Vaals, 8 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vragen Roger Velraad (CDA) ex artikel 155 inzake Leefbaarheid en Veiligheid
Vooropgesteld: het college begrijpt dat inwoners zich niet veilig voelen na de gebeurtenissen in het Bloemendalpark. En dat begrip is er ook voor de zorgen en onrust die met dat gevoel van onveiligheid samengaan. Het college neemt daarom in samenwerking met onze veiligheidspartners (Openbaar Ministerie en politie) en onze Boa’s alle mogelijk maatregelen. Ook doet het college er alles aan om de partners ervan te overtuigen dat tijdelijk cameratoezicht na drie recente incidenten in het Bloemendalpark noodzakelijk is voor de veiligheid van onze inwoners. De beantwoording van onderstaande vragen moet ook in het licht van deze inspanningen worden gelezen. Vraag 1 Kan het College bevestigen dat zich in de afgelopen maanden zeer ernstige incidenten hebben voorgedaan in onze gemeente, meer speciaal in het Bloemendalpark? Antwoord: Ja, het college kan bevestigen dat zich de afgelopen maanden ernstige incidenten hebben voorgedaan, waaronder het dodelijke schietincident van 15 mei en de brandincidenten in het Bloemendalpark. Deze incidenten zijn onderwerp van voortdurende aandacht van politie, gemeente en andere veiligheidspartners. Vraag 2 Heeft het college een actuele risicoanalyse of dreigingsbeeld opgesteld voor het Bloemendalpark en eventuele andere locaties? Zo ja, kan het college de uitkomsten hiervan delen. Zo nee, waarom is deze analyse nog niet uitgevoerd? Antwoord: De veiligheidssituatie in het Bloemendalpark en op andere locaties wordt doorlopend gemonitord door de politie en het Team Veiligheid van de gemeente. Naar aanleiding van de recente incidenten heeft de politie een analyse uitgevoerd van de geregistreerde incidenten in en rondom het Bloemendalpark in de periode van 1 januari 2026 tot heden. Bij deze analyse is breder gekeken dan uitsluitend het park zelf en zijn tevens omliggende straten betrokken, waaronder de Parklaan, Ceresstraat, Laatbankstraat, De Lange Akker, Aan de Noot, Bloemendalstraat, Wolfskuilenweg, Bronnenstraat, Bosstraat en Morettistraat. Uit deze analyse blijkt dat het aantal geregistreerde incidenten niet afwijkt van vergelijkbare locaties binnen de gemeente. Afwijkend zijn wel de brandincidenten en vooral de aard en de impact van het geweldsincident dat op 15 mei heeft plaatsgevonden in het Bloemendalpark. De politie en het Team Veiligheid blijven de situatie nauwlettend volgen. Indien ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, worden aanvullende analyses uitgevoerd. Vraag 3 Is het college bereid om op zeer korte termijn maatregelen te nemen? Antwoord: Naar aanleiding van de incidenten hebben politie en het Team Veiligheid van de gemeente aanvullende aandacht besteed aan het gebied. De politie heeft het Bloemendalpark en de directe omgeving structureel opgenomen in de dagelijkse surveillances en de wijkagenten worden in positie gebracht om extra aandacht te besteden aan het gebied en om signalen uit de omgeving actief op te halen. Daarnaast heeft afstemming plaatsgevonden binnen de veiligheidsketen over de ontwikkelingen in het gebied. Meldingen, signalen uit de omgeving en objectieve veiligheidsgegevens zijn hierbij betrokken. Naast toezicht en handhaving wordt ook ingezet op preventieve maatregelen. In dat kader worden vanaf 1 september tot en met 31 december bij wijze van pilot straatcoaches ingezet. De inzet van de straatcoaches moet helpen om jongeren en veroorzakers van overlast beter te bereiken, vroegtijdig risicosignalen in beeld te krijgen en waar nodig begeleiding of ondersteuning te organiseren. Dit met de bedoeling om overlast te voorkomen en de leefbaarheid te versterken. Vraag 4 Welke maatregelen zijn inmiddels al overwogen? Antwoord: In het antwoord op vraag 3 zijn al een aantal maatregelen die genomen zijn genoemd. Aanvullend zijn of worden de volgende maatregelen beoordeeld: • gerichte inzet van politie en boa’s; • extra controles op overlastgevend gedrag; • overleg met omwonenden; • verbetering aan verlichting en inrichting van de openbare ruimte; • cameratoezicht Niet iedere maatregel blijkt in elke situatie passend of effectief. De uiteindelijke afweging vindt plaats op basis van actuele veiligheidsinformatie. Vraag 5 Welke maatregelen zijn na de ernstige incidenten genomen om de veiligheid van het park te herstellen? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij naar het antwoord op vraag 3. Vraag 6 Heeft het college beoordeeld of cameratoezicht mogelijk is? Antwoord: De bevoegdheid om te besluiten tot de inzet van cameratoezicht ligt niet bij het college maar bij de burgemeester. De burgemeester kan besluiten tot het plaatsen van camera’s in de openbare ruimte indien zich daarin regelmatig onveilige situaties of verstoringen van de openbare orde voordoen. De inzet van cameratoezicht wordt op dit moment nader onderzocht. Het besluit om camera’s in te zetten kan worden genomen na een voorafgaand overleg van de lokale driehoek (Openbaar Ministerie, politie en de burgemeester). Dat driehoeksoverleg wordt deze week gehouden en is specifiek gericht op de inzet van cameratoezicht in het Bloemendalpark. Aansluitend op dat overleg kan de burgmeester zijn besluit nemen. Van dat besluit wordt u ook meteen in kennis gesteld. Vraag 7 Is het college bereid om het park tijdelijk aan te wijzen als gebied met cameratoezicht? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij naar het antwoord op vraag 6. Vraag 8 Is de burgemeester bijvoorbeeld bereid om cameratoezicht in te stellen? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij naar het antwoord op vraag 6. Vraag 9 Welke concrete stappen onderneemt het college nu daadwerkelijk op korte termijn om de veiligheid van het park, de inwoners en omwonenden te herstellen en om nieuwe incidenten te voorkomen? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag wordt op deze plaats verwezen naar de antwoorden op de vragen 3 en 4. Aanvullend merken wij op dat wordt ingezet op: • het continu monitoren van de veiligheidssituatie door politie en de gemeentelijke Boa’s; • extra aandacht voor toezicht en handhaving; • de inzet van de wijkagenten voor signalering en contact bewoners en gebruikers van het gebied; • actieve communicatie met omwonenden en betrokken instellingen; • het stimuleren van meldingsbereidheid bij inwoners; • de uitvoering van een pilot met straatcoaches • het benutten van signalen van de straatcoaches binnen de bestaande samenwerkingsverbanden, waaronder het risicojongerenoverleg. Vraag 10 Is het college bereid om tijdens mogelijk cameratoezicht ook op andere plekken die als uitvluchtplek gebruikt zouden kunnen worden, extra te laten surveilleren? Antwoord: Veiligheidsmaatregelen kunnen in bepaalde gevallen leiden tot verplaatsingseffecten (het zogeheten waterbedeffect). Om die reden moet bij maatregelen ook altijd worden gekeken naar de mogelijke gevolgen voor omliggende gebieden of andere locaties. De hiervoor bij vraag 3 genoemde surveillances en de inzet van de wijkagent en gemeentelijke Boa’s zal daarvoor worden benut. Vraag 11 Is het college bereid om maatregelen te nemen om het vertrouwen in de politiek en de gemeente te herstellen c.q. te versterken? Antwoord:
Het college begrijpt de gevoelens van onveiligheid en de zorgen en onrust onder inwoners die daarmee samenhangen en neemt daarom ook in samenwerking met onze veiligheidspartners de maatregelen die mogelijk zijn bij de aanpak van overlast en onveiligheid. Ook doet het college er alles aan om die partners ervan te overtuigen dat tijdelijk cameratoezicht na de recente incidenten in het Bloemendalpark noodzakelijk is voor de veiligheid van onze inwoners. Daarnaast vindt het college het ook van belang dat inwoners zich gehoord voelen en vertrouwen hebben in de inzet van gemeente en veiligheidspartners. Daarom wordt ingezet op transparante communicatie, het serieus nemen van signalen uit de samenleving, zichtbare aanwezigheid van toezicht en handhaving en het onderhouden van contact met omwonenden en betrokken organisaties. Het college is van mening dat vertrouwen niet alleen wordt versterkt door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarom investeert de gemeente in zichtbare aanwezigheid van toezichthouders en preventieve maatregelen die zijn gericht op het versterken van de leefbaarheid en het voorkomen van problemen voordat deze escaleren. Vraag 12 Volgens onze informatie is de burgemeester bevoegd om zonder toestemming van het Openbaar Ministerie, cameratoezicht in te stellen (mits de regels van artikel 151c van de Gemeentewet nageleefd worden). Is deze informatie correct en onder welke voorwaarden is de burgemeester bereid dit te doen? Antwoord: Alvorens de burgemeester het besluit neemt om camera’s in te zetten is hij wettelijk verplicht om in het driehoeksoverleg (burgemeester/Officier van Justitie, chef basisteam politie) overleg te voeren. De Officier van Justitie heeft in dat overleg, evenals de politie, geen vetorecht maar wel een belangrijke adviserende stem. Het op enig moment live uitkijken van beelden is een wettelijke verplichting die is gekoppeld aan de inzet van cameratoezicht. Dit betekent dat de burgemeester niet mag besluiten tot het instellen van cameratoezicht, waarbij beelden alleen maar achteraf worden bekeken. De verwerkingsverantwoordelijkheid voor de beelden ligt op grond van de Wet politiegegevens bij de politie. De politie is daarmee verantwoordelijk voor het uitkijken en de opslag van de camerabeelden. Op dit moment wordt de inzet van cameratoezicht in het Bloemendalpark nader onderzocht. Nadat deze week het driehoeksoverleg heeft plaatsgevonden, neemt de burgemeester een besluit dat daarna ook aan u kenbaar wordt gemaakt. Bij dat besluit zal de burgemeester de hier geschetste toepassingsregels in acht (moeten) nemen.