Voorschoten, 14 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
De bron levert dit stuk in meerdere versies. Dit is een andere versie van de hoofdversie; alleen die telt mee en staat in de lijsten.
Schriftelijke vragen
ex Artikel 37 Reglement van Orde gemeenteraad Voorschoten
Datum 14 juli 2026 Datum verzending 14 juli 2026 Nummer vraag 457 Behandelaar E. v.d. Pluijm/Y. Smith Ons zaaknummer Z/26/112118/493384 Portefeuillehouder Wethouder Mieremet Bijlage Onderwerp Beantwoording schriftelijke vervolgvragen 457 VVD, SP, PRO, FP, FD, D66, CDA en VL over bouwweg Starrenburg III
Geachte Raad,
Door de fracties van VVD, SP, PRO, fractie Persoon, FvD, D66, CDA en VL zijn op 12 juni 2026
vragen gesteld met betrekking tot de bouwweg Starrenburg III.
Op 12 mei 2026 hebben de VVD- en SP-fractie schriftelijke vragen gesteld over de ontstane
situatie bij de bouwweg Starrenburg III. De op 10 juni ontvangen beantwoording van deze
vragen geeft aanleiding voor een aantal vervolgvragen.
Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Inleiding bij vraag 1.
In de beantwoording van vraag 1 staat dat de ODWH momenteel (nog) geen reden ziet voor
afsluiting van de bouwweg maar geeft tevens aan dat “ _de ODWH geen bevoegdheid heeft om_
_een weg af te sluiten”._
Vraag 1: Welke instantie heeft deze bevoegdheid tot afsluiting van de weg wél, mocht
de ODWH op enig moment van oordeel zijn dat daar een reden voor is?
Antwoord 1. De ODWH is niet bevoegd om direct de bouwweg af te sluiten of het gebruik
daarvan te verbieden. Indien de ODWH van oordeel is dat sprake is van een situatie die
handhavend optreden rechtvaardigt, kan de ODWH bestuursrechtelijke bevoegdheden inzetten
ten aanzien van de betrokken activiteit (bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder
dwangsom of een last onder bestuursdwang). Als gevolg daarvan kan het gebruik van de
bouwweg indirect onmogelijk worden gemaakt.
De gemeente Voorschoten is bevoegd de bouwweg af te sluiten, indien sprake is van een
overtreding die valt binnen de wettelijke handhavingsbevoegdheden van de gemeentelijke
toezichthouders. Op dit moment is er geen noodzaak tot afsluiting, omdat de situatie stabiel is
en de huidige handhaving afdoende is. Mocht er in de toekomst verandering optreden dan zullen
wij dit opnieuw beoordelen.
Inleiding bij vraag 2.
In de beantwoording van vraag 2 staat: _“De ODWH geeft aan dat het nog onduidelijk is of de_
_verdachte laag die onder het menggranulaat aanwezig is uiteindelijk weggehaald moet worden”._
In het advies van de ODWH d.d. 8 mei 2026 aan de Gemeente Voorschoten staat echter (zie
onderstaand, punt 2 en 3) dat de staalslakkenhoudende bouwstof volledig verwijderd en
afgevoerd moet worden.
Vraag 2: Hoe staat de beantwoording van deze vraag in verhouding tot het advies van
de ODWH?
Antwoord 2. Ervan uitgaande dat hier sprake is van staalslakken, wat overigens wordt betwist
door de aannemer(s), heeft het de voorkeur van de ODWH dat deze stof verwijderd wordt
(zoals te zien in het ODWH advies van 8 mei 2026). Juridisch zijn er echter meerdere
mogelijkheden om de overtreding ongedaan te maken.
Inleiding bij vraag 3a en vraag 3b.
In de beantwoording van vraag 2 en vraag 4 staat dat de Last Onder Dwangsom (LOD) 37.500
euro per week bedraagt met een maximum van 150.000 euro. Een LOD kan alleen effectief zijn
wanneer de hoogte ervan in verhouding staat tot de financiële gevolgen van het beëindigen van
de geconstateerde overtreding. Hoewel er geen wettelijk maximum is opgenomen in de wet,
kan uit jurisprudentie opgemaakt worden dat de hoogte voldoende moet zijn om effect na te
streven, maar ook niet te hoog mag zijn omdat het anders een punitief karakter zou krijgen
(Uitspraak 200604367/1 | Raad van State).
Vraag 3a: In hoeverre bent u van mening dat de maximale hoogte van het bedrag het
effect zal hebben dat de weg snel verwijderd zal worden?
Antwoord 3a. De hoogte van de inmiddels opgelegde last onder dwangsom geeft naar onze
mening voldoende prikkel om de overtreding ongedaan te maken. In het besluit last onder
dwangsom is te lezen op welke manieren de overtreding ongedaan gemaakt kan worden.
Vraag 3b. Is het denkbaar dat de hoogte van de last onder dwang lager is dan de
economische schade voor de bouwer om de weg open te houden zo lang de procedure
loopt?
Antwoord 3b. Als blijkt dat de last onder dwangsom toch onvoldoende prikkel geeft om de
overtreding ongedaan te maken, dan is er de mogelijkheid om een nieuwe last onder dwangsom
op te leggen met een hogere last.
Inleiding bij vraag 4.
In de beantwoording van vraag 5 wordt alleen ingegaan op mitigerende maatregelen voor
opwaaiend bouwstof in de huidige situatie. Er wordt niet ingegaan op de vraag of deze
problematiek ondervangen kan worden indien de bouwweg verwijderd en opnieuw aangelegd
moet worden. Juist het mogelijk opnieuw moeten aanleggen van de bouwweg geeft de
mogelijkheid om eisen te stellen om overlast in de basis te voorkomen of te beperken. Het
BLVC-plan is zo’n mogelijkheid (de L staat voor Leefbaarheid) en wordt in de vergunning van de
aansluiting van de bouwweg op de Veurseweg als voorwaarde gesteld voor ingebruikname.
Vraag 4: kan het college aangeven of, indien de bouwweg inderdaad verwijderd moet
worden en opnieuw aangelegd, de stofproblematiek op basis van een BLVC plan
genoemd in de vergunning structureel ondervangen of beperkt kan worden?
Antwoord 4. Nee, het BLVC plan dat in de vergunning wordt genoemd, gaat over het gebruik
van de uitrit en kan de stofproblematiek op de bouwweg niet ondervangen of beperken. De
bouwweg is vergunningsvrij, maar moet wel voldoen aan wet- en regelgeving. In artikel 7.19
van het Besluit bouwwerken leefomgeving is stofhinder opgenomen, hierin staat dat er
maatregelen moeten worden getroffen om stofverspreiding te beperken. Dit zal dan ook worden
meegenomen in gesprekken met de aannemer, en de gemeente zal hierop toezien.
Inleiding bij vraag 5.
In de beantwoording van vraag 7 staat m.b.t. een door loging en contact met grondwater
mogelijke verontreiniging van de ondergrond en grondwater: _“De ODWH geeft aan dat dit nog_
_onbekend is en afhankelijk is van de samenstelling van de verdachte laag”_
Vraag 5: is er contact opgenomen met het Hoogheemraadschap Rijnland om eventuele
verontreiniging van de ondergrond/grondwater te onderzoeken? Zo ja, kan
aangegeven worden wanneer de resultaten daarvan bekend zijn? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5. De ODWH heeft contact gehad met het HHR. Deze instantie heeft een eigen
bevoegdheid die zich richt op het oppervlaktewater en niet het grondwater.
De ODWH is namens de gemeente gemandateerd op gebied van de bodem. De ODWH ziet op
dit moment geen aanleiding om een bodemonderzoek uit te (laten) voeren omdat er nog
onduidelijkheid is over het materiaal. Uitloging van stoffen vindt niet op korte termijn plaats,
daarom is het uitvoeren van bodemonderzoek op dit moment nog niet zinvol.
Inleiding bij vraag 6.
In de beantwoording van vraag 8 staat dat de ODWH aangeeft dat ‘ _het vrijkomende stof_
_afkomstig is van de toplaag die bestaat uit gecertificeerd menggranulaat (zonder staalslakken)’._
In menggranulaat kunnen ook staalslakken verwerkt zijn, met een maximum van 20% van de
materialen. Op de Veurseweg zijn door bewoners metalen sporen in ruime mate gevonden in
het stof dat nabij de tijdelijke bouwweg ligt. De veronderstelling dat er in de toplaag ook
staalslakken verwerkt zijn, is niet heel vreemd.
Vraag 6: “Is op basis van een rechtsgeldig certificaat van de toplaag met zekerheid
vast te stellen dat er geen staalslakken in verwerkt zijn”?
Antwoord 6. Uit door de omgevingsdienst opgevraagde productcertificaten blijkt dat hier sprake
is van menggranulaat. Door de oorsprong van het menggranulaat en de visuele waarneming ten
tijde van de aanleg van de weg, is het aannemelijk dat het hier gaat om gebroken puin en geen
staalslakken. In menggranulaat kunnen ook ijzerresten zitten die afkomstig zijn van de
gesloopte objecten.
Inleiding bij vraag 7.
Vanuit de gemeente worden de omwonenden primair geïnformeerd door een periodieke update
van deze site Starrenburg III | Voorschoten. Dit is in de basis een passieve manier van
informatieverstrekking en de situatie is best complex (geworden) gezien de rollen van meerdere
partijen en termijnen van bezwaren/zienswijzen etc.
Vraag 7: Kunnen de betrokken omwonenden vanuit de gemeente op een pro-actievere
wijze geïnformeerd worden dan nu het geval is?
Antwoord 7.
Wij begrijpen de wens om omwonenden pro-actiever te informeren. Tegelijkertijd vraagt de
situatie om zorgvuldige en actuele communicatie.
Sinds het onderzoek naar de klachten naar aanleiding van de stofhinder en vermoedens van een
partij staalslakken in de bouwweg hebben wij actief gecommuniceerd via bewonersbrieven, een
persbericht en een continu geactualiseerde projectpagina. Ook beantwoorden wij vragen
rechtstreeks en zo transparant mogelijk.
De situatie verandert snel en is afhankelijk van onderzoeken en besluiten van de
Omgevingsdienst West-Holland, die verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving. Daardoor
kan informatie via brieven snel verouderd zijn. Zo is bijvoorbeeld onlangs door de ODWH
bekend gemaakt dat de definitieve last onder dwangsom is verzonden op 3 juli 2026.
Daarnaast merken wij dat de zorgen breder leven dan alleen bij direct omwonenden. Daarom
kiezen wij voor een centrale, actuele informatievoorziening via onze website. Per situatie
bekijken we of aanvullende communicatiemiddelen nodig zijn. Zo zorgen we dat iedereen
gelijktijdig toegang heeft tot dezelfde, meest actuele informatie.
Met vriendelijke groet,
het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, mw. drs. N. Stemerdink, gemeentesecretaris burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.