Rotterdam, 12 augustus 2026
Schriftelijke vragen Morkoç over de Uitvoeringsagenda Biodiversiteit: Waar blijft het soortenmanagementplan?
Partij: PRO
Aan
het
college
van
burgemeester
en
wethouders
Coolsingel
40
3011
AD
Rotterdam
Rotterdam,
12
augustus
2026
SCHRIFTELIJKE
VRAGEN
WAAR
BLIJFT
HET
SOORTENMANAGEMENTPLAN?
Geacht
college,
We
moeten
in
een
stad
als
Rotterdam
ons
unieke
stads-
en
buurtnatuur
koesteren
en
beschermen.
Om
hieraan
te
voldoen
moeten
we
goed
beleid
hebben
voor
hoe
we
met
onze
kwetsbare
natuur
omgaan.
In
de
uitvoeringsagenda
van
2023
is
opgenomen
dat
er
een
soortenmanagementplan
(SMP)
opgesteld
zou
worden
om
enerzijds
beter
invulling
te
geven
aan
de
zorg
voor
stadsnatuur
en
anderzijds
om
procedures
rondom
de
Wet
natuurbescherming
(nu
Omgevingswet)
te
versnellen.
Een
dergelijk
plan
is
volgens
de
uitvoeringsagenda
biodiversiteit
van
groot
belang
voor
het
voorkomen
van
vertraging
bij
woningbouw,
isolatieprojecten
en
andere
ruimtelijke
ontwikkelingen
in
Rotterdam.
Tot
op
heden
is
er
echter
nog
geen
SMP
vastgesteld
en
lijkt
ook
de
tender
voor
het
opstellen
hiervan
nog
niet
te
zijn
gestart.
In
2024
is
gecommuniceerd
dat
de
SMP
voor
Hoogvliet
zou
worden
aanbesteed,
maar
daarna
hebben
wij
er
niets
meer
over
gehoord.
Dit
roept
vragen
op
over
de
voortgang,
prioritering
en
uitvoering
van
dit
belangrijke
instrument.
Daarom
stellen
wij
de
volgende
vragen:
1.
In
de
Uitvoeringsagenda
Biodiversiteit
uit
2023-2027
is
aangekondigd
dat
een
SMP
zou
worden
opgesteld.
Waarom
is
dit
SMP
tot
op
heden
nog
niet
tot
stand
gekomen?
a.
Welke
andere
acties
uit
de
uitvoeringsagenda,
naast
die
voor
het
opstellen
van
een
SMP,
moeten
nog
worden
uitgevoerd?
2.
Wat
is
op
dit
moment
de
stand
van
zaken
rondom
het
SMP?
Welke
stappen
zijn
sinds
2023
gezet
en
welke
stappen
moeten
nog
worden
doorlopen
voordat
het
plan
kan
worden
vastgesteld?
3.
Wanneer
verwacht
het
college
de
opdracht
voor
het
opstellen
van
het
SMP
aan
te
besteden
en
wanneer
verwacht
het
college
het
definitieve
SMP
te
kunnen
vaststellen?
Kan
het
college
daarbij
een
concrete
planning
geven?
Voor
zover
de
aanbesteding
nog
niet
is
gestart,
wat
is
hiervan
de
reden?
4.
Is
de
aanpak
en
planning
voor
SMP’s
bestuurlijk
vastgesteld?
a.
Zo
ja,
wie
heeft
het
college
hiervoor
geraadpleegd
(ontwikkelaars,
ecologen,
stedenbouwkundigen,
de
welstandscommissie)?
b.
Zo
ja,
kunnen
we
collegebesluitvorming
over
het
SMP
teruglezen
in
de
tweede
herziening
van
de
begroting
voor
dit
jaar?
Zo
nee,
waar
en
wanneer
dan
wel?
5.
Welke
gevolgen
heeft
het
ontbreken
van
een
SMP
tot
nu
toe
gehad
voor
ruimtelijke
ontwikkelingen
in
Rotterdam,
in
het
bijzonder
voor:
a.
woningbouwprojecten;
b.
verduurzaming
(in
brede
zin);
c.
de
uitvoering
van
de
Rotterdamse
Isolatieaanpak?
6.
Op
welke
wijze
werkt
het
college
bij
de
totstandkoming
van
het
SMP
samen
met
1)
de
provincie
Zuid-Holland,
2)
de
Omgevingsdienst
Haaglanden
en
3)
de
diverse
clusters
binnen
de
gemeente?
Welke
afspraken
zijn
hierover
inmiddels
gemaakt
en
welke
concrete
resultaten
hebben
deze
gesprekken
opgeleverd?
7.
Is
er
op
dit
moment
al
sprake
van
een
pre-SMP,
voorlopige
soortenmanagementaanpak
of
een
vergelijkbare
tijdelijke
gebiedsgerichte
werkwijze?
a.
Zo
ja,
wat
houdt
deze
in
en
voor
welke
delen
van
Rotterdam
geldt
deze?
b.
Zo
nee,
is
het
college
voornemens
om
vooruitlopend
op
het
definitieve
SMP
een
dergelijke
aanpak
te
ontwikkelen?
8.
Welke
tijdelijke
maatregelen
neemt
het
college
zolang
er
nog
geen
SMP
is,
om
enerzijds
beschermde
soorten
voldoende
te
beschermen
en
anderzijds
vertraging
bij
woningbouw,
verduurzaming
en
isolatieprojecten
zoveel
mogelijk
te
voorkomen?
9.
Voor
welke
beschermde
soorten
wordt
het
Rotterdamse
SMP
opgesteld?
Is
al
bepaald
welke
soorten
hierin
worden
opgenomen
en
op
basis
van
welke
ecologische
criteria
wordt
deze
selectie
gemaakt?
10.
Kan
het
college
aangeven
of
in
ieder
geval
de
huismus,
gierzwaluw
en
relevante
vleermuissoorten
in
het
SMP
worden
opgenomen?
Wordt
daarnaast
onderzocht
of
ook
andere
gebouwbewonende
soorten,
zoals
de
spreeuw,
onderdeel
kunnen
of
moeten
zijn
van
het
SMP?
11.
Heeft
de
Adviescommissie
Dierenwelzijn
advies
uitgebracht,
of
is
het
college
voornemens
de
commissie
om
advies
te
vragen,
over
het
SMP
en
de
daarin
te
maken
keuzes?
Zo
ja,
kan
het
college
dit
advies
als
bijlage
bij
de
beantwoording
van
deze
schriftelijke
vragen
voegen?
12.
Deelt
het
college
de
opvatting
dat
het,
gelet
op
zowel
de
bescherming
van
de
Rotterdamse
stadsnatuur
als
de
voortgang
van
woningbouw
en
verduurzaming,
van
belang
is
dat
het
SMP
zo
snel
mogelijk
wordt
opgesteld
en
vastgesteld?
Zo
ja,
welke
maatregelen
neemt
het
college
om
dit
proces
te
versnellen?
Bekend
is
dat
meerdere
Nederlandse
gemeenten
(zoals
Utrecht,
Tilburg
en
Capelle
a/d
IJssel)
reeds
een
SMP
hebben
vastgesteld
of
vergevorderd
zijn
met
een
pre-SMP
om
vertraging
bij
woningbouw
en
isolatie
te
voorkomen.
13.
Is
het
college
bereid
om
op
korte
termijn
actief
kennis
op
te
halen
bij
deze
'koplopergemeenten'
om
de
Rotterdamse
aanbesteding
en
het
proces
rondom
het
SMP
te
versnellen
en
bewezen
best
practices
over
te
nemen?
Wij
zien
de
antwoorden
op
deze
vragen
met
veel
belangstelling
tegemoet.
Hoogachtend,
Mina
Morkoç
PRO