Wormerland, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
1
Wormer, 28 september 2026 Aan het College van Burgemeester en Wethouders van Wormerland Betreft: Schriftelijke vragen over preventie en aanpak van woonoverlast, als inbreng voor het nieuwe Integraal Veiligheidsplan Geacht college, Tijdens de voorronde over openbare orde en veiligheid van 7 september 2026 was er onvoldoende gelegenheid om al onze vragen te stellen. Daarom leggen wij ze langs deze weg aan u voor. Wij bedoelen ze uitdrukkelijk ook als inbreng voor het nieuwe Integraal Veiligheidsplan (IVP). Het ambtelijke stuk voor deze bijeenkomst richtte zich op kennismaking, actualiteiten en het ophalen van input voor het IVP. Dat is begrijpelijk, maar voor een goede inbreng schoot het op enkele punten tekort. Het stuk gaat niet in op preventie en vroegsignalering van overlast, op de positie van omwonenden en melders, en op de rol van woningcorporatie en zorg- en welzijnspartners naast gemeente, politie en Openbaar Ministerie. Ook staat er niet in hoe de inbreng van de raad in het IVP wordt verwerkt: bij het vervolgproces staat ‘nvt’. Veiligheid is meer dan wat wij doen als het al mis is gegaan. Drie bronnen maken dat concreet: ● Het huidige Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 Zaanstad – Wormerland – Oostzaan stelt: ‘In Wormerland komen relatief vaak situaties van woonoverlast voor.’ Sinds 2018 is er ‘een maandelijks overleg tussen het team Openbare Orde en Veiligheid en Sociaal Domein’. Het plan noemt als voornemen onder meer ‘het verbeteren van vroegsignalering en preventie’, waarbij ‘nadrukkelijk het perspectief en belang van omwonenden’ wordt meegenomen. De focus ligt op ‘het vroegtijdig inspelen op signalen’. ● In een interview in VNG Magazine (mei 2026, ‘Voorbij de risicoreflex’) stellen burgemeesters Ton Heerts van Apeldoorn, voorzitter van de VNG-commissie Bestuur en Veiligheid, en Jack Mikkers van ’s-Hertogenbosch dat het veiligheidsbestel uit balans is geraakt, waardoor burgemeesters steeds vaker ‘achteraan mogen opruimen wat vooraan niet is voorkomen’. Het artikel constateert: ‘Het systeem reageert, maar anticipeert nog maar zelden.’ De burgemeesters pleiten voor meer nadruk op preventie, leefbaarheid en zichtbare nabijheid, ‘met het systeem achter de hand’. ● Noordhollands Dagblad (24 augustus 2026), ‘Huurders uit flat in Wormer gezet vanwege ernstige overlast, opluchting bij de buren’: WormerWonen heeft huurders van een woning aan de Wollegrasstraat uit huis gezet vanwege ernstige overlast. Volgens de krant heeft een deel van de flat zeker twee jaar last van hen gehad. Er was een klachtendossier opgebouwd, er waren waarschuwingen gegeven, de huurders waren gedagvaard en de rechter stemde in met hun vertrek. De huurders waren als statushouders in de woning geplaatst, in opdracht van de gemeente. De corporatie noemt de uitzetting een noodgreep. Een buurvrouw vertelt dat zij zich het eerste jaar eenzaam voelde en dat haar klachten niet serieus genomen leken te worden; ‘pas het laatste jaar zat de corporatie er bovenop’. Haar zoon kreeg met hulp van de gemeente een tijdelijke vrijstelling van school, onder meer vanwege de situatie met de buren. Volgens de gemeente is zij niet verplicht de uitgezette huurders opnieuw te huisvesten. Huisvesting van statushouders hoort bij goed bestuur, en het is goed dat Wormerland ruimhartig bijdraagt aan de opvang van vluchtelingen. Maar goed bestuur stopt niet bij het overhandigen van de sleutel. Als een plaatsing misgaat, mag de buurt daar niet twee jaar de prijs voor betalen: wie overlast ervaart en meldt, moet uitzicht hebben op verbetering. Voor de directe buren komt dat te laat. Zij hebben te veel meegemaakt, en de buurvrouw zegt dat het voor haar en haar zoon pas echt klaar is als zij er weg zijn. Uitzetting kan nodig zijn, maar mag niet de eerste serieuze reactie zijn. Daarom moet er eerder en nadrukkelijker op preventie worden ingezet. Dat heeft een tweede
2
voordeel: dan wordt ook veel eerder duidelijk wanneer preventie geen verbetering oplevert en andere maatregelen nodig zijn om het woongenot van omwonenden te herstellen. Beide willen wij in het nieuwe IVP terugzien. In de bijlage bij deze brief hebben wij vergelijkbare zaken en relevante bronnen op een rij gezet. Gezien het bovenstaande stellen wij u de volgende vragen: Uitgangspunten 1. Onderschrijft het college de stelling dat inwoners die overlast ervaren en melden, recht hebben op uitzicht op verbetering van hun situatie? Zo ja, hoe wordt dat in het nieuwe IVP geborgd; zo nee, waarom niet? 2. Onderschrijft het college de stelling dat het goed is dat Wormerland ruimhartig bijdraagt aan de opvang van vluchtelingen, maar dat de gemeente ook de belangen van omwonenden in het oog moet houden, en dat solidariteit met vluchtelingen er niet toe mag leiden dat omwonenden in een ondraaglijke situatie komen waarin hun woongenot ernstig wordt geschaad? Zo ja, hoe wordt dat in het nieuwe IVP geborgd; zo nee, waarom niet? Preventie en vroegsignalering 3. Vanaf welk moment waren de overlastmeldingen over de woning aan de Wollegrasstraat niet alleen bij WormerWonen bekend, maar ook bij het team Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente? En vanaf wanneer is de casus in de driehoek besproken? 4. Was er in het eerste jaar van de overlast een casusregisseur aangewezen, en zo ja, vanuit welke organisatie? Is de casus besproken in het maandelijkse overleg tussen het team Openbare Orde en Veiligheid en Sociaal Domein dat het IVP noemt, en is zij aangemeld bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zaanstreek-Waterland? Zo ja, wanneer; zo nee, waarom niet? 5. Worden signalen over de gevolgen van overlast die binnenkomen via bijvoorbeeld leerplicht of het sociaal domein gedeeld met wie de aanpak van die overlast coördineert? Is dat in deze casus gebeurd? 6. Gemeenten bepalen grotendeels zelf hoe lang zij maatschappelijke begeleiding aan statushouders bieden. Hoe lang en hoe intensief worden statushouders in Wormerland na hun plaatsing begeleid, en wie pakt na afloop van die begeleiding signalen van (dreigende) overlast op? Welke afspraken bestaan daarover met WormerWonen en zorgpartners? 7. Hoe is in deze casus uitvoering gegeven aan de focus van het huidige IVP op het vroegtijdig inspelen op signalen en op het perspectief van omwonenden, en welke lessen trekt het college daaruit voor het nieuwe IVP? Aanpak van woonoverlast 8. Welk protocol geldt nu bij meldingen van ernstige woonoverlast: na hoeveel meldingen, of bij welke ernst, volgt een huisbezoek, en door wie? Hanteert de burgemeester een escalatieladder, zoals die van het CCV, die loopt van gesprek en waarschuwing tot gedragsaanwijzing en tijdelijk huisverbod? 9. Is de bevoegdheid van de burgemeester uit artikel 2:76b APV (woonoverlast, artikel 151d Gemeentewet) in deze casus overwogen of toegepast? Zo ja, wanneer en met welke uitkomst; zo nee, waarom niet? En hoe vaak is dit artikel sinds 2023 toegepast? 10. Welke afspraken hebben gemeente, WormerWonen en zorgpartijen over begeleiding of opvang van huurders die na een uitzetting op straat dreigen te belanden, mede om te voorkomen dat de problemen zich naar een andere plek verplaatsen?
3
Omwonenden en melders 11. De Nationale ombudsman oordeelde een klacht gegrond omdat een gemeente een melder van herhaalde overlast onvoldoende had geïnformeerd over ondernomen acties, verrichte controles en de (on)mogelijkheden van de gemeente (rapport 2018/044). Hoe krijgen melders in Wormerland, binnen de grenzen van de privacywetgeving, zicht op de stand van zaken en op een termijn waarop wordt beoordeeld of de situatie verbetert? Is het college bereid, zoals Rotterdam doet, in elk plan van aanpak voor complexe woonoverlast vast te leggen wie de melders informeert? 12. Welke ondersteuning is aangeboden aan de omwonenden aan de Wollegrasstraat die langdurig ernstige overlast hebben ervaren, en wat doet het college samen met WormerWonen en de politie om hun vertrouwen in een veilige woonomgeving te herstellen? Het nieuwe IVP 13. Komt er in het nieuwe IVP een uitgewerkte lijn voor woonoverlast na een gemeentelijke plaatsing, ook van statushouders, met preventie en begeleiding eerst en repressie als sluitstuk? Welke vaste evaluatiemomenten komen daarin om te beoordelen of preventie werkt, en wanneer wordt opgeschaald naar andere maatregelen? 14. Hoe wordt preventie in het nieuwe IVP een volwaardig spoor, met eigen doelen, middelen en afspraken, en niet alleen een bijzin bij handhaving? 15. Het IVP is een plan van gemeente, politie en Openbaar Ministerie. Hoe worden WormerWonen en zorg- en welzijnspartners betrokken bij het opstellen en uitvoeren ervan? 16. Is het college bereid de raad jaarlijks te informeren over het aantal woonoverlastmeldingen en -casussen, de ingezette interventies (waaronder artikel 2:76b APV) en de doorlooptijd van eerste melding tot oplossing? 17. Hoe en wanneer betrekt het college de raad verder bij de totstandkoming van het IVP, en hoe worden deze vragen en de overige inbreng uit de voorronde daarin verwerkt? Wij zien de beantwoording van deze vragen graag binnen de daarvoor gestelde termijn tegemoet, en in ieder geval uiterlijk twee weken vóór de behandeling van de begroting 2027 (gepland op 3 november 2026) en voordat het concept-IVP aan de raad wordt voorgelegd. Met vriendelijke groet, Namens de PvdA-fractie Wormerland,
Kees-Jan Kindt en Monique Klootwijk
4
Bijlage: vergelijkbare zaken en bronnen Deze bijlage hoort bij de schriftelijke vragen van de PvdA-fractie Wormerland over preventie en aanpak van woonoverlast van 27 september 2026. Zij geeft een overzicht van openbare bronnen die voor de vragen en voor het nieuwe Integraal Veiligheidsplan relevant zijn. Wormerland zelf ● Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 Zaanstad – Wormerland – Oostzaan (gemeenten Zaanstad, Wormerland en Oostzaan; geldend vanaf 15 maart 2023). Volgens het plan komen in Wormerland ‘relatief vaak situaties van woonoverlast’ voor. Sinds 2018 is er een maandelijks overleg tussen het team Openbare Orde en Veiligheid en Sociaal Domein. De focus ligt op ‘het vroegtijdig inspelen op signalen’ en op betere samenwerking tussen betrokken partijen. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR693387/1 ● APV Wormerland 2026, artikel 2:76b ‘Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet’ (vastgesteld 12 mei 2026, geldend vanaf 5 juni 2026; het artikel stond ook al in de APV 2022). Het artikel bevat een zorgplicht tegen ‘ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden’. De burgemeester kan onder meer bij hinder van bezoekers en intimidatie vanuit een woning een last onder bestuursdwang opleggen, en een verbod om in of bij de woning aanwezig te zijn. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR762429/1 Vergelijkbare zaken in de regio ● Rechtbank Noord-Holland, kantonrechter Zaanstad, 21 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14905 (Parteon, Zaanstad). Kort geding over woonoverlast. De eerste overlastgesprekken dateren van januari 2018; daarna volgden meldingen van omwonenden in 2023, 2024 en 2025 en logboeken van buren. De ontruiming volgde in november 2025, bijna acht jaar na de eerste overlastbrief. https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:14905 ● Rechtbank Noord-Holland, kantonrechter Zaanstad, 11 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9854 (Wooncompagnie, Purmerend). Op 21 februari 2025 stuurde de burgemeester van Purmerend de corporatie ‘een bestuurlijke waarschuwing wegens ernstige overlast’ vanuit de woning. Het vonnis tot ontruiming volgde op 27 maart 2025. https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9854 ● Rechtbank Noord-Holland, kantonrechter Haarlem, 7 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4991 (Ymere). Het huurcontract begon in combinatie met woonbegeleiding. Bij omzetting naar een contract voor onbepaalde tijd in februari 2022 eindigde die begeleiding; in de zomer van 2025 viel ook de ggz-begeleiding weg, waarna de incidenten volgden. De vordering tot ontruiming in kort geding werd afgewezen. https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:4991 Rapporten en onderzoek ● Nationale ombudsman, rapport 2018/044, ‘Gemeente Emmen handelt onvoldoende pro- actief na herhaaldelijke meldingen overlast’ (19 juni 2018; oordeel: gegrond). De ombudsman vond dat de gemeente de melder ‘niet voldoende heeft meegenomen in het proces en haar onvoldoende heeft geïnformeerd over ondernomen acties, verrichte controles en de (on)mogelijkheden van de gemeente’. https://www.nationaleombudsman.nl/publicaties/rapporten/2018044 ● Rekenkamer Groningen, ‘Meldingen van woonoverlast: een zorg voor Groningen!’ (5 september 2023). Het meldpunt functioneerde ‘niet naar behoren’. De Rekenkamer beveelt strakkere afspraken aan over onder meer regievoering en termijnen van vervolgacties, en betere communicatie met melders. De raad ontving ‘al jaren geen verslagleggingsinformatie over woonoverlast’. https://www.rekenkamers.nl/rapport/meldingen-van-woonoverlast- een-zorg-voor-groningen/
5
● Tussentijdse evaluatie Wet aanpak woonoverlast (Kamerbrief van de minister van BZK, in afstemming met de VNG, 2 juni 2020; Kamerstuk 32 847, nr. 651). Van 205 onderzochte gemeenten had 70% een verordening (peildatum september 2019); in 16% was een gedragsaanwijzing opgelegd. Als succesfactoren noemen gemeenten ‘een duidelijke regierol voor de gemeente (78%) en samenwerking met ketenpartners (70%)’. repository.overheid.nl/frbr/officielepublicaties/kst/32847/kst-32847-651/1/html/kst-32847- 651.html ● Aedes, ‘Toename overlast door huurders met verward gedrag’ (enquête onder 60 corporaties, 28 september 2022). Circa 35% van de corporaties vindt de lokale samenwerking ‘matig tot zeer slecht’. Hun belangrijkste verbeterpunten: minder vrijblijvendheid van hulpverlening, meer regie op de casus en betere informatie-uitwisseling. https://aedes.nl/onderzoek-personen-met-verward-gedrag Werkwijzen elders ● Gemeente Rotterdam en partners, uitvoeringsplan ‘Samen tegen Woonoverlast’ (september 2020, via Veiligheidsalliantie regio Rotterdam). Per gebied is er elke vier weken een casusoverleg onder voorzitterschap van de veiligheidsregisseur. Elk plan van aanpak bevat verplicht communicatie richting melder en omwonenden, en er wordt vastgelegd wie die rol heeft. https://veiligheidsalliantie.nl/document/688 ● CCV en Rijksuniversiteit Groningen, ‘Escalatieladder Wet aanpak woonoverlast’ (versie 1.0, 27 januari 2022, in opdracht van BZK). Zes treden: gesprek, bemiddeling of huisbezoek; waarschuwing; voornemen gedragsaanwijzing; last onder dwangsom; last onder bestuursdwang; tijdelijk huisverbod. Een gedragsaanwijzing moet steunen op eigen waarnemingen van toezichthouders of politie, niet alleen op meldingen van buren. https://www.hetccv-woonoverlast.nl/doc/Escalatieladder.pdf ● Zorg- en Veiligheidshuis Zaanstreek-Waterland (Zaandam). Het Zorg- en Veiligheidshuis treedt op ‘wanneer reguliere hulpverlening tekortschiet of vastloopt’. Na melding en triage volgt een integraal casusoverleg; zo nodig nemen regisseurs de regie over. Criteria zijn onder meer multiproblematiek, samenwerking tussen meerdere ketens en impact op de directe leefomgeving. https://www.zorgenveiligheidshuizen.nl/locaties/zaanstreek-waterland/