Soest, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Motie vreemd aan de orde van de dag
Agendapunt 5. Vragenkwartier Registratie nr. 20261001 5 M2
De raad van de gemeente Soest in vergadering bijeen d.d. 1 oktober 2026
Onderwerp: Geen urgentie statushouders bij sociale huurwoningen
De Raad,
gehoord de beraadslaging,
Constaterende dat:
- De druk op de sociale woningmarkt in Soest groot is en woningzoekenden vaak jarenlang wachten op passende woonruimte;
- Veel starters en jongeren, maar ook oudere (en soms noodgedwongen) woningzoekenden uit de gemeente Soest wanhopig zijn omdat er geen sociale huurwoning beschikbaar is.
- Er frustratie speelt als er sociale huurwoningen aan mensen van buiten de gemeente Soest worden toegekend.
- Het een gegeven is dat de gemeente op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 verplicht is een vastgesteld aantal vergunninghouders te huisvesten;
- deze wettelijke taakstelling echter niet betekent dat vergunninghouders alleen vanwege hun status voorrang (een urgentie) moeten kunnen krijgen bij de toewijzing van een reguliere sociale huurwoning;
- Het een keuze -en ook de beleidsvrijheid- van een gemeente is om aan statushouders een urgentie voor het verkrijgen van een sociale huurwoning toe te kennen, maar dit (juridisch) niet hoeft;
- Vergunninghouders in artikel 3.2.5 van de Huisvestingsverordening gemeente Soest 2025-1 nu wel als afzonderlijke urgentiecategorie zijn opgenomen en daarmee voorrang (kunnen) krijgen.
Overwegende dat:
- Schaarse sociale huurwoningen zo evenwichtig en doelmatig mogelijk moeten worden verdeeld;
- Het enkele feit dat iemand vergunninghouder is niet zonder meer zou moeten betekenen dat diegene voorrang krijgt op een sociale huurwoning boven andere woningzoekenden;
- Een vergunninghouder uiteraard wel voor urgentie in aanmerking moet kunnen komen wanneer hij, net als alle andere woningzoekenden, voldoet aan een algemeen geldende urgentiegrond;
- De wettelijke taakstelling voor vergunninghouders onverkort moet worden uitgevoerd, maar dit niet met een urgentie dient te worden geborgd;
- Er met name moet worden voorkomen dat onnodig één zelfstandige sociale huurwoning geheel wordt gebruikt voor één alleenstaande vergunninghouder of een kleiner aantal vergunninghouders wanneer bijvoorbeeld passende gezamenlijke huisvesting of andere alternatieve huisvestingsmogelijkheid mogelijk is;
- woningdelen, kamergewijze huisvesting en het geschikt maken of transformeren van bestaande (bedrijfs)gebouwen mogelijkheden bieden om meerdere alleenstaanden binnen één woning of woongebouw te huisvesten;
- naast het beter benutten van de bestaande woningvoorraad vooral het versneld realiseren van permanente (passende)woningen noodzakelijk blijft om de woningnood structureel terug te dringen;
Verzoekt het college:
1. te onderzoeken hoe de wettelijke taakstelling voor vergunninghouders kan worden uitgevoerd waarbij niet het enkele vergunninghouderschap een zelfstandige grond voor urgentie vormt bij de verdeling van reguliere sociale huurwoningen;
2. daarbij met name te onderzoeken hoe (alleenstaande) vergunninghouders waar mogelijk gezamenlijk kunnen worden gehuisvest, bijvoorbeeld door woningdelen, kamergewijze huisvesting of het benutten en transformeren van daarvoor geschikte bestaande gebouwen, zodat zo min mogelijk zelfstandige sociale huurwoningen uit de sociale huurvoorraad daarvoor moeten worden aangewend.
3. de raad inzicht te geven in:
- hoeveel reguliere sociale huurwoningen de afgelopen drie jaar aan vergunninghouders zijn
toegewezen;
- hoeveel van deze woningen aan één alleenstaande vergunninghouder zijn toegewezen;
- wat de omvang van deze woningen was, uitgedrukt in aantal kamers;
- hoeveel alleenstaande vergunninghouders gezamenlijk in één woning zijn gehuisvest;
- in hoeverre bij de toewijzing van zelfstandige woningen aan alleenstaande
vergunninghouders woningdelen of andere vormen van gezamenlijke huisvesting als alternatief zijn onderzocht/toegepast;
- welke mogelijkheden bestaan om woningdelen en andere vormen van gezamenlijke
huisvesting vaker toe te passen; 4. de raad uiterlijk 1 januari 2027 een voorstel voor te leggen om artikel 3.2.5 van de Huisvestingsverordening gemeente Soest 2025-1 te schrappen of aan te passen, zodat vergunninghouderschap op zichzelf geen zelfstandige urgentiegrond meer vormt.
en gaat over tot de orde van de dag.
Ondertekening:
Forum voor Democratie, Menno Dieters VVD, Matthieu Feijen