Peel en Maas, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Geadresseerde Fractie VVD t.a.v. mevr. Danielle Verbugt
Datum 22 september 2026
Wilhelminaplein 1
5981 CC Panningen
T (077) 306 66 66
E info@peelenmaas.nl
www.peelenmaas.nl
Zaak 1894/2026/3448539 Document 1894/2026/3453226 Van Onderwerp Art. 32 vragen fractie VVD Peel en Maas - Veiligheidsgevoel en opvolging van gemelde onveilige locaties in Peel en Maas
Geachte mevrouw Verbugt,
Op 26 augustus heeft u vragen gesteld over veiligheidsgevoel en opvolging van gemelde onveilige locaties in Peel en Maas. Hieronder onze antwoorden op de vragen.
1. Op welke wijze heeft het college de signalen over locaties waar inwoners zich onveilig voelen, die via Pointer, het AD en de daaropvolgende aanvullende meldingen naar voren zijn gekomen, beoordeeld en opgevolgd?
Het college neemt signalen van onveiligheid en onveiligheidsgevoelens serieus. Signalen die door inwoners of via partners zoals politie, BOA's, jongerenwerk of andere organisaties worden gemeld, worden geregistreerd en beoordeeld op basis van een integraal beeld. Er wordt gekeken naar onder andere de aard van het signaal, de ervaringen van betrokkenen, objectieve gegevens zoals meldingen bij politie en BOA’s, fysieke kenmerken van een locatie en relevant gemeentelijk beleid, zoals het beleidsplan openbare verlichting. We maken daarbij onderscheid tussen veiligheidsbeleving en objectieve veiligheid, zonder het belang van beide uit het oog te verliezen. Veiligheidsbeleving is een relevant signaal, maar vraagt om een zorgvuldige beoordeling om voldoende context en duiding.
Tegen deze achtergrond heeft het college ook kennisgenomen van de via Pointer en het AD gepubliceerde locaties waar inwoners hebben aangegeven zich onveilig te voelen. We hebben de enquêteresultaten destijds bekeken. De inventarisatie was (en is) gebaseerd op anonieme meldingen, veelal zonder concrete toelichting of nadere context. Daardoor ontbreken voldoende aanknopingspunten om de signalen goed te kunnen duiden, verifiëren of gericht op te volgen. Anders dan bij rechtstreeks gemelde signalen bestond bovendien niet de mogelijkheid om met melders in gesprek te gaan om meer inzicht te krijgen in wat er precies speelt. Om deze reden vormde de inventarisatie op zichzelf geen aanleiding voor nader onderzoek of maatregelen. Onderzoeken zoals dat van Pointer kunnen een signalerende functie hebben, maar bieden niet altijd voldoende informatie om te komen tot een zorgvuldige beoordeling of (gemeentelijke) opvolging.
Dat de Pointer-inventarisatie niet tot afzonderlijke acties heeft geleid, betekent dus niet dat signalen over onveiligheid niet worden opgepakt. De gemeente kent diverse voorbeelden waarbij concrete signalen van inwoners of partners aanleiding zijn geweest om een locatie nader te beoordelen en waar nodig maatregelen te treffen. Een terugkerend voorbeeld betreft signalen van inwoners die zich onveilig voelen op locaties die als donker worden ervaren of waarbij verlichting als aandachtspunt wordt genoemd. Deze signalen worden beoordeeld volgens de hierboven beschreven werkwijze. Afhankelijk van de uitkomsten kan dit leiden tot maatregelen, zoals aanpassingen in de inrichting van de openbare ruimte of het aanpassen en uitbreiden van de openbare verlichting, bijvoorbeeld door het plaatsen van een extra lichtmast. Daarnaast zien we ook dat inwoners zelf actie ondernemen, zoals het verzoek aan mede-buurtbewoners om de eigen buitenverlichting zoveel mogelijk aan te zetten en te houden.
2. Hoe heeft het aantal gemelde locaties waar inwoners zich onveilig voelen zich sinds de eerdere inventarisatie ontwikkeld? Zijn er sindsdien nieuwe locaties bijgekomen en hoe gaat het college om met deze aanvullende signalen?
Wij houden geen afzonderlijke registratie bij van locaties die via het Pointer-onderzoek zijn genoemd. We kunnen dan ook niet aangeven of op die kaart locaties zijn bijgekomen of verdwenen.
3. Welke ontwikkelingen hebben zich sinds de inventarisatie voorgedaan op de gemelde locaties en welke maatregelen of aanpassingen zijn naar aanleiding daarvan overwogen of uitgevoerd? Kan het college hiervan voorbeelden geven?
Zoals beschreven in de beantwoording van vraag 2, worden de via Pointer gepubliceerde locaties niet afzonderlijk gevolgd of geregistreerd. Dat neemt niet weg dat wij met enige regelmaat signalen ontvangen van inwoners of groepen inwoners over situaties die als onveilig worden ervaren. Dergelijke signalen worden opgepakt volgens de werkwijze zoals beschreven bij vraag 1.
4. Welke afwegingen maakt het college bij het bepalen of en welke maatregelen nodig zijn op een locatie waar inwoners een gevoel van onveiligheid ervaren?
Het college beoordeelt signalen die bij ons binnenkomen op basis van een integraal beeld. Zie ook het antwoord op vraag 1.
5. Op welke wijze beoordeelt het college of genomen maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan de veiligheid én aan het veiligheidsgevoel van inwoners?
Het college bekijkt per maatregel welke resultaten passend én mogelijk zijn om te meten, afhankelijk van het soort maatregel en het probleem dat ermee moet worden opgelost. Daarbij wordt gekeken naar ontwikkelingen in meldingen, incidenten, signalen van partners en de ervaringen van betrokken inwoners. Het college realiseert zich dat objectieve veiligheid en veiligheidsbeleving niet altijd één op één samenvallen. Daarom worden beide aspecten betrokken bij de beoordeling van het effect van maatregelen.
6. Hoe kijkt het college aan tegen het opnieuw beoordelen van de eerder gemelde locaties, nu er enige tijd is verstreken sinds de inventarisatie? Welke rol kunnen actuele signalen van inwoners daarbij spelen?
Zoals beschreven in de beantwoording van vraag 1, bood en biedt de Pointer-inventarisatie onvoldoende aanknopingspunten om de betreffende locaties gericht te volgen of periodiek opnieuw te beoordelen. Het college ziet daarom geen aanleiding om alle via Pointer gemelde locaties opnieuw te beoordelen. Nieuwe signalen die we rechtstreeks ontvangen, worden uiteraard wel beoordeeld.
7. Welke rol ziet het college voor de gemeente en haar maatschappelijke partners bij het versterken van een veilige en respectvolle openbare ruimte, en welke rol ligt hierin bij inwoners zelf?
Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, inwoners en maatschappelijke partners.
De rol van de gemeente is het ontvangen en registreren van signalen, het voeren van regie op de nadere duiding daarvan en, indien van toepassing, het organiseren van samenwerking tussen betrokken inwoners en relevante partners. Afhankelijk van de aard van het vraagstuk zorgt de gemeente voor afstemming en informatie-uitwisseling.
Gemeente Peel en Maas 1894/2026/3453226 Pagina 2 van 3
Het college vindt het belangrijk dat inwoners signalen van onveiligheid, onveiligheidsgevoelens en andere zorgen actief melden. Ook kunnen inwoners zelf bijdragen aan de veiligheid en leefbaarheid van hun omgeving, bijvoorbeeld door elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag, initiatieven te nemen in de buurt of samen te werken aan praktische oplossingen.
8. Op welke wijze worden signalen over onveilige locaties binnen de gemeente momenteel verzameld, geregistreerd, beoordeeld en opgevolgd, en waar ziet het college mogelijkheden om deze aanpak verder te versterken?
Signalen kunnen worden ontvangen via inwoners (via bijvoorbeeld de BuitenBeter app), politie, Boa's, jongerenwerk, maatschappelijke partners en gemeentelijke medewerkers. Signalen worden geregistreerd in ons zaaksysteem. Signalen worden beoordeeld op de wijze zoals beschreven in de beantwoording van vraag 1.
Het college blijft inzetten op een goede verbinding tussen verschillende informatiebronnen, zodat veiligheidsbeleving en objectieve informatie gezamenlijk de basis vormen voor afgewogen keuzes en interventies. Daarnaast helpen meldingen van inwoners en partners om terugkerende aandachtspunten en ontwikkelingen in beeld te krijgen. Op die manier dragen signalen niet alleen bij aan de beoordeling van individuele situaties, maar ook aan het verder verbeteren van beleid en beheer en inrichting van de openbare ruimte.
9. Hoe worden inwoners op dit moment betrokken bij het signaleren en verbeteren van de veiligheid en het veiligheidsgevoel in de openbare ruimte, en welke mogelijkheden ziet het college om deze betrokkenheid verder te vergroten?
Het college hecht grote waarde aan de betrokkenheid van inwoners bij veiligheid en leefbaarheid. Inwoners zijn de ogen en oren van de gemeente en zien, horen en ervaren vaak als eerste ontwikkelingen in hun straat, buurt of kern. Daarom is het van belang dat gevoelens van onveiligheid, concrete veiligheidsproblemen en situaties waarbij sprake is van een zogenoemd "niet-pluisgevoel" worden gemeld bij de gemeente, politie of andere daarvoor bestemde instanties. Samen met de melder(s) kan dan worden bekeken of en op welke wijze de veiligheid (objectief en subjectief) kan worden vergroot. We zien daarbij ook goede initiatieven gericht op het verbeteren van de veiligheid en leefbaarheid uit de gemeenschap zelf, zoals Whatsapp buurtpreventie en werkgroepen veiligheid.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Peel en Maas,
de gemeentesecretaris/directeur, de burgemeester, K.H. Werps-Aerts B.C.M. Vostermans
Gemeente Peel en Maas 1894/2026/3453226 Pagina 3 van 3