Rotterdam, 13 augustus 2026
Schriftelijke vragen Jaspar over het gebrek aan buitenzwemplekken
Partij: PRO
Aan het college van burgemeester en wethouders Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam
Rotterdam, 13 augustus 2026
SCHRIFTELIJKE VRAGEN | ZWEMMEN IN DE MAAS IN PLAATS VAN ZWETEN AAN DE MAAS
Geacht college,
De zomer is begonnen en daarmee wordt Rotterdam net als de rest van Nederland geconfronteerd met een opeenvolgende reeks hittegolven. De kans op perioden van ernstige warmte en hittegolven neemt alleen maar toe door klimaatverandering. Kranten schrijven over zwaluwen die letterlijk van het dak vallen, en we hebben inmiddels in Nederland volgens Rijkswaterstaat en waterschappen en -beheerders te maken met een ‘feitelijk watertekort’.
Met deze welhaast apocalyptische hitte, is het van groot belang dat de gemeente voldoende mogelijkheden biedt om het hoofd koel te houden. Een van de beste en leukste manieren om dat te doen, is door een duik te nemen in het water. Als het heet is, zijn veel Rotterdammers niet meer te stuiten. Mensen zoeken naarstig naar verkoeling en springen daarom óók op plekken het water in waar dat officieel niet is toegestaan. De gemeente moet zijn best doen om te voldoen aan die behoefte om af te koelen. De fractie van PRO weet dat de gemeente ook al langer bezig is met het zoeken naar verschillende plekken voor zwemwater. Maar er blijft een flinke slag te slaan en onze fractie ziet verschillende mogelijkheden. Daarom stellen wij het college de volgende vragen:
De vorige schriftelijke vragen over voldoende zwemwater in Rotterdam werden gesteld door het lid Abrahamse in 2024. Toen stelde het toenmalige college dat ze ook een gebrek zagen aan plekken om buiten te kunnen zwemmen. 1. Is het college het ook nu met ons eens dat er nog steeds te weinig buitenzwemplekken zijn? 2. In de tussentijd is de Rijnhaven als zwemlocatie toegevoegd. Op welke plekken ziet het college nog meer kansen om op termijn een buitenzwemplek te realiseren? 3. Is het college in overleg met de provincie om snel meer zwemwaterlocaties aan te wijzen? 4. Is het college bekend met de oude baden die aan het Noordereiland in de Maas lagen? Zo ja, wat zijn de mogelijkheden om deze Maasbaden weer terug te laten keren? Wat zou daarvoor nodig zijn, of wat zit de terugkeer van zulke baden in de weg?
5. Deelt het college onze mening dat een terugkeer van de Maasbaden een mooie én iconische manier zou kunnen zijn om meer zwemwater te creëren?
In de eerdere vragen van het lid Abrahamse werd aangegeven dat de Rotte geen geschikte plek zou zijn voor zwemwater omdat er ook veel pleziervaart plaatsvindt. 6. Geldt dat nog steeds voor de gehele Rotte? Zou het stuk tussen de Zaagmolenbrug en Noordplein geen geschikte locatie kunnen zijn? Wat zijn de belemmeringen om zwemwater te maken van deze locatie? 7. Hoe kijkt het college naar de ontwikkeling van het Rijnhavenpark en het Nelson Mandelapark in relatie tot de beschikbaarheid van openbare zwemplekken?
Wij zien de antwoorden op deze vragen met veel belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
Jelle Jaspar PRO