Zutphen, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Ingekomen griffie 28 september 2026 2026-V0016
Schriftelijke vragen conform artikel 3.35 van het Reglement van Orde namens het raadslid
Jorn Lok van de VVD aan het college
Betreft: Jaarrekening 2025 zowel inhoudelijk als over het proces
Geacht college,
Op 15 juli heeft de raad de jaarrekening over het jaar 2025 vastgesteld. Dit traject is in de ogen van de VVD-fractie een waar we als gemeente ons best voor zouden mogen schamen. De afgelopen tijd heeft de VVD-fractie nog eens goed teruggeblikt op dit proces en de jaarrekening nog een keer goed doorgenomen. Op basis hiervan hebben wij toch een aantal vragen, zowel inhoudelijk over de jaarrekening als over het proces.
Vragen
1. Het verkrijgen van de accountantsverklaring die een positief oordeel velt was een traject waarin lang onzeker was of dit zou lukken. Onze fractie heeft vragen over hoe dit zo heeft kunnen komen. Een belangrijke oorzaak ligt in de verlaagde controletoleranties op zaken als rechtmatigheid. Wij hebben hierover de volgende vragen:
a. Op welk moment was bij de gemeente bekend dat de verschillende controletoleranties bij
de volgende controle lager zouden komen te liggen? b. Op welk moment is het college hiervan op de hoogte gebracht? c. Was gelijk duidelijk welke gevolgen dit zou (kunnen) hebben, kijkende naar de staat van
de interne beheersing van de gemeente? d. Heeft het college eerder overwogen de raad hierover te informeren dan zij heeft gedaan,
dan wel extra maatregelen te nemen? Zo ja, wanneer en hoe? Zo nee, wat is hierin de overweging geweest? e. Is er destijds een impactanalyse gemaakt?
2. Een bedrag van 1.181.000 aan nadeel op vaststellingsovereenkomsten is gemeld in de jaarrekening. Sinds Burap-2 (waarin 216.000 euro nadeel was gemeld) is er dus een stijging geweest van ruim 9 ton.
a. Om hoeveel vaststellingsovereenkomsten gaat het? b. Voor welke functionarissen en voor welke bedragen? Kan dit gedeeld worden met de raad,
al dan niet ter inzage worden gelegd bij de griffie?
3. In de jaarrekening staat onder de risicobeheersing voor € 3.100.000,- aan risico’s die 80% kans hebben op voorkomen, en voor € 1.100.000,- aan risico’s met een kans van 70%. Het is vaker gegaan over risico’s met een hoge kans van voorkomen, waarvan het college had toegezegd deze op te nemen in de begroting.
a. In welke mate worden de genoemde risico’s wel of niet in de begroting opgenomen?
Indien niet, wat is hiervan de reden? b. Hoe ziet het college de risicoparagraaf in relatie tot de begroting? Zijn wij voldoende
voorbereid of hebben wij een groot probleem indien de risico’s daadwerkelijk gebeuren en de begroting niet toereikend genoeg is? Krijgen we dan ineens een flinke klap in de reserve? Zeker gezien dit risico’s betreft die meer dan één keer kunnen voorkomen?
4. Met een som aan externe inhuur van € 6.658.263,- op een loonsom van € 42.011.116,- kan gesproken worden over 15,8% aan externe inhuur náást de loonsom, van het totaal aan loonkosten is dit de 13,8% die in de jaarrekening staat.
a. Hoe verhouden deze percentages zich tot de Roemernorm van 10%? b. Welke maatregelen zijn getroffen om de externe inhuur te verlagen? c. Hoe verhoudt deze externe inhuur zich tot de wet DBA als het gaat om
schijnzelfstandigen? Overtreedt de lokale overheid de wet en zo ja in welke mate? d. Welke maatschappelijke impact heeft de externe inhuur? Welke maatschappelijk
toegevoegde waarde kunnen wij toekennen aan het extern inhuren van mensen?
Met vriendelijke groet, Jorn Lok (VVD)