Rotterdam, 13 juli 2026
Schriftelijke vragen Van Eikeren over verhuur sociale huurwoningen arbeidsmigranten
Partij: PRO
PRO Rotterdam | Coolsingel 40 | 3011 AD Rotterdam | fractie@groenlinksrotterdam.nl Aan het college van burgemeester en wethouders Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Rotterdam, 13 juli 2026 SCHRIFTELIJKE VRAGEN | CORPORATIEWONINGEN MISBRUIKT DOOR UITZENDBUREAUS Geacht college, Een lege sociale huurwoning is in een stad met een acute woningcrisis onaanvaardbaar. Dat is precies waarom PRO zich hard maakt tegen leegstand en een 100-dagenplan voor wonen wil. Maar wat er in de Jan Meertensflat gebeurt, is geen verstandig gebruik van tijdelijk leegstaand bezit. Het is structurele uitbuiting, verpakt in een juridische constructie. Uit onderzoek van OPEN Rotterdam blijkt dat Woonbron al vijf jaar lang zestig sociale huurwoningen via uitzendbureaus verhuurt aan arbeidsmigranten, met huurprijzen die ver boven het wettelijk maximum liggen.1 Ook zijn de huur- en arbeidscontracten aan elkaar verbonden, niet formeel maar wel in de praktijk: wie zijn baan verliest, verliest ook zijn huis en komt op straat te staan. Dat de gemeente toestaat dat werkgevers op deze manier mensen ophokken, is onvoorstelbaar. Onze wijken worden er niet beter van en voor de arbeidsmigranten zelf is zo leven ook niet wenselijk. Dit is precies het verdienmodel dat PRO wil beëindigen. Malafide uitzendbureaus en koppelbazen die woonruimte gebruiken als drukmiddel, en werkgevers die de kosten en risico's van hun personeelsbeleid afwentelen op kwetsbare arbeidsmigranten én op de schaarse hoeveelheid sociale huurwoningen. Dit vindt al vijf jaar plaats, onder toeziend oog van een woningcorporatie waarmee de gemeente prestatieafspraken heeft. De sloop van de flat is inmiddels driemaal uitgesteld. Dit alles roept de vraag op hoe het college hier niet zo snel mogelijk kan ingrijpen. Deze constructies horen niet thuis in de Rotterdamse sociale woningvoorraad. PRO wil van het college weten hoe dit kon gebeuren, wie hierop toeziet, en welke stappen het college zet om hier definitief een einde aan te maken. Daarom hebben we de volgende vragen. 1. Is het college bekend met de in het artikel beschreven constructie, waarbij huurcontract en arbeidscontract formeel gescheiden zijn maar feitelijk (via inhouding van de huur op het loon, gedeeld eigenaarschap van beide bv's, en het ontbreken 1. https://openrotterdam.nl/1287834-2/
PRO Rotterdam | Coolsingel 40 | 3011 AD Rotterdam | fractie@groenlinksrotterdam.nl van een reëel alternatief) sterk met elkaar verbonden blijven? Deelt het college de inschatting van de FNV dat deze constructie is ingericht om de wet Goed Verhuurderschap te omzeilen? 2. Heeft de gemeente al handhavingsonderzoek gedaan bij de in het artikel genoemde bedrijven (United Homes, Solutions Packaging, InAxtion, Oranjegroep, Transform Maintenance and Services)? Zo nee, is het college bereid dit alsnog te doen? 3. Hoeveel meldingen of signalen over gekoppelde huisvesting met arbeid zijn de afgelopen twee jaar bij de gemeente binnengekomen, en tot hoeveel constateringen en boetes heeft dit onder de wet Goed Verhuurderschap geleid? Is er daarnaast een goed beeld om hoeveel gevallen dit in Rotterdam gaat? 4. Is voor de Jan Meertensflat een Leegstandswet-vergunning afgegeven en wat is daarin de vastgestelde maximale huurprijs per woning en of welke doelgroep afspraken zijn daarbij gemaakt? 5. Bewoners betalen naar eigen zeggen samen ruim €1.200 per maand, Solutions Packaging noemt zelf €1.084. In beide gevallen boven het wettelijk maximum voor sociale huurwoningen van €932,93. Is het college bereid dit te onderzoeken en wanneer de huurprijs de vergunde grens overschrijdt, de zogeheten 'omklapconstructie' (omzetting naar een regulier huurcontract met volledige huurbescherming) te laten toepassen? 6. Hoe controleert de gemeente structureel of huurprijzen bij Leegstandswet-verhuur binnen de vergunde grenzen blijven, en welk onderdeel van de organisatie is hiervoor verantwoordelijk? 7. De Jan Meertensflat staat sinds 2021 op de nominatie voor sloop, die op zijn vroegst in 2028 begint. Dat is een periode van zeven jaar of langer waarin huurders geen reguliere huurbescherming genieten. Past dit naar het oordeel van het college nog binnen de geest van de Leegstandswet, of is hier sprake van structureel oneigenlijk gebruik van een instrument dat voor tijdelijke situaties is bedoeld? Is er een moment waarop de gemeente een langlopende Leegstandswet-vergunning heroverweegt als de aangekondigde sloop herhaaldelijk wordt uitgesteld? 8. Welke prestatieafspraken maakt de gemeente met woningcorporaties over leegstandsbeheer en tijdelijke verhuur? Kan het college aantonen of en hoe deze afspraken zijn aangescherpt naar aanleiding van de toenemende problematiek rond malafide huisvesters van arbeidsmigranten en na de inwerkingtreding van de wet Goed Verhuurderschap in 2023? 9. In hoeverre is de in het artikel beschreven werkwijze van Woonbron in lijn met de prestatieafspraken? Op welke punten ziet het college eventuele spanning of strijdigheid? 10.Is het college voldoende in staat om toezicht te houden op de naleving van relevante wet- en regelgeving, waaronder in ieder geval de Leegstandswet en de wet Goed Verhuurderschap? Wij vragen het college hierbij expliciet onderscheid te maken tussen: (a) capaciteit op beleidsontwikkeling, (b) capaciteit op handhaving, (c) beschikbare financiële middelen, (d) de aanwezigheid van voldoende strenge en heldere beleidsregels, en (e) heldere prestatieafspraken met corporaties. Wat heeft het college op deze vlakken nodig om de naleving beter te kunnen bestendigen? PRO Rotterdam | Coolsingel 40 | 3011 AD Rotterdam | fractie@groenlinksrotterdam.nl 11.Is er voldoende structurele samenwerking tussen de gemeente en de Nederlandse Arbeidsinspectie als het gaat om ondernemingen die, al dan niet via constructies, aantoonbaar zowel werk als huisvesting voor arbeidsmigranten regelen? Wij vragen het college hierbij specifiek: (a) of er een structureel samenwerkingsverband of convenant bestaat, (b) hoe vaak en op welke manier concreet informatie wordt uitgewisseld over signalen zoals in dit artikel beschreven, en (c) of de casus van de Jan Meertensflat, of vergelijkbare signalen, al bij de Arbeidsinspectie zijn gemeld, of andersom. Waar zitten volgens het college de verbeterpunten in deze samenwerking, en wat heeft het college nodig om die door te voeren? 12.Zijn er meer signalen bekend van corporatiewoningen die op vergelijkbare wijze — via de Leegstandswet en met tussenkomst van uitzendbureaus — langdurig aan de sociale voorraad worden onttrokken? Kan het college hiervan aantallen en locaties geven? Indien deze informatie niet centraal bekend is, is het college bereid dit te inventariseren, bijvoorbeeld door dit bij de Rotterdamse corporaties uit te vragen? 13.Is het college bereid om met Woonbron en andere corporaties in overleg te treden om in kaart te brengen waar bewoning plaatsvindt die niet aan wet- en regelgeving en lokaal beleid voldoet, en de uitkomsten hiervan met de raad te delen? 14.Hoe reflecteert het college op de vraag of het huidige gebruik van de leegstaande woningen in de Jan Meertensflat, zoals in het artikel beschreven, rechtmatig is? 15.Welke doelgroepen kunnen naar het oordeel van het college nog meer in aanmerking komen voor tijdelijke bewoning van sociale huurwoningen die op de nominatie staan voor sloop of renovatie (bijvoorbeeld spoedzoekers, studenten, statushouders of arbeidsmigranten), en hoe wenselijk acht het college bewoning door elk van deze doelgroepen, mede in het licht van de beschikbare sociale voorraad en de wachttijden voor reguliere woningzoekenden? 16.Hoe verhoudt de in dit artikel beschreven casus zich tot het programma Goed Huren en Verhuren en de voorgenomen intrekking van de Verhuurverordening? Biedt het huidige of toekomstige gemeentelijke instrumentarium naar het oordeel van het college voldoende grip op dit type constructie, of is aanvullend beleid nodig dat specifiek ziet op Leegstandswet-verhuur aan arbeidsmigranten? 17.Wanneer de gemeente gaat handhaven op deze misstanden werken we ook potentiële dakloosheid in de hand. Welke overleggen zijn er de afgelopen paar jaar geweest met werkgeversclubs en overheden in het gebied waar deze arbeidsmigranten op grote schaal werkzaam zijn en welke afspraken en plannen zijn er gemaakt voor tijdelijke en permanente huisvesting? Wij zien de antwoorden op deze vragen met veel belangstelling tegemoet. We ontvangen de beantwoording graag voorafgaand aan het debat over de voortgangsrapportage Goed huren en verhuren in de commissie Bouwen en Wonen op 16 september. Hoogachtend,
PRO Rotterdam | Coolsingel 40 | 3011 AD Rotterdam | fractie@groenlinksrotterdam.nl Kevin van Eikeren PRO