Vaals, 21 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vragen aan B&W ex. art 155
Vraag nr. .............................: V 2026-015 Datum ingediend ................: 09-09-2026 Vraagsteller .........................: A. Voorn Fractie .................................: Groep Groen Onderwerp ..........................: Centrum plan Gewenste beantwoording ..: schriftelijk/ Schriftelijke beantwoording graag z.s.m., doch cf. het RvO uiterlijk: 3 dagen voor raadsvergadering Bij mondelinge beantwoording: tijdens vergadering ….
Vraag/vragen: Geacht college,
Naar aanleiding van het centrumplan en de uitspraken van wethouder Kompier tijdens de afgelopen commissievergadering betreffende het voorstel subsidieregeling voor fysieke beeldkwaliteit van vastgoed in het kernwinkelgebied (en de aanloopgebieden) heb ik de volgende vragen over de uitvoering en de rechtsgelijkheid:
1.Afbakening: Hoe verhoudt de afbakening van het kernwinkel- en aanloopgebied zich tot de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht? Is het college zich bewust van de consequenties van deze overlap voor de uniformiteit en toepasbaarheid van de regeling?
2.Rechtsongelijkheid door procedures: Het vergunning traject voor panden in een beschermd dorpsgezicht is aanmerkelijk complexer, duurder en langduriger (in praktijk zes maanden tot anderhalf a twee jaar) dan de reguliere acht weken. Aangezien de subsidie pas na vergunningverlening kan worden aangevraagd, dreigen eigenaren in deze gebieden buiten de boot te vallen door uitputting van de subsidiepot. Erkent het college dat hierdoor een structurele rechtsongelijkheid ontstaat ten opzichte van eigenaren buiten het beschermd dorpsgezicht?
3.Subsidiabele kosten: Worden de noodzakelijke extra kosten voor gespecialiseerde architectentekeningen en onderzoeken, die inherent zijn aan de strengere eisen in een beschermd dorpsgezicht, aangemerkt als subsidiabele kosten? Zo nee, is het college bereid deze alsnog mee te laten tellen om de haalbaarheid te garanderen?
4.Maatregelen: Welke concrete maatregelen treft het college om deze ongelijkheid te corrigeren? Is het college bereid om een reservering of voorrangsregeling in de subsidiepot op te nemen voor deze specifieke doelgroep, en welke stappen worden ondernomen om de vergunningsprocedures in beschermde gebieden te verkorten?
Ik zie uw beantwoording met belangstelling tegemoet.
PoHo ..............: Kompier Datum beantwoording: 21/9/‘26 Antwoord(en):
1. Afbakening De begrenzing van het kernwinkelgebied en de aanloopgebieden is gebaseerd op de doelstellingen van de Agenda Centrumaanpak en het brancheringsplan en niet op de contouren van het beschermd dorpsgezicht. Het college is zich bewust van de gedeeltelijke overlap tussen beide gebieden. Daarnaast laat de gemeente momenteel een bouwhistorische inventarisatie uitvoeren van beeldbepalende en kwalitatief waardevolle panden en gevels in de kern van Vaals. 2. Rechtsongelijkheid door procedures Het college onderkent dat vergunningprocedures binnen een beschermd dorpsgezicht in sommige gevallen meer voorbereidingstijd kunnen vragen. De verordening schrijft echter niet voor dat eerst een vergunning moet zijn verleend alvorens een subsidieaanvraag kan worden gestart. Het college ziet daarom niet op voorhand een structurele rechtsongelijkheid ontstaan. 3. Subsidiabele kosten Ja. Binnen de verordening komen onder andere kosten voor architect, ontwerp, bouwtekeningen, advies en leges voor subsidie in aanmerking. Daarmee wordt reeds rekening gehouden met kosten die kunnen samenhangen met werkzaamheden binnen een beschermd dorpsgezicht. 4. Maatregelen In de verordening is geen aparte reservering of voorrangsregeling opgenomen voor panden binnen een beschermd dorpsgezicht. Mocht dit in de toekomst gewenst zijn, dan kan daar alsnog voor gezorgd worden via artikel 9. Wel wordt initiatiefnemers gevraagd voorafgaand aan een aanvraag ambtelijk vooroverleg te voeren, zodat vroegtijdig duidelijkheid kan worden gegeven over vergunningvereisten en de haalbaarheid van plannen