Noordwijk, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Aan de leden van de gemeenteraad
Noordwijk, 23 september 2026
Uw kenmerk : Uw brief van : 1 september 2026 Zaaknummer : 1196454 Verzenddatum : 29 september 2026 Onderwerp : SCHRIFTELIJKE VRAGEN IN GEVOLGE ARTIKEL 32 RvO Garantie tot aan de voordeur Bijlage(n) :
Geachte leden van de gemeenteraad,
Voorstraat 42 2201 HW Noordwijk
Postbus 298 2200 AG Noordwijk
T +31 (0)71 36 60 000
gemeente@noordwijk.nl www.noordwijk.nl
KvK nummer 73538469
BTW NL8257.92.150.B01
IBAN NL34BNGH0285044621
BIC BNGHNL2G
Op 1 september 2026 ontvingen wij van de VVD de volgende schriftelijke vragen ingevolge artikel 32 Reglement van Orde. In deze brief worden de vragen beantwoord.
Aanleiding
_Naar aanleiding_ _Naar aanleiding van de beantwoording van de vragen over de privacyafspraken rond de_ _Bosmalaan wil ik u vragen om deze kwestie niet met een grammaticale interpretatie te benaderen,_ _maar juist met een meer teleologische benadering mede vanuit de verantwoordelijkheid van de_ _gemeente voor het vertrouwen dat destijds bij de betrokken bewoners is gewekt. Het college heeft zelf_ _erkend dat de met de betrokken bewoners de gemaakte afspraken door hen zijn ervaren als een_
_duurzame bescherming van hun privacy en dat zij de indruk konden hebben dat een blijvende_ _bescherming was beoogd. Dat lijkt mij een belangrijk uitgangspunt. Ook de oorspronkelijke afspraken_ _geven aanleiding tot die uitleg. Zo staat in de brief van 2008 dat de gemeente met de ontwikkelaar is_ _overeengekomen dat de nieuwe muur op de ontwikkelingslocatie, die tevens als erfafscheiding zou_ _fungeren, door en voor rekening van de ontwikkelaar zou worden aangelegd. In andere punten is_ _vervolgens vastgelegd dat in de verkoopbrochure zou worden vermeld dat de woningen die aan deze_ _nieuwe erfafscheiding grenzen, worden opgeleverd zonder dakkapel en dat er ook geen alternatieven_ _voor een dakkapel worden aangeboden. Deze bepalingen wekken naar mijn mening niet de indruk van_ _een tijdelijke maatregel die uitsluitend gedurende de bouwfase of tot de oplevering van de woningen_ _zou gelden. Integendeel: er wordt gesproken over een nieuwe erfafscheiding en over de wijze waarop_ _de aangrenzende woningen zouden worden gerealiseerd en opgeleverd. Het is daarom moeilijk_ _voorstelbaar dat een redelijk denkende bewoner destijds had moeten begrijpen dat de_ _privacybescherming slechts zou gelden tot het moment waarop de nieuwe woningen waren opgeleverd._ _Daarmee ontstaat naar mijn mening een situatie van gerechtvaardigd vertrouwen op permanente_ _privacy-waarborgen. De bewoners hebben hun handelen immers afgestemd op de verwachting dat de_ _gemeente en de ontwikkelaar de afgesproken privacybescherming zouden respecteren. Anders hadden_ _zij ook destijds niet afgezien van de hen toekomende rechtsmiddelen als het indienen van zienswijzen,_ _beroep of het claimen van planschade of andere compensatie._
_Deze kwestie kan gelet op de context niet worden afgedaan met uitsluitend de constatering dat de_ _juridische werking uiteindelijk wordt bepaald door hetgeen letterlijk schriftelijk is vastgelegd._ _Uiteindelijk corrigeert het rechtsbeginsel van de goede trouw iedere overeenkomst._
Vraag: _1._ _Ik verzoek het college daarom het ingenomen standpunt te heroverwegen en met de bewoners in_
_gesprek te gaan om alsnog gezamenlijk te onderzoeken of een redelijke en duurzame oplossing_
_gerealiseerd kan worden. Daarbij zou wat mij betreft de grammaticale interpretatie moeten worden_
_losgelaten en vervangen moeten worden door een meer teleologische interpretatie, waarbij vooral_
_het herstel van vertrouwen van de bewoners in de overheid -zoals in het coalitieakkoord “de regie_
_terug” beoogd- leidend is. Daarnaast verzoek ik het college om deze situatie aan te grijpen om voor_
_de toekomst de privacy van de betrokken bewoners alsnog publiekrechtelijk te waarborgen._
Antwoord:
Het college heeft kennisgenomen van de in de aanleiding opgenomen beschouwing. Deze geeft geen
aanleiding om het eerder ingenomen standpunt te herzien.
Voor de motivering verwijst het college naar de beantwoording van 30 juli 2026. Daarin is reeds
uiteengezet dat de destijds gemaakte afspraken betrekking hadden op de ontwikkeling en realisatie
van het woningbouwproject, dat deze afspraken zijn nagekomen en dat geen blijvende
publiekrechtelijke of privaatrechtelijke beperkingen voor toekomstige eigenaren zijn
overeengekomen. Het college handhaaft zijn eerdere standpunt.
Het college heeft tevens kennisgenomen van het verzoek om de privacy van de betrokken bewoners
alsnog publiekrechtelijk te waarborgen. Zoals in de beantwoording van 30 juli 2026 is toegelicht,
bestaat daarvoor geen publiekrechtelijke grondslag, zodat het college geen mogelijkheden ziet om
aanvullende publiekrechtelijke maatregelen te treffen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Noordwijk
{{esl:Signer1:Capture:size(200,50)}} {{esl:Signer2:Capture:size(200,50)}}
Mw. E.M. Overzier mr. B.B. Schneiders secretaris wnd. burgemeester
Pagina 2 van 2