Rotterdam, 22 juli 2026
Schriftelijke vragen Reitema ea over het verbod op de invoer en tussenhandel van goederen uit illegale Israëlische nederzettingen in bezet Palestijnse gebied
Partij: PRO
Aan
het
college
van
burgemeester
en
wethouders
Coolsingel
40
3011
AD
Rotterdam
Rotterdam,
22
juli
2026
SCHRIFTELIJKE
VRAGEN
VERBOD
PRODUCTEN
ILLEGALE
ISRAËLISCHE
NEDERZETTINGEN
IN
BEZET
PALESTIJNS
GEBIED
Geacht
college,
Met
het
nieuwe
coalitieakkoord
zet
Rotterdam
een
historische
stap
vooruit
om
te
voorkomen
dat
de
gemeente
en
de
Rotterdamse
haven
bijdragen
aan
mensenrechtenschendingen
en
schendingen
van
het
internationaal
recht.
Daarbij
kijken
we
kritisch
naar
onze
eigen
verantwoordelijkheden,
maar
ook
naar
de
overheidsorganen
en
andere
partijen
die
de
gemeente
kan
en
zou
moeten
aanspreken.
Het
kabinet
heeft
bekendgemaakt
dat
vanaf
22
september
een
verbod
geldt
op
de
invoer
en
tussenhandel
van
goederen
uit
illegale
Israëlische
nederzettingen
in
bezet
Palestijns
gebied.
Het
verbod
geldt
ook
voor
Nederlandse
bedrijven
die
in
het
buitenland
actief
zijn
en
heeft
als
doel
te
voorkomen
dat
Nederland
met
economische
activiteiten
bijdraagt
aan
de
onrechtmatige
bezetting
en
de
instandhouding
van
illegale
nederzettingen.
Hoewel
dit
onderwerp
ook
in
de
afgelopen
bestuursperiode
meermaals
onder
de
aandacht
van
het
college
is
gebracht,
heeft
dit
nog
niet
geleid
tot
een
wezenlijke
aanscherping
van
het
gemeentelijke
beleid.
Tijdens
het
debat
van
16
juli
2026
over
het
coalitieakkoord
heeft
de
wethouder
toegezegd
het
inkoopbeleid
te
herzien
( en
dat
stond
al
in
het
coalitieakkoord )
en
de
raad
te
informeren
over
de
vervolgstappen
zodra
het
aangekondigde
sanctiebeleid
in
werking
zou
treden.
Nu
dat
moment
is
aangebroken,
verwachten
wij
dat
het
college
voortvarend
uitvoering
geeft
aan
de
ambities
uit
het
coalitieakkoord
en
de
raad
op
korte
termijn
informeert
over
de
concrete
vervolgstappen.
Hierover
hebben
wij
de
volgende
vragen:
1.
Is
het
college
bekend
met
het
aangekondigde
invoerverbod?
2.
Wat
staat
er
momenteel
in
het
Rotterdams
inkoopbeleid
over
mensenrechten
en
hoe
wordt
hier
uitvoering
aan
gegeven?
3.
Hoe
en
wanneer
gaat
het
college
haar
inkoopbeleid
herzien?
4.
Hoe
wordt
voorkomen
dat
de
gemeente
Rotterdam
of
aan
de
gemeente
verbonden
organisaties
via
inkoop,
investeringen,
deelnemingen
of
andere
economische
activiteiten
bijdragen
aan
illegale
nederzettingen
of
andere
ernstige
schendingen
van
het
internationaal
recht?
Wij
zien
de
antwoorden
op
deze
vragen
met
veel
belangstelling
tegemoet.
Hoogachtend,
Sarah
Reitema
Mina
Morkoç
Nadir
Baali