Oldebroek, 17 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Informerende nota aan de gemeenteraad
Onderwerp: Schriftelijke vragen SDO Interbestuurlijk toezicht Spreidingswet trede 3 Col2 Vergadering d.d.: 15 september 2026 Agendapunt:in te vullen door de griffie Portefeuillehouder:T.H. de Nooijer Portefeuillehouder:T.H. de Nooijer Behandelend team: Ruimte Kenmerk: 628300 Onderwerp Schriftelijke vragen SDO over het interbestuurlijk toezicht Spreidingswet trede 3
Aanleiding en achtergrond Op 6 augustus heeft SDO, conform art. 34 Reglement van orde gemeenteraad, schriftelijke vragen gesteld aan het college over het interbestuurlijk toezicht Spreidingswet trede 3
Boodschappen _De vragen van SDO en onze antwoorden daarop luiden als volgt:_
_Inleiding van SDO_ Op 3 augustus 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de maandelijkse stand van zaken “Interbestuurlijk toezicht Spreidingswet” gepubliceerd. Daarin staat de gemeente Oldebroek vermeld op trede 3 van de interventieladder: actief toezicht. Vanaf trede 3 wordt de plaats van een gemeente op de ladder openbaar gemaakt en maandelijks geactualiseerd. Volgens berichtgeving nodigt de minister de verantwoordelijke wethouder(s) uit voor een gesprek over de geleverde inzet, de belemmeringen en afspraken over een geschikte locatie.
Voor onze fractie staat de wettelijke taakstelling van 141 opvangplekken niet ter discussie; de beste manier om de regie in eigen hand te houden is zelf, tijdig en zorgvuldig met een plan te komen, met draagvlak van omwonenden. De opschaling naar trede 3 vergroot die urgentie, want aan het einde van de ladder staat indeplaatsstelling: het Rijk bepaalt dan waar opvang komt, op kosten van de gemeente. Onze fractie wil dit dossier feitelijk en constructief behandelen en heeft daarom de volgende vragen aan het college.
1. _Kan het college bevestigen dat Oldebroek per de stand van zaken van 3 augustus 2026 op trede 3 (actief_ _toezicht) van de interventieladder Spreidingswet staat? Wat is op dit moment de feitelijke stand van de_ _realisatie van de taakstelling van 141 opvangplekken?_ Antwoord: dit klopt. Er zijn binnen de wettelijke termijnen geen opvangplekken gerealiseerd.
2. _Heeft het college inmiddels een uitnodiging van de minister ontvangen voor een gesprek in het kader van dit_ _actief toezicht? Zo ja: op welke datum vindt dit gesprek plaats, en welke concrete acties, termijnen en_ _vervolgafspraken worden daarin van Oldebroek verwacht?_
Antwoord: Ja. De afspraak stond gepland voor 14 augustus. Het college hecht er waarde aan de brief te bespreken in de commissie S&B. Daarom is op verzoek van het college gezocht naar een nieuwe datum na commissie S&B van 17 september 2026. Het gesprek staat nu gepland op 20 oktober 2026.
2
3. _Het college spreekt met één mond; dat is het beginsel van collegiaal bestuur. Op social media klinkt vanuit_ _het college: “Oldebroek gaat een unieke asielkoers varen. De eerste gemeente in Nederland die zich openlijk_ _keert tégen de Spreidingswet” en “geen medewerking van deze coalitie/dit college”. Is het publiekelijk_ _geuite standpunt en uitgangspunt van het college dan om geen uitvoering te geven aan de wettelijke_ _taakstelling van de Rijksoverheid en het proces intrinsiek te frustreren?_
Antwoord: zoals afgesproken in het bestuursakkoord pleit het college krachtig voor intrekking van de Spreidingswet, vanwege de drang- en dwangbepalingen. Daarnaast is het huidig asielproces stopgezet door het college, en wordt vanwege de geldende Spreidingswet een nieuw proces voorbereid.
3a. _Als een gemeente een wettelijke taak niet uitvoert, pleegt zij taakverwaarlozing of handelt zij onrechtmatig._ _Burgers of hogere overheden kunnen dan juridische of bestuurlijke stappen zetten om de gemeente tot actie_ _te dwingen. Hoe bereidt het college zich voor op de bestuurlijke (medebewind) en/of financiële impact van_ _bestuurlijk toezicht wegens taakverwaarlozing en/of indeplaatsstelling (artikel 124 Gemeentewet)?_
Antwoord: we gaan er vanuit dat we afspraken kunnen maken met het Rijk en verdere escalatie naar trede 4 voorkomen.
4. _Welke stappen heeft het college gezet sinds zijn aantreden en hoe verklaart het college dat dit desondanks_ _tot opschaling naar trede 3 heeft geleid?_
Antwoord: vlak voor het zomerreces is uw raad geïnformeerd over het vastlopen van het locatieonderzoek. De locaties die als meest haalbaar werden gezien zijn door het COA beoordeeld en niet geschikt geacht. Het Rijk heeft ondanks haar toezegging naar de specifieke situatie van Oldebroek te kijken vooral beoordeeld op het niet halen van de wettelijke termijn. Ook als uit het locatieonderzoek wel geschikte locaties waren gekomen voor asielopvang was de wettelijke termijn niet gehaald.
5. _Is er een concreet plan en tijdpad van het college om de wettelijke taakstelling alsnog in te vullen en verdere_ _opschaling (trede 4: vooraankondiging indeplaatsstelling) te voorkomen?_
Antwoord: Het bestuursakkoord wordt uitgewerkt in een college uitvoeringsprogramma (CUP). Vooralsnog is de planning in om in Q1 2027 een plan voor te leggen aan de gemeenteraad.
6. _Kan het college toezeggen dat kleinschaligheid en het draagvlak van omwonenden zwaarwegende criteria_ _blijven bij de invulling, en dat inwoners vóór de besluitvorming worden betrokken?_
Antwoord: Ja. 6a. _Hoe borgt het college die inwonersparticipatie, dat draagvlak en die zorgvuldigheid, ook in het scenario dat_ _het Rijk of de provincie overgaat tot indeplaatsstelling?_
Antwoord: In het uiterste geval van indeplaatsstelling heeft het college hier geen zeggenschap over. Wettelijke inspraak- en beroepsprocedures blijven gelden.
3
7. _Deelt het college de opvatting dat indeplaatsstelling aan het einde van de interventieladder betekent dat_ _het Rijk over ons hoofd heen een locatie aanwijst, op kosten van de gemeente?_
Antwoord: Ja.
8. _Welke financiële risico’s brengt de trede 3-status met zich mee, en hoe worden die betrokken bij de_ _Programmabegroting 2027?_
Antwoord: trede 3 brengt geen financiële risico’s met zich mee. Wel wil het Rijk afspraken maken met de gemeente Oldebroek.
_9._ _In het bestuursakkoord is als randvoorwaarde opgenomen dat bij asielopvang wordt gestreefd naar_ _“primair opvang van asielzoekers die cultureel dicht bij de Oldebroeker bevolking staan”. Artikel 1 van de_ _Grondwet en de Algemene wet gelijke behandeling verbieden ongelijke behandeling op grond van onder_ _meer godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht._
9a. _Hoe verhoudt deze randvoorwaarde zich tot artikel 1 van de Grondwet en de Algemene wet gelijke_ _behandeling?_
Antwoord: Er staat ‘primair’. Het gaat dus om een voorkeur vanuit het college.
9b. _Betekent “cultureel dicht bij de Oldebroeker bevolking” een voorkeur of uitsluiting die geheel of_ _gedeeltelijk is gebaseerd op godsdienst, levensovertuiging of afkomst? Zo nee, op welke objectieve, niet-_ _discriminatoire criteria is de randvoorwaarde dan gebaseerd?_
Antwoord: Het gaat om een voorkeur. De nadere uitwerking volgt in het nieuw op te stellen plan.
9c. _Kan het college deze randvoorwaarde voorzien van onomwonden duidelijkheid?_ Antwoord: Zie antwoord onder 9B.
Bijlage(n BW20260825 Bijlage 1 Schriftelijke vragen SDO Interbestuurlijk toezicht Spreidingswet trede 3
Oldebroek, 25 augustus 2026
Burgemeester en wethouders van Oldebroek,
, secretaris P.H. Lensselink,, burgemeester T.H. Haseloop-Amsing.