Opmeer, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Politieke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Opmeer (conform artikel 59 van het Reglement van Orde)
Opmeer, 8 juli 2026
Onderwerp: raadsvoorstel verzoek aanvullend krediet asbestsanering
Geacht college van B&W,
Tijdens de raadsvergadering van 18 juni 2026 is gesproken over het aanvullende krediet van €148.000 voor de asbestsanering in het gemeentehuis.
Naar aanleiding van vragen vanuit de raad heeft wethouder Ter Veen verklaard dat het verborgen asbest aan het licht was gekomen na wateroverlast als gevolg van een hoosbui in het weekend van 30 mei, waarbij een deel van een plafond zou zijn losgekomen.
Deze verklaring werd niet genoemd in het raadsvoorstel en week bovendien af van de daarin opgenomen toelichting. In het raadsvoorstel staat dat tijdens de uitvoering, bij het openen van constructies, aanvullende asbesttoepassingen zijn aangetroffen. De onderliggende rapportage over de aangetroffen asbest dateert van 18 mei 2026. Daarmee kon de door de wethouder genoemde gebeurtenis in het weekend van 30 mei 2026 niet de oorspronkelijke aanleiding zijn geweest voor het ontdekken en onderzoeken van het asbest. Na verdere vragen erkende de wethouder dat het asbest al vóór het genoemde weekend bekend was en dat zijn eerdere informatie aan de raad feitelijk onjuist was.
Daarnaast heeft de wethouder als argument voor onmiddellijke uitvoering aangevoerd dat sanering op een later moment alsnog nodig zou zijn en uitvoering tijdens de huidige werkzaamheden daarom goedkoper zou zijn. Op herhaalde vragen welke toekomstige situatie of omstandigheid die latere noodzaak zou veroorzaken, kon de wethouder geen concreet antwoord geven. Daarmee bleef een belangrijk financieel en doelmatigheidsargument voor het beschikbaar stellen van het aanvullende krediet tijdens de beraadslaging onvoldoende toegelicht.
KERN8 blijft hierdoor achter met een aantal vragen die raken aan de voorbereiding en de tijdlijn van het raadsvoorstel.
Ook de onderbouwing van de voorgestelde sanering roept na de beantwoording door de wethouder aanvullende vragen op. In het raadsvoorstel staat dat uit het asbestonderzoek blijkt dat geen sprake is van een acuut veiligheidsrisico en dat sanering niet noodzakelijk is voor de voortgang van de verduurzamingswerkzaamheden.
Tegelijkertijd wordt als beoogd maatschappelijk effect aangevoerd dat met de sanering een veilige en gezonde werkomgeving voor medewerkers, bezoekers en bestuurders wordt gerealiseerd. Tijdens de raadsvergadering heeft de wethouder dit argument meerdere malen herhaald en versterkt door te wijzen op goed werkgeverschap en het recht van medewerkers op een veilige werkomgeving.
Desgevraagd kon de wethouder echter niet bevestigen dat met het verwijderen van het nu aangetroffen asbest het asbestvraagstuk in het gemeentehuis volledig is opgelost. Integendeel, hij gaf aan te verwachten dat elders in het gebouw nog meer verborgen asbest aanwezig kan zijn.
Op de vraag waarom daarnaar geen nader en breder onderzoek wordt uitgevoerd, verwees de wethouder naar de hoge kosten daarvan en naar het uitgangspunt dat afgedekt asbest geen direct risico vormt. KERN8 stelt niet dat ieder afgeschermd asbesthoudend materiaal zonder nadere beoordeling onmiddellijk moet worden verwijderd. Wel moet het college een consistente en controleerbare risicoafweging kunnen presenteren. Die afweging ontbreekt nu.
Vragen aan het college
1. Kan het college schriftelijk en feitelijk uiteenzetten: a. wanneer de mogelijke aanwezigheid van asbest voor het eerst is geconstateerd; b. wanneer het onderzoek is uitgevoerd; c. wanneer de rapportage is opgesteld en definitief is geworden; d. wanneer de gemeente, de portefeuillehouder en het college hiervan kennis hebben
genomen; e. welke betekenis de wateroverlast in het weekend van 30 mei feitelijk nog heeft gehad? 2. Kan het college de onderliggende asbestrapportage van 18 mei, inclusief eventuele bijlagen, aanvullingen en vervolgonderzoeken, aan de raad verstrekken? 3. Kan het college schriftelijk verklaren of er tijdens de raadsvergadering een andere en feitelijk onjuiste aanleiding en tijdlijn aan de raad is meegedeeld, en zo ja, waarom? 4. Indien het college onjuiste informatie heeft verstrekt, kan het college deze formeel corrigeren, deze correctie actief aan alle raadsleden verstrekken? 5. Kan het college uiteenzetten welke maatregelen het college neemt om te voorkomen dat de raad op basis van onvolledige of feitelijk onjuiste informatie een besluit moet nemen? 6. Kan het college een volledig overzicht verstrekken van: a. de delen van het gemeentehuis die op asbest zijn onderzocht; b. de gehanteerde onderzoeksmethode en eventuele beperkingen daarvan; c. de delen van het gebouw die niet of slechts beperkt zijn onderzocht; d. de locaties waar volgens het college mogelijk nog verborgen asbest aanwezig is; e. de risico’s die kunnen ontstaan bij toekomstige werkzaamheden, beschadigingen,
lekkages of andere incidenten? 7. Kan het college uitleggen waarom het college de nu aangetroffen toepassing wel direct wil saneren, terwijl voor mogelijk ander verborgen asbest geen nader onderzoek wordt voorgesteld? 8. Kan het college inzichtelijk maken welke risicoafweging, beheersmaatregelen en inhoudelijke en financiële afweging aan dit onderscheid ten grondslag liggen? 9. Kan het college aangeven op basis waarvan wordt aangenomen dat mogelijk ander verborgen asbest geen relevant risico vormt? 10. Kan het college aangeven of het bereid is een integraal asbestbeheerplan of een gefaseerd aanvullend onderzoeksplan voor het gemeentehuis op te stellen, zodat voor medewerkers, bestuur en raad duidelijk is waar asbest aanwezig of vermoedelijk aanwezig is en onder welke omstandigheden maatregelen noodzakelijk zijn?
Namens de fractie van het KERN8,
M.P.J. Appelman