Rotterdam, 13 juli 2026
Schriftelijke vragen Achbar over de wijze waarop de gemeente Rotterdam omgaat met ouders die tijdig een beroep doen op artikel 5 onder b van de Leerplichtwet
Partij: DENK
Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Schriftelijke vragen conform artikel 30 van het Reglement van Orde
Betreft: Thuisonderwijs? De keuze is aan de ouders!
Geachte voorzitter, Naar aanleiding van de brief van de wethouder Onderwijs1 over de wijze waarop de gemeente Rotterdam omgaat met ouders die tijdig een beroep doen op artikel 5 onder b van de Leerplichtwet. De recente uitspraak van de Hoge Raad en de reactie van het college daarop hebben ingrijpende gevolgen voor ouders die een beroep doen op deze wettelijke vrijstelling. De gemeentelijke werkwijze roept daarnaast vragen op over rechtsbescherming, zorgvuldigheid, individuele beoordeling en de juridische status van de Ingrado-handreiking. Daarom wensen wij het college hierover de volgende vragen te stellen: 1. Klopt het dat de gemeente Rotterdam ouders die tijdig een beroep hebben gedaan op artikel 5 onder b van de Leerplichtwet een brief heeft gestuurd waarin staat dat zij volgens de gemeente geen vrijstelling hebben? 2. Klopt het dat in dezelfde brief staat dat dit schrijven geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat ouders daarom geen bezwaar of beroep kunnen instellen? 3. Hoe kan het college uitleggen dat een brief waarin staat dat ouders volgens de gemeente geen vrijstelling hebben, hun kind moeten inschrijven en mogelijk met proces-verbaal worden geconfronteerd, wat volgens de gemeente geen besluit zou zijn waartegen bezwaar openstaat? 4. Welke juridische status kent het college toe aan de brieven die ouders hebben ontvangen: besluit, beleidsmededeling, waarschuwing, informatieve brief, voornemen tot handhaving of een andere juridische handeling? 5. Welke uitleg geeft het college aan de uitspraak van de Hoge Raad, en op welke onderdelen van die uitspraak baseert het college zijn huidige werkwijze? 6. Welke rechtsbescherming hebben ouders volgens het college als zij het niet eens zijn met de conclusie van de gemeente dat zij geen vrijstelling hebben?
1 [26bb005249] Wethoudersbrief Kasmi over Opvolging uitspraak Hoge Raad inzake vrijstelling 5 onder b Leerplichtwet.pdf
7. Welke eigen juridische beoordeling heeft de gemeente Rotterdam gemaakt naast de Ingrado-handreiking, en is het college bereid deze beoordeling met de gemeenteraad te delen? Zo nee, waarom niet? 8. Heeft het college onderzocht of de huidige werkwijze ertoe kan leiden dat kinderen thuis komen te zitten (thuiszitters)? Zo ja, wat is daaruit gekomen? Zo nee, waarom niet? In het handelingskader2 van Ingrado staat het volgende: 'Gemeenten kunnen als startpunt van dit traject alle ouders van deze kinderen actief benaderen.” Het college stelt in zijn eigen brief ouders pas in september 2026 een brief te sturen met een uitnodiging voor een gesprek. Terwijl er dan al vijf maanden zijn verstreken sinds de uitspraak van de Hoge Raad. Deze ouders moeten dus vijf maanden wachten tot zij echt duidelijkheid krijgen van de gemeente.' 9. Baseert de gemeente Rotterdam haar huidige werkwijze rond artikel 5 onder b geheel of gedeeltelijk op de Ingrado-handreiking van 11 juni 2026? 10. Erkent het college dat een handreiking van Ingrado geen wetgeving is en geen zelfstandige wettelijke grondslag kan vormen om een beroep op artikel 5 onder b van de Leerplichtwet buiten toepassing te laten of ouders richting handhaving op grond van de Leerplichtwet te bewegen? 11. Erkent het college dat artikel 5 onder b van de Leerplichtwet nog steeds geldend recht is zolang de wetgever dit artikel niet heeft gewijzigd of afgeschaft, en hoe voorkomt het college dat Rotterdam via uitvoeringsbeleid vooruitloopt op een mogelijke landelijke wijziging van de Leerplichtwet? 12. Waarom heeft het college ervoor gekozen om ouders pas vijf maanden na de uitspraak te benaderen voor een gesprek? 13. Heeft het college signalen gekregen van ouders die zich zorgen maken over deze uitspraak? Zo ja, om hoeveel ouders gaat het? In artikel 23 van de Grondwet3 staat dat iedereen onderwijs mag geven maar dat de overheid toezicht houdt op dit onderwijs. Ook staat er dat de overheid moet zorgen voor voldoende openbare scholen voor iedereen. Maar wat als deze onderwijsvormen alsnog niet passend zijn en niet aansluiten bij de overtuigingen van de ouders. 14. Erkent het college dat openbaar onderwijs niet per definitie aansluit bij de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen van alle ouders? Zo nee, waarom niet? 15. Hoe verhoudt de uitspraak van de Hoge Raad zich met artikel 23 van de Grondwet? 16. Is per kind en per gezin individueel beoordeeld of aan de wettelijke voorwaarden voor artikel 5 onder b is voldaan, of is gekozen voor een algemene lijn op basis van de Ingrado-handreiking?
2 Microsoft Word - Publicatie handreiking 5 onder b 3 Artikel 23: Het openbaar en bijzonder onderwijs | De Nederlandse Grondwet 17. Kan het college onderzoeken of maatwerk mogelijk is voor ouders die tijdig en gemotiveerd een beroep doen op artikel 5 onder b van de Leerplichtwet vanwege godsdienstige of levensbeschouwelijke bedenkingen? Zo nee, waarom niet? 18. Wat is het doel en de juridische status van de aangekondigde gesprekken met ouders, en mogen ouders daarbij een gemachtigde, jurist of vertrouwenspersoon meenemen? Zo nee, waarom niet?
Wij wachten uw beantwoording af.
Met vriendelijke groet,
Faouzi Achbar DENK Rotterdam