Rheden, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen (artikel 44 RvO) van fractie PRO over aanpak jeugdcriminaliteit
Datum vraag: 18 september 2026 Indiener: Tessa van Prooijen Datum antwoord:
Aanleiding : In mei 2026 verscheen de Zembla aflevering [Honderden miljoenen euro’s voor preventie](https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/honderden-miljoenen-euros-voor-preventie-jeugdcriminaliteit-weggegooid-geld)
[jeugdcriminaliteit 'weggegooid geld’ - Zembla - BNNVARA](https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/honderden-miljoenen-euros-voor-preventie-jeugdcriminaliteit-weggegooid-geld) naar aanleiding van het landelijke
kwaliteitskader _‘Wat Werkt Laten Werken’_ . Daarin staat een duidelijke boodschap aan gemeenten:
investeer alleen in programma’s die aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen van
jeugdcriminaliteit. Als niet bekend is of een aanpak werkt, moet ook onderzocht worden wat het
effect ervan is.
PRO vindt dat jongeren recht hebben op ondersteuning die werkt. Daarom willen wij weten of de
projecten en programma’s die onze gemeente inzet om jeugdcriminaliteit te voorkomen ook
daadwerkelijk resultaat opleveren. Niet omdat we minder willen doen aan preventie, maar juist
omdat we willen investeren in maatregelen die jongeren echt helpen en onze samenleving veiliger
maken.
1. Welke programma's, projecten en interventies gericht op het voorkomen van jeugdcriminaliteit worden momenteel binnen de gemeente uitgevoerd of financieel ondersteund?
Antwoord:
2. [Het NJi heeft een databank met effectieve jeugdinterventies: Databank Effectieve](https://www.nji.nl/databanken/interventies) [jeugdinterventies | Nederlands Jeugdinstituut. Zijn er interventies gericht op het voorkomen](https://www.nji.nl/databanken/interventies) van jeugdcriminaliteit die door de gemeente worden uitgevoerd of gefinancierd en die niet zijn erkend of niet als effectief zijn beoordeeld door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi)? Zo ja, om welke interventies gaat het, welke middelen zijn hiermee gemoeid en op basis van welke overwegingen heeft het college desondanks besloten deze te ondersteunen?
Antwoord:
3. Is het college bereid te stoppen met (het financieren van) jeugdinterventies waarvan de effectiviteit niet is aangetoond?
Antwoord:
De afgelopen maanden heeft de gemeente geïnvesteerd in de inzet van straatcoaches in onze gemeente. Deze aanpak lijkt bij te dragen aan meer contact met jongeren en het voorkomen van
overlast. Juist daarom vinden wij het belangrijk om te weten welke elementen van deze aanpak effectief zijn gebleken en hoe deze kennis wordt gebruikt bij de verdere ontwikkeling van het preventieve jeugdbeleid.
4. Op welke wijze gebruikt het college de ervaringen en resultaten van de inzet van straatcoaches bij het ontwikkelen van toekomstige maatregelen ter voorkoming van jeugdcriminaliteit? Wordt daarbij ook onderzocht welke onderdelen van deze aanpak effectief zijn en kunnen worden uitgebreid?
Antwoord: