Oostzaan, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Schriftelijke vragen aan college van B&W
Registratienr. : 20-27cie Datum : 24-09-2026 Onderwerp : Technische vragen Kadernota 2028 en Najaarsbericht 2026 OVER-gemeenten Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
1. Verzuimbudget en uitvoering motie 25M12 In juni 2025 heeft de VVD al gevraagd wanneer wordt geëvalueerd of de ingezette maatregelen tegen het ziekteverzuim aantoonbaar effectief zijn. In oktober 2025 heeft de raad dit via motie 25M12 geconcretiseerd: in de eerstvolgende rapportage moest inzichtelijk worden gemaakt welke resultaten het verzuimbudget heeft opgeleverd en hoe de financiële inzet zich verhoudt tot de daling van het verzuim. In het Voorjaarsbericht 2026 is het definitieve budget voor 2026 vastgesteld op € 245.310. Het Najaarsbericht 2026 vermeldt dat het twaalfmaandsverzuim iets boven 7% ligt en dat de inzet van het budget voor vervanging van langdurig zieke medewerkers heeft bijgedragen aan de daling richting het landelijk gemiddelde. Een kwantitatieve koppeling tussen de besteding en het resultaat wordt echter niet gegeven. Vraag: Kan worden aangegeven welk deel van het verzuimbudget van € 245.310 in 2026 daadwerkelijk is besteed, hoeveel vervangingscapaciteit daarmee is gefinancierd en op basis van welke gegevens wordt geconcludeerd dat deze inzet heeft bijgedragen aan de daling van het ziekteverzuim? Kan hiermee tevens worden aangegeven hoe uitvoering is gegeven aan motie 25M12? 2. Plustaken: voortgang pilot, integrale kostprijs en reguliere dienstverlening In juni 2025 heeft de VVD al aandacht gevraagd voor het risico dat nieuwe taken weliswaar financieel worden gedekt, maar tegelijkertijd extra capaciteit en regie vragen en daardoor ten koste kunnen gaan van de reguliere dienstverlening. In de Begroting 2027 is 2026 aangewezen als pilotjaar voor de financiële afspraken rond plustaken. Het Najaarsbericht 2026 laat zien dat deze pilot nog loopt: in de tweede helft van 2026 wordt ervaring opgedaan met de nieuwe werkwijze en wordt bekeken waar verdere optimalisatie nodig is. Naar verwachting wordt in 2026 voor circa € 2 miljoen aan plustaken uitgevoerd. Daarbij wordt gewerkt met een integrale kostprijs, bestaande uit circa € 1,5 miljoen directe personele inzet en circa € 0,5 miljoen organisatiebrede ondersteuningskosten. OVER benoemt bovendien zelf het risico dat aanvullende werkzaamheden zonder aanvullende capaciteit of financiering kunnen leiden tot verdringing van reguliere taken. Vraag: Welke eerste bevindingen heeft de pilot rond plustaken tot nu toe opgeleverd, welke onderdelen van de financiële werkwijze moeten nog worden uitgewerkt en wanneer worden de definitieve afspraken naar verwachting vastgesteld? Hoe wordt tijdens de pilot beoordeeld of de gehanteerde integrale kostprijs alle directe en organisatiebrede ondersteuningskosten daadwerkelijk dekt en voorkomt dat kosten van plustaken via de reguliere deelnemersbijdrage worden gedragen? En hoe wordt gemonitord of de groei van plustaken leidt tot verdringing van reguliere dienstverlening, en welke informatie of indicatoren worden daarvoor gebruikt? 3. Raadsinformatiesysteem en aanbestedingsrechtmatigheid In het Najaarsbericht 2025 werd het informatiesysteem voor vergaderingen genoemd als een van de systemen waarvoor een aanbesteding werd voorbereid. Bij de behandeling van de Jaarstukken 2025 heeft de VVD vervolgens expliciet aandacht gevraagd voor terugkerende aanbestedingsrechtmatigheden, waaronder Mozard. In het Najaarsbericht 2026 staat nu dat de voorgenomen voortzetting van het huidige raadsinformatiesysteem tot bezwaren van twee marktpartijen heeft geleid en dat daarom een rechtmatigheidstoets wordt uitgevoerd. Dit speelt tegen de achtergrond van de rechtmatigheidsbevindingen over 2025, waarbij de accountant onder meer niet-naleving van Europese aanbestedingsregels heeft geconstateerd. Vraag: Waarom is voor het raadsinformatiesysteem aanvankelijk gekozen voor voortzetting van het huidige systeem in plaats van de eerder aangekondigde reguliere aanbesteding, op welke aanbestedingsrechtelijke grondslag was dat voornemen gebaseerd en wat is de huidige status en planning van de rechtmatigheidstoets? Is bij deze keuze expliciet rekening gehouden met de eerdere rechtmatigheidsbevindingen van de accountant? 4. ICT: structureel budget vanaf 2028 en integraal financieel overzicht Bij de behandeling in mei heeft de VVD gevraagd om één integraal financieel overzicht van ICT. In het Voorjaarsbericht 2026 werd nog aangegeven dat programma IVO erop gericht is om in 2028 structureel binnen budget te blijven. In de Kadernota 2028 wordt nu juist aangekondigd dat vanaf 2028 met een “toekomstbestendig automatiseringsbudget” wordt gewerkt. Tegelijk worden in 2026 opnieuw reserves ingezet voor overschrijding van het automatiseringsbudget en vervanging van ICT-voorzieningen. Vraag: Is de eerdere verwachting dat OVER vanaf 2028 structureel binnen het bestaande reguliere automatiseringsbudget kan blijven inmiddels gewijzigd? Zo ja, welke structurele verhoging van het automatiseringsbudget wordt naar huidige inzichten voorzien en waardoor wordt deze veroorzaakt? Kan daarbij in één integraal overzicht worden weergegeven hoe het reguliere automatiseringsbudget, incidentele overschrijdingen, ICT- transformatie, overige ICT-investeringen en de inzet van reserves zich over 2026-2028 tot elkaar verhouden? 5. Interne beheersing: prestatiecontrole en verplichtingenadministratie De VVD heeft al in juni 2025 gevraagd om versnelling bij het op orde brengen van de interne beheersing, met specifiek aandacht voor de verplichtingenadministratie en de controle op prestatielevering. Bij de behandeling van de Jaarstukken 2025 in mei 2026 is opnieuw gevraagd wanneer deze punten voldoende op orde zijn om geen terugkerend controlepunt meer te zijn. De accountant constateerde over 2025 dat aantoonbare prestatielevering bij inkoopfacturen nog onvoldoende was gewaarborgd. In het Voorjaarsbericht en het Najaarsbericht 2026 wordt beschreven welke maatregelen inmiddels zijn genomen, maar beide trajecten zijn nog in implementatie. Vraag: Welke onderdelen van de verbetertrajecten voor prestatiecontrole en verplichtingenadministratie staan op dit moment nog open, wanneer is volledige implementatie voorzien en aan de hand van welke interne of externe toets wordt vastgesteld dat de eerdere accountantsbevindingen daadwerkelijk zijn opgelost? 6. Buitendienst: onderbouwing van de kostenbesparing In het Voorjaarsbericht 2026 staat dat door meer werkzaamheden in eigen beheer uit te voeren al besparingen zijn gerealiseerd en dat de beoogde kostenbesparing wordt gemonitord, met een halfjaarlijkse evaluatie van werkdruk en resultaten. In het Najaarsbericht 2026 wordt vervolgens gesproken over een aanzienlijke kostenbesparing, zonder dat deze financieel wordt gekwantificeerd. Vraag: Wat is uit de aangekondigde monitoring en halfjaarlijkse evaluatie van de buitendienst naar voren gekomen en hoe groot is de gerealiseerde of geraamde netto kostenbesparing door meer werkzaamheden in eigen beheer uit te voeren, na aftrek van extra personeels-, materieel- en overige kosten? Kan dit waar mogelijk worden uitgesplitst naar Oostzaan en Wormerland? 7. Externe inhuur: actuele ontwikkeling en samenstelling In juni 2025 heeft de VVD gevraagd of de afname van externe inhuur actief wordt gemonitord en hoe wordt voorkomen dat nieuwe kosten via de achterdeur weer oplopen. Bij de behandeling van de Jaarstukken 2025 in mei 2026 is dit opnieuw aan de orde gesteld; over 2025 bedroeg de externe inhuur 20%. Uit de Jaarrekening 2025 blijkt dat € 15,6 miljoen aan vaste personeelslasten en € 3,9 miljoen aan externe inhuur is besteed. OVER noemt ziektevervanging, moeilijk vervulbare vacatures en tijdelijke specialistische taken als oorzaken. Het Najaarsbericht 2026 meldt inmiddels dat het vernieuwde HR-dashboard inzicht geeft in formatie, bezetting en inhuur en dat binnen enkele teams wordt ingezet op verdere afbouw van inhuur, maar bevat geen actueel totaalbeeld. Vraag: Wat is het actuele aandeel externe inhuur in 2026, zowel in euro’s als aandeel van de totale personele lasten, en hoe heeft dit zich ten opzichte van de 20% over 2025 ontwikkeld? Kan daarnaast worden aangegeven welk deel van de huidige inhuur betrekking heeft op ziektevervanging, moeilijk vervulbare vacatures, specialistische werkzaamheden en project- of plustaken, en welke streefwaarde of signaleringsgrens hanteert OVER voor het aandeel externe inhuur?
8. AI: meetbare resultaten van de structurele investering In juni 2025 heeft de VVD gevraagd om in het Najaarsbericht inhoudelijk te rapporteren over de verkenning en eventuele toepassing van AI binnen de organisatie en bedrijfsvoering, met onder meer aandacht voor klantcontact, capaciteitsplanning en verzuimmonitoring. In het Voorjaarsbericht 2026 is vervolgens structureel € 40.000 extra opgenomen voor AI. Daarbij is expliciet aangegeven dat de inzet niet is gericht op formatiebesparing, maar op ondersteuning van medewerkers en verbetering van de dienstverlening. Bij de commissiebehandeling in mei 2026 heeft de VVD opnieuw gevraagd om meetbare doelen en evaluatie van de effecten. In het Najaarsbericht 2026 wordt Copilot inmiddels als succesvol geïmplementeerd beschreven, maar er worden nog geen meetbare resultaten genoemd op dienstverlening, administratieve belasting of werkdruk. Vraag: Welke meetbare resultaten zijn sinds de implementatie van Copilot gerealiseerd ten aanzien van kwaliteit van dienstverlening, administratieve belasting en werkdruk? Welke indicatoren worden gebruikt om te beoordelen of de structurele uitgave van € 40.000 het beoogde effect heeft, en wanneer wordt hierover in de P&C-cyclus gerapporteerd?