Zaanstad, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
gemeente Zaanstad Burgemeester & Wethouders
Stadhuisplein 100 1506 MZ Zaandam Postbus 2000 1500 GA Zaandam
Telefoon 14 075
De leden van de gemeenteraad Zaanstad
www.zaanstad.nl
ONS KENMERK z10552993 PORTEFEUILLEHOUDER H. v.d. Laan PORTEFEUILLE Ruimtelijke ontwikkeling ONDERWERP Beantwoording artikel 51 vragen DZ over Rozengracht 20, 21 en 25 Zaandam
Door J.E. Rot zijn mede namens de fractie van DZ vragen gesteld op grond van artikel 51 van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad van Zaanstad, over Rozengracht 20, 21 en 25 Zaandam.
De gestelde vragen beantwoorden wij als volgt:
Vraag 1: Hoe beoordeelt het college achteraf de informatievoorziening richting de betrokken ondernemer en overige belanghebbenden gedurende het vergunning-, bezwaar- en beroepstraject? De informatievoorziening vanuit de gemeente heeft gedurende de verschillende trajecten plaatsgevonden volgens de geldende kaders.
Vraag 2: Is tijdens de bezwaar- en beroepsprocedure door of namens de gemeente toegezegd dat een nadere onderbouwing van de toepassing van de zogenoemde oud-voor-nieuwregeling parkeren zou worden verstrekt? Zo ja, is deze informatie ook daadwerkelijk verstrekt? Nee
Vraag 3: Kan het college toelichten op basis van welke juridische en beleidsmatige grondslag de oud- voor-nieuwregeling parkeren bij dit project is toegepast? Een aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen moet worden getoetst aan het van toepassing zijnde planologisch kader. Op de locatie van het project is de beheersverordening ‘Inverdan’ van toepassing. In artikel 12, onder a, van deze beheersverordening is bepaald dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw voldoende parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op de betreffende locatie of in de directe omgeving daarvan. In sub b en c van artikel 12 is bepaald dat voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de “Parkeernota gemeente Zaanstad 2013” en indien deze beleidsregels worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. In 2016 zijn deze beleidsregels gewijzigd door de vaststelling van de “Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016”. In het kader van de behandeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een gebouw tot 12 appartementen voor Rozengracht 20 en 21 is getoetst aan deze laatstgenoemde uitvoeringsnota. De uitvoeringsnota bevat in hoofdstuk 3.3 de ‘oud voor nieuw’ regeling waarbij de opgave om parkeerruimte te realiseren alleen wordt bepaald op basis van de toename van de parkeervraag. Daarbij is aangegeven dat het toepassen van deze regeling altijd wordt toegestaan bij verbouwing en/of functiewijzing. De aanvraag had betrekking op de verbouw van een MOZARD ZAAKNUMMER PAGINA gemeente Zaanstad 10552993 2/3
bestaand gebouw met een restaurant- en woningfunctie naar een appartementencomplex met woonfuncties. De aanvraag zag daarmee zowel op een verbouwing als een functiewijziging. Om deze reden is dan ook de ‘oud voor nieuw’-regeling toegepast, zoals de uitvoeringsnota voorschrijft.
Vraag 4: Op welke wijze is beoordeeld dat de ontwikkeling geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor de parkeerdruk in de directe omgeving? De ontwikkeling is getoetst op de wijze die de Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016 voorschrijft. Door het voldoen aan de uitvoeringsnota moet worden aangenomen dat de ontwikkeling geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor de parkeerdruk in de directe omgeving.
Vraag 5: Op welke wijze zijn de belangen van de naastgelegen ondernemer, waaronder het gebruik van parkeer- en fietsparkeervoorzieningen, betrokken bij de vergunningverlening? Het van toepassing zijnde toetsingskader biedt geen expliciete mogelijkheid voor het betrekken van de belangen van naastgelegen ondernemers op dit punt.
Vraag 6: Was het college gedurende de beroepsprocedure op de hoogte van overleg tussen de projectontwikkelaar en de beroepindieners over mogelijke oplossingen voor de ingediende beroepen? Ja
Vraag 7: Heeft de gemeente gedurende de beroepsprocedure een rol gespeeld bij gesprekken tussen de projectontwikkelaar en de beroep-indieners? Zo ja, welke rol betrof dit? Nee, de gemeente heeft geen rol gespeeld bij gesprekken tussen de projectontwikkelaar en de indieners van de beroepen.
Vraag 8: Kan het college toelichten welke wijziging uiteindelijk is doorgevoerd naar aanleiding van het beroep van [indiener]* en waarom deze wijziging kennelijk voldoende was om het beroep in te trekken? De doorgevoerde wijziging heeft betrekking op een andere uitvoering van de achtergevel van het gebouw. Het is het college niet bekend of dit reden was voor de indieners van het beroep om hun beroep in te trekken, daar het college inhoudelijk niet betrokken is geweest in het overleg tussen vergunninghouder en de indieners van de beroepen.
Vraag 9: Is het college bekend met afspraken die zijn gemaakt tussen de projectontwikkelaar en de beroep-indieners naar aanleiding van de intrekking van de beroepen? Nee, het college was inhoudelijk niet betrokken bij deze afspraken.
Vraag 10: Is het college bekend met berichtgeving dat aan één van de beroep-indieners een vergoeding van € 5.000 zou zijn verstrekt in verband met het intrekken van het beroep? Zo ja, welke informatie is hierover bij het college bekend? Nee, het college is niet bekend met berichtgeving hierover.
Vraag 11: Zijn naar aanleiding van de beroepsprocedures wijzigingen aangebracht in het project, de vergunning of de uitvoering die niet eerder expliciet met de raad zijn gedeeld? Nee, voor dit project is een dergelijke bekendmaking aan de gemeenteraad niet voorgeschreven.
Vraag 12: Welke lessen trekt het college uit dit dossier voor toekomstige binnenstedelijke ontwikkelingen waarbij ondernemers en omwonenden direct worden geraakt door een vergunningprocedure? Het van toepassing zijnde wettelijk voorgeschreven toetsingskader beperkt de mogelijkheden van het college om bij dit specifieke project anders dan een toetsende rol aan te nemen. Als een project voldoet aan het planologisch kader heeft het college geen mogelijkheid om belangen van derden mee te wegen in het besluit om al dan niet de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Er is dan sprake van een gebonden beschikking. Het is aan de aanvrager om ter voorbereiding van de aanvraag in contact te treden met omwonenden voor afstemming. Het college is niet bij machte om, bij een aanvraag dat voldoet aan het planologisch kader, deze participatie af te dwingen.
In het vertrouwen u voldoende te hebben geïnformeerd.
MOZARD ZAAKNUMMER PAGINA gemeente Zaanstad 10552993 3/3
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zaanstad,
drs J. Hamming, burgemeester
mr. L. Graaff, gemeentesecretaris
Transactiebewijs iBabs digitale handtekening