Opmeer, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
AFDOENING POLITIEKE VRAGEN
abel registratiegegevens Col2 Documentnummer 10071 Zaaknummer 04328395 Onderwerp Beantwoording politieke vragen asbestsanering gemeentehuis Datum vergadering 8 september 2026 Portefeuillehouder Wethouder H. P. J. M. Ter Veen Inleiding
Op 8 juli 2026 heeft de fractie KERN8 politieke vragen gesteld over het raadsvoorstel voor het
aanvullende krediet van € 148.000 voor de asbestsanering in het gemeentehuis. Hieronder worden de
vragen afzonderlijk en zo feitelijk mogelijk beantwoord.
Vraag 1
Kan het college schriftelijk en feitelijk uiteenzetten:
a. wanneer de mogelijke aanwezigheid van asbest voor het eerst is geconstateerd;
b. wanneer het onderzoek is uitgevoerd;
c. wanneer de rapportage is opgesteld en definitief is geworden;
d. wanneer de gemeente, de portefeuillehouder en het college hiervan kennis hebben genomen;
e. welke betekenis de wateroverlast in het weekend van 30 mei feitelijk nog heeft gehad?
Antwoord op vraag 1
In bijgevoegde RIB staat een feitelijke beschrijving van de gang van zaken.
Vraag 2
Kan het college de onderliggende asbestrapportage van 18 mei, inclusief eventuele bijlagen,
aanvullingen en vervolgonderzoeken, aan de raad verstrekken?
Antwoord op vraag 2
Ja. De asbestinventarisatie van Prevent Asbest BV, projectnummer 2025-1-0802, versie 3 van 18 mei
2026, is bij de RIB gevoegd. Daarnaast is de eindbeoordeling van SGS Search Laboratorium B.V. van
27 juli 2026 beschikbaar gesteld. Deze eindbeoordeling heeft plaatsgevonden nadat de betreffende
asbesthoudende toepassing in juli 2026 is verwijderd.
Vraag 3
Kan het college schriftelijk verklaren of er tijdens de raadsvergadering een andere en feitelijk onjuiste
aanleiding en tijdlijn aan de raad is meegedeeld, en zo ja, waarom?
Antwoord op vraag 3
Zie de RIB.
Er is tijdens de raad inderdaad geen complete feitelijke informatie meegedeeld en de tijdlijn was ook
niet compleet. Dit wordt door het college betreurd en gecorrigeerd middels de RIB.
Vraag 4
Indien het college onjuiste informatie heeft verstrekt, kan het college deze formeel corrigeren en deze
correctie actief aan alle raadsleden verstrekken?
Antwoord op vraag 4
Ja.
Zie de RIB.
Vraag 5
Kan het college uiteenzetten welke maatregelen het college neemt om te voorkomen dat de raad op
basis van onvolledige of feitelijk onjuiste informatie een besluit moet nemen?
Antwoord op vraag 5
Het college onderschrijft het belang van juiste, volledige en controleerbare informatievoorziening aan
de gemeenteraad.
Bij de voorbereiding van de beantwoording van uw vragen zijn de beschikbare onderzoeksgegevens en
de verschillende versies van de onderzoeksrapportage opnieuw naast elkaar gelegd. Daaruit is
gebleken dat de tijdens de raadsvergadering gegeven mondelinge toelichting niet overeenkwam met
de feitelijke tijdlijn uit de onderzoeksrapportages en dat niet alle informatie bekend was.
Bij toekomstige voorstellen waarbij technische onderzoeksrapportages een belangrijke rol spelen,
wordt nadrukkelijker geborgd dat de bestuurlijke toelichting aansluit op de onderliggende
onderzoeksgegevens en dat relevante data en bevindingen voorafgaand aan de behandeling worden
gecontroleerd en volledig is. Indien achteraf blijkt dat verstrekte informatie feitelijk niet juist is, wordt
de gemeenteraad hierover actief geïnformeerd en wordt deze informatie gecorrigeerd.
Vraag 6
Kan het college een volledig overzicht verstrekken van:
a. de delen van het gemeentehuis die op asbest zijn onderzocht;
b. de gehanteerde onderzoeksmethode en eventuele beperkingen daarvan;
c. de delen van het gebouw die niet of slechts beperkt zijn onderzocht;
d. de locaties waar volgens het college mogelijk nog verborgen asbest aanwezig is;
e. de risico's die kunnen ontstaan bij toekomstige werkzaamheden, beschadigingen, lekkages of
andere incidenten?
Antwoord op vraag 6
De asbestinventarisatie van Prevent Asbest BV heeft betrekking op de onderzochte oudbouw van het
gemeentehuis. De rapportage omschrijft de reikwijdte als een gedeelte van het bouwwerk, zijnde de
oudbouw binnen het aangegeven onderzoeksgebied. De rapportage is geschikt verklaard voor
volledige renovatie of totaalsloop binnen deze onderzochte bouwkundige eenheid. Met ‘onderzochte
bouwkundige eenheid’ wordt hier het deel van de oudbouw bedoeld dat binnen het aangegeven
onderzoeksgebied van de inventarisatie viel.
Het onderzoek bestond uit visuele inspectie, bemonstering en licht destructief en aanvullend
destructief onderzoek. Bij destructief onderzoek worden plaatselijk constructiedelen geopend om ook
materialen te kunnen onderzoeken die bij een reguliere visuele inspectie niet zichtbaar of bereikbaar
zijn.
Met de uitgevoerde inventarisaties en aanvullende onderzoeken is de aanwezigheid van asbest binnen
de onderzochte oudbouw in kaart gebracht. De nieuwbouw valt vanwege het bouwjaar buiten de scope
van de inventarisatie. Uit het onderzoek bleek onder andere dat boven de foyer, entree en een
gedeelte van Burgerzaken circa 111 m² niet-hechtgebonden asbesthoudende plafondbeplating
aanwezig was. Deze toepassing bevatte amosiet en chrysotiel en was voor verwijdering ingedeeld in
risicoklasse 2A. De risicoklasse heeft betrekking op de wijze waarop het materiaal moet worden
verwijderd en de beheersmaatregelen die daarbij noodzakelijk zijn. Uit de rapportage volgde geen
direct risico in de bestaande situatie.
Dit betekent dat voor het verwijderen van deze toepassing specifieke beheersmaatregelen nodig zijn
om verspreiding van asbestvezels tijdens de sanering te voorkomen. ‘Geen direct risico in de
bestaande situatie’ betekent dat uit de rapportage geen acute blootstellingssituatie volgde zolang het
materiaal intact en onberoerd bleef. Dit betekent niet dat geen maatregelen nodig zijn wanneer
werkzaamheden het materiaal kunnen raken of verstoren.
De betreffende plafondbeplating is inmiddels gesaneerd. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten
is voor de lopende verduurzamingswerkzaamheden geen aanvullend asbestonderzoek noodzakelijk.
Verder zijn geen specifieke locaties geïdentificeerd waar verborgen asbest wordt vermoed. Wel kan bij
afgesloten constructiedelen in bestaande bouw nooit volledig worden uitgesloten dat nog
asbesthoudende materialen aanwezig zijn. Indien aanwezige asbesthoudende materialen worden
beschadigd door verbouwing, lekkage of andere incidenten, kan vezelvrijgave ontstaan. Daarom wordt
voorafgaand aan werkzaamheden beoordeeld of aanvullende inventarisatie of beheersmaatregelen
nodig zijn.
Vraag 7
Kan het college uitleggen waarom het college de nu aangetroffen toepassing wel direct wil saneren,
terwijl voor mogelijk ander verborgen asbest geen nader onderzoek wordt voorgesteld?
Antwoord op vraag 7
Zie de RIB
Vraag 8
Kan het college inzichtelijk maken welke risicoafweging, beheersmaatregelen en inhoudelijke en
financiële afweging aan dit onderscheid ten grondslag liggen?
Antwoord op vraag 8
Zie de RIB
Bij deze afweging speelde mee dat het gemeentehuis reeds als bouwlocatie was ingericht en dat de
betreffende constructiedelen in het kader van de werkzaamheden toegankelijk waren.
Wanneer de sanering zou worden uitgesteld, zou bij toekomstige werkzaamheden opnieuw rekening
moeten worden gehouden met de aanwezige asbesttoepassing. Daarbij zouden mogelijk opnieuw
voorzieningen moeten worden getroffen voor onder andere bouwplaatsinrichting, afscherming,
containment en herstel en zou opnieuw verstoring van de bedrijfsvoering kunnen ontstaan.
Het onafhankelijke advies van Deken Adviesbureau gaf aan dat.
_“Gezien het feit dat sprake is van een niet-hechtgebonden toepassing in een publiek toegankelijke_
_ruimte adviseer ik de asbesthoudende materialen te laten saneren en daarmee geen enkel risico te_
_nemen op mogelijke blootstelling van bezoekers, gebruikers en werknemers._
_Daarnaast is het de vraag of de voorgenomen verduurzamingswerkzaamheden en/of toekomstig_
_onderhoud in de betreffende ruimte daadwerkelijk kan worden uitgevoerd zonder het risico te lopen_
_dat de aanwezige plafondbeplating wordt geraakt of verstoord. Indien dat risico niet met zekerheid_
_kan worden uitgesloten, is sanering voorafgaand aan de werkzaamheden vanuit het oogpunt van_
_veiligheid en naleving van de geldende wet- en regelgeving verplicht.”_
Hieruit blijkt dat er een verplichting is om te saneren.
Voor de benodigde besluitvorming speelde daarnaast de raadsplanning een rol. Om de sanering tijdens
de lopende werkzaamheden te kunnen uitvoeren, was besluitvorming over het aanvullende krediet in
juni nodig; de eerstvolgende reguliere mogelijkheid voor besluitvorming zou anders pas in september
zijn.
Vraag 9
Kan het college aangeven op basis waarvan wordt aangenomen dat mogelijk ander verborgen asbest
geen relevant risico vormt?
Antwoord op vraag 9
Met de uitgevoerde inventarisaties en aanvullende onderzoeken is de aanwezigheid van asbest binnen
de onderzochte bestaande bouw in kaart gebracht.
De inventarisatie is uitgevoerd in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden en is binnen de
onderzochte bouwkundige eenheid geschikt verklaard voor volledige renovatie of totaalsloop.
Op basis van de huidige onderzoeksresultaten bestaan voor de lopende
verduurzamingswerkzaamheden geen concrete aanwijzingen dat aanvullend asbestonderzoek
noodzakelijk is.
De bekende asbesthoudende plafondbeplating die onderdeel uitmaakte van de huidige
werkzaamheden is inmiddels gesaneerd.
Wanneer in de toekomst werkzaamheden worden uitgevoerd aan of nabij nog aanwezige bekende
asbesthoudende toepassingen, wordt op basis van de beschikbare inventarisatie vooraf bepaald welke
beheersmaatregelen of saneringswerkzaamheden noodzakelijk zijn.
Vraag 10
Kan het college aangeven of het bereid is een integraal asbestbeheerplan of een gefaseerd aanvullend
onderzoeksplan voor het gemeentehuis op te stellen, zodat voor medewerkers, bestuur en raad
duidelijk is waar asbest aanwezig of vermoedelijk aanwezig is en onder welke omstandigheden
maatregelen noodzakelijk zijn?
Antwoord op vraag 10
De beschikbare informatie over asbest in het gemeentehuis wordt centraal vastgelegd in het
zaaksysteem. Hierbij worden de historische inventarisatie en sanering uit 2012, de inventarisatie uit
2025, de aanvullende onderzoeken uit mei 2026 en de in juli 2026 uitgevoerde sanering betrokken.
Met de uitgevoerde inventarisaties en aanvullende onderzoeken is de aanwezigheid van asbest binnen
de onderzochte bestaande bouw in kaart gebracht. Op basis van de huidige onderzoeksresultaten is
voor de lopende verduurzamingswerkzaamheden geen aanvullend asbestonderzoek noodzakelijk.
De beschikbare informatie wordt gebruikt als uitgangspunt voor het beheer en voor toekomstige
onderhouds-, renovatie- en verbouwingswerkzaamheden. Hiermee is inzichtelijk welke
asbesthoudende toepassingen zijn aangetroffen, welke inmiddels zijn verwijderd en met welke
bekende toepassingen bij toekomstige werkzaamheden rekening moet worden gehouden.
Indien in de toekomst werkzaamheden plaatsvinden aan of nabij een nog aanwezige bekende
asbesthoudende toepassing, wordt vooraf bepaald welke beheersmaatregelen of
saneringswerkzaamheden noodzakelijk zijn.