Rotterdam, 20 augustus 2026
Schriftelijke vragen Isaack over mensen met een verslavingsproblematiek die niet serieus worden genomen
Partij: BIJ1
Aan
het
College
van
Burgemeester
en
Wethouders
Coolsingel
40
3011
AD
Rotterdam
Rotterdam,
20
augustus
2026
Schriftelijke
vragen
ex.
Art.
30
van
het
Reglement
van
Orde
Betreft:
Zorg
boven
stigma
Verslavingsproblematiek
raakt
veel
Rotterdammers.
Toch
blijft
passende
zorg
en
ondersteuning
voor
mensen
met
een
verslaving
helaas
nog
te
vaak
achter.
Mensen
met
een
verslaving
worden
nog
steeds
niet
in
de
eerste
plaats
gezien
als
mensen
die
recht
hebben
op
zorg,
maar
als
een
probleem
dat
moet
worden
beheerst.
Stigma,
discriminatie,
onvoldoende
kennis
vanuit
zorgverleners
en
een
tekort
aan
passende
zorg,
leiden
ertoe
dat
mensen
niet
serieus
genomen
worden.
Mensen
met
een
verslaving
mijden
hierdoor
vaak
zorg
of
belanden
tussen
de
mazen
van
het
net.
Deze
zorgongelijkheid
kost
hun
gezondheid,
hun
bestaanszekerheid
en
soms
zelfs
hun
leven.
Dat
is
onacceptabel.
Een
gemeente
die
verantwoordelijkheid
neemt
voor
het
welzijn
van
haar
inwoners
kan
niet
accepteren
dat
een
groep
structureel
wordt
uitgesloten
van
goede
zorg.
Want
iedereen
heeft
recht
op
menswaardige,
toegankelijke
en
deskundige
zorg.
Herstel
van
een
verslaving
begint
bij
een
zorgsysteem
dat
mensen
daadwerkelijk
als
mens
behandelt
en
hen
actief
betrekt
bij
hun
eigen
herstelproces.
Daarom
moeten
we
investeren
in
preventie,
kennis
en
passende
hulp.
Niet
in
repressie
aan
de
achterkant.
Deze
manier
is
niet
alleen
menswaardiger,
maar
vergroot
ook
de
kans
op
duurzaam
herstel
en
een
gezonder
Rotterdam.
Daarom
heeft
Rotterdam
BIJ1
de
volgende
vragen
aan
het
college:
1.
a)
Hoe
worden
professionals
in
de
acute
zorg,
zoals
ziekenhuizen,
crisisdiensten,
politie
en
ambulancediensten,
getraind
in
de
omgang
met
mensen
met
een
verslavingsproblematiek?
b)
Worden
binnen
deze
trainingen
ook
stigmatisering,
vooroordelen
en
discriminerende
bejegening
van
mensen
met
een
verslavingsproblematiek
meegenomen?
2.
Op
welke
manier
werken
de
Rotterdamse
zorg-
en
veiligheidsketens
samen
in
de
omgang
en
doorverwijzing
van
mensen
met
een
verslaving?
3.
Hoe
zorgt
het
college
ervoor
dat
mensen
met
een
verslaving
niet
binnen
de
verschillende
domeinen
van
zorg,
maatschappelijke
ondersteuning
en
veiligheid
tussen
wal
en
schip
vallen?
4.
a)
Heeft
het
college
signalen
ontvangen
van
patiënten
of
belangenorganisaties
dat
mensen
met
een
verslaving
zich
niet
serieus
genomen
voelen
of
anders
worden
behandeld
binnen
de
zorg?
b)
Zo
ja,
welke
signalen
zijn
dit
en
welke
gevolgen
hebben
deze
voor
de
toegankelijkheid
en
kwaliteit
van
zorg?
c)
Zo
nee,
hoe
verklaart
het
college
het
ontbreken
van
dergelijke
signalen?
5.
Werkt
de
gemeente
samen
met
verslavingszorginstellingen
en
ervaringsdeskundigen
om
kennis
en
begrip
over
verslaving
breder
beschikbaar
te
maken
binnen
de
reguliere
zorg?
6.
a)
Hoe
waarborgt
het
college
dat
mensen
met
een
verslaving
dezelfde
respectvolle
en
deskundige
behandeling
krijgen
als
iedere
andere
patiënt?
b)
En
hoe
wordt
bevorderd
dat
zorgprofessionals
voldoende
kennis
en
vaardigheden
hebben
om
deze
patiëntengroep
passend
te
ondersteunen?
7.
a)
Hoe
houdt
het
college
zicht
op
de
kwaliteit
van
de
zorg
en
ondersteuning
aan
mensen
met
een
verslaving
binnen
de
zorg-
en
veiligheidsketens
in
Rotterdam?
b)
Worden
de
ervaringen
van
mensen
met
een
verslaving,
waaronder
ervaringen
met
stigma,
bejegening
en
toegankelijkheid
in
de
zorg,
hierbij
meegenomen?
c)
Welke
indicatoren
worden
gebruikt
om
deze
kwaliteit
te
monitoren?
8.
a)
Heeft
het
college
zicht
op
de
ervaringen
van
mensen
met
een
verslaving
binnen
reguliere
ziekenhuizen?
b)
Zo
ja,
hoe
worden
signalen
over
stigma,
handelingsverlegenheid
of
onvoldoende
deskundigheid
meegenomen
in
de
bredere
Rotterdamse
aanpak?
c)
Zo
nee,
waarom
niet?
9.
a)
Hoe
houdt
het
college
zicht
op
situaties
waarin
mensen
met
een
verslaving
vanwege
gedragsproblemen
of
eerdere
incidenten
moeilijker
toegang
krijgen
tot
reguliere
zorg,
bijvoorbeeld
door
het
rode
kaart
beleid
dat
ziekenhuizen
kunnen
hanteren?
b)
Welke
rol
ziet
het
college
voor
zichzelf
om
te
voorkomen
dat
deze
groep
moeilijker
toegang
krijgt
tot
passende
zorg
en
hierdoor
verder
uit
beeld
raakt?
We
zien
jullie
antwoorden
graag
tegemoet.
Met
strijdbare
groet,
Tikhoe Isaack Rotterdam BIJ1