Valkenswaard, 14 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vragen divers
Onderwerp: Statushouders Kard. de Jongstraat (vervolgvragen)
Gesteld door: H&G / Wout Verhoeven Datum: 14 september 2026 Portefeuillehouder: J. Drieman Teammanager: Jan Peels / M. Antonis – S. Looijmans Deadline: 14 oktober 2026
Vraag:
N.a.v. de antwoorden heb ik nog de volgende vragen: 1. Waarom is de beantwoordingstermijn zo ruim overschreden zonder dat een tussenbericht is verstuurd?
2. Kan het college aangeven wat er gebeurt indien de voorzieningenrechter het verzoek om schorsing afwijst? Zal het college dan alsnog op korte termijn een nieuw besluit op bezwaar nemen?
De gronden van het hoger beroep stellen dat zes van de acht jongeren al vóór de bewoning deel uitmaakten van dezelfde woongroep en gedurende de bewoning gezamenlijk eten, huishoudelijke taken verrichten en hun dagelijks leven delen.
3. Kan het college concreet onderbouwen waaruit blijkt dat sprake is van voldoende continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid, zoals vereist in artikel 1.12 van het omgevingsplan?
Het college stelt dat bij vertrek van een bewoner geen nieuwe bewoner in diens plaats mag komen, omdat dan de continuïteit van het huishouden zou worden doorbroken.
4. Hoe wordt dit in de praktijk gecontroleerd en juridisch afgedwongen?
De gemeente heeft inmiddels kosten gemaakt van € 2.884 aan proceskosten/griffierechten en € 804 aan externe juridische advisering. Daarnaast zijn ambtelijke uren gemaakt die niet per dossier inzichtelijk zijn.
5. Kan het college een zo goed mogelijke raming geven van de totale ambtelijke inzet en daarmee van de totale kosten die de gemeente tot nu toe voor deze kwestie heeft gemaakt?
6. Wat is de maximale kostenraming voor de gemeente indien het hoger beroep en de voorlopige voorziening volledig worden doorlopen, inclusief externe juridische bijstand en ambtelijke capaciteit?
De betrokken organisatie heeft aangegeven bereid te zijn een omgevingsvergunning aan te vragen indien uiteindelijk blijkt dat die noodzakelijk is.
7. Waarom wordt niet nu al onderzocht of een vergunningprocedure een snellere en meer rechtszekere oplossing kan bieden voor de ontstane situatie?
Tot slot: De rechtbank heeft de bezwaren gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
8. Kan het college de raad toezeggen dat de raad volledig wordt geïnformeerd zodra de Raad van State uitspraak doet over de voorlopige voorziening en zodra uitspraak wordt gedaan in het hoger beroep, inclusief de financiële en bestuurlijke gevolgen daarvan?
Antwoord:
1. De beantwoording is later ingediend dan oorspronkelijk beoogd. Daarbij is van belang dat de griffie per abuis een reactietermijn tot en met 13 september 2026 had vermeld. De behandelend ambtenaar heeft de behandeling van de zaak overeenkomstig deze termijn ingepland en is van de juistheid daarvan uitgegaan. Tijdens de vakantie van de behandelend ambtenaar is door de griffie geconstateerd dat sprake was van een onjuiste termijnvermelding. Op dat moment was de zaak reeds ingepland op basis van de eerder gecommuniceerde datum. Na afloop van de vakantieperiode heeft vervolgens nadere inhoudelijke bestudering van het dossier plaatsgevonden en is afstemming gezocht met diverse betrokken stakeholders. Mede gelet op de werkdruk binnen de betrokken organisatieonderdelen heeft dit ertoe geleid dat niet eerder kon worden gereageerd. Door deze omstandigheden is er ook niet tijdig een tussenbericht verzonden, daarvoor bieden we excuses aan.
2. Indien de voorzieningenrechter het verzoek om schorsing afwijst, zal het college gevolg geven aan de uitspraak en alsnog een nieuw besluit op bezwaar moeten nemen. Op dit moment kan niet concreet worden aangegeven binnen welke termijn dat besluit dan zal worden genomen, nu dit mede afhankelijk is van de inhoud van de uitspraak, de eventueel benodigde aanvullende beoordeling en de op dat moment beschikbare capaciteit. Het college zal na de uitspraak zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk een nieuw besluit op bezwaar nemen.
3. Het college is van oordeel dat sprake is van voldoende continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid als bedoeld in artikel 1.12 van het omgevingsplan. Continuïteit in samenstelling De bezwarencommissie heeft bij de advisering aangegeven dat de stelling van het college wordt gevolgd wat betreft de continuïteit in samenstelling. Er is sprake van een zekere duurzaamheid wat betreft de bewoning, aangezien twee jaar een zekere bestendige huurperiode betreft op grond waarvan een woonkarakter aanwezig wordt geacht. Het college vult hierbij aan dat geen sprake mag zijn van wisseling van bewoners. Het is niet toegestaan bij het vertrek van een oude bewoner in de plaats daarvan een nieuwe bewoner te plaatsen, in dat geval is er namelijk geen sprake van continuïteit in samenstelling. Daarentegen kan het vertrek van een bewoner niet aangemerkt worden als een wisseling en is er nog steeds sprake van continuïteit in samenstelling. Vergelijk dit met een kind dat uit huis gaat, ook in een dergelijk geval is nog steeds sprake van de continuïteit in samenstelling van het achterblijvende huishouden.
Naar aanleiding van het door de bezwarencommissie gegeven advies hebben wij nader onderzoek gedaan. Het gaat in de huidige situatie niet enkel om het samen zorgdragen voor het huishouden, er is daadwerkelijk sprake van één huishouden door de 'onderlinge verbondenheid'. De bewoners voeren gezamenlijk het huishouden, zo heeft ieder de verantwoordelijkheid voor het schoonhouden van zijn eigen slaapkamer en er is een poetsschema voor de algemene ruimtes. Buiten dat voeren de bewoners ook daadwerkelijk één huishouden en leven de bewoners ook echt samen. De jongeren hebben samen met de begeleiding huisregels gemaakt over bijvoorbeeld hoe laat er gegeten wordt, hoe laat een ieder binnen moet zijn en dat rekening gehouden wordt met elkaar. Denk aan het gebruik van de douches, het gebruik van de wasmachine, dat het rustig is wanneer er iemand uit wil slapen ’s morgens en dat er 's avonds na 23.00 uur geen muziek meer hoorbaar is. Boodschappen worden samen gedaan, er wordt gezamenlijk gekookt en de bewoners eten gezamenlijk hun maaltijd, Natuurlijk kookt en/of eet een bewoner ook wel eens individueel als hij bijvoorbeeld moet gaan werken of naar een sportclub moet, maar meestal eten ze samen. In een gebruikelijke samenstelling van een huishouden is dat niet anders. Daarnaast trekt de groep veel samen op in hun vrije tijd. Zij spenderen hun vrije tijd vooral in de gezamenlijke ruimtes van de woning, zoals de woonkamer waar een spelletje wordt gedaan of waar naar films en series wordt gekeken. Het college is van mening dat deze gedragingen bij uitstek de onderlinge verbondenheid van de groep en daarmee deelname aan het 'gezinsleven' illustreert. De factoren die volgens de jurisprudentie een rol spelen, zoals het gebruik van gezamenlijke voorzieningen, het dragen van de gezamenlijke lasten, de continuïteit van de samenstelling van de groep, gezamenlijke activiteiten en het huishouden zijn daarmee gegeven.
4. De naleving wordt door het college in de praktijk gecontroleerd aan de hand van de inschrijvingen op het betreffende adres. Hierdoor kan worden vastgesteld welke personen in het pand verblijven en of wijzigingen in de samenstelling van de bewoners plaatsvinden. Waar nodig kan een feitelijke controle plaatsvinden. Aan de betrokken instelling is expliciet kenbaar gemaakt dat het vervangen van een vertrokken bewoner door een nieuwe bewoner niet is toegestaan, omdat daarmee de continuïteit van het huishouden wordt doorbroken en sprake is van strijdig gebruik met het omgevingsplan.
Indien wordt geconstateerd dat een vertrokken bewoner is vervangen door een nieuwe bewoner, zal het college dit aanmerken als een overtreding. In dat geval ligt het in de rede dat handhavend wordt opgetreden door middel van het opleggen van een last onder dwangsom gericht op het beëindigen en beëindigd houden van het strijdige gebruik. Op deze wijze wordt naleving juridisch worden afgedwongen. Er zijn geen strijdige activiteiten op dit adres geconstateerd.
5. Zoals bekend heeft het college voor deze kwestie geen afzonderlijke urenregistratie bijgehouden. Op basis van een inschatting van de gebruikelijke tijdsbesteding aan vergelijkbare dossiers wordt inzet daarmee geraamd op ongeveer 60 uur. Uitgaande van een gebruikelijk intern integraal uurtarief van € 100 per uur kan worden geconcludeerd dat de gemeente tot op heden ongeveer € 6.000 aan ambtelijke capaciteit aan deze kwestie heeft besteed. Hierin is het besluit op het verzoek om handhaving meegenomen, het bezwaar, beroep, hoger beroep en de beantwoording van de raadsvragen. Nogmaals, het betreft een globale inschatting.
6. Het college beschikt niet over een maximale kostenraming voor het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. De behandeling van het dossier vindt plaats door een interne jurist die reeds vanaf het begin bij de zaak betrokken is. Deze jurist heeft ook het hoger beroepschrift opgesteld en beschikt daardoor reeds over de benodigde dossierkennis. Om die reden is naar verwachting slechts beperkte aanvullende voorbereiding en ambtelijke inzet nodig. Voorts is op dit moment geen sprake van inschakeling van externe juridische bijstand.
7. Het college onderzoekt op dit moment niet of een vergunningprocedure een snellere oplossing kan bieden. Daarbij is van belang dat een vergunningprocedure een afzonderlijk traject vormt dat eigen onderzoek, beoordeling en besluitvorming vereist en daarmee eveneens beslag legt op de toch al beperkt beschikbare ambtelijke capaciteit.
Daarnaast kan een dergelijke procedure niet los worden gezien van de rechtsvraag die momenteel in hoger beroep voorligt. Het college kan zich niet verenigen met de uitleg die de rechtbank aan de relevante planregels heeft gegeven. Naar het oordeel van het college heeft die uitleg mogelijk gevolgen voor andere vergelijkbare woonvormen binnen de gemeente, terwijl het college van mening is dat dergelijke woonvormen ruimtelijk aanvaardbaar moeten kunnen zijn.
Om die reden acht het college het wenselijk eerst duidelijkheid te verkrijgen over deze rechtsvraag in hoger beroep. Voor een nadere toelichting op dit standpunt verwijst het college naar de gronden van het ingestelde hoger beroep.
8. Het college zal de raad te informeren zodra de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak heeft gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening en vervolgens op het hoger beroep. Daarbij zal het college ingaan op de betekenis van de uitspraak voor het dossier, de gevolgen die daaruit voortvloeien voor de verdere besluit vorming en, voor zover relevant, de financiële en bestuurlijke gevolgen daarvan.