Twenterand, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Beantwoording vragen gesteld tijdens de oordeelsvormende vergadering,
1. Wat is het risico als we het voorkeursrecht nu niet bestendigen?
_Antwoord: Wanneer het voorkeursrecht niet wordt bestendigd, verliest de gemeente de_ _mogelijkheid om bij toekomstige verkoop van gronden binnen het projectgebied als eerste in_ _positie te komen. Daardoor neemt het risico toe dat gronden in handen komen van partijen_ _die geen betrokkenheid hebben bij de uitvoering van de zandwinning, wat de voortgang van_ _het project kan bemoeilijken of vertragen._
_Daarnaast is van belang dat, wanneer het voorkeursrecht nu niet wordt bestendigd,_ _gedurende een periode van twee jaar geen nieuw voorkeursrecht op deze gronden kan_ _worden gevestigd. In die periode ontstaat het risico dat gronden worden vervreemd aan_ _derden, niet zijnde de huidige eigenaren, zonder dat de gemeente hierover regie kan voeren._ _Dit kan de tijdige beschikbaarheid van de voor de zandwinning benodigde gronden onder_ _druk zetten._
_Verder heeft de gemeente in de samenwerkings- en realisatieovereenkomst uit 2008_ _afspraken gemaakt over haar inspanningen om de voor het project benodigde gronden_ _beschikbaar te krijgen, waarbij ook de inzet van het voorkeursrecht is voorzien. Indien de_ _gemeente afziet van de inzet van dit instrument terwijl dit voor de voortgang van het project_ _noodzakelijk wordt geacht, bestaat het risico dat Oosterweilanden BV de gemeente_ _aanspreekt op het niet nakomen van deze afspraken en de daaruit voortvloeiende schade._
2. Is het college bereid om de regie te pakken op het gehele proces en alle partijen bij elkaar te roepen en het samen op te lossen?
_Antwoord: Op zich staat het college hiervoor open. Het traject wind is echter een ander_ _proces waarop het college niet volledig grip heeft doordat hier tussen private partijen_ _enerzijds en ook de provincie anderzijds op wordt geacteerd. Voorzover mogelijk zal het_ _college hier zeker op sturen. Nu ligt echter een ander voorstel voor. In de ogen van het_ _college maakt onderhavig voorstel het windpark niet onmogelijk._
3. Waarom is niet meteen na het verlopen van het vorige voorkeursrecht een nieuw voorkeursrecht gevestigd? Waarom is nu het belang wel aanwezig?
_Antwoord: Het feit dat het eerdere voorkeursrecht is vervallen, betekent niet dat de noodzaak_ _voor het instrument is verdwenen. Na het vervallen van het eerdere voorkeursrecht heeft de_ _zandwinning zich gedurende een aantal jaren kunnen ontwikkelen zonder dat er aanleiding_ _bestond om opnieuw een voorkeursrecht te vestigen. Daarbij speelde mee dat de uitvoering_ _van het project zich destijds in een andere fase bevond en de noodzaak om aanvullende_ _gronden beschikbaar te krijgen minder nadrukkelijk aanwezig was._
_Inmiddels heeft het project echter een fase bereikt waarin het tijdig kunnen beschikken over_ _de voor de verdere uitvoering benodigde gronden steeds belangrijker wordt. Uit overleg met_ _Oosterweilanden BV over de actuele projectplanning is gebleken dat het project de komende_ _jaren afhankelijk blijft van de beschikbaarheid van gronden binnen het projectgebied._ _Wanneer op dit moment geen stappen worden gezet om eventuele toekomstige_ _grondverwerving mogelijk te maken, bestaat het risico dat de uitvoering van het project op_ _termijn vertraging oploopt of wordt bemoeilijkt._
_Daarnaast is van belang dat de gemeente op grond van de samenwerkings- en_ _realisatieovereenkomst uit 2008 een rol heeft bij het faciliteren van de uitvoering van de_ _zandwinning en het beschikbaar krijgen van de daarvoor benodigde gronden. Het_
_voorkeursrecht vormt één van de instrumenten die partijen destijds hebben voorzien om die_ _doelstelling te kunnen bereiken._
_De huidige vestiging van het voorkeursrecht is daarom niet ingegeven door een nieuwe_ _ontwikkeling of een acute dreiging, maar door de actuele fase van het project en het belang_ _om de uitvoerbaarheid van de zandwinning ook op langere termijn te kunnen waarborgen._ _Juist omdat grondverwerving en eventuele vervolgprocedures veel tijd kunnen kosten, is het_ _wenselijk om niet te wachten totdat gronden direct nodig zijn, maar tijdig de benodigde_ _instrumenten beschikbaar te hebben._
4. Wij willen inzicht in het tempo: waarom zijn nu alle percelen nodig? Is het noodzakelijk om nu op alle percelen een voorkeursrecht te vestigen, en kan dat niet gefaseerd gebeuren? Is dit besluit proportioneel?
_Antwoord: Het vestigen van een voorkeursrecht is niet alleen bedoeld voor gronden die op_ _zeer korte termijn nodig zijn voor zandwinning. Het voorkeursrecht heeft juist als doel om_ _gedurende de gehele looptijd van een gebiedsontwikkeling regie te kunnen houden op_ _toekomstige grondtransacties en om te voorkomen dat de uitvoering van het project op een_ _later moment wordt belemmerd of vertraagd._
_De begrenzing van het voorkeursrecht is daarom afgestemd op het totale gebied dat_ _benodigd is voor de uitvoering, voortzetting en afronding van de zandwinning_ _Oosterweilanden. Daarbij gaat het niet alleen om gronden waar daadwerkelijk zand wordt_ _gewonnen, maar ook om gronden die nodig zijn voor de fasering van het project, tijdelijke_ _opslag, veiligheidszones, inrichting van het gebied en de uiteindelijke afronding van de_ _gebiedsontwikkeling._
_Een gefaseerde vestiging van voorkeursrechten ligt in dit geval niet voor de hand. Een_ _dergelijke werkwijze zou betekenen dat voor iedere volgende fase opnieuw een afzonderlijke_ _procedure moet worden doorlopen, inclusief voorbereiding, besluitvorming, kennisgeving,_ _registratie en eventuele behandeling van zienswijzen en bezwaar- en beroepsprocedures._ _Dit brengt niet alleen aanzienlijke extra bestuurlijke en ambtelijke inspanningen met zich_ _mee, maar leidt ook tot hogere kosten en minder duidelijkheid voor grondeigenaren en_ _andere betrokkenen._
_Daarnaast zou een gefaseerde aanpak ertoe kunnen leiden dat gronden die in een latere_ _fase nodig zijn, in de tussentijd van eigenaar wisselen zonder dat de gemeente haar_ _voorkeurspositie kan uitoefenen. Dat kan de uitvoerbaarheid van het project op langere_ _termijn bemoeilijken._
_Gelet hierop wordt het proportioneel geacht om het voorkeursrecht nu te vestigen op het_ _gehele gebied dat noodzakelijk wordt geacht voor de uitvoering van de zandwinning_ _Oosterweilanden. Hiermee wordt in één keer duidelijkheid geboden over het projectgebied_ _en kan gedurende de verdere uitvoering van het project regie worden gehouden op_ _eventuele grondtransacties._
5. Windturbines aan de rand van de zandwinning die de winning niet in de weg moeten staan: vallen die dan binnen de gestelde 100 hectare of daarbuiten?
_Antwoord: Voorzover nu valt te bezien vallen deze in de genoemde 100 hectare. De 100_ _hectare is overigens een grootte, welke conform het oorspronkelijke vastgestelde_ _bestemmingsplan is vastgelegd. De provincie en de eigenaren doen hierover geen_ _mededelingen._
6. Wij weten niet welke locaties de provincie exact heeft aangewezen voor windturbines. Stel we weten dat straks wel: kunnen we dan terugkomen op het besluit dat het niet mogelijk is om die turbines te plaatsen?
_Antwoord: Indien gronden worden verworven via tussenkomst van het college, hetgeen_ _verplicht is direct dan wel door middel van een verloop van het voorkeursrecht (zie verderop)_ _dan is het college bereid hierbij als voorwaarde (privaatrechtelijk) te stellen dat gronden_ _waarop niet daadwerkelijk zand gewonnen gaat worden (de zogenaamde veiligheidszone)_ _een mogelijkheid moet bestaan tot het oprichten van een windturbine al dan niet via een_ _zogenaamd zakelijk recht (bijvoorbeeld opstalrecht). Het college is niet op de hoogte van_ _afspraken tussen leden van het consortium. Het college kan en mag hierin ook niet sturen_ _aangezien dit een privaatrechtelijke aangelegenheid is. Het college wil het echter niet_ _onmogelijk maken dat huidige eigenaren hierin kunnen participeren dan wel dit kunnen_ _(laten) exploiteren._
7. De zienwijzen waren toch gericht aan de gemeenteraad? Dat staat immers in de brief. Maar de reactie op de zienswijzen is ontvangen vanuit het college. Hoe zit dat?
_Antwoord: Het college heeft de ingediende zienswijzen beoordeeld en voorzien van een_ _reactie. Daarmee heeft het college invulling gegeven aan zijn wettelijke verplichting om de_ _naar voren gebrachte belangen, argumenten en omstandigheden kenbaar bij de_ _besluitvorming te betrekken. De zienswijzennota is daarom primair bedoeld om de raad_ _inzicht te geven in de aangevoerde bezwaren en in de wijze waarop het college deze heeft_ _gewogen._
_Het is vervolgens aan de raad om deze informatie te betrekken bij zijn eigen oordeel over het_ _raadsvoorstel. De raad beschikt daarbij over een eigen afwegingsruimte en kan zelfstandig_ _bepalen welk gewicht aan de verschillende belangen, argumenten en zienswijzen wordt_ _toegekend. De beoordeling van het college bindt de raad daarbij niet._
_Tegelijkertijd is van belang te onderkennen wat de juridische consequentie is van het_ _voorliggende besluit. Het door het college gevestigde voorkeursrecht heeft een tijdelijke_ _werking. Indien de raad niet besluit tot bestendiging van het voorkeursrecht, vervalt het door_ _het college gevestigde voorkeursrecht van rechtswege. Daarmee vervalt tevens het_ _beschermingsmechanisme dat beoogt de voor de zandwinning benodigde grondpositie veilig_ _te stellen._
_De vraag die daarom uiteindelijk voorligt is niet uitsluitend hoe tegen de afzonderlijke_ _zienswijzen wordt aangekeken, maar ook of de raad, gelet op alle betrokken belangen, van_ _oordeel is dat het belang van het veiligstellen van de voor de zandwinning benodigde_ _gronden voldoende zwaarwegend is om het voorkeursrecht in stand te laten._
_Het college heeft in de zienswijzennota uiteengezet waarom het van oordeel is dat dit het_ _geval is. Indien de raad tot een andere afweging komt en besluit het voorkeursrecht niet te_ _bestendigen, heeft dit tot gevolg dat het voorkeursrecht vervalt en de gemeente niet langer_ _beschikt over het instrument waarmee zij, overeenkomstig de afspraken die aan de_ _zandwinning ten grondslag liggen, regie kan voeren op toekomstige grondtransacties binnen_ _het aangewezen gebied._
_Met andere woorden: de zienswijzen vormen een essentieel onderdeel van de_ _belangenafweging, maar de uiteindelijke vraag die de raad dient te beantwoorden is of de_ _aangedragen belangen aanleiding geven om af te wijken van het voorstel van het college en_ _de daaraan ten grondslag liggende noodzaak om de grondpositie voor de zandwinning veilig_
_te stellen. Dat is een bestuursrechtelijke en politieke afweging die nadrukkelijk bij de raad_ _ligt._
8. Is het mogelijk dat er windturbines komen op termijn?
_Antwoord: Dat is mogelijk en dat wordt door dit besluit ook niet expliciet onmogelijk gemaakt._ _Zie hiervoor._
9. Is er wel een goede afweging gemaakt tussen de verschillende belangen?
_Antwoord: Ja die afweging is wel gemaakt. Het college heeft hierbij de afweging gemaakt_ _dat het ontwikkelkader uit november 2023 de zandwinning heeft uitgesloten. Dit was voor het_ _college een belangrijke factor. Ook is ons voldoende duidelijk gemaakt dat er een noodzaak_ _was tot het vestigen van het voorkeursrecht, alsmede de omvang daarvan. Het college is en_ _was echter niet op de hoogte van de besprekingen van de initiatiefnemers, noch van de_ _onderlinge afspraken, noch van de voortgang hieromtrent bij de provincie. Gezien de_ _geheimhouding hieromtrent deed geen der partijen hierover mededelingen._
10. Wordt door dit besluit het zoekgebied wind kleiner?
_Antwoord: Feitelijk niet, aangezien in het ontwikkelkader (en kennelijk ook op basis van_ _afspraken tussen initiatiefnemer) de zandwinlocatie al is uitgesloten als zoekgebied._
11. Hoe staat het met de realisatie van de windmolens?
_Antwoord: Op dit punt hebben wij een informatie-achterstand, welke ons niet te verwijten is_ _aangezien er afspraken gemaakt zijn die wij niet kennen noch mogen kennen. De provincie_ _is hierin het eerst aan zet, samen met het consortium bestaande uit grondeigenaren, de VOF_ _zandwinning en Pure. Ambtelijk is meegedeeld dat er afspraken tussen partijen zijn in de zin_ _van een intentie-overeenkomst. Wij kennen de afspraken die hierin gemaakt zijn niet. De_ _afdeling duurzaamheid van de gemeente is hierbij zijdelings ook betrokken, echter niet ten_ _aanzien van de eerdergenoemde afspraken tussen partijen._
12. Waarom dit korte tijdsbestek?
Antwoord: _De termijnen in de Omgevingswet zijn zeer kort en ze overlappen elkaar ook_ _deels (denk hierbij aan bezwaar versus het indienen van zienswijzen). Daarnaast hebben we_ _te maken met aanlevertermijnen tussen besluitvorming college en raad. De wet stelt geen_ _eisen aan de termijn voor het indienen van zienswijzen. Ook geeft de wetgever in de_ _behandeling hiervoor geen vaste of fatale termijn. Het college heeft echter gemeend hier wel_ _een redelijke termijn voor te stellen, in dit geval dus de 9 dagen. Hierbij is overwogen dat de_ _diverse belanghebbenden feitelijk al vanaf het moment van bekendmaking van het_ _voorlopige voorkeursrecht de mogelijkheid hadden om te reageren, hetgeen ook is gebeurd._ _Hierdoor is het college van mening dat de termijn voor het indienen van zienswijzen_ _weliswaar kort is maar niet onmogelijk. Gezien de relatief vele reacties is dit ook gelukt._
_Ter verduidelijking een chronologisch overzicht:_
_* collegebesluit d.d. 30 juli 2026, dit moet vervolgens binnen 4 dagen worden ingeschreven._ _Dit is ook gebeurd zie hierna;_
_* 2 juli 2026 de eigenaren zijn aangetekend geïnformeerd over het voorlopige besluit en de_ _mogelijkheid tot het indienen van bezwaarschriften;_
_* 3 juli 2026 start termijn ter inzage, gedurende 6 weken; binnen deze termijn kunnen_
_bezwaren kenbaar gemaakt worden, die vervolgens na vaststelling door de raad ook_ _meegaan;_
_* 3 juli 2026 inschrijving van het collegebesluit (fysiek) bij het kadaster in Arnhem;_
_* 25 augustus 2026, besluit college met betrekking tot het raadsvoorstel;_
_* 25 augustus 2026 tweede brief verzonden naar alle eigenaren met betrekking tot het_ _raadsvoorstel;_
_* 25 augustus 2026 tweede terinzagelegging en de mogelijkheid om zowel mondeling als_ _schriftelijk een zienswijze in te dienen; einde van deze termijn is (wettelijk) 6 oktober 2026;_
_* 4 september 2026 einde termijn van indienen zienswijzen; hier is ruim mee omgegaan om_ _eigenaren waarvan na het weekend een zienswijze zou worden ingediend mee te nemen in_ _de beantwoording van de raad;_
_* 7 september 2026 de laatste zienswijzen kwamen binnen, deze zijn eveneens_ _meegenomen in de beantwoording door het college richting de raadsleden;_
_* 8 september 2026 behandeling in de oordeelsvormende vergadering._
13. Wat wordt er bedoeld met de samenloop van omstandigheden?
_Antwoord: Hiermee wordt bedoeld het zoekgebied wind, de hierover opgestelde kaders en_ _afspraken tussen de diverse partijen binnen het zoekgebied in verhouding tot eerdere_ _afspraken vastgelegd in de overeenkomst uit 2008._
14. Is de huidige 9 dagen termijn de vaste gedragslijn ten aanzien van het indienen van zienswijzen?
_Antwoord: De Omgevingswet kent ten aanzien van een voorkeursrecht enerzijds hele korte_ _termijnen en anderzijds is er geen harde termijn voor het indienen van zienswijzen. De_ _termijn van 6 weken die wettelijk is vastgelegd voor andere typen raadsvoorstellen, is niet_ _van toepassing op het vestigen van een voorkeursrecht._
_15. Is de brief aan Dekker (aangetekend) wel verzonden?_
_Antwoord: We hebben (via track en trace) geconstateerd dat de brief in het sorteercentrum is_ _aangekomen, op het bezorgtraject is gezet maar feitelijk (nog?) niet is uitgereikt. Dit was ons_ _niet bekend (gemaakt). Wij zullen dit nog nader onderzoeken want het is wel opmerkelijk en_ _vervelend richting Dekker._