Scherpenzeel, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
AANGENOMEN ZONDER STEMMING
MOTIE Borging samenhang bedrijfswoning en bedrijfskavel
Deze motie hoort bij raadsvergadering van 24 september 2026 Agendapunt nr. 9: ’t Zwarte Land II – TAM-IMRO Omgevingsplan
De volgende fractie dient dit voorstel in:
We stellen de raad voor het volgende besluit te nemen: We stellen vast dat: ▪ naar aanleiding van de Nota van Zienswijzen één van de oorspronkelijk opgenomen burgerwoningen is verplaatst naar de westzijde van de ontsluiting; ▪ aan deze verplaatste woning de functie van bedrijfswoning is toegekend; ▪ deze bedrijfswoning wordt gesitueerd op een bedrijfskavel in samenhang met een bedrijfshal; ▪ uit de planregels en toelichting blijkt dat de bedrijfswoning planologisch is bedoeld in directe en functionele samenhang met het bijbehorende bedrijf; ▪ de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst heeft gesloten, waarin tevens afspraken over de ontwikkeling en uitgifte zijn opgenomen.
We hebben nagedacht over en houden rekening met: ▪ de omstandigheid dat uit de aan de raad beschikbaar gestelde stukken niet blijkt dat privaatrechtelijk is geborgd dat de bedrijfswoning en de bijbehorende bedrijfskavel/bedrijfshal niet afzonderlijk kunnen worden vervreemd; ▪ de mogelijkheid dat bij een toekomstige afzonderlijke verkoop van de bedrijfswoning of het bedrijf een eigendomssituatie ontstaat die niet meer aansluit bij de planologisch vereiste functionele samenhang tussen de bedrijfswoning en het bedrijf; ▪ het risico dat hierdoor de bedrijfswoning wordt bewoond door iemand die geen functionele binding meer heeft met het bijbehorende bedrijf; ▪ de mogelijkheid dat dit kan leiden tot strijdig gebruik, handhavingsvraagstukken of verzoeken om de bedrijfswoning planologisch om te zetten naar een reguliere woning;
GemeenteBelangen Scherpenzeel, W.J. van de Fliert
AANGENOMEN ZONDER STEMMING
▪ de gevolgen die een dergelijke omzetting kan hebben voor de bedrijfsvoering en milieuruimte van het bijbehorende bedrijf en, afhankelijk van de omstandigheden, van andere bedrijven op het bedrijventerrein.
We vinden dat: ▪ moet worden voorkomen dat bij toekomstige verkoop de planologisch beoogde samenhang tussen de bedrijfswoning en de bijbehorende bedrijfskavel/bedrijfshal verloren gaat; ▪ het daarom wenselijk is deze samenhang, naast de publiekrechtelijke borging in het omgevingsplan, voor zover juridisch mogelijk ook privaatrechtelijk te borgen; ▪ een kettingbeding met een passende boetebepaling, dan wel een juridisch gelijkwaardige of sterkere constructie, kan bijdragen aan het in stand houden van deze samenhang bij toekomstige eigendomsoverdrachten. Dergelijke kettingbedingen worden in gemeentelijke grondtransacties gebruikt om verplichtingen bij vervreemding door te leggen aan rechtsopvolgers.
We geven het college opdracht om: 1. in overleg te treden met de initiatiefnemer/grondeigenaar om vóór de uitgifte en levering van de betreffende kavel privaatrechtelijk te borgen dat de bedrijfswoning en de bijbehorende bedrijfskavel/bedrijfshal niet afzonderlijk kunnen worden vervreemd; 2. deze borging bij voorkeur vorm te geven door middel van een kettingbeding met een passende boetebepaling, dan wel door middel van een juridisch gelijkwaardige of sterkere constructie die ook werking heeft bij opvolgende eigendomsoverdrachten; 3. daarbij te borgen dat de verplichting tot het in stand houden van de samenhang tussen bedrijfswoning en bedrijf bij iedere volgende vervreemding wordt doorgegeven aan de rechtsopvolger; 4. bij de beoordeling en verlening van de omgevingsvergunning(en) voor deze kavel toe te zien op de in het omgevingsplan vastgelegde functionele samenhang tussen de bedrijfswoning en het bijbehorende bedrijf; 5. de raad vóór de feitelijke uitgifte en levering van de betreffende kavel via een memo te informeren over de wijze waarop deze borging is geregeld.
Dit hebben we besloten in de openbare raadsvergadering van 24 september 2026.
B.S. van Ginkel-Schuur M.J. Zwankhuizen griffier voorzitter