Rotterdam, 17 augustus 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen Meurink over publieke jeugdgezondheidszorg
Partij: D66
Aan
het
College
van
Burgemeester
en
Wethouders
Stadhuis
Rotterdam
Coolsingel
40
3011
AD
Rotterdam
Schriftelijke
vragen
ex.
Art
32
van
het
Reglement
van
Orde
Betreft:
Gat
in
de
zorg
voor
kinderen
in
de
asielopvang
Rotterdam,
14
augustus
2026
Geacht
college,
Uit
berichtgeving
van
het
Algemeen
Dagblad
van
13
augustus
2026
blijkt
dat
er
een
dreigend
gat
lijkt
te
ontstaan
in
de
publieke
jeugdgezondheidszorg
voor
kinderen
in
de
asielopvang.
Lokale
kinderombudsmannen,
waaronder
de
Rotterdamse
ombudsman,
1 slaan
hierover
alarm.
Het
huidige
contract
voor
de
jeugdzorg
zorg
loopt
per
1
oktober
2026
af,
terwijl
de
nieuwe
aanbieder
pas
vanaf
1
juni
2027
start.
Het
gaat
onder
meer
om
vaccinaties,
preventieve
gezondheidscontroles
en
advies.
Kinderen
in
de
asielopvang
hebben
relatief
vaak
te
maken
met
gezondheidsrisicoʼs,
trauma,
onzekerheid
en
frequente
verhuizingen.
Juist
voor
deze
groep
is
laagdrempelige
en
continue
preventieve
jeugdgezondheidszorg
van
groot
belang.
Het
COA
geeft
aan
dat
gesprekken
worden
gevoerd
over
een
oplossing
voor
de
overbruggingsperiode,
maar
dat
hierover
vooralsnog
geen
duidelijkheid
bestaat.
D66
Rotterdam
vindt
het
zorgelijk
dat
kinderen
in
de
asielopvang
mogelijk
gedurende
meerdere
maanden
geen
toegang
hebben
tot
preventieve
jeugdzorg.
Juist
voor
kwetsbare
groepen
is
de
toegang
tot
zorg
van
groot
belang.
Ieder
kind
in
Rotterdam
moet
kunnen
rekenen
op
goede
zorg,
ongeacht
woonplek
of
verblijfsstatus.
Gezien
voorgaande
hebben
wij
de
volgende
vragen
aan
het
college:
1.
Is
het
college
op
de
hoogte
van
het
dreigende
gat
in
de
publieke
jeugdgezondheidszorg
voor
kinderen
in
de
asielopvang
tussen
1
oktober
2026
en
1
juni
2027?
2.
Kan
het
college
aangeven
welke
gevolgen
dit
concreet
kan
hebben
voor
kinderen
die
gedurende
deze
periode
in
Rotterdamse
asielopvanglocaties
verblijven?
3.
Welke
preventieve
jeugdgezondheidszorg
wordt
momenteel
vanuit
de
GGD
Rotterdam-Rijnmond
geleverd
aan
kinderen
in
de
Rotterdamse
asielopvang,
en
welke
onderdelen
van
deze
zorg
dreigen
vanaf
1
oktober
weg
te
vallen?
1
AD,
“ Kinderombudsmannen
slaan
alarm
over
zorggat
voor
kinderen
in
asielopvang ˮ,
13
augustus
2026.
4.
Hoeveel
kinderen
verblijven
momenteel
in
Rotterdamse
asielopvanglocaties
en
vallen
daarmee
onder
deze
specifieke
regeling
voor
jeugdgezondheidszorg?
5.
Kan
het
college
aangeven
hoeveel
kinderen
naar
verwachting
gedurende
de
periode
van
1
oktober
2026
tot
1
juni
2027
gebruik
zouden
moeten
maken
van
preventieve
jeugdgezondheidszorg?
6.
Is
het
college
door
het
COA,
de
GGD
GHOR
of
het
ministerie
van
Volksgezondheid,
Welzijn
en
Sport
betrokken
bij
de
gesprekken
over
een
overbruggingsoplossing?
Zo
ja,
welke
rol
heeft
Rotterdam
hierin?
7.
Is
het
college
bereid
om
bij
het
COA
en
de
betrokken
ministeries
met
klem
aan
te
dringen
op
een
oplossing
waarbij
de
continuïteit
van
de
jeugdgezondheidszorg
vanaf
1
oktober
2026
volledig
wordt
gegarandeerd?
8.
Is
het
college
bereid
deze
kwestie
ook
onder
de
aandacht
te
brengen
van
de
Vereniging
van
Nederlandse
Gemeenten
VNG,
zodat
gezamenlijk
richting
het
Rijk
kan
worden
aangedrongen
op
een
structurele
oplossing?
9.
Klopt
het
dat
de
gemeente
verantwoordelijk
is
voor
het
bieden
van
zorg
aan
deze
groep
kwetsbare
jongeren
wanneer
het
COA
niet
kan
voldoen
aan
de
zorgplicht?
Zo
ja,
is
de
regio
Rotterdam
Rijnmond
in
staat
om
dat
gat
op
te
vangen
en
deze
kinderen
de
jeugdzorg
te
bieden
die
zij
nodig
hebben?
Is
hiervoor
prioritering
voor
nodig
en
zo
ja,
welke?
10.
Kan
de
gemeente
de
eventueel
te
maken
kosten
voor
het
bieden
van
deze
extra
zorg
verhalen
op
het
Rijk?
Of
kunnen
deze
kosten
betrokken
worden
in
de
reeds
gestarte
gesprekken
over
de
nieuwe
aanbesteding?
11.
Kan
de
gemeente
Rotterdam
zelf
een
tijdelijke
oplossing
bieden
of
organiseren
wanneer
het
COA
en
de
landelijke
overheid
er
niet
tijdig
in
slagen
om
de
zorg
voor
deze
kinderen
te
continueren?
Zo
nee,
waarom
niet?
12.
Welke
mogelijkheden
ziet
het
college
om
de
expertise
en
capaciteit
van
de
GGD
Rotterdam-Rijnmond
in
te
zetten
tijdens
de
overbruggingsperiode?
13.
Kan
het
college
aangeven
of
er
op
dit
moment
sprake
is
van
een
risico
op
achterstanden
in
vaccinaties,
preventieve
controles,
screening
of
andere
vormen
van
jeugdgezondheidszorg
bij
kinderen
in
de
Rotterdamse
asielopvang?
14.
Hoe
wordt
voorkomen
dat
kinderen
die
tijdens
de
overgangsperiode
verhuizen
naar
een
andere
opvanglocatie
tussen
wal
en
schip
raken
en
geen
toegang
krijgen
tot
hun
benodigde
preventieve
zorg?
15.
Kan
het
college
de
gemeenteraad
vóór
1
oktober
informeren
over
de
definitieve
oplossing
voor
de
overbruggingsperiode
en
daarbij
inzicht
geven
in
de
wijze
waarop
de
continuïteit
van
zorg
voor
Rotterdamse
kinderen
in
de
asielopvang
wordt
gegarandeerd?
We
zien
uw
beantwoording
met
belangstelling
tegemoet.
Met
vriendelijke
groet,
Pelle
Meurink
D66
Rotterdam