Pagina wordt geladen
Stein, 9 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vragen naar aanleiding van de Kaderbrief 2027
Nr Doc Blz. fractie Vraag 1 Kaderbrief 5 CMB VRAAG: Klimaat en energiebeleid: Voor de jaren 2023 tot en met 2025 ontvingen gemeente gelden middels een specifieke uitkering CDOKE. Met deze gelden konden gemeenten inzetten op extra capaciteit. Om de uitvoering van de plannen toekomstbestendig te maken moeten gemeentes hiervoor structurele middelen krijgen. Is het geld helemaal besteed en waaraan precies? ANTWOORD: Nee het geld is nog niet volledig besteed. In 2026 en 2027 mogen we deze middelen ook nog gebruiken. De middelen zijn tot dusver besteed aan inhuur en vaste medewerkers voor het team duurzaamheid en voor het opstellen van een soorten management plan en onderzoeken voor het warmteprogramma. 2 Kaderbrief 6 CMB VRAAG: Terzake de bibliotheekwet→ hebt u, los van het nog op te stellen meerjarenplan voor bibliotheekbeleid, zicht op de vraag of Stein voldoet aan de zorgplicht en zo nee, wat er op hoofdlijnen dient te gebeuren het komende jaar teneinde aan de zorgplicht als zodanig te voldoen? ANTWOORD: De nieuwe Bibliotheekwet vervangt de huidige bevorderingstaak van gemeenten door een zorgplicht. Gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor een toegankelijke, volwaardige en toekomstbestendige bibliotheekvoorziening, inclusief een fysieke bibliotheek, professionele ondersteuning en uitvoering van de vijf wettelijke maatschappelijke functies. Daarnaast moeten zij samenwerken met partners, een meerjarig bibliotheekbeleidsplan opstellen en de uitvoering monitoren. De gemeente Stein is hier goed op voorbereid. Samen met De Domijnen en diverse maatschappelijke partners is de afgelopen jaren geïnvesteerd in een sterke bibliotheekfunctie op het gebied van leesbevordering, taalontwikkeling, digitale inclusie, educatie, ontmoeting en cultuur. De huidige bibliotheekvoorziening sluit al grotendeels aan bij de uitgangspunten van de nieuwe wet. De belangrijkste vervolgstap is het opstellen van een meerjarig bibliotheekbeleidsplan, waarmee de bestaande inzet wordt geborgd en de invulling van de toekomstige zorgplicht wordt vastgelegd. 3 Kaderbrief 6 DOS VRAAG: Heeft de gemeente instrumenten in handen om de verwachte kostenstijging afvalinzameling te verminderen? Verwacht de gemeente hierdoor extra zwerfvuil in de gemeente? ANTWOORD: Als aandeelhouder en opdrachtgever zijn we bij machte om RWM te verzoeken om bezuinigingen door te voeren. Echter ligt het overgrote deel van de kostenstijging buiten de invloedsfeer van RWM. Zo speelt onder andere mee dat brandstofprijzen sterk zijn gestegen door geopolitieke verhoudingen en is een nieuwe CAO gesloten waardoor personeelskosten zijn gestegen. Dit raakt het tarief voor de diensten. Verder speelt ook de forse stijging van de afvalverbrandingsbelasting en de mogelijke toepassing van een CO2-heffing een rol in de verwerkingstarieven. Het is mogelijk dat door de forse stijging van de verwerking van afval extra zwerfvuil ontstaat. Dit blijft echter sterk afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt ten aanzien van de doorbelasting van deze kosten. Denk hierbij aan de
1
| Col1 | Col2 | Col3 | Col4 | Vragen naar aanleiding van de Kaderbrief 2027 |
|---|---|---|---|---|
| poorttarieven op het milieupark en het nog te bepalen vastrecht. | ||||
| 4 | Kaderbrief | DOS | VRAAG: De raad heeft de afgelopen jaren middelen beschikbaar gesteld voor de gebiedsgerichte aanpak van de oude dorpskernen. Kan het college in aanloop naar de begroting een globale uitvoeringsplanning met de raad delen, zodat duidelijk wordt wanneer inwoners daadwerkelijke zichtbare resultaten van deze investering mogen verwachten? ANTWOORD: De raad wordt via het investeringsplan in de bestuursrapportages geïnformeerd over de globale planning van de investeringen voor de gebiedsgerichte aanpak van de oude dorpskernen. Uit de jaarschijven waarin de investeringen zijn opgenomen, kan worden afgeleid in welke periode de uitvoering is voorzien. Eventuele afwijkingen van deze planning worden via de reguliere Planning & Control-documenten aan de raad verantwoord. Voor de oude dorpskernen van Oud-Urmond en Catsop lopen momenteel de voorbereidingen. | |
| 5 | Kaderbrief | 5 | VVD | VRAAG: We ontvangen gelden voor de posten rondom klimaat en energiebeleid, maar in hoeverre kunnen we deze daadwerkelijk inzetten, ook gezien capaciteit en complexiteit? ANTWOORD: Deze gelden zetten we nu al in voor vaste formatie en inhuur voor het team duurzaamheid. Op het moment dat we aan de slag gaan met de uitvoering van de warmtetransitie zal opgeschaald moeten worden in capaciteit en expertise. |
| 6 | Kaderbrief | 4 | SB | VRAAG: Stelpost onderuitputting Stelpost onderuitputting Middels de motie De Vries, Van Eijk, Sneller en Wingelaar is in 2025 een oproep gedaan aan het kabinet om onderuitputting bij gemeenten toe te staan. Op 10 december 2025 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gereageerd op deze motie middels een kamerbrief. In deze brief geeft hij aan dat een algemene stelpost onderuitputting niet past binnen de uitgangspunten van het realistisch ramen en daarom niet is toegestaan. Wel is het volgens de minister mogelijk om specifieke stelposten voor onderuitputting te ramen wanneer deze nauwkeurig te ramen zijn, goed onderbouwd zijn en aansluiten bij reële verwachtingen. De minister onderschrijft dat het aan de toezichthouder is om te beoordelen of de stelposten voldoende realistisch zijn Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de onder uitputting bij realisatie toe te voegen aan de reserves en in volgende jaren, onder voorwaarden, in te zetten als structureel dekkingsmiddel. De minister heeft verder de Commissie BBV gevraagd om te verduidelijken wat wel en niet mogelijk is op het vlak van onderuitputting. Hiertoe heeft de Commissie BBV eind 2025 de Begrotingscirculaire 2027 notitie structurele en incidentele baten en lasten geactualiseerd (zie hiervoor onderdeel 3.1). De nieuwe notitie sluit aan bij de kamerbrief. Ook de commissie geeft aan dat een algemene stelpost niet wordt toegestaan, dat specifieke stelposten kunnen passen binnen een realistische begroting. Net als de minister stelt ook de commissie BBV dat de toezicht houder beslist of een stelpost realistisch is. De provincie heeft inmiddels een handreiking gepubliceerd, waaruit blijkt dat gemeenten een stelpost onderuitputting kapitaallasten en een stelpost voor onderuitputting personeelslasten mogen opnemen, met daarin de voorwaarden waaraan wordt getoetst wanneer een gemeente ervoor kiest een stelpost voor onderuitputting te creëren. Hoe groot is het bedrag van de stelposten die gemeente Stein mag opnemen van de provincie? |
2
| Col1 | Col2 | Col3 | Col4 | Vragen naar aanleiding van de Kaderbrief 2027 |
|---|---|---|---|---|
| ANTWOORD: De handreiking van de provincie stelt: Er is sprake van onderuitputting wanneer er minder lasten worden gerealiseerd dan begroot. Dit wordt ook wel onderschrijding van de begroting genoemd. Artikel 189, lid 2, van de Gemeentewet bepaalt dat de begroting structureel en reëel sluitend hoort te zijn. Vanuit dit uitgangspunt wordt het opnemen van een algemene stelpost voor onderuitputting niet wenselijk geacht, omdat dit kan wijzen op een te weinig realistische raming. Specifieke stelposten onderuitputting kunnen daarentegen passend zijn, mits zij goed zijn onderbouwd en aansluiten bij reële verwachtingen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van historische patronen ter ondersteuning van de onderbouwing. Een stelpost onderuitputting kapitaallasten kan alleen betrekking hebben op nieuwe investeringen waarvan de kapitaallasten ten laste van de exploitatie komen. Naar het oordeel van de toezichthouder is een stelpost onderuitputting kapitaallasten uitsluitend reëel op basis van historische realisatiegegevens van de laatste twee vastgestelde jaarrekeningen en bedraagt maximaal 20% van de geraamde kapitaallasten. Op basis van het geraamde investeringsvolume in de gemeente Stein zou een maximale stelpost mogelijk zijn van circa € 400.000 in 2027 en in 2028 aflopend naar € 200.000 in 2029 en € 100.000 in 2030. | ||||
| 7 | Kaderbrief | 5 | SB | VRAAG: De voorjaarsnota Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet, ombuiging :Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt met ingang van 1 januari 2029 geschrapt. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. De beoogde besparing van € 1 miljard is taakstellend. Indexatie Wmo demografie 2026 :Het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel) van de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met de kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 450 miljoen in 2031 gereserveerd voor aanvullende indexering voor demografie. In de Voorjaarsnota 2026 wordt de eerste tranche voor 2026 van € 75 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo :Het kabinet is van plan om voor een aantal voorzieningen binnen de WMO 2015, namelijk de voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Het Rijk verwacht dat de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage de druk op het gebruik van Wmo-voorzieningen verlaagt. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage is al diverse keren vertraagd en wordt nu wederom uitgesteld tot 1 januari 2028. De geplande uitname uit het gemeentefonds van € 266 miljoen in 2027 wordt daardoor teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2028. Kan gespecifieerd worden om welke bedragen het gaat voor de gemeente Stein? ANTWOORD: De bedragen voor de indexatie WMO-demografie zijn niet separaat weergegeven. Ze zijn verwerkt in het totaal van de algemene uitkering. Voor de exacte bedragen van de huishoudelijke hulp en het abonnementstarief wordt verwezen naar het raadsvoorstel meicirculaire die is verstrekt. |
3
| Col1 | Col2 | Col3 | Col4 | Vragen naar aanleiding van de Kaderbrief 2027 |
|---|---|---|---|---|
| 8 | 6 | PRO | VRAAG: Wat zijn deze signalen vanuit het RWM waarop wordt gebaseerd dat de kosten voor 2027 aanzienlijk zullen stijgen voor de afvalverzameling en verwerking? ANTWOORD: De concept productbegroting, inclusief bijbehorende onderbouwing, die RWM heeft aangeleverd ten aanzien van 2027 laat een forse kostenstijging zien. De begroting is echter nog niet vastgesteld. Deze staat jaarlijks in de aandeelhoudersvergadering van juli op de agenda. Uiteindelijk zullen deze effecten pas vertaald worden in de begroting 2027 van de gemeente Stein. Zie ook beantwoording van vraag 3. | |
| 9 | 6 | PRO | VRAAG: Welke mogelijkheden heeft de Gemeente Stein om de 4 samenwerkende gemeenten uit de Westelijke Mijnstreek de kostenstijging van het RWM te minimaliseren? ANTWOORD: Als aandeelhouder en opdrachtgever zijn we bij machte om RWM te verzoeken om bezuinigingen door te voeren. Echter ligt het overgrote deel van de kostenstijging buiten de invloedsfeer van RWM. Zo speelt onder andere mee dat brandstofprijzen sterk zijn gestegen door geopolitieke verhoudingen en is een nieuwe CAO gesloten waardoor personeelskosten zijn gestegen. Dit raakt het tarief voor de diensten. Verder speelt ook de forse stijging van de afvalverbrandingsbelasting en de mogelijke toepassing van een CO2-heffing een rol in de verwerkingstarieven. |
4