Utrecht, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2026, NUMMER 114
Datum 14 juli 2026 Van College B&W Behandeld door Wijbe Langeveld E-mailadres wijbe.langeveld@utrecht.nl Kenmerk 34218840 Beleidsveld Jeugd en Jeugdzorg
Geachte leden van de raad,
Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2026 nummer 114 van Beau Nederhand - Charlotte Passier (Volt), mede namens Venita Dada-Anthonij (D66), Lylika Jonkman - Lars van Rooij (Student & Starter), Sjaak van Bemmel - Anne Sasbrink (Partij voor de Dieren), Yvonne Hessel (Utrecht Solidair), Frederik Bullens - Gert Dijkstra (EenUtrecht), Ellis te Riele Bert van Steeg (CDA) en Hester Assen (GroenLinks/PvdA) van 18 juni 2026 over Onterechte uithuisplaatsingen en ouderverstoting, hoe loopt de jeugdbescherming in Utrecht. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd.
_Vooraf_ _Om te beginnen willen we kort reflecteren op het artikel in de Volkskrant. De beschreven casussen_ _zijn ontzettend heftig en impactvol, in de eerste plaats voor de betrokken gezinnen, en tegelijkertijd_ _ook voor betrokken hulpverleners. En de casussen zijn ingewikkeld, ze kennen vele kanten en_ _perspectieven, niet alleen vanuit direct betrokkenen maar ook vanuit professionals. Die kanten en_ _perspectieven komen in de Volkskrant deels aan de orde, maar deels ook niet. We begrijpen dat u_ _vragen stelt naar aanleiding van het artikel, vanwege de verantwoordelijkheid van de gemeente voor_ _haar inwoners en voor de uitvoering van haar zorgplicht. Die verantwoordelijkheid voelen en nemen_ _we ook. En tegelijkertijd vinden we de beantwoording niet eenvoudig. Onder andere vanwege de_ _impact van de casuïstiek, vanwege de soms stellige vragen in relatie tot de complexiteit van het_ _vraagstuk en vanwege het feit dat we worden gevraagd inhoudelijk te oordelen over het handelen van_ _professionals en rechters, terwijl we tegelijkertijd worden geacht om niet op de stoel van die_ _professional of rechter te gaan zitten. Deze afwegingen nemen we mee in de beantwoording._
Vraag 1 Hoe worden werkwijzen van gecontracteerde instellingen of onderaannemers gecontroleerd? _Antwoord 1_ _Alle door de gemeente Utrecht gecontracteerde aanbieders moeten voldoen aan kwaliteitseisen en_ _professionals werken volgens richtlijnen van beroepsgroep. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd_ _(IGJ) is op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit en veiligheid_ _van de jeugdhulp. Dit doet zij door risico's op te sporen, wetgeving te handhaven, en de sector te_ _stimuleren om continu te verbeteren. Hierbij baseert de Inspectie zich op de geldende wetten, regels_ _en veldnormen. Op de kwaliteit van de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering houdt de IGJ samen_ _met het Keurmerkinstituut toezicht._
_De gemeente is verantwoordelijk voor het inkopen van kwalitatief goede jeugdzorg en_ _jeugdbescherming. In de contracten met de verschillende partners is een bepaling opgenomen_ _dat aanbieders zich moeten houden aan het kwaliteitskader en de daaruit volgende richtlijnen. Deze_
_afspraken zijn ook van toepassing op eventuele onderaannemers; de gecontracteerde aanbieder is_ _verantwoordelijk voor de kwaliteit van onderaannemers. De gemeente vraagt de gecontracteerde_ _aanbieder elk tertaal om verantwoording, ook over kwaliteit en veiligheid, en over inzet van en_ _eventuele ontwikkelingen bij onderaannemers. Kwaliteit betreft dan zowel tevredenheid van cliënten,_ _medewerkers en partners en wordt in de rapportages onderbouwd met gegeven over de_ _Ervaringwijzer, klachten, bezwaarschriften, wettelijke termijnen, verzuim/verloop van medewerkers,_ _maar ook zorgen en mogelijke risico's. Bij het bovenregionale contract voor jeugdbescherming is_ _overigens geen sprake van onderaannemerschap._
Vraag 2 Hoe garandeert SaVe dat de meldcode die bij signalen van onveiligheid gevolgd moet worden ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt? Hoe kunnen ouders protest aantekenen of in beroep gaan wanneer ze het niet eens zijn met de inschatting van professionals? _Antwoord 2_ _[De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling](https://www.rijksoverheid.nl/themas/recht-veiligheid-en-defensie/huiselijk-geweld/meldcode)_ _helpt professionals om af te wegen wanneer_ _signalen van onveiligheid gemeld moeten worden bij Veilig Thuis. Professionals zijn wettelijk_ _verplicht dit instrument te hanteren als zij onveiligheid signaleren. Dit geldt ook voor professionals van_ _de GI, zoals SAVE Jeugdbescherming, en dan alleen in relatie tot de gezinsleden waarbij er_ _geen lopende maatregel is (zoals ouder(s), broertjes/zusjes). Wanneer een melding bij Veilig Thuis_ _wordt gedaan, wordt deze door Veilig Thuis bekeken en beoordeelt Veilig Thuis op welke manier de_ _veiligheid in een gezin of huishouden kan worden hersteld en welke partij dit het beste kan_ _oppakken. Soms doet Veilig Thuis een onderzoek, vaker wordt overgedragen aan de buurtteams. In_ _deze gevallen kan het zijn dat Veilig Thuis de veiligheid nog periodiek monitort of de betrokkenheid_ _afsluit._
_Ouders en kinderen (en andere direct betrokkenen) die het niet eens zijn met het handelen van de_ _verschillende organisaties en hulpverleners kunnen zich in eerste instantie richten tot de organisatie_ _zelf. Als het contact met de organisatie voor hen onvoldoende oplevert, kunnen ouders_ _en kinderen terecht bij de Klachtencommissie Jeugd Midden Nederland. Ze kunnen een beroep doen_ _op een vertrouwenspersoon of cliëntondersteuner bij dergelijke gesprekken. Voor een klacht tegen het_ _handelen van een individuele medewerker kan men terecht bij het SKJ. Bij bezwaar tegen een_ _uitspraak van de rechter (bijvoorbeeld een opgelegde jeugdbeschermingsmaatregel of een_ _uithuisplaatsing) kunnen ouders beroep aantekenen tegen het vonnis bij een hogere rechter._
Vraag 3 Volgens het Artikel werkt Save samen met de Britse therapeut Karen Woodall van de Family Seperation Clinic, terwijl zij niet als erkend zorgverlener staat geregistreerd en de methode in een VNrapport werd bestempeld als schadelijke pseudowetenschap. Op welke manier gaat het college voorkomen dat er nog meer bewezen schadelijke methodes worden toegepast in de jeugdzorg? _Antwoord 3_ _Het is niet aan ons om te wegen of toetsen of bepaalde methodieken en expertises toegepast mogen_ _worden. Welke methoden en expertises toegepast mogen worden is vastgelegd in_ _[landelijke](https://www.richtlijnenjeugdhulp.nl/)_ _[richtlijnen. Het IGJ ziet toe op het handelen conform deze richtlijnen. Gemeenten hebben niet de](https://www.richtlijnenjeugdhulp.nl/)_ _deskundigheid of bevoegdheid (zoals SKJ-registratie) om hierover te oordelen. Daarom willen wij hier_ _uit principe zeer terughoudend in zijn. Gemeenten en onze uitvoerende partijen hebben zich_ _daarnaast te houden aan de rechterlijke uitspraken in jeugdbeschermingszaken._
_Het concept ‘ouderverstoting’ is beschreven in de richtlijn ‘Scheiding’. Kort gezegd is ouderverstoting_ _een term voor de situatie waarin een kind (al dan niet beïnvloed door de andere ouder) de ene ouder_ _niet meer wil zien. In de richtlijn wordt bij dit concept aangegeven dat er in de wetenschap en onder_ _professionals geen consensus hierover is. In opdracht van toenmalig minister Dekker, heeft_ _een landelijk expertteam advies uitgebracht over ouderverstoting en complexe omgangsproblematiek._ _Dat expertteam concludeert onder andere dat ouders en kinderen het recht hebben om met elkaar om_ _te gaan, en als afspraken over contactherstel niet worden nageleefd, er handhaving kan worden_ _ingezet, met als verregaande ingrepen ook het voltijds plaatsen van het kind bij de andere ouder. Een_ _dergelijke ingreep wordt altijd opgelegd of getoetst door de rechter._
2
_De discussie over in hoeverre deze handelswijze passend is, zou wat ons betreft gevoerd moeten_ _worden bij de totstandkoming en herziening van richtlijnen (belegd bij beroepsverenigingen, met een_ _toets van Defence for Children op het Kinderrechtenverdrag), en/of bij de wetgever als deze hierin wil_ _ingrijpen._
_We zien op basis van het artikel geen aanleiding om te stellen dat er in deze casus niet volgens de_ _richtlijnen is gewerkt._
Vraag 4 Welke rol heeft de gezondheidsinspectie en welke rol het college rondom het controleren van omstreden methodes? Hoe wordt hierin de samenwerking opgezocht en hoe wordt dit geëvalueerd? _Antwoord 4_ _Zie antwoord vraag 1 en 3._
_De gemeente en IGJ hebben contact met elkaar op het moment dat er onderzoek wordt gedaan naar_ _een van de gecontracteerde partijen. Vaak worden er door de Inspectie ook aanbevelingen aan_ _gemeenten gedaan. Bij het meest recente landelijke inspectietraject, onder andere naar aanleiding_ _van de mishandelingen in het pleeggezin in Vlaardingen, is zowel tijdens het onderzoek als over de_ _aanbevelingen contact tussen de IGJ en de gemeenten, waaronder Utrecht, geweest, en hebben we_ _de aanbevelingen ook vanuit landelijk verband met de IGJ besproken._
Vraag 5 Is het volgens de gemeente mogelijk dat in de genoemde zaken een buitenlandse expert, die niet in Nederland geregistreerd is, adviezen kan hebben geven die ingrijpen in het privéleven van mensen die raken aan 8EVRM? Vindt het college het wenselijk dat niet volgens de Nederlandse wet geaccrediteerde deskundigen kunnen worden ingezet? _Antwoord 5_ _Maatregelen die raken aan het privéleven en raken aan artikel 8 EVRM (Recht op eerbiediging van_ _privé-, familie- en gezinsleven) worden altijd opgelegd of getoetst door de rechter. Voor de_ _wenselijkheid van het inzetten van niet volgens de Nederlandse wet geaccrediteerde deskundigen, zie_ _antwoord vraag 3._
Vraag 6 Hoe rijmt het college het gebruik van ouderverstoting met de ambitie om zo min mogelijk kinderen uit huis te plaatsen? _Antwoord 6_ _Zie het antwoord op vraag 3 voor een duiding van het begrip ‘ouderverstoting’._
_Onze ambitie zoals geformuleerd in de_ _[Beleidsnota Jeugd](https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/d10d2616-d5ef-4a77-8efc-c32d88dc1a43?documentId=01f59693-0a6c-485f-8918-a9055469db2d&agendaItemId=a327b859-34b8-4676-843d-92ef694a4a84)_ _is om kinderen en jongeren zo veel_ _mogelijk gezond, veilig en in hun eigen vertrouwde omgeving te laten opgroeien. Gedwongen_ _hulpverlening en uithuisplaatsingen worden zoveel mogelijk voorkomen. Ten opzichte van het landelijk_ _gemiddelde heeft Utrecht Stad relatief weinig kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel (in 2025_ _0,8% tegenover 1 % landelijk) en ook relatief weinig kinderen met jeugdhulp met verblijf (in 2025 0,4%_ _tegenover 0,9% landelijk)._
_In sommige situaties blijft het echter in het belang van de ontwikkeling van kinderen of jongeren_ _noodzakelijk om te interveniëren, zo normaal en nabij als mogelijk met oog voor de veiligheid en_ _ontwikkeling van de kinderen. Zulke afwegingen worden zorgvuldig gemaakt en in het geval van een_ _gedwongen uithuisplaatsing uitgesproken door de rechter._
Vraag 7 Bij hoeveel gezinnen wordt geschat dat ouderverstoting een rol speelt of heeft gespeeld in Utrecht? _Antwoord 7_ _Er wordt niet bijgehouden in hoeveel casussen ouderverstoting voorkomt. Omdat er verschillende_ _interpretaties zijn van dit begrip, de zaken sterk in zwaarte en complexiteit verschillen en er vaak meer_ _dan één problematiek aan de orde is, is het moeilijk een schatting te maken._
3
Vraag 8 Is het college bereid om te kijken hoe deze gezinnen op een gezonde manier herenigde kunnen worden, waar dit de beste oplossing is? Waarom wel/niet? _Antwoord 8_ _Het oordelen over een best passende oplossing is niet aan de gemeente maar aan professionals en_ _de rechter. De gemeente kan niet op de stoel van de professional en de rechter gaan zitten._
Vraag 9 Is het college bereid om met de ouders en kinderen in gesprek te gaan over de gemaakte fouten en de geleerde lessen en hierover de raad te informeren? Waarom wel/niet? _Antwoord 9_ _Op basis van signalen vanuit betrokkenen heeft de gemeente Utrecht, al voorafgaand aan de_ _publicatie, contact gehad met betrokkenen bij alle drie de casussen. Dit contact was deels met_ _ambtenaren en deels met de wethouder._
_In die gesprekken hebben we geluisterd naar de verhalen van betrokkenen en gewezen op de_ _mogelijkheden om bijvoorbeeld tegen een uitspraak van de rechter in beroep te gaan, of om een_ _klacht in te dienen. De gesprekken hadden niet als doel om de inhoud van de hulpverlening te wegen_ _of te beoordelen: dat is aan de rechter als het gaat om de onderbouwing bij het al dan niet opleggen_ _van een jeugdbeschermingsmaatregel, en aan de Inspectie en het SKJ als het gaat om de kwaliteit_ _van zorg en professioneel handelen._
_De gesprekken met betrokkenen waren vertrouwelijke gesprekken waarover we niet aan de_ _raad kunnen rapporteren._
Vraag 10 Verschillende fracties diende eerder dit jaar een motie in over onderzoek naar eventueel schadelijke praktijken in de jeugdzorg. Hoe reflecteert het College daarop met de kennis van nu? _Antwoord 10_ _Schadelijke praktijken vinden helaas soms in de jeugdzorg plaats. Daarom zijn we alert op signalen en_ _blijven we in gesprek met aanbieders over het borgen van kwaliteit en veiligheid in het belang van_ _kinderen. Dit hebben we ook zo opgenomen in de recente_ _[Verzamelbrief Jeugd en Jeugdzorg, van 30](https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/7b20acd7-8527-4656-bb9a-5c3c6e4b9c29)_ _juni. Dit doen we in lijn met de wettelijke taken en verantwoordelijkheden, zie ook het antwoord op_ _vraag 1 en 3._ _Als het gaat om ‘schadelijke praktijken’ in relatie tot het krantenartikel in de Volkskrant: in casussen_ _waar ‘ouderverstoting’ (of oudervervreemding, ouderonthechting) aan de orde is, zitten grote_ _dilemma’s. Dat horen we van hulpverleners en lezen we ook in uitspraken van rechters._ _Ouderverstoting kan een ontwikkelingsbedreiging tot gevolg hebben, maar ook het gedwongen_ _plaatsen van een kind bij de andere ouder kan schadelijk zijn. En hoewel hulpverleners en rechters_ _met zo’n gedwongen plaatsing (een vorm van) contactherstel beogen, is dat geen gegarandeerde_ _uitkomst, en kan het zelfs zorgen voor verdere verstoting. Daarom gaat aan een gedwongen plaatsing_ _een zorgvuldige afweging vooraf, en kan de gekozen koers ook weer worden heroverwogen als deze_ _niet het beoogde resultaat oplevert. We zijn ons ervan bewust hoe moeilijk het in dit soort casussen is_ _om het goede te doen._
Vraag 11 Is het college bereid om een onderzoek te starten naar stichting SaVe? _Antwoord 11_ _Nee, we zien geen aanleiding voor nader onderzoek en een onderzoek naar kwaliteit van zorg is niet_ _aan ons. De IGJ ziet toe op de kwaliteit van de zorg. En specifiek voor het uitvoeren van_ _jeugdbeschermingsmaatregelen is ook nog een certificaat nodig dat het Keurmerkinstituut (KMI)_ _afgeeft, na een toets van de kwaliteit van uitvoerende organisatie aan de hand van een landelijk_ _vastgesteld normenkader. SAVE Jeugdbescherming heeft in november 2025 opnieuw een certificaat_ _voor drie jaar gekregen._
Vraag 12 In de tussentijdse evaluatie wordt het advies genoemd om een scherpe analyse te maken over de onderaannemers. Is het college bereid daar nu al actie op te ondernemen zodat we bij een nieuwe
4
aanbestedingsopdracht niet voor negatieve verrassingen komen te staan bij evaluaties? Waarom wel/Niet? _Antwoord 12_ _Ja, we zijn van plan om in aanloop naar de nieuwe verwerving aanvullende jeugdhulp te verdiepen op_ _de verschillende adviezen zoals zijn benoemd in de evaluatie. Waaronder ook de inzet van_ _onderaannemers. Op basis van deze analyse worden al gedurende de lopende contractperiode met_ _jeugdhulpaanbieders verkent welke bijsturing hierop mogelijk en nodig is. Zoals ook in de_ _bijbehorende_ _[raadsbrief](https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/7a9dfdd3-59e7-4c13-b920-63922deda841)_ _is opgenomen, zullen we u uiterlijk in Q4 nader informeren over hoe het_ _proces eruit zal zien en hoe we u als raad hierbij willen betrekken._
Vraag 13 Op welke manier is er actie ondernomen om motie 684 uit te voeren? _Antwoord 13_ _Deze motie vraagt Utrecht de regie te pakken in de jeugdbescherming, de gemeentelijke regie_ _structureel te versterken en daarover halfjaarlijks aan de raad te rapporteren. Het college_ _ziet het belang van stevige regie ook en deze opdracht sluit dan ook aan bij hoe wij werken._
_Het opdrachtgeverschap aan de GI's wordt gedaan vanuit een bovenregionaal_ _samenwerkingsverband van 26 Utrechtse gemeenten. We werken al jaren heel intensief samen_ _met deze gemeenten, zowel op inhoudelijk beleid als op opdrachtgeverschap._ _Als gemeenten ontvangen wij periodiek voorgangsrapportages waarin wachttijden,_ _caseloads, samenwerking en risicosignalen worden gerapporteerd. Aan de hand van deze_ _rapportage voeren wij op bovenregionaal niveau elk tertaal voortgangsgesprekken met SVMN (Samen_ _Veilig Midden Nederland, bestaande uit SAVE Jeugdbescherming en Veilig Thuis Utrecht) en ook_ _halfjaarlijks met de landelijk werkende instellingen (William Schrikker Jeugdbescherming en_ _Jeugdreclassering, en Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering)._
_Hoewel we in de bovenregionale samenwerking werken vanuit gelijkwaardigheid en consensus,_ _heeft Utrecht wel een trekkende rol, zowel inhoudelijk als bestuurlijk: de wethouder Utrecht en_ _Amersfoort zijn samen bestuurlijk portefeuillehouder van dit dossier. Ook landelijk stemmen we veel_ _af, in VNG-verband met de andere ‘GI-accounthoudende regio's’ en in G4-verband. Daarnaast maakt_ _wethouder De Vries onderdeel uit van de VNG-delegatie in de gesprekken met het Rijk over het_ _Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. Via al deze routes zetten we al jarenlang in op lobby,_ _onder andere over een passende financiering van de jeugdbescherming en richting het_ _toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Dat blijven we ook de komende periode doen. Voor_ _een betere jeugdbescherming hebben we wetgeving en transformatiemiddelen nodig. We_ _willen daarnaast de onderliggende oorzaken van huiselijk geweld aanpakken, en meer interventies_ _voor ouders in plaats van kinderen uit huis plaatsen._ _Eind 2026 sturen we u de toegezegde rapportage, die ons de gelegenheid biedt om de raad mee te_ _nemen op onze inzet op dit dossier._
Vraag 14 Dit speelt nu weer. Hoe duidt het college dat Save niet aan waarheidsvinding doet. Deelt het college dat dit wel nodig kan zijn om een goede afweging te maken, zo bijv. ook intieme terreur. Welke acties onderneemt het college richting jeugdbescherming en het Rijk om dit over het voetlicht te brengen? _Antwoord 14_ _Ja, we vinden de wettelijke plicht om feitelijk en naar waarheid te rapporteren belangrijk. We_ _kunnen uit enkel het artikel in de Volkskrant en de hierover met SVMN gevoerde gesprekken niet_ _opmaken dat SAVE Jeugdbescherming hierin niet de goede afweging heeft gemaakt. Om hieraan te_ _werken neemt SAVE Jeugdbescherming deel aan het actieplan verbetering feitenonderzoek van_ _Jeugdzorg Nederland, De Raad voor de Kinderbescherming en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis._
_De richtlijn Scheiding adviseert jeugdprofessionals om bij complexe scheidingssituaties extra alert te_ _zijn op signalen en vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld en de meldcode te_ _doorlopen bij vermoedens van deze problematiek. Ook zijn we ons ervan bewust dat er bij deze_ _problematiek moet worden gekeken naar de mogelijkheid van intieme terreur of dwingende controle._
5
_De jeugdbescherming heeft expertise op het gebied van verschillende problematieken waaronder_ _intieme terreur. We werken samen met o.a. Veilig Thuis, de jeugdbescherming en het buurtteam om_ _kennis hierover in de hele keten te versterken, bijvoorbeeld in het EVU als ook in de Pilot Relatie- en_ _Scheidingsteam._
Vraag 15 Kan het college aangeven wat er sindsdien met dit aanbevelingsrapport is gedaan en hoe zij zelf zien dat hét verbetertraject tot verbeteringen hebben geleid? _Antwoord 15_ _We nemen aan dat wordt verwezen naar het IGJ-rapport ‘Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen_ _bescherming biedt’. Ten behoeve van dat rapport is onderzoek gedaan bij vier_ _regionale GI’s (niet SAVE Jeugdbescherming) en bij één landelijk werkende GI_ _(William Schrikker Jeugdbescherming en Reclassering). Bij deze GI’s constateerde de IGJ te_ _late en/of onvoldoende bescherming, begeleiding en hulp (ook jeugdhulp), en onvoldoende contact_ _met en participatie van jeugdigen en ouders in het traject. Dit wordt volgens de IGJ vooral veroorzaakt_ _door arbeidsmarktproblematiek, ontbrekende of ontoegankelijke passende hulp en onvoldoende_ _transparantie bij bestuurders over hun (on)mogelijkheden om hun kernfunctie in deze situatie uit te_ _voeren. Op basis van dat onderzoek heeft de IGJ twee specifieke aanbevelingen gedaan_ _voor alle gemeenten:_
- _Zorgen voor toereikend en toegankelijk jeugdhulpaanbod; de samenwerking tussen GI en_ _gemeente zo te organiseren dat de noodzakelijke hulp zonder vertraging kan worden_ _ingezet._
- _Stoppen met herbeoordeling van oordeel jeugdbeschermer over welke jeugdhulp nodig is. Het_ _is niet aan de gemeente om de analyse over te doen._
_SAVE Jeugdbescherming is in het kader van dit inspectierapport niet onderzocht. Bij SAVE_ _Jeugdbescherming spelen de geconstateerde problemen momenteel in mindere mate. We zien_ _bijvoorbeeld dat het nog redelijk goed lukt om vacatures in te vullen, wat resulteert in het tijdig kunnen_ _toewijzen van een jeugdbeschermer, het ontbreken van een wachtlijst, en het grotendeels halen van_ _de gestelde normen voor tijdigheid._
_Tegelijkertijd zijn de algemene aanbevelingen voor gemeenten ook voor Utrecht een_ _aandachtspunt. Deze aanbevelingen richten zich niet enkel op de jeugdbescherming, maar meer op_ _de inzet van jeugdhulp tijdens een jeugdbeschermingsmaatregel. We geven de aanbevelingen op_ _twee manieren een plek. Allereerst: we reflecteren met partners op de analyse van SAVE_ _Jeugdbescherming over de toereikendheid van jeugdhulpaanbod, en nemen de uitkomsten mee in_ _de formulering van de opdrachten op zowel de aanvullende als hoogspecialistische jeugdhulp. En ten_ _tweede werken we aan verbeterde samenwerkingsafspraken tussen GI’s en aanvullende jeugdhulp_ _als het gaat om afstemming over de inzet van passende jeugdhulp. Niet met de insteek om de_ _beoordeling van de jeugdbeschermer over te doen, maar met de insteek om vroegtijdig samen op te_ _trekken in zowel beeldvorming als het uiteindelijk vinden dan wel organiseren van passende en_ _beschikbare jeugdhulp._
_Tot slot constateerde de IGJ ook: ‘Het oplossen van deze ernstige en inmiddels structurele situatie_ _begint bij het onderkennen hiervan en de soms stille acceptatie te doorbreken. Niet alleen door de_ _bestuurders, maar ook door gemeenten, stelselverantwoordelijken, politiek en maatschappij. Dit_ _onderkennen, betekent ook erkenning en waardering voor de jeugdzorgwerkers die het vak onder_ _deze moeilijke omstandigheden zo goed mogelijk vervullen, maar tegen de grenzen aanlopen van wat_ _mogelijk is.’_ _Wij sluiten ons aan bij deze boodschap. We moeten naar een andere inrichting van de_ _jeugdbescherming, langs de lijn van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming: geen_ _keten, naar integrale samenwerking en een brede blik voor alle leden van het huishouden met_ _oog voor onderliggende problematiek. Dat vraagt een wetswijziging en landelijke investering,_ _waarvoor we stevig blijven lobbyen._
6
Hoogachtend Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris, de burgemeester,
7
18-06-2026
[Hoe een omstreden concept kinderen van hun ouders scheidt: ‘Zolang ik niet leuk](https://www.volkskrant.nl/binnenland/hoe-een-omstreden-concept-kinderen-van-hun-ouders-scheidt-zolang-ik-niet-leuk-doe-met-mijn-moeder-mag-ik-mijn-vader-niet-zien~b98cd8ce/) [doe met mijn moeder, mag ik mijn vader niet zien’ | de Volkskrant](https://www.volkskrant.nl/binnenland/hoe-een-omstreden-concept-kinderen-van-hun-ouders-scheidt-zolang-ik-niet-leuk-doe-met-mijn-moeder-mag-ik-mijn-vader-niet-zien~b98cd8ce/)
[Document Utrecht - Rapportage Tussentijdse evaluatie aanvullende jeugdhulp -](https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/7a9dfdd3-59e7-4c13-b920-63922deda841?documentId=298ba5db-070e-4cf8-b0f8-c891650bdcff) [iBabs Publieksportaal](https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Document/7a9dfdd3-59e7-4c13-b920-63922deda841?documentId=298ba5db-070e-4cf8-b0f8-c891650bdcff)
Onlangs kwam dit artikel in het nieuws. In dit artikel wordt genoemd dat er op basis van een onbewezen theorie, kwetsbare kinderen van hun ouder gescheiden worden. Volgens deze onbewezen theorie komt het in vechtscheidingen geregeld voor dat de ene ouder zo slecht spreekt over de andere ouder dat een kind door die manipulatie geen contact meer wil met die zwartgemaakte ouder. Dit zou jeugdbeschermer SaVe doen.
In de Nota Jeugd wordt genoemd dat het streefgetal naar uithuisplaatsingen 0 is.
Dit brengt de fracties van Volt, D66, Student en Starter, Partij voor de Dieren, Utrecht Solidair, EenUtrecht, CDA, GroenLinks PvdA tot de volgende vragen:
1. Hoe worden werkwijzen van gecontracteerde instellingen of onderaannemers gecontroleerd? 2. Hoe garandeert SaVe dat de meldcode die bij signalen van onveiligheid gevolgd moet worden ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt? Hoe kunnen ouders protest aantekenen of in beroep gaan wanneer ze het niet eens zijn met de inschatting van professionals?
8
3. Volgens het Artikel werkt Save samen met de Britse therapeut Karen Woodall van de Family Seperation Clinic, terwijl zij niet als erkend zorgverlener staat geregistreerd en de methode in een VN-rapport werd bestempeld als schadelijke pseudowetenschap. Op welke manier gaat het college voorkomen dat er nog meer bewezen schadelijke methodes worden toegepast in de jeugdzorg? 4. Welke rol heeft de gezondheidsinspectie en welke rol het college rondom het controleren van omstreden methodes? Hoe wordt hierin de samenwerking opgezocht en hoe wordt dit geëvalueerd? 5. Is het volgens de gemeente mogelijk dat in de genoemde zaken een buitenlandse expert, die niet in Nederland geregistreerd is, adviezen kan hebben geven die ingrijpen in het privéleven van mensen die raken aan 8EVRM? Vindt het college het wenselijk dat niet volgens de Nederlandse wet geaccrediteerde deskundigen kunnen worden ingezet? 6. Hoe rijmt het college het gebruik van ouderverstoting met de ambitie om zo min mogelijk kinderen uit huis te plaatsen? 7. Bij hoeveel gezinnen wordt geschat dat ouderverstoting een rol speelt of heeft gespeeld in Utrecht? 8. Is het college bereid om te kijken hoe deze gezinnen op een gezonde manier herenigde kunnen worden, waar dit de beste oplossing is? Waarom wel/niet? 9. Is het college bereid om met de ouders en kinderen in gesprek te gaan over de gemaakte fouten en de geleerde lessen en hierover de raad te informeren? Waarom wel/niet? 10. Verschillende fracties diende eerder dit jaar een motie in over onderzoek naar eventueel schadelijke praktijken in de jeugdzorg. Hoe reflecteert het College daarop met de kennis van nu? 11. Is het college bereid om een onderzoek te starten naar stichting SaVe? 12. In de tussentijdse evaluatie wordt het advies genoemd om een scherpe analyse te maken over de onderaannemers. Is het college bereid daar nu al actie op te ondernemen zodat we bij een nieuwe aanbestedingsopdracht niet voor negatieve verrassingen komen te staan bij evaluaties? Waarom wel/Niet? 13. Op welke manier is er actie ondernomen om motie 684 uit te voeren?
In 2019 is gedurende een lange periode intensief gesproken met ouders en professionals die in de Utrechtse jeugdzorg ervaring hebben en/ of werkzaam zijn. Zo ook de raad voor de kinderbescherming, Akj, Save. Hieruit is een rapport gekomen met rode lijnen waarop Save een verbetertraject heeft ingezet. Dit zat o.a. op communicatie, en grote zorg zat op het gebrek aan waarheidsvinding waar dit noodzakelijk leek om tot een goede afweging over het welzijn van het kind te komen.
14. Dit speelt nu weer. Hoe duidt het college dat Save niet aan waarheidsvinding doet. Deelt het college dat dit wel nodig kan zijn om een goede afweging te maken, zo bijv. ook intieme terreur. Welke acties onderneemt het college richting jeugdbescherming en het Rijk om dit over het voetlicht te brengen?
9
15. Kan het college aangeven wat er sindsdien met dit aanbevelingsrapport is gedaan en hoe zij zelf zien dat hét verbetertraject tot verbeteringen hebben geleid?
[Motie M148 Onderzoek en stuur bij in de jeugdzorg - U-reka Gemeente Utrecht](https://ureka.utrecht.nl/app/instrument/5a48076b-627a-4c6f-98f1-2aefc92bc603)
[M684 Utrecht pakt de regie in de jeugdbescherming - U-reka Gemeente Utrecht](https://ureka.utrecht.nl/app/instrument/787ba140-44ae-4876-ac7b-6e200ef93df9)
- Beau Nederhand en Charlotte Passier, Volt
- Venita Dada Anthonij, D66
- Lylika Jonkman en Lars van Rooij, Student en Starter
- Sjaak van Bemmel en Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren
- Yvonne Hessel, Utrecht solidair
- Frederik Bullens en Gert Dijkstra, EenUtrecht
- Ellis te Riele en Bert van Steeg, CDA
- Hester Assen, GroenLinks PvdA
10