Utrecht, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen inzake openbare orde en misbruik demonstratierecht
18/09/2026
Inleiding
Het demonstratierecht is wezenlijk een species van de vrijheid van meningsuiting, namelijk het recht om meningen kenbaar te maken door middel van publieke manifestaties, het tonen van borden, het roepen van leuzen en dergelijke.
Het demonstratierecht wordt steeds begrensd door de rechten van anderen om geen hinder of schade te ondervinden en behelst geen vrijbrief om te bedreigen, beledigen, smaden of anderszins strafbare feiten te plegen.
Door de uitoefening in de openbare ruimte kan uitoefening van het demonstratierecht wringen met de openbare orde. De burgemeester heeft tot taak de openbare orde te handhaven en verstoringen te voorkomen en indien dat niet is gelukt spoedig te beëindigen. De burgemeester heeft daarbij een ruime discretionaire bevoegdheid hoe dit te doen.
Een belangrijke grens voor het beperken van de uitoefening van het demonstratierecht ten behoeve van de openbare orde is wel dat het demonstratierecht niet uitgehold mag worden. Een demonstratie moet niet alleen doorgang kunnen vinden, deze moet kunnen plaatsvinden op een wijze, plaats en tijd waar de demonstranten voor publiek hoorbaar en zichtbaar zijn. De ooit favoriete truc van burgemeesters om onwelgevallige demonstraties uitsluitend toe te staan vroeg in de ochtend op een verlaten bedrijventerrein is niet toegelaten.
De afgelopen jaren is er een zorgelijke tendens dat het demonstratierecht wordt gebruikt, allicht misbruikt, om de orde te verstoren, te trachten derden te dwingen tot een doen of laten, het publiek te beperken in de bewegingsvrijheid en doelwitten van de demonstranten te beledigen en intimideren.
Niet limitatieve voorbeelden zijn het blokkeren van wegen en spoorwegen, voor de deur van een restaurant demonstreren om de bedrijfsvoering te hinderen, demonstreren nabij openbare of besloten bijeenkomsten om bezoekers te beledigen, bedreigen en/of intimideren.
Vragen
1. Hoe weegt de burgemeester de openbare orde thans bij besluiten om een demonstratie onverkot doorgang te laten vinden, te verplaatsen of te verbieden? 2. Meent de burgemeester dat het demonstratierecht een recht behelst om anderen te beledigen, bedreigen, intimideren, bespugen of anderszins strafbare en/of onrechtmatige feiten te plegen? 3. Is onderzocht of bijvoorbeeld het verstoren van de bedrijfsvoering van een restaurant of het blokkeren van wegen of spoorwegen strafbare feiten oplevert? 4. Is de burgemeester van oordeel dat het demonstratierecht tevens een recht behelst derden te dwingen tot handelen of nalaten zoals het veranderen van legale bedrijfsvoering?
5. Wordt bij strafbare feiten door demonstranten structureel vervolging ingesteld? Waarom wel/niet? 6. Is de burgemeester bereid om handhaving van de openbare orde voorop te stellen bij uitoefening van het demonstratierecht? Waarom wel/niet? 7. Welke concrete criteria hanteert de burgemeester bij de beoordeling wanneer hinder die inherent is aan een demonstratie overgaat in een verstoring van de openbare orde die aanleiding geeft tot het stellen van voorschriften, het verplaatsen, beëindigen of verbieden van een demonstratie? 8. Op welke wijze wordt bij demonstraties vooraf met politie en OM afgestemd over het optreden tegen voorzienbare strafbare feiten en openbare-ordeverstoringen, en welke afspraken gelden daarbij over het moment waarop daadwerkelijk wordt ingegrepen? 9. Kan de burgemeester aangeven of bij de handhaving rond demonstraties eenzelfde lijn wordt gehanteerd, ongeacht het doel, de boodschap of de identiteit van de demonstranten, en op welke wijze wordt geborgd dat vergelijkbare gedragingen in vergelijkbare omstandigheden ook vergelijkbaar behandeld?
10. Op welke jurisprudentie baseert de burgemeester nu het beleid? Graag een overzicht met vindplaatsen van de uitspraken.
- Mika Raterman, JA21