Nijkerk, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Beantwoording technische vragen gesteld tijdens de Raadscommissie van 10 september over Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Hoevelaken
Vragen gesteld door Stijn Radstake (Forum voor Democratie)
_Toekomstige bereikbaarheid_
- Zijn er in de toekomst extra maatregelen mogelijk wanneer blijkt dat de maatregelen uit het Uitvoeringsprogramma onvoldoende effectief zijn? Zo ja, op wat voor termijn is dit dan mogelijk? Antwoord: We hebben nu gekeken naar maatregelen die komende 10 jaar kunnen worden getroffen om de bereikbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren én te zorgen voor betere fietsroutes en oversteken en aandacht hebben voor het voorkomen van sluipverkeer. Dit is het totaalplan waar in de Motie verkeer Hoevelaken door de raad om gevraagd is.
Elke maatregel kan een nuttige bijdrage leveren aan het bereiken van de geformuleerde doelen. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken/ studies en analyses ligt er een totaalplan dat binnen Hoevelaken helpt om gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de doelen van veiligheid en bereikbaarheid mogelijk te maken. Hoeveel effect het totaalplan heeft weet je altijd pas achteraf. Daarbij ontstaan er ook nieuwe kansen als het project Knooppunt Hoevelaken uit de pauzestand gaat. Na dit uitvoeringsprogramma kunnen altijd aanvullende maatregelen worden getroffen als dit nodig blijkt. Deze maatregelen zijn logischerwijs pas aan de orde na deze 10 jaar.
- Op welke wijze wordt bij de verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma rekening gehouden met eventuele toekomstige infrastructurele oplossingen, waaronder een mogelijke zuidelijke verbinding? Antwoord: Geen. De zuidelijke verbinding kan losstaand worden onderzocht in het kader van een gebiedsuitwerking Hoevelaken zuid. Het realiseren van dit stuk weg heeft geen consequenties voor de maatregelen die in het uitvoeringsprogramma Mobiliteit zijn opgenomen.
Het is een aanvullende maatregel die op de lange termijn getroffen kan worden die niet noodzakelijk is om de ontwikkeling van Klaarwater mogelijk te maken.
_Sociale veiligheid fietstunnel_
- Welke concrete maatregelen worden overwogen om de sociale veiligheid in en rondom fietstunnels te bevorderen, bijvoorbeeld op het gebied van verlichting, zichtlijnen en beheer? Antwoord: Bij elke ontwerp wat wordt gemaakt speelt een veilige inrichting en ook sociale veiligheid een belangrijke rol. Integraal zal dit in het ontwerpproces een plek krijgen waarbij inderdaad aspecten als verlichting, zichtlijnen en beheer een plek krijgen.
_Oversteekplaats Koninginneweg_
- Welke maatregelen uit het uitvoeringsprogramma zijn specifiek gericht op het verbeteren van de oversteekbaarheid van de Koninginneweg?
- Welke effecten worden verwacht voor fietsers, voetgangers, ouderen en schoolgaande kinderen na uitvoering van de voorgestelde maatregelen? Antwoord: De maatregelen die genoemd zijn onder maatregel 8. Niet elke oversteek heeft direct evenveel aandacht nodig. We hebben vooral gekeken naar verkeersveiligheid verbeteringen en barrièrewerking en of we dit kunnen wegnemen. De maatregelen dragen bij aan het vergroten van de veiligheid. Een oversteek in 2 etappes kan bijvoorbeeld zorgen dat je in het midden kunt wachten en niet in één keer
de drukke Koninginneweg over hoeft te steken. Dit zorgt ervoor dat je kans om over te steken groter wordt en de oversteek ook veiliger wordt doordat je halverwege het oversteken in het midden kunt wachten.
_Participatie_
- Kan het college inzichtelijk maken welke inbreng van inwoners is overgenomen, gedeeltelijk is overgenomen of niet is overgenomen, inclusief de onderbouwing daarvan?
- Hoe wordt participatie in de vervolgfase van het programma georganiseerd en welke participatiemomenten zijn daarbij voorzien? Antwoord: Er is gekozen om te werken met een concept Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Hoevelaken. Het college heeft dit Uitvoeringsprogramma in april 2026 vrijgegeven voor participatie. Op dit concept heeft participatie plaatsgevonden in mei 2026 door middel van een inloopavond, het gesprek van Nijkerk en gesprekken met de drie belangenverenigingen die in Hoevelaken actief zijn. Van deze participatie is een Participatienota gemaakt die aan de raad is meegestuurd inclusief een gemeentelijke reactie per maatregel. Er is door het college gekozen om de participatie niet eerst in het Uitvoeringsprogramma te verwerken maar het concept Uitvoeringsprogramma met Participatienota aan de gemeenteraad aan te bieden. Het is direct aan u als raad aangeboden om hier een afweging in te maken. Aan u ligt dus de vraag voor of de motie voldoende is beantwoord en of u naar aanleiding van de participatienota nog aanpassingen wil doorvoeren in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Hoevelaken. Dit is vervolgens het kader op basis waar het college mee verder kan en ook het kader om verdere uitwerking te kunnen geven aan de woningbouwplannen Klaarwater. Zoals aangegeven is het een Uitvoeringsprogramma een startpunt voor wat betreft participatie. Per project kan de participatie voor de verdere uitwerking plaats gaan vinden. Deze participatie kan logischerwijs concreter zijn dan op het uitvoeringsprogramma het geval is.
Vraag gesteld door John van de Bunt (De Lokale Partij)
Vraag: waarom zijn in Amersfoort op de Stadsring wel overal camera’s geplaatst terwijl dit op bijvoorbeeld de Koninginneweg niet mogelijk is?
Antwoord:
Om deze concrete vraag te kunnen beantwoorden is eerst wat context nodig wat de positie is van de gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie.
Handhaving op de maximumsnelheid is een taak van de politie en niet van de gemeente. Gemeentelijke handhavers mogen niet handhaven op de maximumsnelheid. Wij voeren als verkeerskundigen regelmatig gesprekken met de politie over mogelijkheden voor handhaving op snelheid zoals controle met een lasergun, of het inzetten van een flitsauto. De beschikbare capaciteit is zeer beperkt. De beperkte capaciteit van de politie die er is wordt door de politie lokaal ingevuld vaak veelal in overleg met het wijkteam/ wijkagent. Onze invloed en sturing als gemeente is daarmee helaas beperkt. We blijven wel in gesprek om handhaving toch af en toe te laten plaatsvinden omdat we dit belangrijk vinden.
_Plaatsing flitscamera_
Over de plaatsing van camera’s, die op snelheid handhaven, beslist het Openbaar Ministerie (CVOM). Een wegbeheerder (gemeente) kan een aanvraag indienen voor een specifieke locatie waar een camera nodig is inclusief motivatie. De aanvraag wordt getoetst aan het Beleidskader inzetlader handhavingsmiddelen (zie bijlage). Bij de aanvraag dient een analyse/ rapportage gemaakt te worden door de wegbeheerder. Onderdeel van deze rapportage zijn: ongevalscijfers, snelheidsmetingen en roodlichtnegatie bij verkeerslichten. Ook wordt de verkeersadviseur van de politie gevraagd advies uit te brengen op de beoogde locatie. Op basis van deze gegevens beslist het CVOM of er een flitspaal kan komen. Voor de situatie Koninginneweg schatten we de kans op een succesvolle vaste flitspaal aanvraag laag is. Er hebben zich geen ernstige ongevallen plaatsgevonden en op wegvakken is de
snelheid niet extreem hoog. We denken ook dat een vaste flitskast op één locatie vooral zorgt dat op één plek de snelheid aanpakt, terwijl het niet zorgt dat de snelheid op de gehele Koninginneweg omlaaggaat.
_Casus Stadsring Amersfoort_
De Stadsring in Amersfoort is niet één op één te vergelijken met de Koninginneweg in Hoevelaken. Op een weg als de Stadsring rijdt veel meer autoverkeer en zijn er veel meer fietsers en voetgangers die de kruispunten gebruiken. We hebben het CVOM ook om reactie gevraagd op de vraag waarom ze op de Stadsring in Amersfoort zoveel camera’s zijn geplaatst. Het CVOM geeft aan dat de flitskasten zijn getoetst aan de criteria uit het beleidskader vaste Flitskasten en er dus is aangetoond dat de flitskast een bijdrage kan leveren aan het vergroten van de verkeersveiligheid. Daarnaast geeft men aan dat er de laatste jaren veel meer flitspalen bij zijn gekomen en de mogelijkheden om aanvragen positief te beoordelen daarmee ook groter zijn geworden.
Het CVOM ziet in Nijkerk wel kansen voor het plaatsen van een tijdelijke flitspaal, de zogenaamde flexflitser. De criteria om een tijdelijke Flexflitser te plaatsen zijn minder zwaar en deze worden ook geplaatst op wegvakken waar alleen de snelheid een issue is. Bij plaatsen van de Flexflitser staat er gedurende een korte periode (meestal 2 maanden) een tijdelijke flitspaal die daarna weer verschuift naar een andere locatie. Dit zou voor gemeente Nijkerk wel een optie kunnen zijn. Als eerste stap zullen we de snelheid Koninginneweg als casus bespreken met de verkeersadviseur van de politie en daar ook het idee van het toepassen van de Flexflitser toetsen. Op basis van dat gesprek kunnen we een aanvraag doen voor de Flexflitser.