energie uit hernieuwbare bronnen. Zo wordt onder andere de groeiende sociale ongelijkheid in de energietransitie tegengegaan. Het DB van Noord had graag gezien dat er zou
9
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
worden ingezet op een inspanningsverplichting van 100% in plaats van 50%, maar dit was helaas juridisch niet mogelijk. Desondanks wil het DB Noord graag het volgende meegeven aan het college van B&W om in de verordening te verwerken:
- Draagvlak voor energietransitie creëren door financiële participatie die niet voor alle buurtbewoners toegankelijk is, kan tegenstellingen in de wijk juist vergroten. Aandachtspunt is daarom dat alle bewoners een kans moeten krijgen om te profiteren van lokale opwekmogelijkheden, ook als zij geen middelen hebben om te investeren. Dat vraagt om een tijdig, herhaald en inclusief proces, met realistische en laagdrempelige instapmogelijkheden voor bewoners. Daarnaast is duidelijke communicatie nodig over de verschillende mogelijkheden van financiële deelname, waarbij het niet altijd makkelijk is om iedereen te bereiken. Dat wordt vergroot door de complexiteit van het concept lokaal eigendom, zoals ook is gebleken tijdens de straatgesprekken binnen het participatieproces.
De gemeente zou op de volgende manieren hierin een rol kunnen spelen:
- Opnemen in de verordening dat producenten participatieplannen op maat (per wijk) dienen te maken met als doel het actief betrekken van diverse groepen bewoners (en bedrijven).
- In de verordening verwijzen naar het gebruik van bestaande handvatten om inclusieve participatie actief te stimuleren en faciliteren, bijvoorbeeld voor mensen met verschillende taal- en digivaardigheden.
- Faciliteren van een eenvoudige route voor producenten (in geval niet kan worden voldaan aan lokaal eigendom) om een deel van de financiële baten in een omgevingsfonds of buurtbudgetten te laten landen.
- DB Noord is positief over de toevoeging van artikel 6, waardoor het proces voor lokale energiegemeenschappen versimpeld wordt.
- Algemene kanttekening bij een geografische benadering is dat in sommige gebieden mogelijk te weinig bewoners wonen (met draagkracht) om mee te doen met energieopwek. Het is voor projecten als de ZonneRing A10 en de geplande windmolens in het westelijk havengebied onvoldoende inzichtelijk gemaakt of bewoners in Noord met deze geografische benadering voldoende kans krijgen om mee te doen bij grootschalige energieopwek.
- Zorg dat deze regeling niet te veel bureaucratie oplevert. Daar is de energietransitie niet bij gebaat. De adviezen van de stadsdeelcommissie met betrekking tot de definitie van lokaal eigendom en het overzicht van onder andere de eigendomsverdeling zijn al onderdeel van de verordening. Het DB onderschrijft de wens van de stadsdeelcommissie voor gemeentelijke financiering bij lokaal eigendom ondanks dat deze buiten de kaders van deze verordening vallen maar wil meegeven een voorstander te zijn om dit te blijven stimuleren.
Het dagelijks bestuur van Stadsdeel Centrum bedankt het college van B&W voor het ontwerp van de ‘Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek’. Het bestuur ziet lokaal eigendom als belangrijk middel om draagvlak, betrokkenheid en een eerlijke verdeling van baten in de energietransitie te bevorderen. De verordening richt zich primair op de directe omgeving van energieprojecten. Hoewel dit logisch is vanuit het perspectief van lokale betrokkenheid, heeft dit in de praktijk beperkte werking voor
10
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
stadsdeel Centrum, waar grootschalige opwek nauwelijks voorkomt. Hoewel deelname openstaat voor alle Amsterdammers, kan de focus op de directe omgeving ervoor zorgen dat bewoners en ondernemers in Centrum minder worden bereikt.
Het dagelijks bestuur adviseert het college om de volgende punten mee te nemen:
Communicatie en bewustwording Het dagelijks bestuur vraagt het college om expliciet aandacht te besteden aan communicatie en bewustwording rondom lokaal eigendom, ook in stadsdelen waar grootschalige energieopwekking minder direct plaatsvindt, maar bewoners wellicht wel willen participeren in lokale energieprojecten. Dit kan bijdragen aan een breder begrip van de energietransitie voor bewoners en ondernemers, ook in stadsdeel Centrum.
Concretisering van de inspanningsverplichting Het verdient aanbeveling om nader te concretiseren wat wordt verstaan onder ‘voldoende inspanning’, zodat initiatiefnemers en betrokken partijen helderheid hebben over de verwachtingen. Daarnaast is het advies ook meer aandacht te besteden aan inclusiviteit en toegankelijkheid. Dit kan bijvoorbeeld door deelname laagdrempelig te maken of collectieve vormen te stimuleren, zodat ook bewoners met een beperkte financiële draagkracht volwaardig kunnen participeren.
Verbinding met kleinschalige initiatieven in de stad In Centrum is de ruimte voor grootschalige energieopwek beperkt, maar er zijn wel mogelijkheden voor kleinschalige en innovatieve initiatieven, zoals collectieve zonnepanelen op daken van historische panden of energieopslag in buurtbatterijen. Hoewel deze initiatieven buiten de scope van de huidige tekst van de verordening vallen, vraagt het dagelijks bestuur te onderzoeken hoe deze lokale initiatieven beter gefaciliteerd kunnen worden zodat ook daarvoor lokaal eigenaarschap en de lokale betrokkenheid wordt vergroot.
Geef overige stadsbewoners een plek in de verordening Geef ook stadsbewoners buiten de meest lokale cirkel een plek in de verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek:
A) Kijk één ring verder wanneer de 50% lokaal eigendom niet binnen de postcoderoos wordt behaald. Hiermee kan een project sneller slagen met lokaal eigendom en kunnen ook andere stadsbewoners bijdragen aan lokale elektriciteitsopwek.; en B) Bekijk op welke manier het bieden van de mogelijkheid voor financiële participatie voor de hele stad, kan worden gestimuleerd, bijvoorbeeld in het kader van de inspanningsverplichting. Zo kunnen ook bewoners uit meer dichtbevolkte gebieden en/of in een huurwoning - die zelf geen optie hebben voor zonnepanelen of andersoortige elektriciteitsopwek - de voordelen van elektriciteitsopwek ontvangen en gezamenlijk bijdragen aan de lokale elektriciteitsopwek in de stad.
Met deze aandachtspunten kunnen we bijdragen aan een inclusieve en rechtvaardige energietransitie voor alle Amsterdammers.
11
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost ondersteunt lokaal eigendom bij energieopwek en vindt het belangrijk dat bewoners en ondernemers niet alleen profiteren van duurzame energieopwek in hun omgeving, maar hier ook actief aan kunnen deelnemen. Het dagelijks bestuur verwacht dat dit bijdraagt aan meer betrokkenheid en draagvlak voor de energietransitie. Een goed voorbeeld hiervan is de tijdelijke zonneweide op Strandeiland IJburg. Met Amsterdams GOED worden Amsterdammers en Weespers verbonden aan en betrokken bij de energietransitie, waarbij eigendom, zeggenschap en opbrengsten in handen zijn van bewoners.
Het dagelijks bestuur adviseert om particulieren met soortgelijke initiatieven goed te begeleiden bij de organisatie van lokaal eigendom, onder andere door ondersteuning bij participatietrajecten en het versterken van juridische en financiële kennis.
Het dagelijks bestuur vraagt het college verschillende vormen van participatie verder te onderzoeken en uit te werken. Het dagelijks bestuur vindt het daarnaast belangrijk dat bewoners en ondernemers goed worden ondersteund gedurende het gehele traject naar lokaal eigendom en dat duidelijk wordt gemaakt of ook later in het proces nog kan worden ingestapt.
In de verordening wordt gesproken over de kring van partijen, maar het is niet duidelijk of partijen zoals ProRail, Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf hier ook onder vallen. In het kader van projecten zoals ZonneRing A10 adviseert het dagelijks bestuur om de kring van partijen en eventuele uitzonderingen hierop expliciet te beschrijven. Met betrekking tot het participatietraject constateert het dagelijks bestuur dat de opgehaalde reacties zijn verwerkt in de ontwerpverordening lokaal eigendom. Tegelijkertijd bestaan er zorgen over het verloop van het participatietraject, omdat de straatgesprekken beperkte informatie hebben opgeleverd en een bredere doelgroep onvoldoende is bereikt. Het dagelijks bestuur dringt daarom aan op aanvullende inspanningen om meer bewoners te bereiken, onder andere door informatie en vragenlijsten in meerdere talen aan te bieden.
Tijdens de behandeling in de stadsdeelcommissie zijn drie aanvullende adviezen aangenomen. De stadsdeelcommissie heeft onder meer aandacht gevraagd voor het belang van een inclusieve energietransitie, waarbij alle Amsterdammers kunnen meedoen aan lokaal eigendom, ook bewoners met een smalle beurs. De stadsdeelcommissie wijst hierbij op het voorbeeld ‘Rotterdamse model’, waarmee bewoners voor een laag bedrag kunnen deelnemen. De stadsdeelcommissie vindt het belangrijk dat vanuit de gemeente duidelijke en toegankelijke informatie wordt verstrekt over financiële participatie en de bijbehorende risico’s. Het dagelijks bestuur onderschrijft het belang van een goede informatievoorziening, en wil ook wijzen op de verantwoordelijkheid van producenten om bewoners tijdig, begrijpelijk en transparant te informeren met betrekking tot deelname aan projecten, en de mogelijke financiële en juridische risico’s. Het dagelijks bestuur neemt advies 468 gedeeltelijk over, omdat het dagelijks bestuur gelooft in zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid van de bewoners. Voor de groepen bewoners waarbij dit lastiger is, kan de gemeente tot op zekere hoogte zorgen voor een goede informatievoorziening. Tot slot is door de stadsdeelcommissie aandacht gevraagd voor de mogelijkheid dat de gemeente
12
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
onderzoekt of zij kan bijdragen aan het behalen van 50% lokaal mede-eigendom indien dit niet volledig vanuit bewoners en lokale partijen wordt gerealiseerd. Het dagelijks bestuur ondersteund deze aangenomen adviezen en verzoekt het college deze mee te nemen in de verdere uitwerking van de verordening.
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost vraagt het college om een terugkoppeling over de wijze waarop de gevraagde adviezen worden afgehandeld.
Het dagelijks bestuur van stadsdeel West merkt op dat het positief gestemd is over de OntwerpVerordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek. Het voorstel verplicht een producent om lokale bewoners en ondernemers te betrekken bij de energietransitie en stelt bewoners en ondernemers in staat mee te profiteren van grootschalig energieopwek in de eigen omgeving. Het dagelijks bestuur geeft wel één aandachtspunt mee bij het bepalen van de nabije omgeving in het geval van een zonnepark. Hier adviseert het dagelijks bestuur om – net zoals bij windenergie – te kiezen voor een straal rondom het zonnepark in plaats van het nu voorgestelde 4cijferige postcodegebied. Door te kiezen voor een straal garanderen we dat bij zonneparken die worden geplaats aan de randen van een 4-cijferige postcodegebied alle directe omwonenden worden gerekend tot de nabije omgeving.
Het DB van Zuid adviseert positief over de ontwerp-verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek. We zijn positief over de insteek van deze verordening om lokaal eigendom bij de grootschalige electiciteitsopwek te stimuleren en daarmee inkomsten terug te laten vloeien in de gemeenschap.
Als advies geven we u mee om te overwegen de mogelijkheden voor lokaal eigendom nog te vergroten door de definitie van de nabije omgeving in de verordening aan te passen en ruimer te maken, dit is juist ook voor locaties waar de woningdichtheid in de omgeving lager is of die minder dicht bij bewoning gelegen zijn belangrijk.
We nemen het meerderheids advies van de stadsdeelcommissie over en vullen ons advies aan met de door de commissie genoemde punten. Het eerste advies van de stadsdeelcommissie is gelijkluidend aan het advies van het DB. Naar aanleiding van het 2 [e] en 3 [e] advies van de stadsdeelcommissie:
`o` We adviseren om in de verordening meer helderheid te geven over hoe producenten kunnen voldoen aan de inspanningsverplichting, in plaats van de huidige omgekeerde formulering (“Er is in ieder geval niet voldaan aan de inspanningsverplichting als…”).
`o` We zien dat de verordening niets zegt over welke vorm het ‘eigendom’ precies zou kunnen krijgen en of het nog mogelijke risico’s voor de lokaal eigenaren met
13
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
zich mee zou kunnen brengen. Wel geeft u aan dat er een ‘verantwoord’ rendement moet worden geboden. Dit geeft ons aanleiding te adviseren u in de verordening specifieker uit te laten over:
- welke soorten eigendom mogelijk zijn (bijvoorbeeld medeaandeelhouder in het project die dividend ontvangt maar ook risico draagt; obligatiehouder die een vaste rente ontvangt en geen of minder risico draagt);
- hoe bepaald wordt wat verantwoord rendement is;
- welke waarborgen er zijn om te zorgen dat mogelijk geïnteresseerde lokale eigenaren goed voorgelicht worden over de voor- en nadelen van het lokaal eigendom.
Het dagelijks bestuur van Nieuw-West dankt het college van B&W voor het ter advisering aangeboden ontwerp van de ‘Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwekking’. Het dagelijks bestuur vindt het heel belangrijk dat inwoners en ondernemers in Nieuw-West de mogelijkheid krijgen om (financieel) mee te profiteren van grootschalige energieopwekking die in en rond Nieuw-West gerealiseerd wordt. Veel van hen ervaren namelijk ook de eventuele overlast die grootschalige energieopwekking met zich meebrengt, met name die van grote windmolens.
De conceptverordening is één instrument om invulling te geven aan de veel bredere beleidsambitie van de gemeente, gekoppeld aan de energietransitie en het behalen van de klimaatdoelstellingen. Het dagelijks bestuur roept het college op om ook op de volgende drie aspecten te komen tot concretere ondersteuning, facilitering en/of uitwerking van instrumenten.
- Het dagelijks bestuur roept het college op om aandacht te hebben voor initiatieven die buiten deze verordening om hun energie grootschalig willen delen met omwonenden. PwC is bijvoorbeeld bereid om in gesprek te gaan over het mogelijk delen van de energie van hun 3000 zonnepanelen en batterij die zij over hebben, met omwonenden. Dit soort initiatieven moeten ook volop gefaciliteerd worden en zeker niet afgeschrikt worden door deze verordening.
- Het dagelijks bestuur roept het college op om, los van deze verordening, aandacht te houden voor mensen voor wie de energiekosten oplopen en energiearmoede dreigt, en voor bewoners die al te maken hebben met energiearmoede. Het dagelijks bestuur adviseert hiervoor ook te inventariseren welke grootschalige energieprojecten mogelijkheden bieden om energie voor deze groepen goedkoop of naar draagkracht beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld via een Amsterdamse energiecorporatie of energiegemeenschap.
- Het dagelijks bestuur ziet binnen Nieuw-West mooie initiatieven ontstaan vanuit Community Wealth Building. Het dagelijks bestuur adviseert het college om te onderzoeken in hoeverre dit concept kan worden gecombineerd met en/of gebruikt kan worden voor de verdere vormgeving van energiegemeenschappen in de stad.
14
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
Specifiek met betrekking tot de concept verordening vraagt het dagelijks bestuur aandacht voor de volgende zaken:
- In Nieuw-West zijn veel energiecoöperaties actief die graag mee zouden willen doen aan grootschalige energieprojecten, die met name plaats zullen vinden in het havengebied. De in de conceptverordening opgenomen definitie van nabije omgeving biedt daarvoor slechts beperkte ruimte. Het dagelijks bestuur adviseert om in de verordening lokaal eigendom meer ruimte te geven voor deelname van lokaal gewortelde organisaties en bewonersinitiatieven (m.n. energiecoöperaties) in stadsdeel Nieuw-West. Op die manier kunnen bewoners direct meeprofiteren van de ontwikkeling van deze grootschalige energieprojecten. Hierbij sluit het dagelijks bestuur zich aan bij de zienswijze van de APEC.
- Het dagelijks bestuur sluit zich aan bij de zorgen van de APEC dat weinig inwoners kunnen meeprofiteren als er alleen wordt gekeken naar inwoners binnen een straal van 2 km (kleine windturbines) tot 2,5 km (grote windturbines), gezien de huidige zoeklocaties. Doel van het beleid is immers ook om bewoners door middel van financiële participatie/eigenaarschap meer te betrekken bij de energietransitie. Bovendien worden de beoogde windmolens in het havengebied dusdanig hoog zijn dat bewoners in een groot deel van Nieuw-West er uitzicht op hebben, ook buiten de 2,5 km. Voor het draagvlak helpt het als je mede-eigenaar kunt zijn van een windmolen die je vanuit je eigen woonomgeving kunt zien.
- In het stuk wordt niet duidelijk wat de consequenties zijn als het niet lukt om tot 50% lokaal mede-eigenaarschap te komen. Stadsdeel Nieuw-West zou graag zien hoe de inspanningsverplichting voor 50% lokaal eigendom wordt geborgd en gemonitord. Uit (de toelichting op) de strafbepaling blijkt niet duidelijk hoeveel “pijn” het een initiatiefnemer doet als die de 50% niet haalt. Er gaan flinke bedragen om in de grootschalige energieopwekking, dus als een eventuele boete te laag uitpakt, is het risico dat een initiatiefnemer zich minimaal zal inspannen en daarbij de boete incalculeert. Daarbij adviseert het dagelijks bestuur ook om een eerder of tussentijds toetsingsmoment in het proces op te nemen, zodat het college nog tijdig kan bijsturen indien nodig.
- In de verordening wordt niet duidelijk hoe naar inwoners gecommuniceerd gaat worden wat voor hen het eventuele voordeel van lokaal eigendom is en welke mogelijkheden en rechten zij hebben bij de ontwikkeling van grootschalige energieopwekking in hun omgeving. Er is veel weerstand rondom grootschalige energieprojecten, dus is het cruciaal dat inwoners hier goed in worden meegenomen. Het dagelijks bestuur adviseert om explicietere eisen te stellen aan de minimale communicatie en participatie en deze niet pas achteraf te toetsen (zie ook het vorige advies).
- Uit het eindverslag van de participatie blijkt dat er weinig inwoners van Nieuw-West zijn bereikt. Dit is logisch gezien de gekozen participatiemethodes en het feit dat het bij het vaststellen van de verordening nog niet echt om concrete energieopwekprojecten gaat. Het is zeer belangrijk dat de participatie rond concrete toekomstige initiatieven wel optimaal wordt vormgegeven, specifiek gericht op de doelgroepen in het betreffende gebied waar de impact van de projecten direct zichtbaar en merkbaar is voor inwoners. Het dagelijks bestuur adviseert daarom om in de verordening vast te leggen dat initiatiefnemers de te gebruiken methoden voor communicatie en participatie vooraf ter
15
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
advisering voorleggen aan de dagelijks besturen van de stadsdelen en stadsgebied Weesp en in het geval van stadsdeel Nieuw-West specifiek de participatietafel Nieuw-West.
Het dagelijks bestuur (DB) van Zuidoost dankt het college voor de adviesaanvraag over de verordening lokaal eigendom bij grootschalige energieopwek Amsterdam en de stadsdeelcommissie voor haar advies. De stadsdeelcommissie heeft een omvangrijk advies geschreven. In het finaal advies zijn een aantal punten overgenomen of benoemd. Omwille van de leesbaarheid of omdat de aangedragen punten van de stadsdeelcommissie buiten de scope van de adviesaanvraag vallen, zal het dagelijks bestuur de punten die niet zijn overgenomen separaat toelichten in een brief.
Het college introduceert, op basis van een verplichting uit de energiewet, een nieuwe verordening. Het doel van de verordening is het realiseren van 50% lokaal eigendom bij grootschalige opwek van elektriciteit. Het participatietraject is ondertussen afgerond en aan de hand daarvan heeft het college nog een aantal wijzigingen doorgevoerd.
Het DB van Zuidoost kan zich in grote lijnen vinden in de inhoud van de verordening. Zij onderschrijft het belang van lokaal eigendom bij energieopwek, zodat inwoners worden betrokken bij, zeggenschap hebben over en kunnen profiteren van de duurzame transitie.
Aan het begrip nabijheid worden bij verschillende projecten (zon of wind) verschillende eisen gesteld. Als het grootschalige zonne-energie betreft, wordt nabijheid bepaald aan de hand van de postcoderoos. De postcoderoos is het 4-cijferige postcodegebied waarbinnen de installatie zich bevindt én alle daaraan grenzende postcode gebieden. Indien het project windenergie betreft wordt nabijheid bepaald aan de hand van de tiphoogte van de windturbine. De nabije omgeving is in dat geval een straal van 10 x de tiphoogte van de turbine. Volgens de verordening heeft de producent een inspanningsverplichting om ten minste 50% lokaal eigendom te behalen binnen dat gebied.
Het DB onderstreept, in lijn met artikel 2 uit het advies van de stadsdeelcommissie, het belang voor de inwoners van Zuidoost om financieel te kunnen profiteren van duurzame energie-opwek in en rond het stadsdeel. Dit kan ook bijdragen aan het draagvlak voor grootschalige projecten waarmee duurzame energie wordt opgewekt. Daarbij ziet het dagelijks bestuur twee richtingen die nader uitgewerkt zouden kunnen worden: 1. Maak het mogelijk voor inwoners met een smalle beurs of inwoners die leven in energiearmoede om goedkope elektriciteit af te nemen van de grootschalige energieopwek. 2. Draag er zorg voor dat ook inwoners met een smalle beurs of inwoners die leven in energiearmoede ook een aandeel kunnen aanschaffen en zo mede-eigenaar kunnen worden.
In het verlengde daarvan kan het DB van Zuidoost kan zich voorstellen dat het in sommige gevallen lastig kan zijn voor producenten om 50% lokaal eigendom te behalen. Het DB vraagt het college verder uit te werken op welke wijze de gemeente of het stadsdeel energiegemeenschappen of producenten daarbij kan ondersteunen. Daarbij geeft het DB het
16
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
advies van de stadsdeelcommissie (artikel 8) mee om ook te kijken naar informatie in eigen taal en alternatieve vormen van informatieverstrekking, zoals video’s.
Het DB merkt op dat de verordening geen uitsluitsel geeft over het proces indien het streefcijfers van 50% lokale leden niet wordt gehaald. Het DB vraagt het college hier nader toelichting op te geven. Daarbij geeft het DB het college een getrapte deelname mee ter overweging. Op het moment dat de 50% lokaal eigendom niet wordt gehaald binnen de nabije omgeving, kan worden gekozen om het zoekgebied daarvoor uit te breiden. In eerste instantie kan worden gekozen om de 50% lokaal eigendom binnen het stadsdeel te realiseren. En als dat niet lukt, binnen de gehele stad. Op die manier blijven de baten van grootschalige energieopwek beschikbaar voor inwoners van het stadsdeel en de stad.
Het DB geeft het college voorts nog een opmerking mee ten aanzien van het includeren van energiecorporaties binnen het lokaal eigendom. Op het moment dat energiegemeenschappen leden hebben die zowel binnen als buiten de postcoderoos of het straalgebied wonen, dreigen zij te worden uitgesloten van deelname aan de energiegemeenschap. Het DB vraagt, in lijn met artikel 14 van het advies van de stadsdeelcommissie, aan het college om binnen de verordening ook ruimte te maken voor diverse vormen van energiecorporaties of andere vormen van collectief eigendom, waarbij corporaties die leden hebben die binnen en buiten het nabije gebied wonen, geïncludeerd kunnen worden in de gemeenschap.
Tot slot wenst het DB nog mee te geven de medezeggenschap van lokale eigenaars verder uit te werken. Het is van belang, zoals de stadsdeelcommissie ook adviseert in artikel 4 van haar advies, dat inwoners weten waarover zij wel en niet kunnen meebeslissen.
De bestuurscommissie heeft kennisgenomen van de verordening over lokaal eigendom bij grootschalige opwek. Als eerste wil de commissie graag haar teleurstelling uitspreken over het feit dat het college besloten heeft deze verordening in de verkiezingstijd als adviesaanvraag in te dienen, waarmee zij niet voldoende rekening houdt met de personele wisselingen in ons bestuur en bovendien de gewenste adviestermijnen niet hanteert. Wij betreuren dit, omdat wij hiermee onvoldoende invulling kunnen geven aan onze taak als lokaal bestuur.
Op zichzelf is de bc positief over de insteek van deze verordening om lokaal eigendom te stimuleren en daarmee inkomsten terug te laten vloeien in de gemeenschap. Toch ziet de bc lokaal eigendom ook als een legitimatie van de nu voorgestelde zoekgebieden voor windenergie. Daar blijven wij kritisch op, ongeacht de mede-eigendomssituatie. Stadsgebied Weesp heeft met regelmaat en helder kenbaar gemaakt dat zij kritisch is over grootschalige opwek van duurzame energie als het gaat om zonnevelden en de plaatsing van windmolens in onze directe omgeving. Opwek in de haven van Amsterdam vindt de bc een acceptabele voorkeurslocatie. Dit raakt echter niet aan lokaal eigendom voor onze inwoners, gezien de afstand tot die locatie. De BC pleit dan ook voor het verruimen van de mogelijkheden voor lokaal eigendom, juist ook voor locaties waar de woningdichtheid lager is of die minder dicht bij bewoning gelegen zijn.
17
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
De bc vindt het belangrijk dat omwonenden met een smalle beurs ook mede-eigenaar kunnen worden. Daarom verzoekt de bc het college om daarvoor de mogelijkheden te onderzoeken, bijvoorbeeld door een symbolische inleg van 1 euro. Ook verzoekt de bc het college om te zorgen dat Weespers en Driemonders die leven in energiearmoede goedkoop elektriciteit af te laten nemen bij deze grootschalige lokale opwek. Verder wil de bc meegeven dat het risico van financiële participatie helder en transparant moet worden opgeschreven zodat burgers goed geïnformeerd zijn.
De bestuurscommissie constateert dat de verordening spreekt van een inspanningsverplichting, maar geen duidelijkheid schept over controle, handhaving en gevolgen. Een inspanningsverplichting zonder toetsing is geen verplichting, maar een oproep. Wij vragen het college duidelijk te maken wie deze inspanningsverplichting toetst, waaraan deze getoetst wordt en wanneer. Wij stellen voor om indien aantoonbaar niet voldaan is aan de inspanningsverplichting en de uitvoerende partij geen beterschap kan aantonen, de aanbesteding teruggaat naar de gemeente.
Het college is verheugd dat de stadsdelen de achterliggende gedachte van de Verordening, te weten het meer betrekken van omwonenden bij de duurzame elektriciteitsopwek, onderschrijven.
Het opnemen van meer verplichtingen in de Verordening dan waar deze reeds in voorziet, is een balans tussen enerzijds geen extra drempels opwerpen die de energietransitie vertragen door te veel bureaucratie en anderzijds het bereiken van een zo groot mogelijke groep. Het college kiest er daarom voor geen extra verplichtingen toe te voegen maar wel in de toelichting te verwijzen naar het mailadres van het programma Energiegemeenschappen zodat vragen van producenten ambtelijk behandeld kunnen worden. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande handvatten om inclusieve participatie actief te stimuleren en faciliteren, bijvoorbeeld voor mensen met verschillende taal- en digivaardigheden. Het college ziet hier mogelijk ook een rol voor bestaande energiegemeenschappen in de omgeving om de producent te ondersteunen bij het benaderen van omwonenden.
De verordening voorziet reeds in andere vormen van financiële participatie, anders dan medeeigendom, mocht de producent niet 50% lokaal mede-eigendom halen. De producent moet dan namelijk motiveren wat wel gelukt is, bijvoorbeeld een omgevingsfonds. Het college meent daarom dat de Verordening ook voorziet in financiële participatie voor omwonenden die geen mede-eigendom willen of niet daar niet de middelen voor hebben. In de Verordening wordt wel een extra waarborg opgenomen dat de producent een redelijk financieel aanbod voor deelname moet hebben gedaan. In de toelichting wordt uiteengezet dat het daarbij aangesloten moet worden bij het gemiddelde inkomen in de nabijheid van de installatie.
Ten aanzien van de keuze voor een geografische benadering rond de installatie merkt het college op dat in art. 6.12, derde lid, van de Energiewet vermeld is dat het gaat om mede-eigendom nabij de installatie. Aan het begrip ‘nabij’ is in de Verordening een invulling gegeven. Deze invulling is gerelateerd aan tot welke afstand mogelijke hinder op de omgeving door de installatie kan
18
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
optreden. In het geval van projecten op het gebied van zonne-energie is er gekozen om de postcoderoos te gebruiken om invulling te geven aan de definitie nabijheid, dit was een uitkomst uit het participatietraject. Buiten de postcoderoos zijn er in ieder geval geen negatieve milieugevolgen voor de lokale omgeving.
Omdat uit zienswijzen en meerdere adviezen het verzoek komt tot het vergroten van het geografische gebied, stelt het college aan de raad voor om een extra bepaling in de Verordening op te nemen. Als het de producent niet lukt om in de nabijheid van de installatie 50% te behalen, en ook andere vormen van financiële participatie niet zijn gelukt, dan moet deze in overleg treden met energiegemeenschappen binnen de gemeente Amsterdam over deelname aan het project. In de toelichting is uiteengezet dat de APEC hier een rol kan spelen. Op die manier kunnen meer inwoners van Amsterdam betrokken worden, zonder tekort te doen aan de inwoners in de nabijheid van de installatie, die mogelijk lasten ondervinden vanwege de installatie. Met betrekking tot de overwegingen rondom de invulling van het lokaal eigendom in het Havengebied verwijst het College naar de beantwoording van de zienswijze APEC. Het OER project heeft eigen beleid vastgesteld met andere deelnemende gemeenten omtrent lokale deelname. Dit is reeds vastgesteld voordat deze Verordening in procedure is gegaan. Naar aanleiding van het stadsdeeladvies Oost is hiervoor een overgangsbepaling aan de Verordening toegevoegd (artikel 9).
Ten aanzien van formulering in de Verordening wanneer ‘in ieder geval niet’ voldaan is aan de inspanningen, merkt het college op dat met een positieve formulering wanneer wel voldaan is, het risico ontstaat op een ‘afvinklijstje’. Zou er bijvoorbeeld staan dat wel voldaan is als er twee bijeenkomsten zijn georganiseerd, dan zullen dat er naar verwachting niet drie worden, ook als daar wel behoefte aan zou bestaan. Met de in de Verordening gekozen formulering blijft ruimte om in te spelen op de situatie en niet een absoluut minimum naar de letterlijke tekst na te leven. Het is echter niet mogelijk om een inspanning limitatief te beschrijven, want dan zou deze het karakter van een resultaatsverplichting krijgen. De Verordening voorziet anders dan verondersteld wordt in een van de stadsdeeladviezen, wel degelijk in controle (zie artikel 5) en biedt de mogelijkheid voor handhaving (zie artikel 7 en de toelichting daarop). Het college stelt voor de Verordening te evalueren na verloop van twee jaar na inwerkingtreding.
Voorzover de stadsdeeladviezen buiten de scope van de grondslag voor de verordening in de Energiewet vallen, kunnen deze helaas niet meegenomen worden in deze Verordening. Het college zet, mede gelet op het coalitieakkoord 2026-2030, echter onverminderd in op het bestrijden van energiearmoede en het bevorderen van de positie van energiegemeenschappen. De gemeente werkt al nauw samen met Oranje Energie, APEC en de EDO (vanaf 1 juli 2026 operationeel). Op die manier worden lokale energie initiatieven en energiegemeenschappen gesteund door de gemeente. Ook in 2026 een start gemaakt worden met huur- en aanbestedingsbeleid teneinde de positie van energiegemeenschappen te versterken. Wat betreft het geven van voorlichting door de producent aan particulieren over risico's rond financiële deelname, wijst het college op bestaande wet- en regelgeving en controle door de AFM.
De stadsdeel adviezen leiden wel tot wijzigingen van de Verordening:
19
Gemeente Amsterdam UI&E
Nota van Beantwoording ontwerp-Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek
Versie 18 mei 2026
- Bij het aanbod voor financiële deelname sluit de producent aan bij het gemiddelde huishouden in de nabije omgeving van de installatie.
- Indien het niet gelukt is om 50% lokaal mede-eigendom te behalen en ook andere vormen van financiële participatie niet zijn gelukt, is een extra stap opgenomen in de Verordening. De producent overlegt in die gevallen met energiegemeenschappen binnen de gemeente Amsterdam over deelname aan het project. Voor deze extra inspanningen gelden ook motiveringsverplichtingen.
- Het toevoegen van een overgangsbepaling voor bestaand vastgesteld beleid omtrent lokale deelname voor een duurzaam project elektriciteitsopwek.
De toelichting bij de Verordening wordt aangevuld vanwege bovenstaande wijzigingen. Tevens worden suggesties gedaan over het bieden van ondersteuning door de gemeente aan de producent bij het betrekken van de omwonenden en bij het benaderen van energiegemeenschappen. Bij het benaderen van de lokale omgeving kan de producent namelijk het programma Energiegemeenschappen benaderen via: energiegemeenschappen@amsterdam.nl. De gemeentelijke medewerkers binnen dit team zullen invulling helpen geven aan hoe de ondersteuningsvraag opgepakt kan worden. Daarbij dient rekening gehouden te worden met bestaande producten en handvatten om inclusieve participatie actief te stimuleren en faciliteren, bijvoorbeeld voor mensen met verschillende taal- en digivaardigheden.
Daarnaast zal het college de werking van de Verordening na twee jaar evalueren. Het gaat dan om waar in de praktijk tegenaan gelopen wordt bij de invulling van de inspanningsverplichting. In de evaluatie zal het college ook onder andere ingaan op de vraag of de Verordening niet (te veel) belemmerend werkt bij de realisatie van duurzame projecten elektriciteitsopwek in Amsterdam, of deze bijdraagt aan een groter draagvlak voor de energietransitie en of er onvoorziene nadelen voor betrokken bewoners optreden.
20