Overbetuwe, 25 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vraagnummer: S- 756 (327566)
Datum indiening: 28-8-2026
Onderwerp: proces Uitvoering Spreidingswet
Naam indiener: Evert Westerbeek, D66 Overbetuwe
Aan de leden van het college van Burgemeester en Wethouders,
Inleiding/Aanleiding Op 27 juli 2026 is door AKD Advocaten, namens het college van B&W van Overbetuwe, een brief gestuurd aan het Ministerie van Asiel & Migratie, t.a.v. Mevr. Morren om bezwaar te maken tegen de opschaling van de gemeente in trede 3 van de escalatieladder.
De fractie van D66 Overbetuwe betreurt dat het college tijd, geld en energie steekt in procedurele stappen en daarmee de interbestuurlijke samenwerking verder onder druk zet in plaats van die tijd, geld en energie te steken in de daadwerkelijke realisatie van opvang voor asielzoekers en statushouder. Los daarvan hebben wij de volgende vragen n.a.v. de brief.
Toelichting vraag 1 In de AKD-brief wordt gesproken over een afgerond locatieonderzoek per februari 2026. In de brief van 22-4-2026 die door de gemeentesecretaris, namens het college, is verstuurd aan diezelfde mevr. Morren staat het volgende: _“Het locatieonderzoek bevindt zich momenteel in fase 1. In deze fase zijn diverse potentiële_ _locaties in kaart gebracht en in hoofdlijnen getoetst aan vastgestelde criteria. Het betreft hierbij_ _een combinatie van locaties in gemeentelijk eigendom, locaties aangeboden door particuliere_ _vastgoedeigenaren en locaties aangeboden door ontwikkelaars. De resultaten van deze fase_ _zullen worden voorgelegd aan het nieuw te vormen college, waarna verdere besluitvorming zal_ _plaatsvinden over de vervolgstappen in het proces. Op basis van de huidige planning wordt_ _voorzien dat, na bestuurlijke besluitvorming door het nieuw te vormen college, fase 2 zal worden_ _gestart.”_
Vraag 1a: klopt het dat het locatieonderzoek tenminste 2 fases bevat? Vraag 1b: klopt het dat met de formulering _“…bevindt zich momenteel in fase 1.”_ is bedoeld te zeggen dat fase 1 nog loopt en dus niet is afgerond? Vraag 1c: kan het college uitleggen waarom in de AKD brief wordt gesteld dat het locatieonderzoek in februari 2026 is afgerond terwijl het zich in april 2026 in fase 1 bevond? Vraag 1d: Klopt het dat de toetsing van de geïnventariseerde locaties aan de vastgestelde criteria ambtelijk heeft plaatsgevonden en niet heeft geresulteerd in bestuurlijke besluitvorming door het vorige college? Vraag 1e: als het antwoord op vraag 1d ‘Ja’ is, waarom spreekt de AKD-brief over een ‘afgerond locatieonderzoek’ als dat onderzoek geen bestuurlijke status heeft? Vraag 1f: als het antwoord op vraag 1d ‘Nee’ is, kan het college dan aangeven wanneer bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden waarbij de locaties zijn getoetst aan de vastgestelde criteria? Vraag 1g: Klopt het dat het locatieonderzoek feitelijk niet is afgerond, maar dat het huidige college het locatieonderzoek als ‘afgerond’ beschouwd omdat er niet langer aan wordt gewerkt, maar er een nieuwe projectopdracht is gemaakt?
Toelichting vraag 2
Op 27 januari 2027 heeft de raad een motie van GBO aangenomen, die het college verzocht om: _“de raad actief, tijdig en voorafgaand aan het starten van nieuwe processtappen te informeren_ _over de voortgang van het AZC-dossier, waaronder in ieder geval:_
_• de overgang van de oriënterende fase naar een verdiepend locatieonderzoek;_
_• het moment waarop één of meerdere locaties als kansrijk worden aangemerkt; …”_
Vraag 2a: klopt het dat fase 1 overeenkomt met de oriënterende fase? Vraag 2b: klopt het dat de raad tot op heden niet is geïnformeerd over de overgang naar een verdiepende fase? Vraag 2c: als het antwoord op vraag 2b ‘Ja’ is, kan daaruit geconcludeerd worden dat het locatieonderzoek nog altijd in fase 1, de oriënterende fase zit? Vraag 2d: als het antwoord op vraag 2b ‘Nee’ is, wanneer is de raad dan geïnformeerd over het afronden van de oriënterende fase?
Toelichting vraag 3 In het collegevoorstel staat dat “ _er geen kosten verbonden zijn aan het laten versturen van deze_ _brief_ ”. Het laten opstellen van de brief door AKD heeft ongetwijfeld geld gekost en het is aannemelijk dat er vervolgcorrespondentie ontstaat, waarvoor kosten gemaakt gaan worden (in de vorm van ambtelijke inzet of advocatenkosten).
Vraag 3a: wat zijn de reeds gemaakte kosten en wat zijn de verwachte kosten voor de verdere afhandeling van deze procedure? Vraag 3b: uit welk budget worden deze kosten betaald?
Toelichting vraag 4 De brief van AKD is een reactie op de brief van het Ministerie van A&G van 6 juli 2026. In deze brief staat: _“Gelet op de urgentie van de opgave wil ik nogmaals het belang onderstrepen dat_ _alle gemeenten hun bijdrage leveren aan de opvang, op de langere termijn maar ook voor de_ _acute korte termijn.”_ De minister doet deze oproep voor solidariteit tussen gemeenten in een context van overvolle opvangcentra en in de wetenschap dat het COA bestaande AZC’s langer open moeten houden omdat er elders in Nederland onvoldoende (nood)opvangplekken worden aangeboden. De brief van AKD is erop gericht om als Overbetuwe niet ingedeeld te worden in trede 3. Dat is een zuiver procedureel punt en voer voor juristen, maar draagt niks bij aan de oplossing voor het tekort aan opvangplekken. Het college voert aan dat het besluit van het ministerie schadelijk is voor de goede naam van de gemeente.
Vraag 4a: Hoe draagt het, eventueel, terugdraaien van de indeling in trede 3 naar trede 2 bij aan de wettelijke taak om per 1 juli 2027 voldoende opvangplaatsen voor asielzoekers te realiseren? Vraag 4b: Hoe denkt het college vanuit deze procedurele weerstand tegen het besluit van het ministerie te komen tot een constructieve samenwerking, gericht op het leveren van een redelijke bijdrage aan de opvang, op de langere termijn maar ook voor de acute korte termijn? Vraag 4c: Is het college van mening dat een juridische strijd met het ministerie bijdraagt aan de goede naam van de gemeente Overbetuwe?
Ondertekening: _Evert Westerbeek, D66 Overbetuwe_