Opmeer, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Verzonden: dinsdag 10 maart 2026 08:56
Onderwerp: Re: FW: Afwijzing MM010 asbest + vraag veiligheid dak werkzaamheden Opmeer (PRTE-250013)
Goedemorgen
Ik heb de opgestelde rapportage doorgenomen.
De aangetroffen plafondbeplating betreft een niet-hechtgebonden asbesthoudende toepassing welke licht beschadigd is. Op basis van de huidige situatie kan worden gesteld dat de bron onder de bestaande gebruiksomstandigheden geen direct en acuut risico vormt voor mens en milieu, zolang het materiaal niet wordt verstoord of mechanisch wordt belast.
Het gebouw betreft een gemeentehuis en daarmee een publiek toegankelijk pand. In de ruimte waarin zich het asbesthoudende materiaal bevindt, kunnen zich bezoekers, medewerkers en overige gebruikers bevinden. In dergelijke situaties geldt een verhoogde zorgplicht voor de gebouweigenaar om mogelijke blootstelling aan asbestvezels te voorkomen. Deze zorgplicht volgt onder meer uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoofdstuk 4, afdeling 5 – Asbest), waarin is vastgelegd dat werkgevers moeten voorkomen dat werknemers worden blootgesteld aan asbestvezels, en uit het Asbestverwijderingsbesluit 2005, waarin de voorwaarden voor het verwijderen van asbesthoudende toepassingen zijn vastgelegd.
Gezien het feit dat sprake is van een niet-hechtgebonden toepassing in een publiek toegankelijke ruimte adviseer ik de asbesthoudende materialen te laten saneren en daarmee geen enkel risico te nemen op mogelijke blootstelling van bezoekers, gebruikers en werknemers.
Ik begrijp dat vanuit kostenoverwegingen soms een afweging wordt gemaakt om aanwezige asbesthoudende toepassingen tijdelijk te beheersen in plaats van direct te verwijderen. In dit geval dient echter te worden meegewogen dat, indien bij de
voorgenomen verduurzamingswerkzaamheden of bij toekomstig onderhoud mogelijk contact ontstaat met het desbetreffende plaatmateriaal en dan een reële kans ontstaat op een vezelemissie. De mogelijke gevolgen van een dergelijke emissie in een publieke ruimte kunnen aanzienlijk zijn, zowel vanuit gezondheidskundig als bestuurlijk en juridisch perspectief.
Daarbij moet tevens worden onderkend dat er in dit geval sprake is van voorkennis van de aanwezigheid van niet-hechtgebonden asbest in een publieksruimte, zoals vastgelegd in de uitgevoerde inventarisatie en de door Prevent Asbest B.V. met projectnummer 2025-1-0802 d.d. 3 oktober 2025 opgestelde rapportage. Deze voorkennis brengt een extra verantwoordelijkheid met zich mee voor de gebouweigenaar om passende maatregelen te treffen.
Zoals in het onderliggende e-mailverkeer door Schadenberg wordt aangegeven, kan er formeel voor worden gekozen om voor de aangetroffen toepassing(en) een asbestbeheersplan op te stellen. Een dergelijk beheersplan kan worden opgesteld om de aanwezigheid van asbesthoudende materialen te registreren, periodiek te monitoren en maatregelen vast te leggen om beschadiging of verstoring van het aanwezige niethechtbonden materiaal te voorkomen.
Hoewel het opstellen van een dergelijk beheersplan tot de mogelijkheden behoort en desgewenst kan worden verzorgd, adviseer ik dit in deze specifieke situatie niet als voorkeursoplossing. Gezien de aard van de toepassing (niet-hechtgebonden), de lichte beschadiging van het materiaal en de ligging in een publiek toegankelijke ruimte zou ik als gemeente bestuur kiezen voor het saneren van de desbetreffende toepassing.
Daarnaast is het de vraag of de voorgenomen verduurzamingswerkzaamheden en/of toekomstig onderhoud in de betreffende ruimte daadwerkelijk kan worden uitgevoerd zonder het risico te lopen dat de aanwezige plafondbeplating wordt geraakt of verstoord. Indien dat risico niet met zekerheid kan worden uitgesloten, is sanering voorafgaand aan de werkzaamheden vanuit het oogpunt van veiligheid en naleving van de geldende weten regelgeving verplicht.
Met vriendelijke groet,
Directeur
Deken Advies b.v.
P